RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.157693.23 (P) Datum vonnis: 25 januari 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 januari 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. IJdis en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. F.S. Baardman, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 26 juni 2023 in Deventer (primair) opzettelijk brand heeft gesticht in zijn woning dan wel (subsidiair) dat door de schuld van verdachte brand is ontstaan. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 26 juni 2023 te Deventer opzettelijk brand heeft gesticht - op/aan een balkon en/of een pand aan de [adres] (zich bevindende in een appartementencomplex) door open vuur in aanraking te brengen met wasbenzine en/of een vluchtige stof, althans met één of meerdere brandbare stof(fen) en ten gevolge waarvan een keuken(blok) en/of een of meerdere meubel(
- s)en/of het interieur en/of de inboedel en/of overige in het pand en/of op het balkon aanwezige goederen en/of het pand zelf geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan en daardoor - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (mede)bewoner(
- s)en/of aanwezige(
- n)in/nabij het appartementencomplex en/of de aangrenzende/omliggende panden/percelen, in elk geval levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was en/of - gemeen gevaar voor de in het pand aanwezige goederen en/of het pand zelf en/of de aangrenzende/omliggende panden/percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 26 juni 2023 te Deventer grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam op/aan een balkon en/of een pand aan de [adres] (zich bevindende in een appartementencomplex) open vuur in aanraking heeft gebracht met wasbenzine en/of een vluchtige stof, althans met één of meerdere brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat een keuken(blok) en/of een of meerdere meubel(
- s)en/of het interieur en/of de inboedel en/of overige in het pand en/of op het balkon aanwezige goederen en/of het pand zelf geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval dat er brand is ontstaan, en daardoor - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (mede)bewoner(
- s)en/of aanwezige(
- n)in/nabij het appartementencomplex en/of de aangrenzende/omliggende panden/percelen, in elk geval levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen ontstond en/of - gemeen gevaar voor de in het pand aanwezige goederen en/of het pand zelf en/of de aangrenzende/omliggende panden/percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen ontstond. 3De bewijsmotivering 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met uitzondering van het ten laste gelegde levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen. Vanuit de context van het gehele dossier - waaruit blijkt dat verdachte voorafgaand aan de brand gedurende een langere periode voortdurend kleine brandjes in zijn woning stichtte - acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk wasbenzine heeft aangestoken. Verdachte heeft daarmee bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat hij brand zou stichten. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Uit het door verdachte geschetste scenario over de oorzaak van de brand blijkt niet dat hij opzet op of schuld aan de brandstichting heeft gehad. Als de rechtbank de verklaring van verdachte niet volgt, heeft de raadsvrouw zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte ook dan integraal moet worden vrijgesproken. Uit het dossier volgt namelijk niet dat verdachte opzet op of schuld aan de oorzaak van de brandstichting heeft gehad. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd. Uit het dossier kan de rechtbank niet afleiden wat zich precies heeft afgespeeld in de woning van verdachte. De verklaring van verdachte over de oorzaak van de brand - hij heeft per ongeluk een slok wasbenzine gedronken in plaats van een slok water en heeft in een schrikreactie de wasbenzine uitgespuugd over een openstaande gaspit - vindt onvoldoende steun in het dossier. De rechtbank neemt deze verklaring dan ook niet als uitgangspunt. De bewijsmiddelen geven echter geen duidelijkheid over de vraag hoe de brand is ontstaan. Zo blijkt uit geen enkel bewijsmiddel dat verdachte wasbenzine heeft aangestoken, zoals door de officier van justitie is betoogd. Nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen wat de oorzaak van de brand is geweest en in hoeverre verdachte daarin al dan niet een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, spreekt de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten. 4De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Souman, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2024. Buiten staat Mr. J. de Ruiter en mr. M.W. Eshuis zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.