RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: AWB 23/2295 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats], eiseres, gemachtigde: [gemachtigde 1], en het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland, verweerder, gemachtigde: [gemachtigde 2]. Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van de geluidsvoorschriften uit het Activiteiten-besluit milieubeheer. Tegen dat besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard Eiseres heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 19 maart 2024 heeft verweerder besloten om over te gaan tot invordering van een van rechtswege verbeurde dwangsom die ziet op voornoemde opgelegde last. Tegen dit besluit heeft eiseres op 23 april 2024 bezwaar gemaakt. Dit bezwaarschrift heeft verweerder doorgezonden naar de rechtbank teneinde bij het lopende beroep te worden betrokken. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2024. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich eveneens laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [naam], adviseur geluid bij de Omgevingsdienst Twente. Overwegingen Relevante feiten en omstandigheden 1.1 Eiseres exploiteert aan de [adres] een horecabedrijf/zalencentrum onder de naam [eiseres]. 1.2 In de nacht van 9 op 10 december 2022 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Twente (ODT) geluidsmetingen uitgevoerd bij het horecabedrijf van eiseres. Daaruit bleek dat niet werd voldaan aan de voor de inrichting geldende geluidsvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit). Er was sprake van een overschrijding van het voor de nachtperiode geldende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 40 dB(A) met 21 dB(A). 1.3 Verweerder heeft eiseres bij brief van 3 februari 2023 op de hoogte gesteld van het voornemen haar een last onder dwangsom op te leggen wegens overtreding van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit, teneinde de overtreding van de geluidsvoorschriften beëindigd te houden en herhaling ervan te voorkomen. 1.4 Eiseres heeft op 6 maart 2023 mondeling haar zienswijze toegelicht. Daaruit blijkt dat eiseres het niet eens is met de vastgestelde geluidsniveaus en de wijze waarop de geluidsmetingen zijn uitgevoerd. 1.5 Bij het primaire besluit van 1 mei 2023 heeft verweerder besloten eiseres een last onder dwangsom op te leggen om overtreding van artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit te beëindigen en beëindigd te houden. Eiseres kan hieraan voldoen door het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van haar inrichting gereduceerd te houden tot: 40 dB(A) in de nachtperiode (23.00 – 7.00 uur), gemeten op de gevels van naburige woningen, en tot 45 dB(A) in de avondperiode (19.00 – 23.00 uur), gemeten op de gevels van naburige woningen; en vervolgens na het verstrijken van deze termijn ook tot het desbetreffende niveau gereduceerd te houden. 1.6 Als eiseres niet of niet geheel aan deze last voldoet, verbeurt zij een dwangsom van € 2.500,- per constatering, met een maximum van één constatering per dag, en met een totaalbedrag van maximaal € 10.000,-. Eiseres krijgt één week na de verzenddatum van het besluit de tijd om de overtredingen voor beide lasten te beëindigen en beëindigd te houden. 1.7 Tegen dit besluit heeft eiseres op 12 juni 2023 een bezwaarschrift ingediend. 1.8 Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de last onder dwangsom in stand gelaten. Eiseres is het niet eens met dat besluit en heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. 1.9 Bij besluit van 19 maart 2024 heeft verweerder besloten om over te gaan tot invordering van een verbeurde dwangsom van € 2.500,-, omdat eiseres niet heeft voldaan aan de opgelegde last. Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. 1.10 Omdat eiseres de invordering betwist, heeft het beroep op grond van artikel 5:39, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege mede betrekking op de invorderingsbeschikking. De rechtbank zal daarom in deze zaak zowel de last onder dwangsom als de invordering van de verbeurde dwangsom beoordelen. Overwegingen van de rechtbank Overgangsrecht Omgevingswet 2.1 Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als vóór 1 januari 2024 een last onder dwangsom is opgelegd voor een gepleegde overtreding, blijft op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet op die opgelegde last onder dwangsom en de invordering daarvan het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet tot het tijdstip waarop de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. 2.2 In dit geval is de last onder dwangsom opgelegd bij besluit van 1 mei 2023, dus vóór 1 januari 2024. Dit betekent dat op dit geschil het oude recht van toepassing blijft, ook ten aanzien van de invorderingsbeschikking van 19 maart 2024. De artikelen die in deze uitspraak worden genoemd zijn steeds de artikelen zoals die luidden ten tijde van het bestreden besluit. Toepasselijke regelgeving 2.3 Niet in geschil is dat het horecabedrijf van eiseres een inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer en daarmee valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit stelt eisen aan het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de maximale geluidsniveaus die gelden ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen. 2.4 In artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit is vermeld wat de maximale geluidsbelasting op nabijgelegen woningen mag zijn. 2.5 Artikel 2.17, eerste lid, bepaalt dat in de nachtperiode (23.00-7.00 uur) het langtijd-gemiddelde beoordelingsniveau, veroorzaakt door activiteiten die door en binnen het bedrijf worden uitgevoerd, maximaal 40 dB(A) mag bedragen. In de avondperiode (19./00-23.00 uur) mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 45 dB(A) bedragen. 2.6 Afwijking van deze waarden is alleen mogelijk door middel van maatwerk- voorschriften. Voor het bedrijf van eiseres gelden echter geen maatwerkvoorschriften voor geluid. Dat betekent dat moet worden voldaan aan de in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit gestelde grenswaarden. De last onder dwangsom 2.7 Bij de geluidsmetingen die de toezichthouder van de ODT in de nacht van 9 op 10 december 2022 heeft uitgevoerd bij het bedrijf van eiseres is een geluidsniveau van 51 dB(A) gemeten als gevolg van muziek die werd afgespeeld in de inrichting. Omdat tijdens de meting sprake was van duidelijk herkenbaar muziekgeluid afkomstig uit de inrichting, heeft geen bedrijfsduurcorrectie plaatsgevonden. Wel is er een toeslag van 10 dB(A) toegepast wegens herkenbaar muziekgeluid. Een en ander betekent dat er in de nacht van 9 op 10 december 2022 sprake was van een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 61 dB(A). Het maximaal toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de nachtperiode van 40 dB(A) werd daarom met 21 dB(A) overschreden. Dat is een overtreding van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. 2.8 Verweerder acht zich bevoegd om handhavend op te treden tegen die overtreding door het opleggen van een last onder dwangsom. Daarmee wil verweerder bereiken dat de overtreding beëindigd wordt en herhaling wordt voorkomen. 2.9 Op het moment dat vergelijkbare muziek met vergelijkbaar geluidsniveau in de dag- of avondperiode wordt afgespeeld, zal er eveneens sprake zijn van een overschrijding van het toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Omdat volgens verweerder aannemelijk is dat ook in de avondperiode muziek met een vergelijkbaar geluidsniveau kan worden afgespeeld, heeft verweerder besloten ook op dit punt handhavend op te treden door middel van een preventieve last onder dwangsom. De beroepsgronden 3.1 Eiseres is het niet eens met verweerders besluit, omdat de overtreding van de geluidsvoorschriften volgens haar onjuist is vastgesteld. Zo ontbreekt volgens eiseres in het controlerapport van 2 januari 2023 de tabel met betrekking tot de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau die in het controlerapport van 12 september 2023 (op pagina 4) wel is opgenomen. Hierdoor is niet te zien of de juiste correcties in acht zijn genomen. Dat is volgens haar in strijd met de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (hierna: de Handleiding). 3.2 Verder stelt eiseres dat zij de geluidsopnames heeft beluisterd en heeft opgemerkt dat de opnames waren gefilterd door geluiden uit de omgeving. 3.3 Voorts was er volgens eiseres op het tijdstip van de geluidsmeting sprake van regen, terwijl de Handleiding vermeldt dat regen, sneeuw, mist of extreme lage of hoge temperaturen bij de metingen moeten worden vermeden. 3.4 Ten slotte heeft eiseres twijfels over de betrouwbaarheid van de meetapparatuur van de ODT in verband met de kalibratie van de apparatuur. In het rapport van de ODT is vermeld dat er om 00.27 uur gemeten is, terwijl de meting volgens eiseres al om 23.27 uur plaatsvond, dus een tijdverschil van 1 uur. 3.5 De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende. Tabel langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 4.1 In de Handleiding is onder 3.8 (Rapportage) aangegeven wat in het rapport moet worden opgenomen. Onder andere moet worden vermeld welke correcties zijn toegepast. Dat is in dit geval ook gebeurd. Op pagina 4 van het rapport van 2 januari 2023 wordt vermeld welke correcties zijn toegepast (en welke niet). Eiseres heeft niet gesteld, noch onderbouwd dat hierin fouten zijn gemaakt. 4.2 Het betoog van eiseres slaagt daarom niet. Omgevingsgeluid 4.3 De geluidsmetingen zijn volgens het controlerapport uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding. Er is rekening gehouden met omgevingsgeluid (stoorgeluid), dat niet afkomstig is van de te onderzoeken bron, dus van geluiden uit de omgeving die niet afkomstig waren uit de inrichting van eiseres. In verband daarmee heeft een correctie van 0,3 dB(A) plaatsgevonden gebaseerd op een achtergrondgeluidniveau van 38,9 dB(A). Eiseres heeft niet gesteld, noch onderbouwd, dat deze correctie niet in overeenstemming is met de Handleiding. 4.4 Het betoog van eiseres slaagt daarom niet. Weersomstandigheden 4.5 Over de weersomstandigheden tijdens de geluidsmeting in de nacht van 9 op 10 december 2022 is in het rapport van de ODT van 2 januari 2023 niets vermeld. Volgens eiseres regende het die nacht, maar de geluidsdeskundige van de ODT - die de meting heeft verricht - heeft op de zitting verklaard dat het tijdens de metingen droog was. Als dat anders was geweest, zou hij dat in het rapport hebben vermeld. In het rapport is wel vermeld dat er geen sprake is van een meteocorrectie. 4.6 In de Handleiding is onder 3.4.3 (Weersomstandigheden) opgenomen dat door meteorologische invloeden de geluidsoverdracht sterk kan variëren, met name bij metingen op afstanden groter dan 50 m. Bij afstanden van 50 meter of minder - zoals in dit geval - mag onder alle meteorologische omstandigheden gemeten worden. De weersomstandigheden mogen een betrouwbare werking van de apparatuur evenwel niet belemmeren. Metingen bij regen, sneeuw, mist of extreem lage temperatuur moeten om deze reden zoveel mogelijk worden vermeden. Dat betekent echter niet dat er dan geen metingen kunnen plaatsvinden. Bij bepaalde hoge windsnelheden wordt een meteocorrectie toegepast. Daarvan was in dit geval echter geen sprake. 4.7 In het verweerschrift stelt verweerder dat de geluidopnames niet zijn gefilterd of aangepast. Ten tijde van de meting was volgens verweerder geen sprake van neerslag. Daarbij merkt verweerder op dat de meetafstand, dat wil zeggen de afstand van het meetpunt tot de maatgevende bron, het zalencentrum [eiseres], dusdanig kort is dat de invloed van de meteorologische omstandigheden op de meetresultaten verwaarloosbaar is en dat er dan ook gemeten is conform de Handleiding. 4.8 De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Eiseres heeft niet gesteld, noch onderbouwd dat de uitslag van de geluidsmeting wezenlijk anders zou zijn geweest als er vanuit moet worden gegaan dat het tijdens de meting regende. De rechtbank volgt verweerder dan ook in diens standpunt dat de weersomstandigheden in de nacht van 9 op 10 december 2022 geen relevante invloed hebben gehad op de resultaten van de geluidsmeting die toen door de geluidsdeskundige van de ODT is uitgevoerd. 4.9 Het betoog van eiseres slaagt daarom niet. Nauwkeurigheid geluidmeter 4.10 Uit het rapport van de ODT blijkt dat de tijdsaanduiding van de geluidmeter en de daaruit gegenereerde stukken ten tijde van de meting nog op de zomertijd was ingesteld, waardoor de tijdsaanduiding verkeerd is aangegeven, te weten een uur later. Dat heeft volgens de ODT echter geen gevolgen voor de uitgevoerde metingen en de beoordeling. In het verweerschrift merkt verweerder op dat het gaat om een handmatige instelling die op geen enkele wijze een relatie heeft met de meetniveaus. De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen. 4.11 Het betoog van eiseres slaagt daarom niet. Verzachtende omstandigheden 4.12 Eiseres is verder van mening dat rekening moet worden gehouden met verzachtende omstandigheden. 4.13 Uit het controlerapport van de gemeente van 12 juni 2023 blijkt volgens eiseres dat de toezichthouder op 3,5 meter afstand van de inrichting geen muziek of geluid heeft waargenomen op de dagen waarop hij controles heeft verricht. De toezichthouder heeft contact gehad met de directe omwonenden en zij gaven aan geen overlast van geluid of muziek te hebben ervaren vanuit de inrichting. Ook schrijft de toezichthouder in zijn rapport dat er bij de ODT geen meldingen bekend zijn van overlast door muziek of geluid vanuit de inrichting van eiseres. 4.14 Naar het oordeel van de rechtbank kan aan die opmerkingen in het controlerapport echter niet de betekenis worden toegekend die eiseres daaraan toekent. Aangezien de inrichting op de meeste dagen waarop de toezichthouder ter plaatse is geweest en contact heeft gehad met omwonenden gesloten was en er geen activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.