RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle raadkamernummers : 24-007118, 24-007126, 24-007150 en 24-007156 datum : 6 september 2024 beslissing van de meervoudige raadkamer op de klaagschriften op grond van artikel 98 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 552a Sv van: mr. [klager 1] (24-007118), mrs. [klager 2] en [klager 3] (24-007126), mr. [klager 4] (24-007150) en mr. [klager 5] (24-007156), hierna te noemen: de klagers. De klagers zijn allen verschoningsgerechtigden. Zij worden bijgestaan door mr. Th. J. Kelder, advocaat in 's-Gravenhage. Procedure De klaagschriften zijn op 14 en 15 maart 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt (d.d. 23 april 2024) schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 12 juli 2024 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. Daarbij zijn mr. L.E.G. van der Hut, waarnemend voor haar kantoorgenoot mr. Kelder, en de officier van justitie, mr. J. Mul, gehoord. De klagers zijn, hoewel daartoe correct opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Met instemming van de raadsvrouw en de officier van justitie zijn voornoemde klaagschriften gelijktijdig en gevoegd behandeld, zodat ten aanzien van de door de hierboven genoemde klagers afzonderlijk ingediende klaagschriften één beschikking volgt. Naast hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen, heeft de rechtbank in deze zaak kennis genomen van de stukken die door en namens de klagers zijn overgelegd, van de e-mail van de officier van justitie van 1 juli 2024, van de beschikking van de rechter-commissaris van 1 maart 2024 in de zaak van de beslagenen en van het proces-verbaal van de geheimhoudersfunctionaris (AMB-005) (hierna: het proces-verbaal). De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is kennis te nemen van het beklag. Inleiding In het strafrechtelijk onderzoek ‘Ballycastle’ hebben op 30 juni 2022 op diverse locaties (netwerk)doorzoekingen plaatsgevonden. Daarbij zijn meerdere gegevensdragers met daarop omvangrijke digitale bestanden in beslag genomen. Ook zijn historische administratieve gegevens gevorderd. Deze data tezamen vormen ‘de dataset’. De dataset bestaat uit vele miljoenen bestanden. In onderzoek ‘Ballycastle’ zijn [verdachte 1], [verdachte 2], [verdachte 3] B.V., [verdachte 4] B.V. en [verdachte 5] als verdachten aangemerkt. Hierna worden zij “de beslagenen” genoemd. Door de beslagenen, aan wie geen verschoningsrecht toekomt, is aangevoerd dat een verschoningsgerechtigde de bevoegdheid tot verschoning kan uitoefenen ten aanzien van onder hen in beslag genomen bescheiden, brieven of andere stukken, stukken of gegevens die door hen zijn uitgeleverd ter inbeslagneming dan wel gegevens die op de voet van artikel 125i Sv zijn vastgelegd. Onder leiding van de rechter-commissaris is de dataset gefilterd, met als doel het verwijderen van mogelijk geprivilegieerde gegevens. De rechter-commissaris heeft de raadslieden van de beslagenen daarbij betrokken: zij hebben een lijst aangeleverd met zoektermen die betrekking zouden kunnen hebben op digitale bestanden/documenten waar een verschoningsgerechtigde mogelijk de bevoegdheid tot verschoning over zou kunnen uitoefenen. Na die filtering hebben de raadslieden van de beslagenen steekproeven verricht in de overgebleven digitale bestanden. Daarbij stuitten zij op gegevens van mogelijke verschoningsgerechtigden. Naar aanleiding daarvan heeft de geheimhoudersfunctionaris opnieuw gefilterd. Na een regiebijeenkomst bij de rechter-commissaris zijn alle bestanden (ook bestanden van niet-verschoningsgerechtigden) van vóór 2014 zoveel als mogelijk integraal verwijderd. In november 2023 heeft de rechter-commissaris de filterwerkzaamheden beëindigd. Bij beschikking van 1 maart 2024 heeft de rechter-commissaris de officier van justitie toegestaan kennis te nemen van de na filtering overgebleven fysieke en digitale bestanden c.q. documenten. Tegen die beslissing richten de klaagschriften zich. Standpunt van de klagers Kort en zakelijk weergegeven is het primaire standpunt van de klagers dat zij zich op grond van artikel 98 Sv kunnen beklagen, omdat sprake is van een beslissing op grond van artikel 98 Sv en de klagers daartegen als verschoningsgerechtigden een klaagschrift hebben ingediend. Subsidiair menen klagers dat zij zich op de voet van artikel 552a Sv kunnen beklagen. In het kader van het hen toekomende klachtrecht menen zij verder dat zij op grond van artikel 23 lid 5 Sv de beschikking dienen te krijgen over alle op de zaak betrekking hebbende stukken. De rechtbank dient daarom de behandeling van de klaagschriften aan te houden, alle op de zaak betrekking hebbende stukken beschikbaar te stellen, om vervolgens de klagers in de gelegenheid te stellen naar aanleiding van die stukken een gemotiveerd standpunt in te nemen over het filterproces. Het meer subsidiaire standpunt van de klagers is dat het aannemelijk is dat zich onder de vrijgegeven data nog steeds materiaal bevindt dat onder het verschoningsrecht van de klagers valt, zodat een nadere filtering dient te worden uitgevoerd. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie stelt zich kort en zakelijk weergegeven op het standpunt dat de klagers zich niet op grond van artikel 98 Sv kunnen beklagen, omdat er geen sprake is van een beslissing waarin de rechter-commissaris inbeslagneming van geprivilegieerde gegevens toestaat. Wel kunnen zij zich op grond van artikel 552a Sv beklagen, nu duidelijk is geworden dat de klagers via de beslagenen hebben vernomen dat mogelijk nog van de klagers afkomstige geprivilegieerde gegevens aanwezig zijn in de al gefilterde data. Om die reden dient het klaagschrift gegrond te worden verklaard en dient opnieuw te worden gefilterd. Beoordeling Artikel 98 Sv Uit jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. ECLI:NL:HR:2015:3076) volgt dat wanneer een beslagene, niet zijnde de verschoningsgerechtigde, aanvoert dat een geheimhouder de bevoegdheid tot verschoning kan uitoefenen ten aanzien van onder hem in beslag genomen bescheiden, brieven of andere stukken, stukken of gegevens die door hem zijn uitgeleverd ter inbeslagneming dan wel gegevens die op de voet van artikel 125i Sv zijn vastgelegd, de rechter-commissaris bevoegd is ter zake te beslissen. Beslist hij dat de inbeslagneming is toegestaan, dan dient gehandeld te worden zoals in artikel 98 lid 3 Sv is bepaald. De beschikking van de rechter-commissaris zal aan de betrokken verschoningsgerechtigde moeten worden betekend, onder mededeling dat deze binnen veertien dagen tegen deze beschikking een klaagschrift kan indienen bij een in die mededeling aangeduid gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd en tevens dat niet tot kennisneming van de stukken wordt overgegaan dan nadat onherroepelijk over het beklag van de verschoningsgerechtigde is beslist. De rechtbank stelt vast dat geen sprake is van een situatie dat de rechter-commissaris gegevens/bestanden van/aan een verschoningsgerechtigde heeft gezien en heeft beslist dat inbeslagneming van die gegevens is toegestaan. Uit de beschikking van de rechter-commissaris en het proces-verbaal volgt juist dat het doel van het filterproces was álle mogelijk geprivilegieerde gegevens te verwijderen. Een dergelijke beslissing tot vrijgave na verwijdering kan niet worden gelijkgesteld met inbeslagneming als bedoeld in artikel 98 Sv, ook al is in de aanhef van de beschikking in kwestie wel verwezen naar dat wetsartikel. Naar het oordeel van de rechtbank brengt een redelijke wetsuitleg in zo’n geval niet met zich dat gehandeld dient te worden zoals in artikel 98 lid 3 Sv is bepaald. Ook had de rechter-commissaris de verschoningsgerechtigden in dit geval niet in staat hoeven stellen zich uit te laten over hun verschoningsrecht met betrekking tot de stukken en gegevens, omdat het doel van het filterproces juist was álle informatie van verschoningsgerechtigden te verwijderen, ongeacht of het al dan niet gaat om geprivilegieerde stukken en gegevens. Niet valt in te zien waarom de verschoningsgerechtigde in dat geval zou moeten worden gehoord. Dat brengt met zich dat de rechter-commissaris zijn beslissing over het gebruik van de veilig gestelde data naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte heeft gegeven in de vorm van een beschikking op grond van artikel 98 Sv. Voor zover het klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv is ingediend, is het daarom niet-ontvankelijk. Artikel 552a Sv De klagers beklagen zich daarnaast op grond van artikel 552a Sv over de kennisneming of het gebruik van de tijdens de doorzoeking in beslag genomen gegevens, omdat – kort gezegd – het verschoningsrecht onvoldoende zou zijn gewaarborgd. Het wettelijk stelsel voorziet in de mogelijkheid van belanghebbenden om op grond van artikel 552a Sv beklag te doen tegen de kennisneming en het gebruik van in beslag genomen gegevens dan wel een verzoek te doen tot vernietiging daarvan. Onder die belanghebbenden kunnen ook verschoningsgerechtigden worden begrepen (ECLI:NL:HR:2024:375 r.o. 6.3.5). Omdat aannemelijk is geworden dat de klagers een of meerdere beslagene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.