← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2024:4778

beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Wrakingskamer Zittingsplaats Almelo zaaknummer: C/08/320272 KG RK 24-370 Beslissing van 12 september 2024 in de zaak van 1 [verzoekster] B.V.,

  1. [verzoeker], beiden te [woonplaats] , verzoekers tot wraking. 1De procedure 1.
  2. Bij beschikking van 19 augustus 2024 in zaaknummer/rekestnummer: C/08/318325 KG RK 24/313 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, locatie Almelo, mr. A.E. Zweers benoemd tot rechter-commissaris ten overstaan van wie de verdeling van de opbrengst van de executoriale verkoop van de percelen grond, gelegen aan en nabij de [adres 1] en [adres 2] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale aanduidingen] zal plaatsvinden. 1.
  3. Bij brief van 1 september 2024 hebben verzoekers het verzoek tot wraking gedaan van mr. Zweers. Verzoekers hebben hun verzoek ingediend bij de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Op 2 september 2024 heeft die kamer het verzoek ter behandeling doorgezonden aan de wrakingskamer van deze rechtbank. 2De beoordeling 2.
  4. Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.
  5. De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig is of dat hij die indruk bij verzoekers heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van verzoekers, maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoekers op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege zijn aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat hij vooringenomen is. 2.
  6. De wrakingskamer kan op grond van artikel 5 lid 2 van het Wrakingsprotocol rechtbank Overijssel het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren: a. indien het verzoek kennelijk ongegrond is; b. indien het verzoek niet door een partij is ingediend. De wrakingskamer oordeelt dat deze situaties zich hier voordoen en overweegt daartoe het volgende. 2.
  7. Uit het verzoekschrift is niet duidelijk of en, zo ja, in welke hoedanigheid verzoekster sub 1 partij is in de in 1.
  8. bedoelde zaak waarin zij mr. Zweers heeft gewraakt. Verzoekers hebben dat niet toegelicht. Ten aanzien van verzoekster sub 1 is het verzoek tot wraking van mr. Zweers daarom niet-ontvankelijk. 2.
  9. Aan zijn verzoek tot wraking van mr. Zweers legt verzoeker sub 2, samengevat, ten grondslag dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van [naam] tot het treffen van een gerechtelijke rangregeling en daarop te beslissen. Daarnaast stelt verzoeker sub 2 dat dit verzoek enkel is gebaseerd op misleiding en bedrog. Daarbij beroept hij zich op artikel 1068 Rv. Verder wijst verzoeker sub 2 erop dat [naam] meerdere strafbare feiten heeft gepleegd. “Het betreft laster, smaad, stalking, het witwassen van gelden, diefstal, fraude, deelname aan een criminele organisatie, een grote bedrijvenroof, een inbraak met een vervalste grosse, een inbraak zonder grosse, twee pogingen tot doodslag, een illegale executie van mijn gronden, oplichting, chantage, afpersing en corruptie via het rechtssysteem”, aldus verzoeker sub
  10. Volgens verzoeker sub 2 hebben Almelose rechters via hun vonnissen deze door [naam] gepleegde strafbare feiten gefaciliteerd en daarmee tegenover hem en zijn partner onrechtmatig gehandeld. Tot slot meent verzoeker sub 2 dat de verbeurde dwangsommen situaties/transacties betreffen met een ongebruikelijk karakter waarvoor een melding in verband met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht is en dat dit ten onrechte niet is gedaan. 2.
  11. De wrakingskamer overweegt dat wraking mogelijk is indien de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. Daarvoor geldt dat de partij, die wraking verzoekt, concrete feiten en omstandigheden naar voren brengt waaruit objectief de vrees voor partijdigheid kan worden afgeleid. De wrakingsgronden van verzoeker sub 2 hebben geen van allen betrekking op de betrokkenheid van mr. Zweers bij de hoofdzaak. Verzoeker sub 2 geeft niet concreet aan om welke reden juist mr. Zweers zijn benoeming tot rechter-commissaris niet zou kunnen vervullen of waarom er bij hem daartoe een gerechtvaardigde vrees bestaat. Dat mr. Zweers betrokken is geweest bij eerdere procedures van verzoeker sub 2 betekent niet dat daarmee de schijn van partijdigheid is gewekt. Daarvoor is meer nodig. Het betoog van verzoeker sub 2 komt er in de kern op neer dat hij geen vertrouwen heeft in een eerlijk proces bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo. In het verzoekschrift brengt verzoeker sub 2 een groot aantal verdachtmakingen en verwijten aan het adres van Almelose rechters en [naam] naar voren. Naar het oordeel van de wrakingskamer blijkt daaruit op geen enkele manier de (schijn van) partijdigheid van mr. Zweers. 2.
  12. Het voorgaande betekent dat het verzoek van verzoeker sub 2 tot wraking van mr. Zweers kennelijk ongegrond is en daarom zonder behandeling ter zitting kan worden afgedaan. 2.
  13. Tot slot begrijpt de wrakingskamer de stellingen van verzoekers aldus dat zij met hun verzoek mede de herroeping van de beschikking van 19 augustus 2024 beogen en ook de geldigheid van de daaraan voorafgaande executiehandelingen bestrijden. Een verzoek en/of vordering met die strekking valt buiten het bestek van de wrakingsprocedure. Verzoekers zullen daarvoor een afzonderlijke procedure aanhangig moeten maken. De e-mail van verzoeker sub 2 van 9 september 2024 met als onderwerp “Illegale onteigening van onze bezittingen waaronder mijn gronden en gelden” is doorgezonden aan de president van de rechtbank. 3De beslissing De wrakingskamer 3.
  14. verklaart het verzoek tot wraking van mr. Zweers niet-ontvankelijk, voor zover dat is ingediend door verzoekster sub 1; 3.
  15. verklaart het verzoek tot wraking van mr. Zweers ongegrond, voor zover dat is ingediend door verzoeker sub
  16. Deze beslissing is gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, en mrs. A.A.A.M. Schreuder en H. Manuel, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 september
  17. (PS) de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.