RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10976650 \ CV EXPL 24-976 Vonnis van 24 september 2024 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. S.M. Carabain-Klomp, tegen N.V. UNIVÉ SCHADE, te Zwolle, gedaagde partij, hierna te noemen: Univé, gemachtigde: mr. G. Loman. 1Inleiding 1.1. Op 10 september 2022 heeft er een aanrijding plaatsgevonden. De betrokken bestuurders waren [eiser] en [betrokkene]. Deze zaak gaat over de vraag of Univé, als verzekeraar van [betrokkene], aansprakelijk is voor de schade die [eiser] als gevolg van de aanrijding heeft geleden. 1.2. De kantonrechter is van oordeel dat Univé aansprakelijk is voor de schade. Univé moet een bedrag van € 4.272,25 aan [eiser] betalen. Ook moet Univé buitengerechtelijke kosten en proceskosten vergoeden. Hierna legt de kantonrechter haar beslissing uit. 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 20 augustus 2024. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3. De feiten 3.1. Op 10 september 2022 rond 21:00 uur heeft er een aanrijding plaatsgevonden op een met driekleurige verkeerslichten beveiligde kruising van de N377 ter hoogte van “De Lichtmis”. De betrokken bestuurders waren [eiser] en [betrokkene]. [eiser] reed vanaf Hasselt rechtdoor richting Nieuwleusen. [betrokkene] kwam vanuit Nieuwleusen en sloeg linksaf richting de Hermelenweg. [Afbeelding]3.2. De situatie ter plaatse ziet er als volgt uit: Foto 1 [Afbeelding] Foto 2 3.3. [eiser] en [betrokkene] hebben een aanrijdingsformulier ingevuld en ondertekend. Daarop staat bij [eiser] bij het kopje ‘opmerkingen’ “reed door groen licht”. Bij het kopje ‘toedracht’ is aan de zijde van [betrokkene] het vakje “ging linksaf” aangekruist. 3.4. De politie is ter plaatse gekomen en heeft van het ongeval de volgende registratie gemaakt: “ Toedracht Situatie Voertuig A draait voor hem linksaf richting de hermelenweg, komende vanuit Nieuwleusen. Voertuig B wil rechtdoor gezien van de A28 richting Nieuwleusen en voertuigen komen in botsing.” 3.5. Op 17 december 2022 heeft [betrokkene] schriftelijk verklaard: “(…) Ik heb de verkeerde afslag genomen want ik had rechtdoor moeten rijden en dan de 2 linker banen moeten nemen richting Arnhem maar iedereen kan zich vergissen Ik ben linksaf geslagen terwijl ik rechtdoor had moeten rijden en daarna de 2 linker banen moeten nemen richting Arnhem. Maar nogmaals ik ben door groen gereden en dat ik de verkeerde afslag heb genomen kan iedereen gebeuren. Maar de tegenpartij zeht wel dat hij door groen is gereden. (…) Politie is erbij geweest en hebben bijde verklaard dat we door groen zijn gereden. Er waren geen getuigen bij alleen ik en de tegenpartij. (…) Inderdaad de moter agent zij tegen mij ik had een afslag verder gemoeten Voor de rest niks. (…)” 3.6. In een andere schriftelijke verklaring van [betrokkene] staat verder: “(…) Ik stond voor het stoplicht om links af te slaan. Het licht ging op groen en ik nam de bocht om links af te slaan. (…)” 3.7. Verkeerskundige [naam] van de provincie Overijssel heeft in een e-mail aan de gemachtigde van [eiser] geschreven: “(…) Zoals in mijn vorige bericht aangegeven bevat de verkeersregeling een conflictmatrix. Deze zorgt ervoor dat conflictrichtingen niet gelijktijdig groen of geel licht kunnen vertonen. Uw client reed van Hasselt rechtdoor richting Nieuwleusen. Dit is in de verkeersregeling richting 208. De aanrijding heeft plaatsgehad met een tegemoetkomend voertuig die linksaf sloeg. Dit is in de verkeersregeling richting 203. Verkeer dat voor moet sorteren om verderop linksaf te slaan richting de A28 is richting 202. De richtingen 202 en 208 kunnen gelijktijdig groen en geel licht hebben. Dit is niet het geval voor de richtingen 203 en 208. (…)” 3.8. De auto van [betrokkene] is tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Univé. [eiser] heeft Univé, als WAM-verzekeraar van [betrokkene], aansprakelijk gesteld voor de schade die hij als gevolg van de aanrijding heeft geleden. Univé heeft de aansprakelijkheid afgewezen. 4Het geschil 4.1. [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Univé tot betaling van € 4.000,00 vanwege schade aan zijn auto plus € 363,00 aan kosten gemaakt voor een huurauto. Verder wil [eiser] dat Univé wordt veroordeeld tot betaling van de volledige proceskosten, waaronder € 3.645,15 aan advocaatkosten, en in de nakosten. Een en ander te vermeerderen met wettelijke rente. 4.2. Univé voert verweer. Univé concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling Aansprakelijkheid 5.1. Het gaat in deze zaak om een aanrijding tussen twee auto’s op een met driekleurige verkeerslichten beveiligde kruising. Tussen partijen is niet in geschil dat de bij de kruising aanwezige verkeerslichten ten tijde van de aanrijding in werking waren en dat zij juist hebben gewerkt. Zowel [eiser] als [betrokkene] hebben verklaard dat zij, voor de door hun gevolgde rijrichting, door groen licht zijn gereden. Dat kan echter onmogelijk het geval zijn geweest. Uit de niet bestreden verklaring van verkeerskundige Van Liere (r.o. 3.7) volgt dat er sprake is van een conflictmatrix die ervoor zorgt dat de conflictrichtingen, zoals in dit geval rechtdoorgaand ([eiser]) en linksafslaand ([betrokkene]) verkeer, niet tegelijk groen licht kunnen hebben uitgestraald. Tussen partijen staat dan ook vast dat [eiser] of [betrokkene] door rood moet zijn gereden. 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat niet objectief kan worden vastgesteld wie dit is geweest. Er zijn immers twee verklaringen die tegenover elkaar staan en er is onvoldoende reden om aan de verklaring van een bestuurder meer of minder gewicht toe te kennen. Bovendien was het ten tijde van de aanrijding rustig op de weg, waardoor er geen getuigen zijn die hierover kunnen verklaren. [eiser] heeft wel gesteld dat [betrokkene] in de tweede baan (de baan voor rechtdoorgaand verkeer) stond, dat hij heeft gereageerd op het groene licht voor deze baan en dat hij toen niet rechtdoor is gegaan maar linksaf is geslagen terwijl het licht voor linksafslaand verkeer nog op rood stond, maar de kantonrechter is van oordeel dat dat niet voldoende kan worden vastgesteld. Univé heeft dit namelijk betwist. Volgens Univé stond [betrokkene] op de meest linker baan en is hij naar links gegaan toen het voor deze baan geldende verkeerslicht groen licht uitstraalde (zie foto 1). Dit strookt ook met de tweede verklaring van [betrokkene] (r.o. 3.6). Uit de eerste verklaring van [betrokkene] (r.o. 3.5) volgt weliswaar dat [betrokkene] de verkeerde afslag heeft genomen, maar dat betekent nog niet dat hij door rood is gereden. Ook uit het aanrijdingsformulier blijkt dat niet. Op dat formulier is het vakje “lette niet op een voorrangsteken of een rood licht” immers niet aangekruist. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] aangegeven dat hij contact heeft gehad met de motoragent die na de aanrijding ter plaatse is gekomen en dat deze aangaf dat ‘het helder was dat [betrokkene] op de tweede baan stond maar linksaf is geslagen en dat hij de weg niet heeft geweten’ maar [eiser] heeft dit niet onderbouwd met een schriftelijke verklaring en ook niet met andere omstandigheden die deze mededeling kunnen ondersteunen. De politie heeft dit in haar registratieformulier ook niet vermeld. Deze stelling wordt daarom gepasseerd. 5.3. In een geval als het onderhavige, waarbij niet kan worden vastgesteld wie door rood is gereden, moet bij de beantwoording van de vraag of de ene automobilist aansprakelijk is tegenover de andere, worden uitgegaan van de veronderstelling dat de aansprakelijk gestelde automobilist ([betrokkene]) door groen licht is gereden. Uit die enkele omstandigheid volgt echter niet zonder meer dat hij niet aansprakelijk is voor de schade die door [eiser] is geleden als gevolg van de aanrijding die vervolgens heeft plaatsgevonden. Indien [betrokkene] onmiddellijk voor de aanrijding gevaarzettend heeft gehandeld en daardoor een situatie in het leven heeft geroepen waarin de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat handelen zo groot was dat hij zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moet onthouden, volgt uit de artikelen 5 WVW en 6:162 BW dat hij wel degelijk aansprakelijk is tegenover [eiser] (vgl. Hoge Raad 22 april 2005, nr. C03/269, NJ 2006/20; Hoge Raad 17 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9749 en Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6996). 5.4. Bij de beantwoording van de vraag of inderdaad aansprakelijkheid als hiervoor bedoeld is ontstaan, moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Naast de
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.