RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 11163122 \ CV EXPL 24-2326 Vonnis van 15 oktober 2024 in de zaak van [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Op 2 maart 2023 heeft [eiseres] in opdracht van [gedaagde] de bougies en bobine vervangen van de auto van [gedaagde] (hierna: de auto). 2.
- Op diezelfde dag hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] de auto zou inruilen bij [eiseres] voor een andere auto (hierna: de nieuwe auto). Deze koop is niet doorgegaan. 2.
- [eiseres] heeft haar werkzaamheden aan de auto bij factuur van 7 maart 2023 bij [gedaagde] in rekening gebracht. Deze factuur heeft [gedaagde] onbetaald gelaten. 3Het geschil De vordering 3.
- [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 482,47, vermeerderd met rente en kosten. 3.
- [eiseres] legt tegen de achtergrond van voormelde feiten aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in gebreke is gebleven om het bedrag van € 375,11 te voldoen. Ondanks aanmaningen heeft [gedaagde] de factuur niet betaald. [gedaagde] is daardoor de wettelijke rente verschuldigd, tot 5 juni 2024 berekend op € 51,
- Ten slotte vordert [eiseres] op grond van artikel 6:96 lid 6 BW een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 56,
- Het verweer 3.
- [gedaagde] voert in verweer aan dat hij met [eiseres] een aanvullende afspraak heeft gemaakt dat hij de factuur mocht verrekenen met de aankoopsom van de nieuwe auto. Omdat het aan [eiseres] ligt dat de nieuwe auto niet aan hem is geleverd, is [gedaagde] van mening dat hij de factuur niet meer hoeft betalen. 4De beoordeling Hoofdsom 4.
- [gedaagde] heeft erkend dat [eiseres] de bougies en bobine heeft vervangen van zijn auto, zodat [gedaagde] in beginsel de factuur moet betalen. 4.
- Voor zover [gedaagde] als verweer voert dat [eiseres] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting om de nieuwe auto aan hem te leveren, hetgeen overigens door [eiseres] is betwist, geldt in het algemeen dat een tekortkoming van [eiseres] [gedaagde] niet ontslaat van zijn eigen betalingsverplichting. Dit zou anders zijn als [gedaagde] de overeenkomst had ontbonden. Van de zijde van [gedaagde] is niet gesteld dat dit is gebeurd. Ook had [gedaagde] een beroep kunnen doen op opschorting van zijn betalingsverplichting of verrekening met een eigen schadevordering. Nu [gedaagde] heeft toegelicht dat hij de auto heeft ingeruild bij een derde en een andere auto heeft aangekocht, op dezelfde dag dat [eiseres] aan hem de factuur heeft toegezonden, is eveneens niet gebleken dat dit het geval is. Dit betekent dat de door [gedaagde] gestelde tekortkoming van [eiseres] , indien al juist, geen reden is om de factuur niet te betalen. 4.
- Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de hoofdsom van € 375,11 zal worden toegewezen. Wettelijke rente 4.
- De gevorderde wettelijke rente is als niet afzonderlijk betwist en op de wet gegrond eveneens toewijsbaar. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
- [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt een bedrag van € 56,27 toegewezen. Proceskosten 4.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 112,99 - griffierecht € 130,00 - salaris gemachtigde € 164,00 (2 punten × € 82,00) - nakosten € 41,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 447,99 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 482,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 375,11, met ingang van 5 juni 2024, tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 447,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2024 (cs).