RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.963539.18 (P) Datum vonnis: 22 oktober 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1968 in [geboorteplaats 1] , wonende aan de [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna in enkelvoud aangeduid als officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. S.F.J. Smeets, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich viermaal (al dan niet in vereniging) heeft schuldig gemaakt aan mensensmokkel en daar een beroep of gewoonte van heeft gemaakt. De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. De bewijsmotivering 3.1 Inleiding Op 6 juni 2017 ontving het Landelijk lnternationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) van de opsporingsautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk informatie dat een man genaamd [verdachte] (hierna: verdachte) frequent wordt geassocieerd met immigratiecriminaliteit. Door het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) van de Landelijke recherche werden vier processen-verbaal verstrekt met informatie afkomstig van het Team Criminele lnlichtingen (TCl) van de Koninklijke Marechaussee (KMar). Hieruit komt onder meer naar voren dat verdachte een mensensmokkelaar zou zijn en zich al jaren hiermee bezig zou houden. Ook kwam de naam van verdachte al eerder naar voren in rapporten omtrent mensensmokkel. In februari 2016 verscheen het rapport van het lntergovernmental Authority On Development (hierna: IGAD) met de titel : "Human Trafficking and Smuggling on the Horn of Africa-Central Mediterranean Route". In dit rapport is onder andere aandacht besteed aan mensensmokkel via de ”first-class” behandeling. Dit betreft georganiseerde smokkeloperaties vanuit Khartoem (Soedan) , waarbij via vliegverbindingen naar Azië door de smokkelaars Europese visa voor de (financieel beter gesitueerde) gesmokkelden verkregen werden. Een man genaamd [alias 1] zou de belangrijkste mensensmokkelaar in dit netwerk zijn, hij zou de bijnaam ‘ [alias 2] ’ hebben en hij zou de Nederlandse nationaliteit bezitten. Hierbij was een foto van de man gevoegd, waarop verdachte is herkend. Naar aanleiding van deze informatie is er een strafrechtelijk onderzoek naar verdachte gestart, onder de naam 26Owatonna. In dit onderzoek zijn er, met verstrekte informatie door Liaison Officers, buitenlandse autoriteiten en het EMM, gegevens verkregen over onder meer een smokkelincident in Vietnam in 2014 en een smokkelincident op de Malediven in 2017, waarbij verdachte betrokken zou zijn. Naar aanleiding van dit onderzoek is er ook informatie naar boven gekomen over een smokkelincident in Kroatië in 2018 en een smokkelincident in Bosnië-Herzegovina in 2018, waarbij verdachte wederom betrokken zou zijn. Op 24 juli 2019 is door de rechter-commissaris van de rechtbank Overijssel de internationale opsporing en aanhouding van verdachte bevolen. Verdachte heeft zich op 2 december 2021 gemeld bij de Nederlandse ambassade in Nairobi (Kenia) voor de aanvraag van een nieuw Nederlands paspoort, waardoor met hulp van Interpol en de Keniaanse autoriteiten de verblijfsplaats van verdachte kon worden vastgesteld. Op 16 december 2021 is verdachte in Kenia aangehouden, waarna hij is overgebracht naar Nederland. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met uitzondering van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde onderdeel ‘tezamen en in vereniging’. 3.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. 3.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of kan worden bewezen dat verdachte zich in vier gevallen heeft schuldig gemaakt aan mensensmokkel, of hij dit tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft gepleegd en of hij hier een beroep of gewoonte van heeft gemaakt. De rechtbank zal – met oog op de leesbaarheid van het vonnis – onder 3.4.1. de bewijsmiddelen per feit bespreken en onder 3.4.2. de bewijsoverwegingen ten aanzien van alle feiten uiteenzetten, gezien de samenhang en overeenkomsten tussen de feiten. 3.4.1. De bewijsmiddelen Ten aanzien van feit 1: Vietnam 2014 Op de Nederlandse ambassade te Kuala Lumpur in Maleisië heeft een medewerker van de KMar, werkzaam als politie en immigratieliaison van de Landelijke Eenheid Politie, informatie ontvangen van zijn Duitse collega over een smokkelincident van 14 februari 2014 op de luchthaven van Tan Son Nhat International Airport in Ho Chi Minhstad in Vietnam. Verdachte zou betrokken zijn geweest bij de smokkel van vijftien Eritreeërs, allen komende vanuit Siem Reap (Cambodja), via Ho Chi Minhstad, met als eindbestemming Londen of Frankfurt. Voornoemde vijftien personen werden niet aan boord gelaten op de luchthaven in Vietnam, omdat ze allen een vervalst visum gebruikten. Deze informatie is overgedragen aan het EMM. Vastgesteld is dat verdachte met de groep meereisde en zich introduceerde als de leider van de groep. Verdachte beweerde bij de controle dat er niets mis was met de visa. Op 25 februari 2014 heeft de Nederlandse immigratieliaison wederom een e-mail van de Duitse immigratieliaison ontvangen, met daarin afbeeldingen van de paspoorten en visa van de betrokken personen van het smokkelincident van 14 februari 2014. Het betreft de volgende personen: [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1995 te [geboorteplaats 2] ; [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats 3] ; [naam 3] , geboren op [geboortedatum 4] 1971 te [geboorteplaats 4] ; [naam 4] , geboren op [geboortedatum 5] 1967 te [geboorteplaats 5] ; [naam 5] , geboren op [geboortedatum 6] 1993 te [geboorteplaats 6] ; [naam 6] , geboren op [geboortedatum 7] 2004 te [geboorteplaats 7] ; [naam 7] , geboren op [geboortedatum 8] 1991 te [geboorteplaats 8] ; [naam 8] , geboren op [geboortedatum 9] 1984 te [geboorteplaats 9] ; [naam 9] , geboren op [geboortedatum 10] 2001 te [geboorteplaats 10] ; [naam 10] , geboren op [geboortedatum 11] 2000 te [geboorteplaats 11] ; [naam 11] , geboren op [geboortedatum 12] 1990 te [geboorteplaats 12] ; [naam 12] , geboren op [geboortedatum 13] 1989 te [geboorteplaats 13] ; [naam 13] , geboren op [geboortedatum 14] 1989 te [geboorteplaats 14] ; [naam 14] , geboren op [geboortedatum 15] 1994 te [geboorteplaats 15] ; [naam 15] , geboren op [geboortedatum 16] 2006 te [geboorteplaats 16] . De paspoorten en visa van voornoemde personen zijn onderzocht door een documentdeskundige van de KMar. De paspoorten van voornoemde personen genummerd onder 1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 12, 14 en 15 bevatten valse visa voor Groot-Brittannië, waardoor het Eritrese paspoort is vervalst. De paspoorten van voornoemde personen genummerd onder 2 en 11 bevatten valse Schengen-visa voor Noorwegen, waardoor het Eritrese paspoort is vervalst. De paspoorten van voornoemde personen genummerd onder 7 en 13 bevatten valse Schengen-visa voor Zweden, waardoor het Eritrese paspoort is vervalst. Uit onderzoek is gebleken dat [naam 7] (genummerd onder 7) en [naam 13] (genummerd onder 13) ook betrokken zijn geweest bij een smokkelincident in 2017 op de Malediven (feit 2), waarbij verdachte ook aanwezig was. [naam 14] (hiervoor genummerd onder 14) is op 12 juli 2018 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan de Verenigde Staten als getuige gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat zij [verdachte] voor het eerst heeft ontmoet in Soedan, toen voegde hij zich bij de groep. [verdachte] wordt gerespecteerd voor wat hij doet. [verdachte] heeft verteld dat hij uit Nederland komt. Haar vader en [verdachte] hebben alles geregeld. Haar vader heeft 20.000,00 US-dollars (hierna: USD) betaald voor haar gehele reis naar Engeland, inclusief de hotels, het eten en het visum. Haar medereizigers hebben verteld dat zij hetzelfde bedrag moesten betalen. [verdachte] zou de groep naar Londen vergezellen. [verdachte] was er altijd bij als ze reisden. Zij heeft haar Eritrese paspoort gebruikt voor de reis. [verdachte] heeft het visum voor haar geregeld en heeft haar daarvoor meegenomen naar een plek waar foto’s werden gemaakt. [verdachte] had de reisdocumenten steeds in zijn bezit. [verdachte] organiseerde alles en zei waar de groep heen moest gaan. [naam 14] wachtte samen met de groep in een hotel totdat [verdachte] contact met hen opnam. [verdachte] had het geld en de paspoorten bij zich. Zij mochten hun telefoons niet gebruiken. [naam 14] kreeg een bedrag van 10,00 USD per dag van [verdachte] . [verdachte] zorgde voor de communicatie in het Engels bij de verschillende luchthavens en hotels. [naam 14] is naar Indonesië, Cambodja, Laos, Myanmar en Singapore gereisd met haar reisdocument. Ze is tegengehouden op het vliegveld van Vietnam toen ze naar Engeland wilde reizen met het valse reisdocument. [naam 14] heeft verdachte herkend als voornoemde ‘ [verdachte] ’ op verschillende aan haar getoonde foto’s. Deze verklaring komt in grote lijnen overeen met de verklaring die [naam 14] op 1 februari 2023 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. [naam 1] (hiervoor genummerd onder 1) is op 12 juli 2018 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan de Verenigde Staten als getuige gehoord. Hij heeft onder meer verklaard dat zijn vader 22.000,00 USD heeft betaald voor zijn reis, waarmee alles voor de reis vooraf al was betaald. [naam 1] heeft voor de reis zijn eigen paspoort gebruikt. Hij heeft ook een toeristenvisa gebruikt in Cambodja, Myanmar, Singapore, Laos en Indonesië. Hij heeft die visa van een man genaamd ‘ [alias 3] ’ gekregen. [verdachte] had de paspoorten van de groep in zijn beheer. Zij hadden zelf nooit de beschikking over de paspoorten, tenzij het nodig was om te reizen. [verdachte] heeft hem een foto laten maken voor zijn visum naar Myanmar. [verdachte] regelde altijd alles tijdens de reis. [verdachte] betaalde voor de tickets, de hotels en alle dagelijkse benodigdheden tijdens de reis. [verdachte] gaf ze 10,00 USD per dag in de lokale munteenheid. [naam 1] heeft verdachte herkend als voornoemde ‘ [alias 3] ’ op verschillende aan hem getoonde foto’s. De verklaring van [naam 1] bij de rechter-commissaris op 9 februari 2023 doet hieraan niets af. [naam 4] (hiervoor genummerd onder 4) is op 24 oktober 2018 als getuige gehoord. Hij heeft onder meer verklaard dat hij via-via in contact is gekomen met een man genaamd ‘ [alias 4] ’. [naam 4] heeft aan [verdachte] verteld dat hij naar Engeland wilde. Hier moest [naam 4] 20.000,00 USD voor betalen. Hij is eerst naar Dubai gevlogen, vanuit Dubai naar Thailand, vanuit Thailand naar Laos en vanuit Laos naar Vietnam. Er voegden zich op de verschillende locaties steeds meer mensen bij de groep. [verdachte] heeft de vliegtickets betaald. [verdachte] regelde de visa, hield de paspoorten bij zich als hij de visa regelde en gaf de paspoorten weer terug als ze op een vliegveld waren. [verdachte] heeft een Engels visum geregeld voor hem. Hij heeft zijn Eritrese paspoort aan hem gegeven en toen hij het paspoort terug kreeg zat er een Engels visum bij. Dit bleek later een vals visum te zijn. [verdachte] hield de telefoons van de groep bij zich. [verdachte] regelde ook het verblijf in de hotels en gaf iedereen 10,00 USD per dag om van te leven. De anderen uit de groep hebben ook ieder een bedrag van 20.000,00 of 22.000,00 USD betaald. Hij zou met in totaal negen mensen naar Engeland vliegen, maar hen is de toegang geweigerd in Vietnam. [naam 4] heeft verdachte herkend als voornoemde ‘ [alias 4] ’ op verschillende aan hem getoonde foto’s. De raadsman heeft nog aangevoerd dat deze getuige bij de rechter-commissaris op onderdelen een wezenlijk andere verklaring heeft afgelegd, zodat geen van beide verklaringen bruikbaar is voor bewijs. De rechtbank volgt de raadsman daarin niet. De rechtbank laat de verklaring van de getuige bij de rechter-commissaris buiten beschouwing aangezien deze verklaring tot stand lijkt te zijn gekomen in een overspannen sfeer waarin tussen getuige, rechter-commissaris en raadsman de nodige irritaties zijn ontstaan. Er zijn aanwijzingen dat deze irritaties in combinatie met de persoon en de gedragskenmerken van de getuige tot “kortsluiting” bij de getuige heeft geleid. Reden om deze verklaring buiten beschouwing te laten. Voor de bij de KMar afgelegde verklaring geldt dat niet. Die verklaring is bovendien consistent en stemt overeen met de verklaringen van andere gehoorde getuigen en overige informatie die over deze smokkel beschikbaar is. Daarom kan deze verklaring naar het oordeel van de rechtbank gebruikt worden voor het bewijs. Ten aanzien van feit 2: Malediven 2017 Op 28 oktober 2017 heeft de Immigration Liaison Officer (ILO) in Dubai van luchtvaartmaatschappij [bedrijf 1] informatie ontvangen over een mogelijk smokkelincident op 24 oktober 2017 op de luchthaven van Male in de Malediven. Verdachte zou betrokken zijn geweest bij de smokkel van tien Eritreeërs, allen komende vanuit Khartoem (Soedan) via Dubai. Op het vliegveld van Male werd op die dag acht Eritreeërs de toegang tot de Malediven geweigerd, omdat zij met vervalste Oost-Timorese paspoorten toegang probeerden te krijgen. Gebleken is dat zij hun eigen Eritrese paspoorten hebben gebruikt om vanuit Khartoem naar Dubai te reizen, en vanuit Dubai met de valse paspoorten zijn doorgereisd naar Male. Op diezelfde vlucht van [bedrijf 1] zaten ook twee andere personen met Oost-Timorese paspoorten en daarnaast een Nederlander. Dit bleek verdachte te zijn. De hele groep is teruggestuurd naar Dubai en daar overgedragen aan de immigratiedienst. De tien personen waren allen in het bezit van een vervalst Oost-Timorees paspoort. Van acht personen zijn aan de hand van hun Eritrees paspoort de persoonsgegevens vastgesteld als: [naam 7] , geboren op [geboortedatum 8] 1991 te [geboorteplaats 8] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 1] ; [naam 13] geboren op [geboortedatum 14] 1989 te [geboorteplaats 14] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 2] ; [naam 16] geboren op [geboortedatum 17] 1981 te [geboorteplaats 17] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 3] ; [naam 17] geboren op [geboortedatum 18] 1993 te [geboorteplaats 18] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 4] ; [naam 18] geboren op [geboortedatum 19] 1986 te [geboorteplaats 19] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 5] ; [naam 19] geboren op [geboortedatum 20] 1984 te [geboorteplaats 20] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 6] ; [naam 20] geboren op [geboortedatum 21] 1994 te [geboorteplaats 21] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 7] ; [naam 21] geboren op [geboortedatum 22] 1991 te [geboorteplaats 22] met een Eritrees paspoort [paspoortnummer 8] . Van twee personen konden geen persoonsgegevens worden vastgesteld, omdat zij niet over een Eritrees paspoort beschikten. Het betreft de volgende personen: 9. [naam 22] geboren op [geboortedatum 23] 1989, alleen in het bezit van een vervalst Oost-Timorees paspoort met het nummer [paspoortnummer 9] ; 10. [naam 23] geboren op [geboortedatum 24] 1990, alleen in het bezit van een vervalst Oost-Timorees paspoort met het nummer [paspoortnummer 10] . Er is middels een Europees Onderzoeksbevel (EOB) een rechtshulpverzoek uitgegaan naar het Verenigd Koninkrijk om de persoonsgegevens van deze twee personen alsnog te achterhalen. Uit deze informatie is gebleken dat de personen die bekend zijn onder de namen [naam 22] en [naam 23] later wederom betrokken zijn geweest bij een smokkelincident in Kroatië in 2018. De daadwerkelijke persoonsgegevens van deze personen blijken te zijn: 9. [naam 38] , geboren op [geboortedatum 25] 1991 te [geboorteplaats 23] , reizend met een vals Oost-Timorees paspoort op de naam van [naam 22] ; 10. [naam 36] , geboren op [geboortedatum 26] 1991 te [geboorteplaats 24] , reizend met een vals Oost-Timorees paspoort op de naam van [naam 23] . De paspoorten en visa van de personen 1 tot en met 8 zijn onderzocht door een documentdeskundige van de KMar. De Oost-Timorese paspoorten van voornoemde personen genummerd onder 1 tot en met 8 bleken op basis van de afwijkende kenmerken op de personaliabladzijde allen vals of vervalst te zijn. De Eritrese paspoorten die deze personen ook bij zich hadden bleken allemaal echt. [naam 38] (hiervoor genummerd onder 9) is op 23 januari 2019 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk als getuige gehoord. Hij heeft onder meer verklaard dat hij door een persoon die hij kent als ‘ [alias 5] ’ succesvol naar het Verenigd Koninkrijk is gesmokkeld in 2018, maar ook eens eerder is gesmokkeld door dezelfde reisagent ‘ [alias 5] ’. Dit was een soortgelijke smokkelroute als de route in 2018, maar die keer in 2017 was niet succesvol. Hij heeft een Oost-Timorees paspoort onder de naam [naam 22] van [alias 5] gekregen in Khartoum. Hij heeft een foto voor het paspoort naar zijn broer gestuurd en zijn broer heeft deze foto naar [alias 5] gestuurd. De afspraak was om hem naar een veilig Europees land te brengen. De eerste smokkelreis was gestart vanuit Khartoem in oktober 2017. Zijn broer kende deze man en heeft hiervoor 8.000,00 USD aan [alias 5] betaald. Ze waren met een groep van tien personen. Ze stapten over in Dubai en kwamen aan in een ander land, waarna ze weer terug werden gestuurd naar Dubai. [naam 38] heeft verdachte herkend als voornoemde ‘ [alias 5] ’ op verschillende aan hem getoonde foto’s. [naam 36] (hiervoor genummerd onder 10) is op 24 januari 2019 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk als getuige gehoord. Hij heeft onder meer verklaard dat, voordat hij succesvol naar het Verenigd Koninkrijk is gesmokkeld in 2018, hij ook een keer eerder in 2017 is gesmokkeld, maar dat die keer niet succesvol was en hij toen is teruggegaan. Dit was met dezelfde reisagent ‘ [alias 5] ’. Hij was met een groep van tien personen, exclusief [alias 5] . De groep kwam samen op het vliegveld in Soedan. Het was de bedoeling om naar Europa te reizen. Zijn nicht heeft 8.000,00 USD betaald voor de reis. De reizen van 2017 en 2018 waren hetzelfde. Hij heeft het Oost-Timorese paspoort, dat hij ook heeft gebruikt in 2018, voor het eerst gekregen in 2017 bij de eerste reis. [alias 5] heeft dit paspoort aan hem gegeven. [alias 5] hield dit paspoort bij zich tijdens de reis. [alias 5] voerde altijd het woord. [alias 5] voorzag in hun basisbehoeften en betaalde voor hun eten en drinken. [naam 36] heeft verdachte herkend als voornoemde ‘ [alias 5] ’ op de aan hem getoonde foto’s. Ten aanzien van feit 3: Kroatië / Verenigd Koninkrijk 2018 Naar aanleiding van het smokkelincident van 24 oktober 2017 (feit 2) is verdachte – om zicht te krijgen op de reisbewegingen van verdachte en eventuele nieuwe smokkelincidenten – op 16 april 2018 onopvallend gesignaleerd in het Schengen lnformatie Systeem (SIS). Naar aanleiding van deze SIS-signalering is een bericht binnengekomen van de grenspolitie van Kroatië. Zij zouden een ‘hit’ hebben op de naam van verdachte. Uit deze hit bleek dat verdachte op 10 mei 2018 op de luchthaven van Zagreb is gecontroleerd in het gezelschap van drie personen: [naam 22] , [naam 24] en [naam 23] . De vier mannen zijn vanuit Doha (Qatar) met [bedrijf 2] gevlogen naar Zagreb. Zij zouden tien dagen in Zagreb in een hostel verblijven voor een toeristisch bezoek. De camerabeelden van het vliegveld van Zagreb van 10 mei 2018 zijn bekeken. Op de beelden zijn de vier personen herkend als: [naam 23] (later blijkt dit te zijn: [naam 36] ), [naam 24] (later blijkt dit te zijn: [naam 37] ) en [naam 22] (later blijkt dit te zijn: [naam 38] ) samen met verdachte. Zij hebben direct contact met elkaar en vormen een groep. Verdachte blijft bij de controlepost staan, heeft papieren in de hand en te zien is dat om de beurt de drie mannen bij hem komen om zich te laten controleren. Verder is te zien dat [naam 23] ( [naam 36] ) en [naam 22] ( [naam 38] ) een T-shirt dragen waarop staat “Timor Leste Travel”. Op 14 mei 2018 is naar aanleiding van de onopvallende signalering een nieuw bericht binnengekomen dat [naam 36] , [naam 37] en [naam 38] op 14 mei 2018 vanaf het vliegveld in Split (Kroatië) zijn gevlogen naar London Luton (Verenigd Koninkrijk). Tevens is gebleken dat verdachte op l5 mei 2018 vanaf het vliegveld van Zagreb (Kroatië) naar Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) is gevlogen. De camerabeelden van het vliegveld van Split van 14 mei 2018 zijn vervolgens bekeken. Hierop zijn de vier mannen, waaronder verdachte, wederom herkend. Te zien is dat zij gezamenlijk de luchthaven van Split betreden. Te zien is dat verdachte, [naam 36] , [naam 37] en [naam 38] contact hebben met een vrouw (geïdentificeerd als [naam 25] ). [verdachte] overhandigt wat papieren aan [naam 25] en zij begeleid vervolgens [naam 36] , [naam 37] en [naam 38] naar de controlepost voor vertrek. [naam 25] overhandigt vervolgens wat papieren weer aan verdachte, waarna zij samen de luchthaven verlaten. [naam 25] heeft later verklaard inderdaad verdachte en drie mannen te hebben geholpen met het inchecken van de drie mannen voor een vlucht naar Londen. [naam 25] heeft dit bevestigd bij het verhoor door de rechter-commissaris. Naar aanleiding van een EOB aan het Verenigd Koninkrijk en Kroatië én de camerabeelden op de luchthavens Zagreb en Split in Kroatië is gebleken dat de drie mannen, die gebruik maakten van de valse Oost-Timorese paspoorten, asiel hebben aangevraagd in het Verenigd Koninkrijk en opgegeven hebben te zijn: [naam 36] , geboren [geboortedatum 26] 1991, Eritrees staatsburger, gebruik makend van het valse/vervalste Oost-Timorese paspoort op naam van [naam 23] ; [naam 37] , geboren [geboortedatum 27] 1984, Eritrees staatsburger, gebruik makend van het valse/vervalste Oost-Timorese paspoort op naam van [naam 24] ; [naam 38] , geboren [geboortedatum 25] 1991, Eritrees staatsburger, gebruik makend van het valse/vervalste Oost-Timorese paspoort op naam van [naam 22] . De vliegtickets van voornoemde drie personen en verdachte voor de vlucht van Doha (Qatar) naar Zagreb (Kroatië) zijn contant betaald en geboekt bij dezelfde reisagent op 9 mei 2018. Uit onderzoek van de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk blijkt dat op 13 mei 2018 de vlucht voor voornoemde drie personen is gereserveerd van Split naar London Luton met vertrekdatum l4 mei 2018. De boeking voor deze vliegtickets is contant betaald en gedaan op naam van [naam 22] , de alias van [naam 38] . Daarnaast blijkt dat het telefoonnummer van verdachte op het moment van de boeking van de vliegtickets op 13 mei 2018, gebruik heeft gemaakt van dezelfde zendmasten in de directe omgeving van de luchthaven van Split. Bij het smokkelincident in 2018 in Bosnië-Herzegovina (feit 4) zijn er reserveringsbewijzen voor vluchten bij verdachte aangetroffen op naam van [naam 24] , [naam 22] en [naam 23] (de aliassen van [naam 36] , [naam 37] en [naam 38] ). Er zitten diverse taal/schrijffouten in verwerkt en het is bekend dat bovenstaande vluchten geen doorgang hebben gevonden voor [naam 36] , [naam 37] en [naam 38] , aangezien ze op 15 mei 2018 direct bij aankomst asiel in het Verenigd Koninkrijk hebben aangevraagd. De vluchten zien op een vlucht van Londen naar Singapore op 18 mei 2018, van Singapore naar Dili (Oost-Timor) op 19 mei 2018, van Zagreb naar Doha op 20 mei 2018 en daarna direct weer op 20 mei 2018 een vlucht van Doha naar Denpasar (Bali). Gebleken is dat het technisch gezien niet mogelijk is om op 19 mei 2018 naar Dili te vliegen en een dag later vanaf Zagreb naar Denpasar. [getuige] is op 24 januari 2019 naar aanleiding van een EOB aan Kroatië als getuige gehoord. Zij is eigenaresse van een toeristenbureau in Split. Zij heeft verdachte herkend als ‘ [verdachte] ’. Hij heeft bij haar in mei 2018 een appartement voor zichzelf geboekt, waarna hij nog een appartement voor drie iets donkerder getinte mannen heeft bijgeboekt, voor twee dagen in Split. Verdachte heeft hier contant voor betaald. De verklaring van [getuige] bij de rechter-commissaris laat deze verklaring in stand. [naam 36] (hiervoor genummerd onder 1) is op 24 januari 2019 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk als getuige gehoord. Hij heeft onder meer verklaard dat zijn nicht voor hem 8.000,00 USD heeft betaald voor de reis aan een reisagent. De reisagent kent hij als ‘ [alias 5] ’. [alias 5] belde hem en vertelde hem wanneer hij naar het vliegveld moest komen. Hij kende [alias 5] nog van de eerdere smokkelreis uit 2017. Hij was in 2018 met [naam 37] en [naam 38] , waarvan hij de achternaam niet weet. [alias 5] heeft voor het hotel betaald en zorgde voor eten en drinken. Hij heeft het Oost-Timorese paspoort van [alias 5] gekregen. Hij heeft voor dit paspoort een foto van zichzelf naar zijn nicht gestuurd. Hij heeft dit paspoort voor het eerst gekregen in 2017, bij de eerste smokkelreis. Hij heeft dit paspoort in 2018 weer van [alias 5] gekregen. [alias 5] hield het paspoort bij zich tijdens de reis, als zij het nodig hadden gaf hij het paspoort weer terug. Zij volgden [alias 5] . [alias 5] deed overal het woord. Hij heeft zichzelf, [naam 37] , [naam 38] en [alias 5] herkend op de camerabeelden van Zagreb en Split. Hij heeft het T-shirt met de tekst ‘Timor Lest Travel’ van [alias 5] gekregen toen ze aan de reis begonnen in Soedan in 2018. De groep is zonder [alias 5] naar het Verenigd Koninkrijk gevlogen. Zij hebben het Oost-Timorese paspoort verscheurd en weggegooid op de vlucht naar het Verenigd Koninkrijk. [alias 5] had hen verteld dat zij dit moesten doen. [naam 37] (hiervoor genummerd onder 2) is op 20 december 2018 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk als getuige gehoord. Hij heeft zichzelf, [naam 36] , [naam 38] en [alias 5] herkend op de camerabeelden van Zagreb en Split. De man die hij kent als ‘ [alias 5] ’ was hun gids. Hij is in contact gekomen met [alias 5] via zijn neef. Hij heeft 8.000,00 USD betaald voor de reis. [alias 5] had gezegd dat hij ze overal in Europa kon brengen, maar ze wilden graag naar het Verenigd Koninkrijk. [alias 5] is met hun meegereisd naar Kroatië en sprak met de immigratiebeambten bij de grenscontroles. [alias 5] was verantwoordelijk voor de documenten en hield deze bij zich. [alias 5] bracht ze alle noodzakelijke dingen, zoals eten en drinken, en boekte de accommodaties en verdere reizen. Hij heeft een Oost-Timorees paspoort gebruikt met de valse identiteit van [naam 24] . Hij heeft dit paspoort van [alias 5] gekregen. Hij heeft [alias 5] in Khartoem betaald en zijn naam doorgegeven, [alias 5] vertrok daarna en regelde het paspoort. Zij hebben het Oost-Timorese paspoort verscheurd en weggegooid in het vliegtuig onderweg naar het Verenigd Koninkrijk. [alias 5] had hen verteld dat zij dit moesten doen en is zelf niet meegereisd naar het Verenigd Koninkrijk. [alias 5] heeft ervoor gezorgd dat ze naar het Verenigd Koninkrijk konden en behandelde hen goed. [naam 37] heeft verdachte herkend als voornoemde ‘ [alias 5] ’ op een aantal van de aan hem getoonde foto’s. [naam 38] (hiervoor genummerd onder 3) is op 23 januari 2019 naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan het Verenigd Koninkrijk als getuige gehoord. Hij heeft onder meer verklaard dat, voordat hij succesvol naar het Verenigd Koninkrijk is gesmokkeld in 2018, hij een keer eerder is gesmokkeld door dezelfde reisagent ‘ [alias 5] ’. Zijn broer kende [alias 5] en heeft contact met hem opgenomen. Zijn broer heeft 8.000,00 USD aan [alias 5] betaald voor de reis. Zijn reisgenoten hebben hem ook verteld dat ze eenzelfde bedrag moesten betalen. Dit was voor de hele reis inclusief alles. Hij is in april 2018 uit Soedan vertrokken, waarna ze naar drie of vier landen zijn gegaan. Hij heeft het Oost-Timorese paspoort onder de naam [naam 22] van [alias 5] gekregen in Khartoum. Hij weet niet hoe [alias 5] hier aan is gekomen. [alias 5] hield het paspoort bij zich en gaf het aan [naam 38] bij de grenscontrole. [alias 5] regelde de hotels en gaf ze drie keer per dag te eten. [alias 5] behandelde hen goed. [alias 5] sprak ook met de grensbeambten. [alias 5] boekte de accommodaties en verdere reizen. Hij was met [naam 36] en [naam 37] . Hij heeft zichzelf, [naam 36] , [naam 37] en [alias 5] herkend op de camerabeelden van Zagreb en Split. In Khartoem heeft hij een T-shirt met een vlag en opdruk van [alias 5] gekregen, hierop stond hetzelfde land als op het paspoort. Toen ze naar het laatste land gingen zei [alias 5] dat hij dit T-shirt moest dragen. Het Oost-Timorese paspoort heeft hij vernietigd in het vliegtuig, omdat [alias 5] hem waarschuwde dat de autoriteiten niet moesten ontdekken hoe ze gereisd hebben. Uit onderzoek is gebleken dat [naam 38] en [naam 36] betrokken zijn geweest bij een smokkelincident in 2017 op de Malediven waar verdachte ook bij aanwezig was (feit 2). Ten aanzien van feit 4: Bosnië-Herzegovina 2018 Op grond van de eerder genoemde SIS-signalering is op maandag 9 juli 2018 vanuit lnterpol Sarajevo een bericht binnengekomen dat de grenspolitie van Bosnië-Herzegovina op 3 juli 2018 op de luchthaven van Sarajevo een persoon heeft gecontroleerd en geweigerd. Dit betrof [naam 16] . Vastgesteld werd dat [naam 16] een vals Oost-Timorees paspoort in haar bezit had op naam van [naam 26] . Zij reisde met een groep van negen personen samen met verdachte. Op basis van de SIS-signalering op [naam 16] bestond voor de grenspolitie het vermoeden dat sprake was van een mensensmokkelsituatie. Daarnaast had de grenspolitie meerdere indicaties om aan te nemen dat de Oost-Timorese paspoorten van de groep vals waren. Uit nader onderzoek blijkt dat op 3 juli 2018 een groep van in totaal tien personen probeerde Bosnië-Herzegovina te betreden, waarbij negen personen zich met valse Oost-Timorese paspoorten hebben geïdentificeerd. Verdachte heeft zich geïdentificeerd met zijn Nederlandse paspoort. De groep was vanuit Kathmandu (Nepal) met een tussenstop in Doha (Qatar) doorgereisd naar Sarajevo. Verdachte heeft zich tijdens het incident aan de grenspolitie voorgesteld als de reisleider. Hij had de Oost-Timorese paspoorten in zijn bezit op dat moment. De grenspolitie had meerdere indicaties om aan te nemen dat de paspoorten vals waren, waaronder het feit dat het paspoort van [naam 29] op een datum was afgegeven, voordat hij volgens het paspoort geboren was. Hierdoor is de groep de toegang tot Bosnië-Herzegovina geweigerd. Zij werden allen teruggestuurd naar Doha. De negen personen waren allen enkel in het bezit van vervalste Oost-Timorese paspoorten en identificeerden zich als volgt: [naam 27] , geboren op [geboortedatum 28] 2012 te [geboorteplaats 25] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 11] ; [naam 28] , geboren op [geboortedatum 29] 2014 te [geboorteplaats 26] met Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 12] ; [naam 29] , geboren op [geboortedatum 30] 2016te [geboorteplaats 27] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 13] ; [naam 30] , geboren op [geboortedatum 31] 2010 te [geboorteplaats 28] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 14] ; [naam 31] , geboren op [geboortedatum 32] 1988 te [geboorteplaats 29] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 15] ; [naam 32] , geboren op [geboortedatum 33] 1992 te [geboorteplaats 30] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 16] ; [naam 33] , geboren op [geboortedatum 34] 1991 te [geboorteplaats 31] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 17] ; [naam 34] , geboren op [geboortedatum 35] 2013 te [geboorteplaats 32] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 18] ; [naam 26] , geboren op [geboortedatum 36] 1981 te [geboorteplaats 33] met vals Oost-Timorees paspoortnummer [paspoortnummer 19] . Van deze personen is de ware identiteit onbekend gebleven, behalve van [naam 26] . Op basis van de informatie van de SIS-signalering is bekend geworden dat het gaat om [naam 16] . Uit onderzoek is gebleken dat [naam 16] betrokken is geweest bij een smokkelincident in 2017 op de Malediven waar ook verdachte bij aanwezig was (feit 2). Door een expert op het gebied van valse documenten is onderzoek gedaan naar de echtheid van de negen aangetroffen Oost-Timorese paspoorten. Uit onderzoek naar de reeds genoemde verstrekte documenten is vastgesteld dat het in alle gevallen om valse paspoorten gaat, waarin de pagina met persoonsgegevens verwisseld is. Aan de hand van de foto's die zijn genomen van de inhoud van de betreffende valse Oost-Timorese paspoorten is een overzicht gemaakt van de reisbewegingen van deze personen. Op 20 juni 2018 zijn deze mensen vertrokken uit Dili (Oost-Timor), diezelfde dag kwam de groep aan in Kathmandu. Op 3 juli 2018 is de groep aangekomen in Sarajevo met een Nepalees visum op basis van een stempel of sticker in hun paspoort. De reisbewegingen van verdachte zijn in kaart gebracht middels een tijdlijn op basis van een onderzoek naar zijn financiële transacties. Gebleken is dat verdachte op 29 mei 2018 en 20 juni 2018 in Dili in Oost-Timor was, waarna hij op 20 juni 2018 in Kathmandu was, op 22 juni 2018 in Dubai en vervolgens weer op 2 juli 2018 in Kathmandu. De camerabeelden van het vliegveld van Sarajevo van 3 juli 2018 zijn bekeken. Op de beelden is te zien dat de tien personen een groep vormen en direct contact met elkaar hebben. Daarnaast is op de camerabeelden te zien dat verdachte voor de groep uit loopt en als eerste de paspoortcontrole nadert. Te zien is dat verdachte de groepsleden begeleid bij het loket. Wanneer zij door de grenspolitie apart worden genomen voert verdachte het woord. Op dinsdag 24 juli 2018 zijn in Sarajevo, Bosnië-Herzegovina, medewerkers van de grenspolitie aan de luchthaven van Sarajevo als getuigen gehoord. [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte met de groep bij haar aan de balie kwam. Verdachte was in het bezit van een Nederlands paspoort. Hij overlegde de negen Oost-Timorese paspoorten en wees de persoon aan wie bij welk paspoort hoorde, waarna hij die persoon naar voren riep. De groep stond achter hem als één gezamenlijke groep. [getuige 2] zag dat ze een Interpol-signaleringsmelding kreeg bij de persoonsgegevens van [naam 26] . Zij heeft daarop gevraagd of zij als toeristen zijnde ook hotels hadden geboekt in Sarajevo. Verdachte liet op zijn telefoon de gegevens zien van een boeking bij hotel [hotel] en de boeking van de terugvluchten van Sarajevo naar Kathmandu. Tijdens de controle is zij er achter gekomen dat de reservering bij hotel [hotel] nooit echt heeft bestaan en dat voornoemde terugvluchten gecanceld waren. Een medewerker van [bedrijf 2] vertelde haar dat dit enkele minuten geleden gebeurd was. [getuige 2] heeft verdachte toen nogmaals verzocht de retourtickets te laten zien, hetgeen hij weigerde. Ook heeft [getuige 2] gesproken met de medereiziger [naam 31] . Zij verklaarde dat ze verdachte niet echt kent, maar bij een reisbureau heeft leren kennen. Het viel [getuige 2] op dat de groep erg weinig bagage bij zich had. [naam 31] had vier kinderen mee, maar enkel een klein koffertje bij zich. Ook was de achternaam van een van de kinderen gespeld als ‘ [naam 35] ’ in plaats van ‘ [naam 22] ’ zoals op het paspoort. [getuige 3] heeft verklaard dat hij ter plaatse is gekomen nadat er was vastgesteld dat er iets niet klopte met de Oost-Timorese paspoorten. Verdachte beantwoordde de vragen als de groep iets werd gevraagd en bleef te allen tijde bij de groep. Verdachte verklaarde dat hij reisleider is van de groep en hen in die hoedanigheid naar Sarajevo heeft gebracht vanuit Kathmandu, waar hij ze had leren kennen. Hij zou ze voor 3.000,00 USD begeleiden bij een toeristische trip door Bosnië-Herzegovina. Verdachte kon niet vertellen wat ze gingen doen of bezichtigen. Er was naast verdachte nog één ander persoon die Engels sprak, [naam 31] . Zij keek steeds vragend naar verdachte toen zij contact had met [getuige 3] . [naam 31] vertelde dat ze verdachte had ontmoet in het vliegtuig. Bij het verhoor bij de rechter-commissaris is de getuige [getuige 3] bij zijn eerdere verklaring gebleven. 3.4.2. De bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde 3.4.2.1. De verklaring van verdachte Verdachte heeft op de terechtzitting van 8 oktober 2024 onder meer het volgende verklaard. Hij was een tourguide / reisleider. Het klopt dat hij met de voornoemde groepen mensen op de verschillende luchthavens is geweest. Verdachte voerde vaak het woord namens de groep waarmee hij was, omdat hij Engels sprak. Verdachte heeft geen reisbureau of kantoor. Verdachte werd voor deze reizen zelf benaderd door mensen, hij adverteert niet, hij kreeg zijn klanten door mond-op-mond reclame. Hij organiseerde deze reizen mede omdat hij deze mensen ook een beter leven gunt. Het klopt ook dat er personen meermalen met hem meegingen, waaronder [naam 36] en [naam 38] . De mensen uit de groepen moesten hem per persoon 5.000,00 USD betalen voor de hele reis. Verdachte ontkent valse / vervalste paspoorten voor de door hem begeleide groepen te hebben geregeld en te hebben geweten van die paspoorten. 3.4.2.2. Schakelbewijs Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen onder omstandigheden als steunbewijs (in de vorm van zogenaamd schakelbewijs) is toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit, zoals een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte (ook wel aangeduid als modus operandi). De rechtbank stelt vast dat uit de verklaringen van de verschillende gesmokkelde getuigen, de verklaringen van de verdachte én de overige bewijsstukken als opgenomen onder 3.4.1. volgt dat er sprake is van een specifieke modus operandi. Er bestaan op essentiële punten kenmerkende overeenkomsten in de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de verschillende incidenten van mensensmokkel – zoals tenlastegelegd onder 1, 2, 3 en 4 – hebben plaatsgevonden. Er lijkt hierbij sprake te zijn geweest van een jarenlange praktijk waarin verdachte meermalen groepen mensen via verschillende vluchten door Azië, met behulp van vervalste paspoorten, behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door verschillende Europese landen. In de eerste plaats geldt dat het in alle vier de gevallen gaat om mensensmokkel waarbij de gesmokkelden allen gebruik hebben gemaakt van een vals of vervalst paspoort. Daarnaast geldt dat de handelwijze van verdachte specifieke overeenkomsten vertoont binnen de getuigenverklaringen van de verschillende groepen gesmokkelden. Er is door de gesmokkelde getuigen verklaard dat zij meerdere reizen (door Azië) gemaakt hebben, vooraf hebben moeten (laten) betalen voor de reis en dat verdachte vervolgens alles voor de reis in orde maakte. Verdachte regelde de vliegtickets, de hotelverblijven, het dagelijks eten en drinken, gaf ze 10,00 USD per dag én zorgde ook dat ze een vals of vervalst paspoort voorhanden hadden voor de doorreis. Verdachte had daarnaast de controle over de paspoorten en telefoons van de gesmokkelden. Uit de verschillende processen-verbaal omtrent de waarnemingen op de verschillende vliegvelden is gebleken dat verdachte de groep begeleidde op de vliegvelden, het woord voerde namens de groep en fungeerde als groepsleider. Verdachte heeft zelf ook verklaard dat hij meereisde met de groep, de reisleider was en veelal het woord voerde, omdat hij Engels sprak. Zijn stelling dat de reizen een toeristisch karakter hadden, wordt door geen van de getuigen onderschreven, stemt niet overeen met de onderzoeksbevindingen, én is ook anderszins niet aannemelijk geworden. Er is dan ook sprake van een herkenbaar en gelijksoortig patroon – een kenmerkende modus operandi – te herkennen in de aan de verdachte verweten feiten. De bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de andere soortgelijke ten laste gelegde feiten zullen daarom per feit gebruikt worden als steunbewijs in de vorm schakelbewijs. 3.4.2.3. Betrouwbaarheidsverweer De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [naam 14] en [naam 1] en [naam 4] – ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde – en [naam 36] , [naam 38] en [naam 37] – ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde – onbetrouwbaar zijn en daarom niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat de beide getuigen [naam 1 en naam 14] en [naam 4] inconsistent hebben verklaard bij de rechter-commissaris ten aanzien van hun eerdere verhoren. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van voornoemde getuigen voldoende steun in de inhoud van elkaars verklaringen, de verklaring van verdachte zelf én de overige stukken in het dossier vinden (zie ook paragraaf 3.4.2.2.). De door de verdediging geschetste mogelijkheid dat de getuigen het verhaal (deels) hebben verzonnen is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden en wordt weersproken door de inhoud van de bewijsmiddelen. Met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam 4] heeft de rechtbank hiervoor in paragraaf 3.4.1. reeds een overweging opgenomen. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de verklaringen van de beide getuigen [naam 1 en naam 14] en [naam 4] bij de politie en de rechter-commissaris op essentiële punten overeenkomen. Voor zover sprake is van tegenstrijdigheden of inconsistenties in de verklaringen van de getuigen, zijn die van ondergeschikte aard en ook verklaarbaar door het tijdsverloop, de werking van het geheugen en in het geval van [naam 4] de specifieke omstandigheden tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris. De rechtbank verwerpt daarom het betrouwbaarheidsverweer van de verdediging. 3.4.2.4. Behulpzaam bij verschaffen van toegang of doorreis? De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte alle op de tenlastelegging vermelde personen behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot, of doorreis door verschillende Europese landen. Verdachte heeft daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft. De rechtbank acht op grond van de in 3.4.1. genoemde bewijsstukken bewezen dat verdachte de groepen tijdens de reizen heeft begeleid, met ze is meegereisd, ze heeft voorzien van (meerdere) vliegtickets, ze heeft (laten) voorzien van eten, hotels, zakgeld én zich hiervoor heeft laten betalen. Er is door meerdere getuigen ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten verklaard dat verdachte de gesmokkelden voorzag van een vals paspoort en/of visa, al dan niet foto’s hiervoor liet maken en de paspoorten en/of de visa overhandigde dan wel retourneerde aan de gesmokkelden. Ten aanzien van feit 4 blijkt uit de tijdlijn in het dossier dat verdachte op dezelfde dag als de groep vanuit Oost-Timor is gereisd naar Nepal, terwijl hij zelf heeft verklaard deze groep pas in Nepal te hebben ontmoet. Deze mensen hadden allen een vals Oost-Timorees paspoort voorhanden én een van de personen was eerder betrokken geweest bij het smokkelincident onder feit 2. Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank niet aannemelijk. Ook de verklaring van verdachte met betrekking tot alle feiten dat hij geen wetenschap had van de valse visa en paspoorten en de gesmokkelden hier ook niet van heeft voorzien acht de rechtbank tegen de achtergrond van de inhoud van het dossier onaannemelijk. De rechtbank is daarom ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte voor alle personen die zijn genoemd in de tenlastelegging heeft gezorgd dat de valse visa of paspoorten voorhanden waren. 3.4.2.5. Uit winstbejag behulpzaam geweest bij het verschaffen van verblijf? De rechtbank acht ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde niet bewezen dat verdachte uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het verschaffen van verblijf in een lidstaat van de Europese Unie, IJsland of Noorwegen of aan een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad. Het verblijf dat verdachte de gemokkelden al dan niet uit winstbejag heeft verschaft, betrof verblijf in Aziatische- en andere landen, die niet vallen onder de delictsomschrijving waarop de tenlastelegging ziet. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van dit onderdeel geheel vrijspreken. 3.4.2.6. Tezamen en in vereniging met een of meer anderen? De rechtbank is van oordeel dat het dossier ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Weliswaar kan verondersteld worden en zijn er aanwijzingen dat verdachte niet in alle onderdelen van de smokkeloperatie alleen handelde, maar uit het onderzoek blijkt onvoldoende ten aanzien van welke handelingen de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met een of meer anderen om de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten mede te plegen. De rechtbank zal verdachte daarom – ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten – vrijspreken van het onderdeel ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’. 3.4.2.7. Wetenschap ? De verklaring van verdachte dat hij ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde in alle gevallen geen wetenschap had van de intentie van de groep om naar voornoemde landen in de Europese door te reizen en/of zich de toegang tot die landen te verschaffen, terwijl die toegang en/of dat doorreizen wederrechtelijk waren, acht de rechtbank tegen de achtergrond van het gehele dossier – en in het bijzonder de onder 3.4.1. opgenomen bewijsmiddelen – niet aannemelijk geworden. De rechtbank is van oordeel – ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten – dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte steeds wist of althans ernstige redenen had te vermoeden dat de op de tenlastelegging vermelde personen wederrechtelijk naar of door een Europees land wilden reizen, terwijl die toegang en/of doorreis wederrechtelijk waren. 3.4.2.8. Voltooid delict ? Door de verdediging is aangevoerd dat er ten aanzien van de feiten onder 1, 2 en 4 geen sprake is geweest van een voltooid delict, maar enkel van een poging tot mensensmokkel. De gesmokkelden zijn niet in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland of een ander land als genoemd in de tenlastelegging terecht gekomen. Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad, is sprake van een voltooide mensensmokkel in de zin van artikel 197a Sr indien de handelingen van verdachte, gericht op de behulpzaamheid, die zien op de bestanddelen van artikel 197a Sr zijn voltooid. De rechtbank stelt ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde vast dat verdachte die handelingen gericht op de behulpzaamheid heeft voltooid. De rechtbank is derhalve – ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten – van oordeel dat er sprake is van een voltooide mensensmokkel. 3.4.2.9. Een beroep of gewoonte maken ? Nu verdachte tegen betaling en bij herhaling, zonder dat aannemelijk is geworden dat hij inkomsten uit andere bronnen genoot, groepen mensen afkomstig uit Eritrea, behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door een of meer in de tenlastelegging genoemd land(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.