RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/308094 / HA ZA 24-4 Vonnis van 23 oktober 2024 in de zaak van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid [eiseres] , gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij, advocaat: mr. V.L.M.J. Boitelle, tegen 1 [gedaagde 1] , wonend in [woonplaats 1] , 2. [gedaagde 2], wonend in [woonplaats 2] , 3. [gedaagde 3], wonend in [woonplaats 3] , gedaagde partijen, advocaat: mr. R.J. Postma. Eiseres zal hierna de Tennisvereniging worden genoemd. Gedaagden worden ieder afzonderlijk [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] genoemd, dan wel gezamenlijk [gedaagden] 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 13 december 2023 met producties 1 tot en met 24; de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 23; de brief van 29 februari 2024 waarbij partijen is medegedeeld dat er een mondelinge behandeling is bepaald; de mondelinge behandeling van 16 mei 2024, waarbij beide partijen hun standpunten aan de hand van spreekaantekeningen hebben toegelicht en waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is een datum vastgesteld voor het vonnis. 2Samenvatting 2.1. In deze zaak worden drie voormalig bestuursleden van de Tennisvereniging door de vereniging aangesproken. De Tennisvereniging vindt dat de drie ex-bestuursleden zodanig onzorgvuldig hebben gehandeld als bestuurders dat hen een ernstig persoonlijk verwijt valt te maken en zij daarom aansprakelijk zijn voor de door de vereniging geleden en nog te lijden schade. De bestuurders hebben een overeenkomst gesloten met een Roemeense aannemer die een nieuw clubhuis zou bouwen en de vereniging heeft 95% van de aanneemsom betaald zonder dat de aannemer met de bouw is begonnen. Uiteindelijk is de aannemer failliet gegaan zodat de vereniging de door haar betaalde bedragen kwijt is. 2.2. De rechtbank wijst de vordering af omdat de rechtbank vindt dat de bestuurders weliswaar onzorgvuldig hebben gehandeld maar niet zodanig onzorgvuldig dat hen een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank legt verderop in dit vonnis uit welke overwegingen tot dat oordeel hebben geleid. 3De feiten 3.1. Eiseres is een tennisvereniging met circa 160 leden in [vestigingsplaats] . De statuten, zoals gewijzigd bij notariële akte van 24 mei 2002, bepalen onder meer: “ TAAK EN BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR Artikel 10 (…) 3. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering bevoegd tot: c. het verrichten van rechtshandelingen waarvan de financiële betekenis òf onbepaald is òf een bij Huishoudelijk Reglement te bepalen bedrag te boven gaat.” 3.2. In het Huishoudelijk Reglement van de vereniging is, voor zover relevant, het volgende vermeld: “ Bestuur Artikel 9 Het bestuur van de vereniging wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van de statuten, gekozen uit de leden door de algemene vergadering en bestaat uit ten minste zeven personen. Het aantal bestuursleden is te allen tijde oneven, behoudens het bepaalde in artikel 9 sub 7 van de statuten. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter, de secretaris en de penningmeester, die meerderjarig moeten zijn, of door hun door het bestuur aan te wijzen plaatsvervangers, leden van het bestuur. Bij een uit zeven of meer leden bestaand bestuur kan de secretaris noch de penningmeester tevens de functie van vicevoorzitter vervullen: a. De bestuursleden worden gekozen voor een periode van twee jaar. Aftredende bestuursleden kunnen maximaal twee keer herkozen worden voor eenzelfde periode. De algemene ledenvergadering kan van het hiervoor bepaalde afwijken. b. Van het dagelijks bestuur kunnen hoogstens twee personen tegelijkertijd aftreden. Door het bestuur dient een rooster van het periodiek aftreden opgesteld te worden. c. (…) Commissies Art. 13 Het bestuur kan zich bij de uitoefening van zijn taak laten bijstaan door een aantal commissies. Iedere commissie zal bestaan uit tenminste drie leden, waaraan toegevoegd een lid van het bestuur. Laatstgenoemde heeft slechts een adviserende stem. (…) 8. De voorzitter, secretaris en penningmeester van het bestuur kunnen niet als lid van een commissie worden benoemd.” 3.3. Op 3 februari 2015 heeft een algemene ledenvergadering plaatsgevonden. De notulen van die vergadering vermelden onder meer: “ Bouwcommissie Bouwcommissie bestaat uit de volgende leden: (…) Deze groep heeft in een aantal bijeenkomsten de wensen, gedachten, ideeën m.b.t. de verbouw van de kantine geïnventariseerd wat resulteerde in eerste schetsen. Uiteindelijk leidde die tot uitwerking van een tweetal bouwtekeningen: één ingrijpende variant en één basisvariant. Er werd besloten 4 plaatselijke aannemers te vragen te offreren. (…) De 3 offertes zijn zojuist, 3 februari 2015 binnengekomen.” 3.4. Op 26 januari 2016 heeft een algemene ledenvergadering plaatsgevonden, waarbij de leden door middel van stemming hebben besloten tot de bouw van een nieuw (houten) clubhuis. Deze vergadering werd voorgezeten door [gedaagde 1] als voorzitter. 3.5. In die vergadering is verder ter sprake gekomen dat vier bestuursleden, waaronder [gedaagde 1] , aftredend en niet herkiesbaar waren. Omdat op dat moment slechts één functie kon worden ingevuld, heeft [gedaagde 1] zich bereid verklaard om ‘de lopende zaken het komende jaar nog te blijven doen.’ 3.6. Voor het onderzoeken naar de mogelijkheden van nieuwbouw van het clubhuis is een bouwcommissie ingesteld, aanvankelijk onder leiding van [naam 1] (aftredend bestuurslid) en [gedaagde 1] . 3.7. In de algemene ledenvergadering van 14 februari 2017 heeft [gedaagde 1] zich herkiesbaar gesteld. Zij is vervolgens unaniem herkozen als voorzitter van eiseres. 3.8. Op 19 april 2017 heeft een bijzondere algemene ledenvergadering plaatsgevonden waarop de financiering van het nieuw te realiseren clubhuis is besproken. Het voorstel van het bestuur, waarbij € 275.000 moest worden gefinancierd door middel van crowdfunding en een lening bij de bank, is met een ruime meerderheid van stemmen (41 voor, 2 tegen) aangenomen. 3.9. Op 25 september 2017 heeft Prima Blokhutten (de handelsnaam van SC Prima Holding SRL, gevestigd in Roemenië) een offerte uitgebracht aan de bouwcommissie voor een bedrag van € 153.974,- exclusief btw. De bestuurder en aandeelhouder van SC Prima Holding is een Nederlander, de heer [naam 2] . De offerte vermeldt onder meer: “Levertermijn in overleg begin 2018. Betalingscondities 50% bij de opdracht, 45% bij de levering van de goederen, 5% na oplevering van de kantine na [sic] alle tevredenheid van de klant.” 3.10. Op 15 november 2017 heeft de eerste aanbetaling aan van € 59.997,85 plaatsgevonden. De offerte is de dag daarna, op 16 november 2017, voor akkoord ondertekend door [gedaagde 1] en [gedaagde 3] . 3.11. Op 30 januari 2018 heeft de Tennisvereniging aan Prima Blokhutten een bedrag van € 24.776,03 betaald. 3.12. De Tennisvereniging heeft in februari 2018 een omgevingsvergunning voor de bouw van het nieuwe clubhuis aangevraagd bij de gemeente Raalte. 3.13. Het oorspronkelijke clubhuis is op 19 maart 2018 gesloopt. 3.14. Op 6 juni 2018 heeft de Tennisvereniging € 42.387,53 en € 33.911,13 aan Prima Blokhutten betaald. Ook heeft zij op die datum € 6.473,50 betaald voor meerwerk. 3.15. De omgevingsvergunning voor de bouw van het nieuwe clubhuis is op 11 juni 2018 verleend. Tegen de vergunningverlening is bezwaar gemaakt door een buurman van de Tennisvereniging, de heer [naam 3] . Tevens heeft [naam 3] schorsing van het besluit gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het besluit bij uitspraak van 9 juli 2018 geschorst. [naam 3] heeft zijn bezwaren in januari 2019 ingetrokken nadat met de Tennisvereniging overeenstemming was bereikt. 3.16. Prima Blokhutten heeft in februari 2019 een schadeclaim bij de Tennisvereniging ingediend van € 238.000,00, die zij later heeft bijgesteld naar € 60.000,00. 3.17. Op 18 maart 2019 heeft wederom een algemene ledenvergadering plaatsgevonden waarbij de leden aan de penningmeester en de kascommissie décharge hebben verleend. De notulen van deze vergadering vermelden voorts: “ Verslag kascommissie (…) Zij hebben de jaarcijfers gecontroleerd en daarbij m.n. naar de cijfers voor de nieuwbouw gekeken. De verplichtingen die aangegaan zijn hebben zij getoetst aan de begroting en alles in orde bevonden.” 3.18. Op 27 juni 2020 hebben enkele leden van de Tennisvereniging een brief aan het bestuur gezonden waarin zij – samengevat – meerdere zorgen hebben geuit over de situatie rond de bouw van het nieuwe clubhuis. 3.19. In de informatieve ledenvergadering van 24 september 2020 hebben de leden van de Tennisvereniging, mede op verzoek van de gemeente Raalte, besloten dat een externe adviescommissie zal worden aangezocht om advies uit te brengen over de ontstane situatie met Prima Blokhutten, de afronding van de relatie met Prima Blokhutten en het opstellen van een nieuw bouwplan. 3.20. S.C. Prima Holding SRL heeft in oktober 2020 haar activiteiten gestaakt. De Belastingdienst in Roemenië heeft het fiscale nummer van S.C. Prima Holding SRL op 1 oktober 2020 opgeheven omdat er zes maanden geen transacties meer binnen dit bedrijf hadden plaatsgevonden. 3.21. De onder punt 3.17 bedoelde adviescommissie heeft haar rapport op 22 juni 2021 uitgebracht. Het rapport vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende: “ [eiseres] heeft de situatie die ontstaan is m.b.t. de nieuwbouw van het clubhuis voornamelijk aan zichzelf te danken. (…) In het contract zijn zeer slechte financiële afspraken vastgelegd (…) Dus na levering van de materialen moet 95% van de aanneemsom al betaald zijn alvorens de daadwerkelijke bouw gestart wordt. Door deze afspraken heeft [eiseres] zich meteen volledig afhankelijk gemaakt van S.C. Prima Holding SRL, en daardoor zichzelf gelijk in een lastige positie gemanoeuvreerd en heeft men geen dwangmiddel meer richting S.C. Prima Holding SRL. [eiseres] heeft verzuimd de financiële situatie van S.C. Prima Holding SRL te controleren alvorens het contract te ondertekenen. S.C. Prima Holding SRL maakte nl. in 2017 al verlies en dat verlies is in de daaropvolgende jaren alleen maar groter geworden. Het bedrijf verkeerde in 2017 waarschijnlijk al in een slechte financiële positie. Gemeente Raalte heeft de aanvraag van de omgevingsvergunning niet zorgvuldig genoeg behandeld. (…) [eiseres] had medio 2018 S.C. Prima Holding SRL geen opdracht mogen geven voor het leveren van de goederen en het starten van de bouw. De omgevingsvergunning was nog niet door [eiseres] ontvangen en was niet onherroepelijk. (…) In het algemeen kan overigens wel gesteld worden dat de leden in de algemene ledenvergadering alerter en kritischer hadden moeten reageren richting het bestuur en het bestuur de leden zorgvuldiger had moeten informeren. Openheid en transparantie zijn sleutelwoorden in deze.” 3.22. Op de algemene ledenvergadering van 28 oktober 2021 is, nadat [gedaagden] hun functie hadden neergelegd, een nieuw dagelijks bestuur benoemd. 3.23. De Tennisvereniging heeft bij brief van haar advocaat van 29 december 2022 [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor schade op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. 4Het geschil 4.1. De Tennisvereniging vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat gedaagden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid op de voet van artikel 2:9 BW, dan wel op grond van onrechtmatig handelen als bedoeld in artikel 6:162 BW, hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens eiser voor de door eiser geleden en nog te lijden schade, en gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van die schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; II. gedaagden hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 dagen na de datum van het te wijzen vonnis; III. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de nakosten, voor zover deze ontstaan. 4.2. Gedaagden hebben de afwijzing van de vorderingen bepleit. 4.3. Op de standpunten van partijen wordt hierna – voor zover van belang voor de beoordeling van het geschil – verder ingegaan. 5De beoordeling 5.1. De Tennisvereniging heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd de stelling dat [gedaagden] zodanig onzorgvuldig hebben gehandeld dat hen daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het handelen van [gedaagden] is volgens de Tennisvereniging primair in strijd met artikel 2:9 BW en, subsidiair, met artikel 6:162 BW. De Tennisvereniging stelt als gevolg van het onzorgvuldige handelen van [gedaagden] schade te hebben geleden. Deze schade bestaat volgens de Tennisvereniging uit de aan de Prima Blokhutten betaalde bedragen zonder dat daar een tegenprestatie tegenover heeft gestaan, een bedrag aan declaraties van een advocaat die door [gedaagden] is ingeschakeld om juridische problemen met Prima Blokhutten op te lossen en de kosten van de bouw van een nieuw op te richten clubhuis. 5.2. [gedaagden] betwisten gemotiveerd dat hen een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. 5.3. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat op grond van artikel 2:9 BW elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke taakvervulling. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. Ingevolge artikel 2:9 lid 2 BW draagt elke bestuurder verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Aansprakelijkheid als bedoeld in dit artikel is echter pas aan de orde als sprake is van een te maken ernstig verwijt aan de betrokken bestuurder (Staleman/Van de Ven, HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:2017:ZC2243). Dit moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de activiteiten van de rechtspersoon, de informatie waarover de bestuurder beschikte of kon beschikken en het inzicht en de zorgvuldigheid die van een bestuurder mag worden verwacht die zijn taak behoorlijk vervult. De omstandigheid dat is gehandeld in strijd met statutaire bepalingen die de rechtspersoon beogen te beschermen, moet in dit verband als een zwaarwegende omstandigheid worden aangemerkt, die in beginsel de aansprakelijkheid van de bestuurder vestigt. Als de aldus aangesproken bestuurder echter feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat het gewraakte handelen in strijd met de statuten niet een ernstig verwijt oplevert, moet de rechter deze feiten en omstandigheden uitdrukkelijk in zijn oordeel betrekken (Berghuizer/Papierfabriek, HR 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7011). 5.4. Het kernverwijt dat de Tennisvereniging [gedaagden] maakt is – samengevat – dat zij op 16 november 2017 een onvolledige offerte hebben ondertekend voor de bouw van een nieuw clubhuis die niet als een reguliere overeenkomst van aanneming van werk kan worden gekwalificeerd. Daarnaast had de gemeente de vereniging, op het moment waarop de aannemingsovereenkomst werd aangegaan, nog geen omgevingsvergunning voor de bouw van het clubhuis verstrekt. In de aannemingsovereenkomst is met het oog op die situatie ten onrechte geen opschortende voorwaarde opgenomen. De Tennisvereniging heeft aan Prima Blokhutten substantiële (aan)betalingen gedaan terwijl daar geen tegenprestatie tegenover stond. Van het tekenen van de offerte noch van de betalingen aan de aannemer hebben [gedaagden] aan de (leden van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.