← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2024:5781

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.275589.23 (P) Datum vonnis: 7 november 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 mei 2024 en van 24 oktober

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.F. Klunder, advocaat in Heereveen, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel dat verdachte al dan niet samen met anderen in het openbaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (subsidiair). Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 8 augustus 2022 te [plaats], gemeente Steenwijkerland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, - voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of (met kracht) heeft geduwd en/of heeft gestoot (ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of - voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft getrapt en/of heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 8 augustus 2022 te [plaats], gemeente Steenwijkerland openlijk, te weten, op/aan de straat [adres], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door: - voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of (met kracht) te duwen en/of te stoten (ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of - voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te trappen en/of te schoppen. 3De bewijsmotivering De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte, zijn medeverdachten en [slachtoffer] op 8 augustus 2022 omstreeks 17.00 uur aanwezig waren op de [adres] in [plaats]. De rechtbank stelt eveneens vast dat er rond dat moment door meerdere personen geweld is gebruikt tegen [slachtoffer] en dat hij als gevolg van dat geweld letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan en er zijn meerdere getuigen gehoord. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan de vechtpartij en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde. De rechtbank acht dit niet wettig en overtuigend bewezen. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken. 4De schade van benadeelde De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft betrekking op het ten laste gelegde. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 5De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; schadevergoeding - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen. Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.M. Fluttert, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 november
  2. Buiten staat Mr. J.G.M. Fluttert en mr. N.J.C. Monincx zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.