RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11347362 CV EXPL 24-3276 PROCES-VERBAAL van de op 8 november 2024 te Enschede, deels via teams, gehouden mondelinge behandeling van de kantonrechter in de kortgedingprocedure tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. A.E.R.B. Snel, advocaat te Amsterdam, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mrs. F.R.G. Keijzer en N. Toeajeva, advocaten te Amsterdam. Tegenwoordig: mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter; R.B.M. Pillen, griffier. Na uitroeping van de zaak verschenen: namens [eiser], mw. [naam 1] (office manager), bijgestaan door mr. Snel; via teams: [gedaagde], vertegenwoordigd door zijn moeder mw. [naam 2], vergezeld van tolk mw. Wang, bijgestaan door mrs. Keijzer en Toerajeva; Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling uitspraak gedaan. 1De beslissing De kantonrechter: 1.
- veroordeelt [gedaagde] om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk 25 november 2024 te 09:00 uur de woning aan de [adres] beschikt over een functionerende cv-installatie met warmwatervoorziening op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00; 1.
- veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 25 november 2024 om 09:00 uur [eiser] exclusief de toegang tot het gehuurde te verschaffen met de daarvoor benodigde sleutels en verbiedt [gedaagde] om eigenmachtig [eiser] opnieuw de toegang tot het gehuurde te belemmeren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00; 1.
- veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een voorschot op de door [eiser] geleden en nog te lijden schade van € 750,00 per maand vanaf 1 oktober 2024, tot het moment dat [eiser] het volledig genot, dus inclusief warmwater en warmte, van het gehuurde heeft; 1.
- veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de onderzoekskosten aan de cv-ketel ad € 592,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, 31 oktober 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening; 1.
- veroordeelt [gedaagde] in de (na-)kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] gevallen op € 943,72, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het schriftelijk vonnis zijn voldaan; 1.
- Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 1.
- Wijst af het meer of anders gevorderde 2De gronden van de beslissing 2.
- Uit de aard van de zaak blijkt het spoedeisend belang. 2.
- Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er geen reden om aan te nemen dat de bodemrechter tot een ander oordeel zal komen ten aanzien van het voortduren van de huurovereenkomst na 1 oktober
- Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is voldoende komen vast te staan dat geen sprake is van een beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden. Productie 1 van de zijde van [gedaagde] stemt op geen enkele wijze overeen met de overige in het dossier bevindende processtukken. 2.
- [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld, aan de zijde van [eiser] gevallen tot een bedrag van € 943,72, te weten: € 136,72 aan explootkosten; € 130,00 aan griffierecht; € 543,00 aan salaris gemachtigde; € 134,00 aan nakosten, totaal € 943,
- Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 november
- Waarvan proces-verbaal, de kantonrechter, mr. A.M.S. Kuipers.