← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2024:6320

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08-952916-18 (P) Datum vonnis: 28 november 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1981 in [geboorteplaats 1] , ingeschreven in de BRP op het adres: [adres 1] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 oktober 2024, 8 oktober 2024 en 14 november 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie. Verdachte is niet op voornoemde terechtzittingen verschenen. Tijdens eerdere zittingen is verdachte wel verschenen (7 oktober 2019) of heeft hij zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigd raadsvrouw (29 september 2022). Daarom blijft sprake van een procedure op tegenspraak. 2De tenlastelegging De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 29 september 2022, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte alleen of samen met een ander of anderen: feit 1: hennep heeft geteeld op negen verschillende adressen; feit 2: elektriciteit heeft gestolen op acht verschillende adressen; feit 3: voorbereidingshandelingen heeft verricht gericht op de teelt van hennep door diverse stoffen en/of voorwerpen en/of voertuigen voorhanden te hebben; feit 4: heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband dat tot oogmerk had het plegen van hennepgerelateerde misdrijven. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019te Enschede en/of Dieren, gemeente Rheden en/of Almelo en/of Hengelo (O) en/ofAalten en/of Haaksbergen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(

  1. en)en/of alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,1 - in een pand gelegen aan de [adres 2] een hoeveelheid van (in totaal) 334 hennepplanten en/of delen daarvan en/of2 - in een pand gelegen aan de [adres 3] een hoeveelheid van 269 hennepplanten en/of delen daarvan en/of3 - in een pand gelegen aan de [adres 4] een hoeveelheid van 293 hennepplanten en/of delen daarvan en/of4 - in een pand gelegen aan de [adres 5] een hoeveelheid van 463 hennepplanten en/of delen daarvan en/of5 - in een pand gelegen aan de [adres 6] een hoeveelheid van 214 hennepplanten en/of delen daarvan en/of6 - in een pand gelegen aan [adres 7] een hoeveelheid van 278 hennepplanten en/of delen daarvan en/of7 - in een pand gelegen aan de [adres 8] een hoeveelheid van 158 hennepplanten en/of delen daarvan en/of8 - een pand gelegen aan de [adres 9] , een hoeveelheid van 68 hennepplanten en/of delen daarvan en/of9 - in een pand gelegen aan de [adres 10] een hoeveelheid van 185 hennepplanten en/of delen daarvan,althans (telkens) opzettelijk een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (telkens) (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2 hij op één meer tijdstippen in of omstreeks de periode van5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 te Enschede en/of Dieren, gemeente Rheden en/of Almelo en/of Hengelo (O) en/ofAalten en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeftweggenomen een hoeveelheid elektriciteit, te weten:1 - (ongeveer) 10.832 kWh (locatie [adres 2] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of2 - (ongeveer) 22.640 kWh (locatie [adres 3] ), geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV en/of3 - (ongeveer) 5.656 kWh (locatie [adres 4] ), geheel of ten dele toebehorende aan Coteq Netbeheer en/of4 - (ongeveer) 4.255 kWh (locatie [adres 5] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of5 - (ongeveer) 8.409 kWh (locatie [adres 6] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of6 - (ongeveer) 21.017 kWh (locatie [adres 7] ), geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV en/of7 - (ongeveer) 14.273 kWh (locatie [adres 9] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of8 - (ongeveer) 12.871 kWh (locatie [adres 8] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer,in elk geval (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, althans enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit, althans het weg te nemen goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 te Enschede en/of te Hengelo, gemeente. Hengelo (O) en/of (elders) in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten: in een garagebox gelegen aan [adres 11]- een aantal armaturen en/of- een (groot) aantal assimilatielampen (600 watt) en/of- een aantal schakelborden en/of- een (groot) aantal transformatoren-koper (600 watt) en/of- een aantal koolstoffilters en/of- een aantal slakkenhuizen (426 watt en/of 523 watt en/of 1200 watt)- een aantal temperatuurventilatieregelaars en/of- een aantal dompelpompen (550 watt en 900 watt) en/of- een aantal jerrycans groeimiddeldan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten een bedrijfsbus (merk Volkswagen, type Transporter en/of voorzien vanhet kenteken [kenteken 1] ), waarvan hij en zijn mededader(
  3. s)wist(
  4. en)of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten; 4.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 te Enschede en/of Hengelo (O) en/of Dieren, gemeente Rheden en/of Winterswijk en/ofAlmelo en/of Aalten en/of Haaksbergen en/of Raalte en/of te Huissen, gemeente Lingewaard en/of (elders) in Nederland, als oprichter en/of leider en/of bestuurder, althans als lid,heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten van verdachte en/of[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of[medeverdachte 3] en/of[medeverdachte 4] en/of[medeverdachte 5] ,welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten:- misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en/of onder C van de Opiumwet gegeven verbod, te weten het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit (telkens) betrekking had op een grote hoeveelheid van dat middel, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of- misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet, te weten het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in het derde en vijfde lid van artikel 11. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Inhoudsopgave 5. De inleiding 5 6. De bewijsmotivering 5 6.1 Het standpunt van de officier van justitie 5 6.2 Het oordeel van de rechtbank 5 6.2.1 De feiten die niet ter discussie staan 5 6.2.2 Feiten 1 en 2 6 6.2.3 Feit 3 28 6.2.4 Feit 4 30 6.3 De bewezenverklaring 32 7. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 34 8. De strafbaarheid van verdachte 35 9. De op te leggen straf of maatregel 35 9.1 De vordering van de officier van justitie 35 9.2 De gronden voor een straf of maatregel 35 10. De schade van benadeelden 37 10.1 De vorderingen van de benadeelde partijen 37 10.2 Het standpunt van de officier van justitie 38 10.3 Het oordeel van de rechtbank 38 10.4 Hoofdelijkheid 38 10.5 De schadevergoedingsmaatregel 39 11. De toegepaste wettelijke voorschriften 39 12. De beslissing 39 13. Bijlage bewijsmiddelen 43 5De inleiding Op 23 juli 2018 is door de districtsrecherche Twente een strafrechtelijk onderzoek opgestart onder de naam Arcadia. Het onderzoek richtte zich op het in een crimineel samenwerkingsverband bedrijfsmatig inrichten, onderhouden en exploiteren van hennepkwekerijen, het verhandelen van hennep en de mogelijke betrokkenheid van [verdachte] (hierna: [verdachte] ) en eventuele anderen daarbij. Door interceptie van telecommunicatiemiddelen, door middel van observaties en door het oprollen van meerdere hennepkwekerijen kwamen, naast [verdachte] , verschillende personen in beeld als potentiële verdachten. Die personen betreffen [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ), [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ), en de tweelingbroers [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ). Voor de leesbaarheid en begrijpelijkheid van het vonnis zal de rechtbank bij de bespreking van de feiten zowel verdachte als de medeverdachten telkens met hun naam aanduiden zoals hiervoor is weergegeven. De rechtbank wijst vandaag vonnis in de zaken van [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] . De kernvraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of en zo ja, op welke manier [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bij de aan hen ten laste gelegde feiten betrokken zijn geweest. Bij de beantwoording van deze vraag zal de rechtbank de door het Openbaar Ministerie gepresenteerde dossiers (een algemeen dossier, de zaaksdossiers en de persoonsdossiers van de verdachten) in hun totaliteit en in samenhang beoordelen. 6De bewijsmotivering 6.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich – op gronden zoals verwoord in haar schriftelijk requisitoir – op het standpunt gesteld dat de feiten 1 tot en met 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. 6.2 Het oordeel van de rechtbank 6.2.1 De feiten die niet ter discussie staan De rechtbank stelt allereerst een aantal algemene feiten en omstandigheden vast die bij de behandeling van de zaak niet ter discussie hebben gestaan. Telefoongebruik Voor de bewijsvoering komt het in belangrijke mate aan op de inhoud van tussen de verdachten gevoerde afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken. [verdachte] was, al jarenlang, de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 1] maakte al meer dan drie jaren gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Daarnaast had [medeverdachte 1] het telefoonnummer van zijn (toenmalige) echtgenote, te weten [telefoonnummer 3] , in gebruik. [medeverdachte 3] was de enige gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . [medeverdachte 5] had het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik. [medeverdachte 4] gebruikte het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . De rechtbank stelt tot slot vast dat [medeverdachte 2] de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] was ten tijde van de ten laste gelegde feiten. [medeverdachte 2] was de tenaamgestelde van dit telefoonnummer en in de afgeluisterde telefoongesprekken werd de gebruiker van dit telefoonnummer [alias 1] , [alias 2] of [medeverdachte 2] genoemd. Volkswagen Passat [verdachte] was op 8 april 2019 de kentekenhouder van een Volkswagen Passat voorzien van het kenteken [kenteken 2] (hierna: de Volkswagen Passat). [verdachte] maakte gebruik van deze auto. Ook [medeverdachte 1] gebruikte deze Volkswagen Passat. Zo werd hij op 16 april 2019 door het observatieteam waargenomen als de bestuurder van de Volkswagen Passat. Volkswagen Transporter [verdachte] was op 8 april 2019 de kentekenhouder van een Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 1] (hierna: de Volkswagen Transporter). De zijkant van deze bus was voorzien van het opschrift “ [eenmanszaak] , [telefoonnummer 1] ”. [verdachte] maakte zelf gebruik van deze bus. [medeverdachte 1] maakte ook veel gebruik van de Volkswagen Transporter. Daarnaast reden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in deze bus. [medeverdachte 4] maakte als bijrijder ook gebruik van deze bus. Limar Op 1 juli 2017 is [verdachte] de eenmanszaak [eenmanszaak] gestart. [verdachte] was daarnaast per 14 maart 2018 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf] BV. Actiedag Het onderzoek Arcadia leidde uiteindelijk tot een actiedag op 25 juni 2019, waarbij [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] werden aangehouden. Gedurende het onderzoek was reeds een aantal hennepkwekerijen opgerold. Op de actiedag en de dag erna werden op nog drie adressen hennepkwekerijen aangetroffen en opgerold. Ook hebben op diverse locaties doorzoekingen plaatsgevonden, waaronder in een garagebox gelegen aan [adres 11] . In deze garagebox troffen de verbalisanten een hoeveelheid hennepgerelateerde goederen aan. 6.2.2 Feiten 1 en 2 De rechtbank stelt hierna allereerst per adres de relevante feiten en omstandigheden ten aanzien van zowel de aangetroffen hennepkwekerij (feit 1) als de diefstal van de elektriciteit (feit 2) op dat adres vast. De rechtbank overweegt ten slotte waarom zij op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden tot conclusies komt en gaat vervolgens over tot de beantwoording van de bewijsvraag. 6.2.2.1 [adres 2] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 5 februari 2019 omstreeks 13:50 uur werd door de politie bij de woning gelegen aan de [adres 2] binnengetreden. De verbalisanten troffen een in werking zijnde hennepkwekerij aan in de woning. Er waren twee kweekruimtes. In kweekruimte 1 stonden 168 hennepplanten en in kweekruimte 2 stonden 166 hennepplanten. De stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd buiten de meter om afgenomen. Hiertoe waren de door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) stond op voornoemd adres ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA). Verklaring [naam 1] verklaarde bij de politie dat [verdachte] de hennepkwekerij in de woning aan de [adres 2] had geplaatst. [verdachte] maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [verdachte] gebruikte het huis. [naam 1] ontving hiervoor ongeveer € 1000,-- per maand van [verdachte] . [verdachte] regelde alles omtrent de opbouw en het onderhoud van de hennepkwekerij. In totaal waren er vier à vijf personen die [verdachte] hielpen, waaronder een persoon genaamd [medeverdachte 2] . Ook een persoon genaamd [naam 2] , die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , was betrokken bij de opbouw, de inrichting en het onderhoud van de hennepkwekerij. [naam 1] verklaarde dat [naam 2] reparaties verrichtte en opruimde in de kwekerij. Bij de inrichting van de hennepkwekerij had [naam 1] ook [verdachte] , die in zijn telefoon opgeslagen stond met het telefoonnummer [telefoonnummer 6] , gezien. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 6] bij respectievelijk [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] in gebruik waren. De rechtbank stelt derhalve vast dat waar [naam 1] in zijn verklaring over [verdachte] , [naam 2] en [verdachte] sprak, hij daarmee respectievelijk [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] bedoelde. Observaties en tapgesprekken Op 10 januari 2019 zag het observatieteam dat [verdachte] zijn Volkswagen Passat parkeerde aan de [adres 12] en dat hij met een grijze sporttas naar de [adres 2] liep. [verdachte] werd door een persoon de woning binnengelaten. Op 5 februari 2019 om 18:14 uur, enkele uren nadat de verbalisanten de woning aan de [adres 2] waren binnengetreden en de hennepkwekerij was ontdekt, hadden [verdachte] en [naam 1] telefonisch contact. [verdachte] zei tegen [naam 1] “Je moet direct naar huis komen. Ik weet niet wat er bij jou is gebeurd. Ze hebben het slot vervangen of ehh, ik weet het niet, want [verdachte] is naar boven en aar beneden gekomen en ze hebben een papier voor je aan de deur gehangen en hij heeft de deur geprobeerd te openen maar hij ging niet open (…) Ze hebben een papier voor je gelegd, maak daar maar een foto voor mij”. [naam 1] vroeg of [verdachte] geen foto had kunnen maken van het papier. [verdachte] antwoordde “ was weggegaan, hij werd bang, hij heeft niet langer kunnen blijven”. Om 19:22 uur, hadden [verdachte] en [naam 1] opnieuw contact. [naam 1] meldde “Het huis is ontdekt (…) Er hangt een papier aan de deur (…) Er staat opgeschreven dat het slot is vervangen in verband met Hennep ehhhh, melden bij de politie en (…) de woonplaats”. [verdachte] reageerde “O God. We hebben toch niets verkeerds gedaan, hoe is het dan ontdekt?”. Hierop antwoordde [naam 1] “Dat weet ik want ik heb op het nieuws gekeken en er stond ook niets. Er is zelfs geen geur in het huis”. [verdachte] vroeg aan [naam 1] hoe het huis in godsnaam was ontdekt. Hij vroeg zich af of [verdachte] iets misdaan had. [verdachte] zei tegen [naam 1] “Kijk, ik ben in het theehuis/café, kom maar naar [plaats 1] zodat ik je even kan spreken. We moeten weten wat je allemaal gaat vertellen en neem het papier mee, kom maar. (…) Man, om tien uur 's ochtends was [verdachte] nog thuis. Wat is er nou gebeurd?”. Ook [verdachte] en [medeverdachte 2] voerden telefoongesprekken op 5 februari 2019. Om 19:26 uur vertelde [verdachte] aan [medeverdachte 2] “Ja, het huis is ontdekt (…) we hebben het niet in het nieuws zien staan en [verdachte] was om half elf ’s ochtends vertrokken. Wie komt er allemaal bij [verdachte] langs?”. Op 6 maart 2019 werd door het observatieteam waargenomen dat de Volkswagen Transporter om 15:11 uur geparkeerd stond ter hoogte van het portiek voor de toegang tot de [adres 2] . Om 15:17 uur op voornoemde datum zagen de verbalisanten dat [medeverdachte 1] met plastic tassen de portiek van de [adres 2] binnenging. Even later werd gezien dat [medeverdachte 1] in de [adres 2] op een trap bij het raam aan het klussen was. Dactyloscopisch spoor Tijdens het ontmantelen van de hennepkwekerij op 5 februari 2019 werd een stuk folie met ducttape aangetroffen op een ruit in kweekruimte 1. Nadat de ducttape van het folie was verwijderd werden op de kleefzijde meerdere dactyloscopische sporen aangetroffen. Deze dactyloscopische sporen werden vergeleken met behulp van [naam 3] wat heeft geleid tot individualisatie van het spoor op de persoon [medeverdachte 2] . Tussenconclusie Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft uiteen gezet, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] betrokken is geweest bij de exploitatie van deze hennepkwekerij. [verdachte] was de persoon die de woning aan de [adres 2] in gebruik nam om een hennepkwekerij te plaatsen. [verdachte] was samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] betrokken bij de opbouw, de inrichting en het onderhoud van de hennepkwekerij. Daarnaast instrueerde [verdachte] de huurder van de woning, [naam 1] , naar de woning te gaan kort nadat de hennepkwekerij door de politie was ontmanteld, terwijl diezelfde [naam 1] van deze ontmanteling op dat moment nog niet op de hoogte was. [verdachte] vertelde hem wat te doen en ook dat ze moesten afspreken, zodat ze konden bespreken wat [naam 1] bij de politie kon verklaren. 6.2.2.2 [adres 3] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 6 februari 2019 werd in de woning gelegen aan de [adres 3] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In de woning bevond zich een kweekruimte met 269 hennepplanten. Deze hennepplanten waren ongeveer acht weken oud. Door een fraude-inspecteur werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Er werd een schakelbord voor het verdelen van de stroom aangetroffen. De zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en het deksel van de aansluitkast was verwijderd. De eigenaar van de woning was op dat moment [naam 4] , die de woning had verhuurd aan [naam 5] . Peilbakengegevens, observatie en tapgesprek Eén van de opsporingsmiddelen die door de politie is ingezet om de gangen van [verdachte] na te gaan is het gebruik van een peilbaken onder zijn Volkswagen Passat. Uit het overzicht van de bakengegevens komt naar voren dat de Volkswagen Passat van [verdachte] zich in de periode van 11 december 2018 tot en met 11 februari 2019 tenminste veertien keer op verschillende tijdstippen aan de [adres 3] bevond. Op 29 januari 2019 werd door het observatieteam waargenomen dat [verdachte] met een sporttas de portiek van het flatgebouw met de nummers [nummer 1] tot en met [nummer 2] aan de [adres 3] in liep. Op 5 februari 2019 had [verdachte] telefonisch contact met [medeverdachte 2] . In het gesprek vertelde [verdachte] aan [medeverdachte 2] dat hij in [plaats 2] bezig was en dat hij nog ongeveer drie uur bezig zou zijn. Gebruik van bijnaam ‘ [alias 3] ’ [verdachte] maakte gebruik van het e-mailadres [e-mailadres] . Ook had [verdachte] sms-contact met [medeverdachte 5] . In dat contact sloot [verdachte] zijn sms-berichten veelal af met de tekst “gr. [alias 3] ”. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat ‘ [alias 3] ’ de bijnaam is van [verdachte] . Getuige [getuige] was voorzitter van de Vereniging van Eigenaren van de woningen met de huisnummers [nummer 3] tot en met [nummer 4] aan de [adres 3] . Zij ging op 11 januari 2019 of op 12 januari 2019 langs aan de [adres 3] . De deur van de woning werd geopend door een man die zichzelf voorstelde als [alias 3] . Hij vertelde aan [getuige] dat iedereen hem zo noemde. Deze man kwam niet overeen met de foto op het kopie van het paspoort van de huurder die [getuige] had gezien. De persoon die [getuige] bij de woning had gesproken betrof een man van tussen de 30 en 40 jaren oud met een licht getinte huidskleur en van Turkse of Syrische afkomst. Deze persoon sprak goed Nederlands, echter wel met een buitenlands accent. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de persoon was die zich in de woning bevond op het moment dat [getuige] langsging. Tussenconclusie Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] betrokken is geweest bij de exploitatie van deze hennepkwekerij. Op het moment van aantreffen van de hennepkwekerij, op 6 februari 2019, waren de hennepplanten ongeveer acht weken oud. Hieruit concludeert de rechtbank dat de hennepkwekerij reeds in werking was toen [getuige] [verdachte] op 11 januari 2019 of 12 januari 2019 in de woning aan de [adres 3] trof. De Volkswagen Passat van [verdachte] stond in de periode van 11 december 2018 tot en met 11 februari 2019 regelmatig in de nabijheid van de woning, [verdachte] werd in de portiek van de woning waargenomen op het moment dat de hennepkwekerij al in werking was en [verdachte] meldde [medeverdachte 2] dat hij in Dieren aan het werk ging en een paar uur bezig zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier – mede gelet op het feit dat [verdachte] niet de eigenaar en niet de huurder van de woning in [plaats 2] was, maar destijds zelf woonachtig was in [plaats 3] – geen andere (aannemelijke) verklaring voor de frequente aanwezigheid van [verdachte] in de nabijheid van de hennepkwekerij. 6.2.2.3 [adres 4] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 18 april 2019 werd in de woning gelegen aan de [adres 4] een volledig (professioneel) ingerichte kweekruimte met 293 hennepplanten aangetroffen. De hennepplanten waren ongeveer vier weken oud. De stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen door middel van een illegaal aangebrachte aftakking. De deksel van de stijgleidingkast was opengebroken. [naam 6] (hierna: [naam 6] ) stond in de GBA ingeschreven als bewoner van voornoemd adres. Verklaring [naam 6] verklaarde bij de politie dat een persoon genaamd [verdachte] de woning gelegen aan de [adres 4] voor hem had geregeld. [verdachte] was de eigenaar van de hennepkwekerij in de woning en verzorgde de planten. Hij beschikte ook over een sleutel van de woning. Op de vraag van de politie wat [naam 6] over een telefoongesprek tussen zijn eigen telefoonnummer en het telefoonnummer [telefoonnummer 1] kon vertellen, verklaarde hij dat dit een gesprek met [verdachte] betrof. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat [verdachte] de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De rechtbank stelt, gelet op het voorgaande, vast dat waar [naam 6] verklaarde over [verdachte] , hij daarmee [verdachte] bedoelde. Aangetroffen sleutel Op de actiedag werd in de Volkswagen Passat een sleutel aangetroffen die op de centrale toegangsdeur paste van het appartementencomplex waarin het appartement [adres 4] gevestigd is. Tapgesprekken, observaties en peilbakengegevens Op 26 februari 2019 belde [verdachte] naar [medeverdachte 1] met de mededeling dat zij vast bij “[naam 6]” moesten beginnen. Op 18 maart 2019 belde [verdachte] met [naam 6] . [verdachte] vertelde in dit gesprek “ik heb de post al gelezen, er zit niets engs in de post, ze willen het gebouw en de gangen in om het alarm te vervangen en ook zullen ze waarschijnlijk bij jou, in de kamer, waar de wasmachine staat (…) maar ze zullen niet in de buurt komen van onze kamer”. [naam 6] antwoordde hierop “wat belangrijk is is dat er daar geen geur uitkomt op het moment dat iemand daar langs loopt”. Tijdens het politieverhoor erkende [naam 6] dat dit telefoongesprek betrekking had op de hennepkwekerij en op de geur van de hennepplanten. Op 21 maart 2019 om 14:33 uur vond opnieuw telefonisch contact tussen [verdachte] en [naam 6] plaats. [verdachte] zei in dit gesprek tegen [naam 6] dat hij nu naar [naam 6] toekwam. De Volkswagen Passat bevond zich ten tijde van dit gesprek aan de [adres 4] . Op 16 april 2019 om 16:39 uur belde [verdachte] met [medeverdachte 1] . [verdachte] gaf [medeverdachte 1] de opdracht om naar [plaats 4] te gaan “Ga naar [plaats 4] want ze moeten wel gebladerd worden en plaats de stokjes ook, geen probleem, laat ze maar later lang worden.” Op diezelfde dag om 17:24 uur nam het observatieteam waar dat [medeverdachte 1] met de Volkswagen Passat bij de [adres 4] arriveerde. [medeverdachte 1] pakte een zware vuilniszak en een Albert Heijn tas uit de Volkswagen Passat. Om 17:25 uur liep [medeverdachte 1] richting de [adres 4] alwaar de deur voor hem werd geopend en hij naar binnenliep. Om 17:50 uur liep [medeverdachte 1] de portiek uit. Hij sprak om 17:55 uur diverse mensen op straat aan om te vragen of hij mocht bellen met hun telefoon. Om 17:58 uur belde [verdachte] met [naam 6] . Hij meldde het volgende “Ik heb mijn broer erheen gestuurd om iets te doen en ehhhh, ze zijn allemaal naar de vierde verdieping gekomen en ze staan voor de deur aan te bellen/aan te kloppen. Ze hebben ook twee keer bij je aangebeld/aangeklopt.(…), waarop [naam 6] aan [verdachte] vroeg wie dat waren. [verdachte] antwoordde “De politie.(…) Mijn broer heeft de autosleutel en zijn telefoon in het huis vergeten. Je moet dus nu meteen naar huis gaan en kijk maar of er post is achtergelaten.” Om 18:05 uur nam het observatieteam waar dat [medeverdachte 1] bij de bushalte stond. Op 18 april 2019 om 11:16 uur, enkele uren na het binnentreden van de politie in de woning aan de [adres 4] , had [verdachte] telefonisch contact met [naam 6] . [naam 6] meldde dat ze waren gekomen en dat ze een bevel hadden om binnen te mogen treden. [naam 6] vroeg aan [verdachte] “En door het uitvallen/uitschakelen van de elektriciteit op straat kunnen ze niet ontdekken dat er vanuit dat ene gebouw veel elektriciteit is afgetapt?”. [verdachte] reageerde “Nee, nee, nee, dit kunnen ze niet, nee, we werken al zolang bij jou, dit is niet de eerste keer (…) hebben ze al onze spullen ingenomen?” [naam 6] antwoordde “Ze zeiden: "we gaan nu alles hier weghalen" (…) Ze zullen de planten weghalen of ... ze zijn tot nu toe aan het werk in het huis”. Hierop zei [verdachte] “Goed, je zou zeker naar hen toe moet gaan. Ze zullen een afspraak naar je sturen alleen om je te vragen en voordat je gaat moet je alles voorbereid hebben. Ze zullen je bijvoorbeeld vragen: "wie heeft dit voor je gedaan/gemaakt, hoe vaak heb je dit gedaan/gemaakt?" Ze zullen veel nadruk leggen op het woord "wie heeft het voor je gedaan/gemaakt", begrijp je? (…) je moet vertellen zoals ik je nu vertel, "ik wist niet exact wat dit was en zo maar ik had geld nodig dat ik naar mijn familie in Syrië wilde sturen" (…) En, en, en veel schulden stapelden zich bij mij op en ehhh, en ehhh ik precies, iemand is bij me geweest, houdt het maar bij een Marokkaan ehhh (…) als ze vragen "waar heb je hem leren kennen", bijvoorbeeld, noem maar natuurlijk een plaats die ver weg van onze gebieden ligt en ehhhh "ik heb hem in een theehuis/café leren kennen en hij vroeg mij een kamer aan hem te verhuren" en dit soort dingen en "ik heb met hem afgesproken dat het een kwestie zal zijn van iets van twee maanden en zo" (…) Ze zullen jou vragen: "wat is zijn naam?" Je geeft dan een naam die je zelf verzint en dezelfde naam wordt aangehouden, begrijp je hoe? (…) Je moet de naam niet steeds wijzigen”. Tussenconclusie De rechtbank stelt op grond van deze feiten en omstandigheden vast dat [verdachte] betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 4] . [verdachte] gaf [medeverdachte 1] opdracht om in voornoemde woning aan het werk te gaan, waarvan in ieder geval eenmaal op het moment dat de hennepkwekerij al in werking was, namelijk op 16 april 2019. Op die dag was [medeverdachte 1] de woning uit gevlucht, nadat de politie er had aangeklopt. [verdachte] bracht [naam 6] van dit nieuws op de hoogte en stuurde hem naar de woning om te kijken of de politie post had achtergelaten. [verdachte] kwam zelf ook in de woning. [verdachte] onderhield het contact met [naam 6] over de hennepkwekerij. Nadat de hennepkwekerij in de woning was opgerold, wilde [verdachte] van [naam 6] weten of alle spullen waren meegenomen en gaf hij duidelijke en uitgebreide instructies aan [naam 6] over hetgeen hij tegen de politie moest zeggen. 6.2.2.4 [adres 5] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 7 mei 2019 troffen verbalisanten in de woning gelegen aan de [adres 5] een in werking zijnde hennepkwekerij aan. In de woning bevonden zich twee kweekruimtes. In de woonkamer die was ingericht als kweekruimte 1 stonden 281 hennepplanten. In de slaapkamer die was ingericht als kweekruimte 2 stonden 182 hennepplanten. Er werd geconstateerd dat de stroomvoorziening illegaal werd afgenomen door middel van een illegale aftakking in de hoofdaansluitkast. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels waren hiertoe verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [naam 7] was de huurder van voornoemde woning. Aangetroffen sleutel [verdachte] werd op 25 juni 2019 aangehouden in een woning aan de [adres 13] . Tijdens de doorzoeking van die woning werd een sleutelbos aangetroffen met sleutels van de voordeur van de woning aan de [adres 5] . Tapgesprekken, observatie, peilbakengegevens en historische verkeersgegevens Op 27 maart 2019 voerde [verdachte] een telefoongesprek met een onbekend gebleven persoon. In dit gesprek vroeg de onbekend gebleven persoon aan [verdachte] of hij een arbeidscontract voor [naam 7] kon regelen. [verdachte] reageerde daarop dat hij het die avond zou klaarmaken. Op 8 april 2019 belde [medeverdachte 1] met [verdachte] en zei “Ik ben nu in het huis van het meisje. Wat wil je doen, de kamer en de woonkamer, alleen maar de woonkamer of alleen maar de kamer?” [verdachte] antwoordde “De kamer en de woonkamer”. Op 20 april 2019 werd door een onbekend gebleven persoon gebeld naar [verdachte] . [verdachte] vroeg de onbekend gebleven persoon in dit gesprek om 500 aan het meisje, [naam 7] , te geven. Op 24 april 2019 om 16:35 uur belde [verdachte] naar [medeverdachte 3] en gaf hij [medeverdachte 3] de volgende instructies: “Ik wil dat jullie iets van 20 kommen pakken en daarmee naar boven gaan. Laat hem ze horizontaal en verticaal bij elkaar leggen zodat … de man zit mij te bellen, zodat ik kan zien hoeveel stuks ik moet halen. Laat hem mij maar vertellen hoeveel stuks horizontaal en hoeveel stuks verticaal, in beide kamers. (…) [verdachte] weet wel. [medeverdachte 3] gaf de telefoon vervolgens door aan [verdachte] “Hier, heb je hem, hier is [verdachte].” Op diezelfde dag om 16:57 uur peilde het telefoonnummer van [medeverdachte 3] uit op een telefoonmast die hemelsbreed binnen 200 meter van de [adres 5] lag. De Volkswagen Transporter bevond zich op die dag tussen 17:00 uur en 17:24 uur aan de [adres 5] . Om 20:39 uur belde [verdachte] naar [medeverdachte 4] met de vraag op hoeveel stuks [medeverdachte 4] daar uit kwam. [medeverdachte 4] vertelde “de spullen liggen allemaal op de grond en we konden niet ehhh, we hebben een lading naar boven gebracht”. [verdachte] stelde dat het niet veel moeite was en dat het slechts twee minuten zou kosten. [verdachte] vertelde dat de man zat te wachten en zei “Ga jij maar snel samen met [medeverdachte 2] ”. Op 25 april 2019 om 13:27 uur belde [verdachte] naar [medeverdachte 2] met de vraag hoeveel stuks er besteld moesten worden. [medeverdachte 2] reageerde daarop dat [verdachte] er 440 moest bestellen. [verdachte] antwoordde “Goed, 450, is goed.”. Even later, om 13:33 uur, hadden [verdachte] en [medeverdachte 5] telefonisch contact. [verdachte] meldde dat het er 450 moesten zijn, waarop [medeverdachte 5] antwoordde dat hij het had opgeschreven. Om 14:59 uur belde [medeverdachte 1] met [verdachte] . [verdachte] wees [medeverdachte 1] erop dat hij het bord niet overdag mocht aansluiten, want “hoogstwaarschijnlijk is de reden geweest bij [naam 8] , die opgepakt werd, dat we het overdag hadden aangesloten”. 46 minuten voor voornoemd gesprek voerde [medeverdachte 1] een telefoongesprek met zijn andere telefoonnummer waarbij de mast aan de [adres 5] werd aangestraald. Op 26 april 2019 om 14:00 uur stuurde [medeverdachte 5] een sms-bericht aan [verdachte] “4uur bij mij gr”. Diezelfde dag om 14:24 uur belde [verdachte] naar [medeverdachte 3] en deelde hij mee “ , onze afspraak met de man is om vier uur, ik ga nu (…) je zult mij daar ontmoeten, ik wacht op je”. [medeverdachte 3] vroeg vervolgens naar het adres en [verdachte] zei dat [medeverdachte 3] vast richting [plaats 5] kon vertrekken en dat hij het adres zou sturen. Het telefoonnummer van [medeverdachte 3] straalde tijdens voornoemd gesprek aan op een telefoonmast aan de [adres 5] . Het observatieteam nam waar dat [verdachte] de Volkswagen Passat om 15:47 uur parkeerde bij het perceel [adres 14] . Om 16:14 uur straalde het telefoonnummer van [medeverdachte 3] aan op een telefoonmast die hemelsbreed op ongeveer 1,5 kilometer afstand van de woning aan de [adres 15] , waar [medeverdachte 5] woonde, stond. Op datzelfde moment belde [verdachte] naar [medeverdachte 3] om te vragen waar hij bleef, waarop [medeverdachte 3] zei dat hij voor de deur stond. Het observatieteam nam waar dat [verdachte] om 16:30 uur van perceel [adres 14] naar perceel [adres 15] reed. De achterbank en de kofferbak van de Volkswagen Passat waren op dat moment leeg. Om 16:39 uur reed [verdachte] weer weg met meerdere bruine dozen op zijn achterbank en in zijn kofferbak. Om 19:13 uur hadden [medeverdachte 3] en [verdachte] telefonisch contact. [medeverdachte 3] deelde aan [verdachte] mee dat de spullen naar boven waren gebracht. [verdachte] vroeg of de dozen open waren gezet, waarop [medeverdachte 3] antwoorde “Ja natuurlijk.” [verdachte] zei dat hij zuigers in zijn auto had liggen die hij in het busje moest zetten. Hij vroeg [medeverdachte 3] of er spullen in het busje lagen, waarop [medeverdachte 3] antwoordde dat er “transformatoren en zoiets” in het busje lagen. Het telefoonnummer van [medeverdachte 3] straalde aan op de telefoonmast aan de [adres 5] tijdens dit gesprek. Op 27 april 2019 om 14:15 uur meldde [medeverdachte 3] bij [verdachte] dat de kommen naar boven waren gebracht en dat ze nog bezig waren met het leggen van het zeil. [medeverdachte 3] zei tegen [verdachte] “Voor het geval dat er iets gebeurd, dat we dan niet alle vier tegelijkertijd beneden zouden zijn/niet alle vier tegelijkertijd opgepakt worden.” [verdachte] vroeg aan [medeverdachte 3] of zij er 450 naar boven hadden gebracht. [medeverdachte 3] bevestigde dit en vertelde “en meer zelfs”. Het telefoonnummer van [medeverdachte 3] straalde ten tijde van dit gesprek aan op een mast die 200 meter van de [adres 5] verwijderd was. Om 14:23 uur straalde het telefoonnummer van [medeverdachte 3] aan op een telefoonmast aan de [adres 5] . De Volkswagen Transporter bevond zich op voornoemde dag tussen 13:52 uur en 14:05 uur aan de [adres 5] . Op 29 april 2019 om 13:06 uur belde [verdachte] met [medeverdachte 4] . [verdachte] vroeg aan [medeverdachte 4] : “[verdachte] , hebben jullie een motor en waterslangen hierheen/naar boven gebracht of niet?” [verdachte] meldde dat hij aan het werk wilde gaan, maar dat hij een vat, een gele waterslang, een sproeier/gieter en een rode waterslang nodig had. [medeverdachte 4] zei “is goed, we zijn nu bij je aangekomen, over een minuut zijn we bij je aangekomen.(…) we komen naar je toe (…) blijf even aan de lijn zodat je de deur voor ons kan doen (…) [verdachte] , doe de deur voor ons open”. [verdachte] vroeg op enig moment “Hoezo, heb je hier de stroom losgekoppeld?” waarop [medeverdachte 4] antwoordde “nee, ik heb het niet losgekoppeld (…) je moet goed indrukken, [verdachte] , want soms blijft het hangen”. Zowel het telefoonnummer van [verdachte] als het telefoonnummer van [medeverdachte 4] straalde aan op een mast die was gevestigd op een flatgebouw gelegen aan de [adres 16] tot en met [adres 17] . Om 17:08 uur belde [verdachte] met [medeverdachte 2] . [verdachte] vertelde “Ik heb spullen gehaald en ik ben onderweg om te gaan werken, thuis, hier (…) ik heb 450 gehaald en zo klopt de berekening helemaal” en even later vroeg hij “Waar is [naam 2]”. [medeverdachte 2] antwoordde dat [naam 2] boven was om de zekering te plaatsen. [verdachte] zei “Is goed, ik ga naar hem toe, ik ga werken en zodra ik klaar ben kom ik naar jullie toe”. Tijdens dit gesprek straalde het telefoonnummer van [verdachte] ook aan op de mast gevestigd op een flatgebouw gelegen aan de [adres 16] tot en met [adres 17] . Tussenconclusie De rechtbank is op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden van oordeel dat [verdachte] betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 5] . [verdachte] instrueerde [medeverdachte 1] om in de woning van “het meisje” de slaapkamer en de woonkamer “te doen”. Bij het ontmantelen van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 5] werden precies in die kamers de in werking zijnde kweekruimtes aangetroffen. [verdachte] gaf instructies aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] over het berekenen van de hoeveelheid “kommen” die in de woning gelegen aan de [adres 5] moest komen te staan, verdeeld over twee kamers. Later op diezelfde dag stuurde [verdachte] [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] opnieuw naar de woning om te berekenen hoeveel stuks hij moest halen. [verdachte] bestelde, op basis van de berekening van [medeverdachte 2] , hennepstekken, “450 stuks”, bij [medeverdachte 5] . [verdachte] haalde de hennepstekken in dozen op bij de woning van [medeverdachte 5] en later diezelfde dag bracht [medeverdachte 3] dozen naar de [adres 5] . [medeverdachte 3] meldde aan [verdachte] dat hij “er meer dan 450 naar boven had gebracht”. In de hennepkwekerij werden in totaal 463 hennepplanten aangetroffen. Deze hoeveelheid hennepplanten past bij de inhoud van de voornoemde telefoongesprekken. [verdachte] werd door [medeverdachte 3] op de hoogte gehouden van de voortgang van de werkzaamheden in de woning aan de [adres 5] . [verdachte] ging ook zelf, op 29 april 2019, aan het werk in voornoemde woning. 6.2.2.5 [adres 6] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 24 mei 2019 werd in de woning gelegen aan de [adres 6] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Deze woning ligt op de vierde etage in een woon-zorgcomplex van Humanitas. De kweekruimte bevond zich in de slaapkamer. Er stonden 214 hennepplanten van ongeveer zeven weken oud. De planten stonden in kweekpotten. De stroomvoorziening werd illegaal afgenomen. Er waren op twee fases illegale aansluitingen gemaakt. Er was een kabel vanaf de onderzijde van de huisaansluiting naar de kweekruimte geleid. Deze kabel was aangesloten op een schakelbord. Om de illegale aftakking te kunnen realiseren, waren de originele zegels verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [naam 9] (hierna: [naam 9] ) stond op voornoemd adres ingeschreven in de GBA. Tapgesprekken, observatie, peilbakengegevens Op 23 februari 2019 uur hadden [medeverdachte 1] en [verdachte] telefonisch contact. [medeverdachte 1] vroeg om het adres van die ene man. [verdachte] gaf [medeverdachte 1] vervolgens instructies over hoe hij naar het flatgebouw aan de [adres 6] kon rijden. Op 25 maart 2019 om 12:33 uur spraken [verdachte] en [medeverdachte 1] elkaar opnieuw. [medeverdachte 1] vroeg aan [verdachte] “bij [naam 9] , wat is de maat van de televisie van ehhh, van de zuiger? (…) Datgene dat de geur naar buiten zuigt”. [verdachte] adviseerde [medeverdachte 1] over welk type zuiger en filter hij het beste kon kiezen. [verdachte] vroeg vervolgens “Zijn jullie naar de man gegaan?”, waarop [medeverdachte 1] antwoordde dat hij nu bij hem was. De Volkswagen Passat bevond zich op 25 maart 2019 om 13:34 uur aan de [adres 6] . Ook de Volkswagen Transporter bevond zich aan de [adres 6] . Op 28 maart 2019 om 10:08 uur voerden [verdachte] en [medeverdachte 1] een telefoongesprek. [verdachte] gaf aan dat hij naar [naam 9] toeging. [medeverdachte 1] antwoordde daarop “Kijk maar wat je gaat doen en maak maar via mobiel foto's voor mij en vertel me vervolgens wat ik waar moet zetten en waar ik de opening moet maken, en als de opening jou niet zal bevallen, zal ik dit dan veranderen (…) over een uur komt [medeverdachte 2] mij ophalen en ik zal het bij [naam 10] af gaan maken en ik zal vervolgens ons gereedschap daar weghalen en dit naar [naam 9] toe brengen”. De Volkswagen Passat stond om 12:11 uur aan de [adres 6] . Om 12:13 uur belde [verdachte] met [naam 9] . [verdachte] vroeg [naam 9] op welke verdieping hij ook alweer zat. [naam 9] antwoorde “De vierde, [adres 6] ”, waarop [verdachte] antwoordde “is goed, ik kom naar je toe”. Om 13:03 uur hadden [verdachte] en [medeverdachte 1] telefonisch contact. Het telefoonnummer van [verdachte] straalde tijdens dit gesprek een mast aan de [adres 6] aan. [verdachte] gaf aan dat hij bij [alias 4] was. [verdachte] vertelde “Als je komt, zal [alias 4] je de opening laten zien. Ik heb dit namelijk veranderd/verplaatst (…) Bij de deur van het balkon, in de hoek, beneden, niet op de vloer, we hebben het zoveel mogelijk naar boven gehaald”. [medeverdachte 1] vertelde “Ik mag eigenlijk niets op de vloer leggen/neerzetten want dit zal de lampen aanraken. De luchtslang is namelijk 25 centimeter”. [verdachte] antwoordde onder meer “dit kan ook maar wel op deze plek en waarom, want ik zei tegen hem dat het raam van de woonkamer of deze deur van de woonkamer, één van deze twee moet 24 uur lang open staan (…) Maak jij maar de opening. (…) Een ander ding is ehhh, de transformatoren ehhh, hij heeft een kast hier, op de vloer van de kamer waar jullie zullen gaan werken, deze moeten jullie naar de badkamer brengen en leg dan jullie transformatoren erop”. Op 1 april 2019 om 10:43 uur werd door het observatieteam waargenomen dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met de Volkswagen Transporter vertrokken vanaf de [adres 6] . Zij parkeerden op de parkeerplaats van de Gamma te Hengelo naast de Volkswagen Passat. Daar troffen zij [verdachte] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] begroetten [verdachte] en ze liepen vervolgens met zijn drieën de Gamma binnen. Het drietal kocht twee grote platen, zes flessen kit, diverse balken en andere goederen. Om 13:38 uur stond de Volkswagen Transporter geparkeerd bij een zijingang van het woonzorgcentrum gevestigd aan de [adres 18] . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] pakten houten platen, houten palen en vuilniszakken uit de Volkswagen Transporter en gingen met deze materialen en met een plateauwagen het woon-zorgcomplex naar binnen via de zijdeur. Om 14:26 uur liep [medeverdachte 1] kamer [adres 6] of [nummer 6] binnen met twee houten palen en om 16:15 uur liep hij met een houten plaat kamer [adres 6] binnen. Om 18:34 uur belde [medeverdachte 3] naar [verdachte] en vertelde hij hem dat hij 60 zakken voor hem had gehaald. [medeverdachte 3] vroeg aan [verdachte] waar hij het busje moest achterlaten. [verdachte] antwoordde “parkeer het busje maar daar en laat de eigenaar/huurder van het huis, [naam 9] jou vertellen waarje het busje voor hem moet parkeren en geef hem de sleutel zodat hij ze beetje bij beetje, 's avonds/'s nachts eruit kan halen/naar boven brengt”. [verdachte] en [medeverdachte 3] voerden op 4 april 2019 om 15:08 uur een telefoongesprek. In dit gesprek zei [medeverdachte 3] tegen [verdachte] dat hij twee stuks zeil voor de vloer had gehaald. [medeverdachte 3] vertelde aan [verdachte] “Ze zullen bij [naam 9] terugkomen”, waarop [verdachte] reageerde “Is goed, jullie zijn dan klaar en weer teruggekomen”. Diezelfde dag, om 16:25 uur, meldde [verdachte] aan [naam 9] dat de jongens wat spullen naar hem ( [naam 9] ) wilden brengen. [verdachte] vertelde “[naam 2] en [medeverdachte 2] zijn degenen die gaan werken, maar er zijn ook nog andere jongens die twee dozen naar je toe zullen brengen waar kommen in zitten”. [verdachte] vroeg naar het huisnummer van [naam 9] , waarop [naam 9] antwoordde dat het nummer [adres 6] betrof. Hierna belde [verdachte] , om 16:26 uur, wederom naar [medeverdachte 3] en meldde hij “De man, [naam 9] , is thuis gearriveerd en hij zit nu op jullie te wachten.(…) Zijn huisnummer is [adres 6]”. [medeverdachte 3] meldde dat zij onderweg waren. Op 10 april 2019 belde [verdachte] met [naam 9] . Hij sprak [naam 9] in dit gesprek aan met de (bij)naam [alias 4] . [verdachte] vroeg [naam 9] hoe de zaken liepen. [verdachte] gaf [naam 9] de volgende instructies “Ik wil dat je vandaag meer stekkers gaat gebruiken. Het zijn er nu drie die aan het werk zijn. Maak daar maar vier van (…) En naast die enen die je gisteren hebt getrakteerd, de ouden, pak even een stukje aarde met je hand en knijp deze even in en kijk of er nog water in zit (…) Als het erin zit dan is het niet nodig. Zodra je ziet dat de aarde niet meer in te knijpen is, betekent dit dat het wel nodig is”. Op 13 mei 2019 belde [verdachte] met [medeverdachte 1] . [verdachte] vertelde “Als je naar die ene gaat ehhhh, [naam 9] ehhh, ik denk niet dat de transformatoren zijn die het geluid veroorzaken. Ik denk dat het de klok/meter is die aan het zoemen is en soms als je die een klap geeft zal het minder gaan zoemen, snap je?”. Tussenconclusie De rechtbank stelt op grond van deze feiten en omstandigheden vast dat [verdachte] bij de exploitatie van de hennepkwekerij betrokken is geweest. Uit de inhoud van de voormelde telefoongesprekken concludeert de rechtbank dat [verdachte] en [medeverdachte 1] meermalen telefonisch contact hadden over de inrichting van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 6] . [verdachte] ging samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de Gamma om spullen te halen die door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar deze woning werden gebracht. [verdachte] meldde aan [naam 9] , de bewoner van de [adres 6] , dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij hem aan het werk gingen. De hennepkwekerij was op dat moment, gelet op de leeftijd van de aangetroffen hennepplanten, reeds in werking. [verdachte] was zelf ook tenminste eenmaal, op 28 maart 2019, aanwezig in de woning gelegen aan de [adres 6] . [verdachte] onderhield het contact met [naam 9] . [verdachte] hield een vinger aan de pols ten aanzien van “hoe de zaken liepen” en gaf [naam 9] instructies over het elektriciteitsgebruik in de hennepkwekerij. 6.2.2.6 [adres 7] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 3 juni 2019, omstreeks 9:15 uur, werd binnengetreden in een woning gelegen aan [adres 7] . In de slaapkamer op de eerste verdieping werd een in werking zijnde hennepkwekerij met 278 hennepplanten aangetroffen. De hennepplanten waren ongeveer vijf weken oud. Er werden indicatoren aangetroffen die duidden op eerdere opbrengsten uit de exploitatie van de hennepkwekerij. De stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij werd illegaal afgenomen. De deksel van de aansluitkast was verwijderd. Er was een illegale aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om gemaakt. Ook was de hoofdbeveiliging van de elektrische installatie verzwaard. [naam 11] (hierna: [naam 11] ) was de bewoonster van voornoemd adres. Verklaring [naam 11] verklaarde bij de politie dat zij de woning aan [verdachte] ter beschikking had gesteld door hem de sleutel van de woning te geven. Tapgesprekken en peilbakengegevens Op 4 april 2019 vroeg [medeverdachte 2] aan [verdachte] “Waarom heb je de grote vat naar mij laten brengen, [naam 8] [alias 5] ?”. [verdachte] antwoordde “Deze gaat nooit lek. Telkens als ik er één haal gaat hij lek. Die van [naam 11] is twee keer lek gegaan en ik moet hem nu vervangen”. [medeverdachte 2] vroeg hoe lang die van [naam 11] er al stond. [verdachte] zei dat het vat er ongeveer acht maanden stond en dat het vat vanzelf lek was gegaan. Op 10 april 2019 voerde [verdachte] meerdere telefoongesprekken. Om 16:09 uur belde hij [medeverdachte 3] om te vertellen “het meisje zal om vijf uur in het huis zijn, jullie moeten dan om tien over vijf of kwart over vijf het huis binnengaan”. Om 18:07 uur belde [verdachte] naar [naam 11] met de mededeling dat [medeverdachte 3] , de broer van [medeverdachte 2] , onderweg was en dat [naam 11] naar het “speelveld” moest lopen om samen met [medeverdachte 3] terug te lopen. Twee minuten later belde [verdachte] opnieuw naar [naam 11] en zei hij “over vijf minuten is hij er. Ga maar naar het voetbalveld toe, ok [naam 11]”. [naam 11] reageerde daarop dat zij nu ging. De Volkswagen Transporter bevond zich om 18:39 uur bij een voetbalveld gelegen aan de [adres 19] . De afstand tussen deze plek en de woning gelegen aan [adres 7] is heel klein en de woning is vanaf deze plek goed bereikbaar via een voetpad. Om 20:38 uur belde [medeverdachte 3] naar [verdachte] . [verdachte] vroeg in dit gesprek aan [medeverdachte 3] of de grond droog was geworden. Daarnaast zei [verdachte] “laat hem maar voor me kijken of de mussen het ook tot morgen kunnen volhouden”. [medeverdachte 3] gaf deze boodschap van [verdachte] door aan een onbekend gebleven persoon. De Volkswagen Transporter bevond zich ten tijde van dit gesprek nog aan de [adres 19] . Om 22:38 uur belde [verdachte] naar [medeverdachte 3] om te vragen of zij al klaar waren. [medeverdachte 3] antwoordde dat zij nog niet klaar waren, waarop [verdachte] antwoordde “het is nu donker geworden. Neem geen afval mee naar buiten, goed? (…) Laat me even weten hoe de toestand van de mussen is. (…) laat ze maar in de dozen staan, goed?”. Twee minuten later belde [verdachte] nogmaals naar [medeverdachte 3] om te zeggen dat hij niet moest vergeten om iets van tien lampen en de ventilatoren aan te laten. Ook zei [verdachte] tegen [medeverdachte 3] dat hij de mussen beneden neer moest zetten. De Volkswagen Transporter bevond zich ten tijde van voornoemd gesprek in de nabijheid van [adres 7] . Op 4 mei 2019 om 15:43 uur had [verdachte] telefonisch contact met [medeverdachte 2] . [verdachte] vertelde “er is iets aan het gebeuren in het huis van [naam 11] waarover ik de mening heb gevraagd van de Nederlander die tegen mij zei: "want ehhhh..", die van [naam 11] zijn aan het groeien maar heel traag, de bloem daarvan is nog klein en groeit niet., Hij zei tegen mij: "omdat ze ’s avond/'s nachts kou vatten". Daarom moet de temperatuur boven de 15 staan. Onder de 15 mag niet”. Even voorafgaand aan dit gesprek, om 14:11 uur, belde [verdachte] met [medeverdachte 5] om advies in te winnen. [verdachte] meldde “ik zie dat, eh, is langzaam werken , heel erg langzaam (…) en weetje wat ik bedoel is, die bloem moet allang”. [medeverdachte 5] antwoordde “oh, heb ik ook spul voor”. [verdachte] vroeg “Ja dat bedoel ik, wat moet ik geven nu eigenlijk?”. [medeverdachte 5] antwoordde “Heb ik ook. Dat snel de toppen komen.(…) Ik breng wel twee kilo mee (…) je bedoelt voor topjes”. [verdachte] vroeg aan [medeverdachte 5] “Maar wat is de reden eigenlijk waarom zo gebeuren hier?”, waarop [medeverdachte 5] antwoordde “misschien iets te koud. Kijk, ook een neerhangen, misschien als de lamp uit is, te koud, dan die topjes komen heel langzaam (…) Als ie te koud wordt, hij groeit niet. Hij stop”. [verdachte] vroeg vervolgens “en wat voor voeding moet ik geven als die bloemen klein”. [medeverdachte 5] meldde dat hij maandag iets zou meenemen en dat hij zou opschrijven wat [verdachte] moest doen. [verdachte] zei “maar goed ik heb jou gevraagd man, want ik weet niet wat moet ik doen”. [medeverdachte 5] gaf nog aan [verdachte] mee “Maar ik denk te koud. Te koud, dan doet het eigenlijk, hij groeit heel langzaam, gaat te langzaam (…) wanneer de lampen uit, kacheltje aan. Moet minimaal 16 graden, 15, 16 graden, minimaal”. Op 19 mei 2019 om 16:08 uur belde [verdachte] met [medeverdachte 1] . [verdachte] vertelde dat hij bij [naam 11] was, dat hij veel moeite had met “het boord” en dat een schakel steeds uit ging. [medeverdachte 1] antwoordde dat [verdachte] er een foto van moest maken, zodat [medeverdachte 1] weer hetzelfde kon gaan kopen. [verdachte] zei dat de babyplantjes nu twee dagen geen licht hadden gehad. [medeverdachte 1] zei dat dit vermoedelijk de reden was dat de babyplantjes de vorige keer kapot waren gegaan. De Volkswagen Passat bevond zich op voornoemde datum tussen 15:51 uur en 18:04 uur in Aalten, namelijk aan de [adres 19] dan wel aan [adres 7] . Op 20 mei 2019 belde [verdachte] opnieuw met [medeverdachte 1] over het bord bij [naam 11] . [verdachte] zei dat [medeverdachte 1] het bord bij [naam 11] moest vervangen, waarop [medeverdachte 1] antwoordde dat dat goed was. Op 3 juni 2019 om 11:16 uur, enkele uren nadat de verbalisanten de woning aan [adres 7] waren binnengetreden en de hennepkwekerij was ontdekt, belde [medeverdachte 2] met [verdachte] . [verdachte] vertelde “Het huis van [naam 11] , [naam 11] zal het me zeker vertellen nadat zij klaar zou zijn met het onderzoek/verhoor en alles. Maar ik weet zeker dat men het huis van [naam 11] binnen is geweest en het (huis) heeft beroofd. En de sleutel ehh gewoon, ik liet hem (de sleutel) altijd in mijn auto achter. Ze zijn met een sleutel naar binnen geweest. (…) toen het nieuws over [alias 6] mij heeft bereikt, ben ik vanmorgen een cilinder gaan kopen om het slot van het huis te vervangen en toen werd ik daar verrast met de politie. De politie was, hoogstwaarschijnlijk en dit is wat ik denk, was afgekomen op de geur die naar buiten kwam nadat men het huis heeft beroofd, weet je wel.(…) zodra [naam 11] klaar is met het onderzoek/verhoor zal het mij duidelijk worden of het huis beroofd is of niet want de politie hoort niet zomaar te komen. Ik bedoel, vandaag is de politie gekomen dat betekent dat het huis gisteren is beroofd en ze zijn met een sleutel erin gegaan en de sleutel ligt vaak in mijn auto”. Tussenconclusie De rechtbank is op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden van oordeel dat [verdachte] bij de exploitatie van de hennepkwekerij betrokken is geweest. Gelet op de inhoud van vorenstaande telefoongesprekken en de peilbakengegevens concludeert de rechtbank dat [verdachte] aan [medeverdachte 3] opdracht gaf om naar de hennepkwekerij in de woning gelegen aan [adres 7] te gaan. [verdachte] gaf [naam 11] de opdracht om [medeverdachte 3] op te wachten bij het nabijgelegen voetbalveld en samen met hem naar de woning aan [adres 7] te lopen. [verdachte] instrueerde [medeverdachte 3] aan het einde van de dag om geen afval mee te nemen en om tien lampen en de ventilatoren in voornoemde woning aan te laten. [verdachte] was op 19 mei 2019, toen de hennepkwekerij reeds in werking was, zelf aanwezig in de voornoemde woning en bezig met het repareren van de elektra. Hij stuurde [medeverdachte 1] een dag later naar de woning om een bord te vervangen. [verdachte] belde met [medeverdachte 5] om advies in te winnen, omdat de hennepplanten in de kwekerij in voornoemde woning niet goed groeiden. Op de dag dat de hennepkwekerij werd opgerold, was [verdachte] onderweg naar de woning gelegen aan [adres 7] om het slot van de woning te vervangen. Aldaar werd hij verrast door de aanwezigheid van de politie, die de hennepkwekerij inmiddels had ontdekt. 6.2.2.7 [adres 8] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 25 juni 2019, de actiedag van het onderzoek Arcadia, werd in de woning gelegen aan de [adres 8] een professioneel ingerichte hennepkwekerij met 158 hennepplanten aangetroffen. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels waren verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [naam 12] (hierna: [naam 12] ) stond in de GBA ingeschreven op voornoemd adres. Verklaringen [naam 12] Bij de politie verklaarde [naam 12] dat de aangetroffen hennepkwekerij van [verdachte] was. [verdachte] had een sleutel van de woning en verzorgde de kwekerij. De toegangsdeur tot de kamer waarin de kweekruimte zich bevond, was slotvast afgesloten. [naam 12] kon alleen de kamer binnen als [verdachte] er was. Tijdens het verhoor door de sociale recherche verklaarde [naam 12] dat het telefoonnummer van [verdachte] [telefoonnummer 1] was. Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft vastgesteld, was dit telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] . De rechtbank concludeert derhalve dat waar [naam 12] verklaarde over [verdachte] , hij daarmee [verdachte] bedoelde. De rechtbank zal deze persoon hierna als [verdachte] aanduiden. Nadat aan [naam 12] tijdens het politieverhoor een telefoongesprek tussen hemzelf en het telefoonnummer [telefoonnummer 2] was voorgehouden, verklaarde hij dat hij [naam 2] wel eens in de woning had gezien. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat [medeverdachte 1] de gebruiker van voornoemd telefoonnummer was. De rechtbank stelt derhalve vast dat waar [naam 12] in zijn verklaring sprak over [naam 2] , hij daarmee [medeverdachte 1] bedoelde en zal hem hierna ook als zodanig aanduiden. [naam 12] verklaarde verder dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bij hem langskwamen voor de hennepkwekerij. [verdachte] was één of twee keer in de woning. [verdachte] werkte ook met hen. In samenhang bezien met de feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder de andere kwekerijen reeds is uiteengezet, komt de rechtbank tot de conclusie dat waar [naam 12] in zijn verklaring sprak over [verdachte] , hij daarmee [medeverdachte 4] bedoelde. [naam 12] verklaarde ook dat er een keer eerder was geoogst in de hennepkwekerij. Bij het knippen van die eerste oogst waren [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aanwezig. Aangetroffen sleutel [verdachte] werd op de actiedag op 25 juni 2019 aangehouden in een woning aan de [adres 13] . Tijdens de doorzoeking van deze woning werd een sleutelbos aangetroffen met daaraan een sleutel waarmee de voordeur van de woning gelegen aan de [adres 8] kon worden geopend. Tapgesprekken, observatie en peilbakengegevens Op 21 januari 2019 om 19:34 uur nam het observatieteam waar dat [verdachte] met een grijze tas de woning gelegen aan de [adres 8] binnenliep. Op 12 maart 2019 om 13:51 uur hadden [verdachte] en [medeverdachte 2] telefonisch contact. [verdachte] vertelde dat hij wilde dat iemand ‘de vogels’ in [plaats 5] ging ophalen, waarop [medeverdachte 2] antwoordde “Ik ga ze voor je halen”. Die dag vinden er meerdere telefoongesprekken plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] en tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] die gaan over het ophalen van 150 ‘vogels’ door [medeverdachte 2] . Om 20:17 uur belde [medeverdachte 2] naar [verdachte] en zei hij dat hij was aangekomen bij het adres. Om 21:10 uur belde [verdachte] naar [naam 12] met de mededeling dat iemand iets zou komen afgeven. [naam 12] moest de deur voor deze persoon open doen en iets van hem overnemen. Tien minuten later belde [naam 12] met [verdachte] . [naam 12] vertelde dat [medeverdachte 2] “ze” had gebracht. [verdachte] vertelde [naam 12] dat hij de dozen open moest laten en ze op een warme plek moest neerzetten. Op 16 maart 2019 om 18:02 uur vroeg [verdachte] aan [naam 12] of hij thuis was. [naam 12] antwoordde bevestigend. [verdachte] vertelde dat de jongens naar [naam 12] kwamen om te werken. Om 18:05 uur hadden [verdachte] en [medeverdachte 4] telefonisch contact. [medeverdachte 4] vertelde dat hij over twee minuten bij het theehuis/cafetaria was. [verdachte] reageerde “Is goed, zodat jij en [alias 7] kunnen gaan”. Even later, om 18:16 uur, belde [verdachte] naar [medeverdachte 1] . Hij vertelde [medeverdachte 1] dat hij vuilniszakken moest meenemen en dat de jongens waren vertrokken naar [naam 13] . De Volkswagen Transporter kwam omstreeks 19:00 uur aan op de [adres 8] . Om 22:09 uur vroeg [medeverdachte 3] aan [verdachte] “[naam 13] wil 50 euro hebben, zal ik het aan hem geven?”. [verdachte] antwoordde dat hij het zelf later aan hem ging geven. Om 22:19 uur komt de Volkswagen Passat aan op de [adres 8] . Op 17 maart 2019 belde [verdachte] met [naam 12] . [verdachte] vertelde “Luister, er is en zak, [naam 2] zegt dat hij deze onder de trap bij [naam 13] achtergelaten heeft. Een zak met Rara, weetje wat rara is, deze is van onze werk? (…) [alias 1] zal langs komen om deze bij jou op te halen”. Op 26 maart 2019 meldde [naam 12] een probleem bij [verdachte] . Het was hetzelfde probleem als de vorige keer. [verdachte] zei tegen [naam 12] “je moet niet aan ons werk komen, haal je stekker eruit”. [verdachte] vertelde [naam 12] dat hij nu naar hem toe kwam. Op 26 april 2019 wilde [verdachte] van [naam 12] weten “Vertel mij, hoe oud zijn die enen die nu bij je zijn?” waarop [naam 12] reageerde “de datum 18/3 is de eerste dag”. Op 27 mei 2019 om 16:47 uur belde [verdachte] met [naam 12] . [verdachte] vertelde “[alias 1] zal bij jou komen en de sleutel van de kamer aan jou geven. Je doet de kamer open. Daar is een tas met Harara geef hem alleen de tas met Harara (…) Vervolgens doe je de kamer deur op slot en laat de sleutel bij jou”. Om 17:06 uur belde [verdachte] opnieuw met [naam 12] . Hij meldde “Doe open, onze vriend is beneden.(…) Je laat hem binnen, neem de sleutel van de kamer van hem. Je doet de kamer open, je pakt de tas met Harara en je geeft het aan hem en je doet de kamer op slot”. [naam 12] lichtte tijdens het politieverhoor desgevraagd toe dat in voornoemd telefoongesprek met de zak “harara” een zak hennep werd bedoeld. Om 17:42 uur zei [verdachte] tegen [naam 12] dat hij de deur voor [naam 2] open moest doen. [naam 2] stond boven bij [naam 12] . Diezelfde dag om 21:10 uur belde [verdachte] naar [naam 12] en meldde hij “[medeverdachte 2] komt nog een keer bij je langs, doe de kamer voor hem open en laat hem maar één pakken, alleen maar één (…) één kilo”. Op vragen van de politie over de inhoud van dit telefoongesprek, bevestigde [naam 12] dat dit gesprek over een kilo hennep ging. Op 29 mei 2019 hadden [verdachte] en [medeverdachte 4] contact. [verdachte] zei “Baas, ik wil datje in de komende twee dagen alles in het huis van [naam 10] en [naam 13] afronden. Tot de goederen verkocht worden, begrijp jij mij?” en “Ik wil deze twee zaken van jou en [medeverdachte 3] , het is heel belangrijk. Omdat de Nederlander is akkoord gegaan, hij zal mij vogels geven en de betaling zal later plaats vinden”. [medeverdachte 4] antwoordde hierop “Belangrijk is dat jij geld voor mij regelt, ik heb het ook erg moeilijk”, waarop [verdachte] reageerde “Zodra iets verkocht wordt zal ik met jullie als eerst afrekenen". Op 31 mei 2019 belde [verdachte] met [naam 12] en vertelde hij “[verdachte] , die samen met de jongens heeft gewerkt, is nu bij me. Hij komt zo naar je toe om te werken, goed?”. Dactyloscopische sporen In de hennepkwekerij is een aantal sporendragers aangetroffen en veiliggesteld voor nader onderzoek, waaronder twee stukken hittewerende isolatiefolie die uit de zijwand van de kwekerij zijn gesneden. Door de forensische opsporing zijn op deze sporendragers dactyloscopische sporen aangetroffen, die aan een vergelijkend dactyloscopisch onderzoek zijn onderworpen. Dat onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon, te weten [medeverdachte 1] . Tussenconclusie Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] bij de exploitatie van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 8] betrokken is geweest. [verdachte] instrueerde [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] om aan het werk te gaan in de woning aan de [adres 8] . [verdachte] liet [medeverdachte 2] “vogels” ophalen in [plaats 6] en onderhield daartoe contacten met zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 5] . [medeverdachte 2] leverde dit vervolgens af bij [naam 12] , de bewoner van de [adres 8] . [verdachte] onderhield het contact met [naam 12] . Een probleem in de kwekerij werd door [naam 12] aan [verdachte] gemeld, waarna [verdachte] zelf naar de woning toeging. [verdachte] communiceerde met [naam 12] dat [medeverdachte 2] een kilo hennep mocht meenemen uit de kweekruimte. Ondanks dat [naam 12] de bewoner van de woning aan de [adres 8] was, had hij zelf geen sleutel van de toegangsdeur tot de kweekruimte. [verdachte] bepaalde wie er toegang tot de kweekruimte mocht hebben. 6.2.2.8 [adres 9] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op de actiedag in het onderzoek Arcadia werd ook in de woning gelegen aan de [adres 9] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In de professioneel ingerichte kweekruimte op de zolder van de woning stonden 259 hennepplanten. De stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij werd illegaal afgenomen. [medeverdachte 2] was woonachtig op voornoemd adres. [medeverdachte 4] bevond zich tijdens de actiedag ook in de woning en beschikte over een sleutel van de voordeur. Tapgesprekken en camerabeelden Op 23 februari 2019 belde [medeverdachte 2] met [verdachte] over zuigers en filters. [verdachte] vertelde in dit gesprek dat [medeverdachte 2] er een van 5000 of 2500 kon nemen. Uiteindelijk raadde [verdachte] aan om 2500 te nemen omwille van het geluid. Op 28 februari 2019 opende [medeverdachte 2] de deur van het portiek van de even nummers 20 tot en met 30 van de flat aan de [adres 9] . [medeverdachte 1] liep even later met houten latten die portiekdeur binnen. [medeverdachte 3] belde op 1 april 2019 met [verdachte] . [medeverdachte 3] zei “we hebben 40 zakken naar [medeverdachte 2] gebracht. We hebben ze gelost en beneden gelegd (…) Wil je dat ik het busje bij [medeverdachte 2] achterlaat of bij de locatie waar ze aan het werk zijn?”. Op 2 april 2019 was er telefonisch contact tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] . [medeverdachte 2] liet in dit gesprek aan [verdachte] weten dat er 40 zakken en twee filters waren weggebracht. Toen [verdachte] vroeg naar wie dit was weggebracht, antwoordde [medeverdachte 2] “naar mij”. [verdachte] gaf te kennen dat [medeverdachte 2] inmiddels te veel had. Hierop deelde [medeverdachte 2] mee “Beter te veel dan te weinig” en “Het is 110 geworden”. [verdachte] reageerde dat dit meer dan genoeg was. Op 23 april 2019 om 20:36 uur vroeg [medeverdachte 2] aan [verdachte] hoeveel lampen hij moest plaatsen. Daarnaast meldde hij dat hij het bord in orde had gemaakt. [verdachte] zei tegen [medeverdachte 2] dat hij er zestien moest plaatsen. Om 20:53 uur hadden [medeverdachte 2] en [verdachte] opnieuw contact. [medeverdachte 2] meldde dat er iets mis was. [medeverdachte 2] vertelde dat [naam 2] er niet was en dat hij het stuk had vervangen. [verdachte] antwoordde hierop “ik heb het je echt uitgelegd en ik zei tegen je dat je geen dingen zomaar uit jezelf moet doen/geen dingen doen waar je geen verstand van hebt”. [verdachte] zei “ik moet dit morgen zelf komen bekijken”. [medeverdachte 2] antwoordde “kom morgenochtend naar mij toe en [naam 2] zou er ook zijn vanaf de ochtend”. Op 24 april 2019 om 14:35 uur spraken [medeverdachte 2] en [verdachte] elkaar opnieuw. [medeverdachte 2] vroeg aan [verdachte] “wanneer komt het bord?”. [verdachte] antwoordde hierop dat het bord er al was. Die avond, om 20:36 uur, vroeg [medeverdachte 2] aan [verdachte] “wanneer kom je om water te geven”. [verdachte] antwoordde dat hij morgen zou komen. Op 25 april 2019 belde [verdachte] naar [medeverdachte 2] met de boodschap dat hij beneden stond en dat [medeverdachte 2] de deur open moest doen. Op 27 april 2019 belde [verdachte] met [medeverdachte 1] . Er werd besproken dat er problemen waren met het bord bij [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] vertelde “Het bord zag er mooi uit en het deed het prima bij [naam 14] maar bij [naam 14] was het niet belast met zo’n aantal”. [verdachte] vroeg of [medeverdachte 1] drie schakeldraden/plusdraden had doorgetrokken. [medeverdachte 1] bevestigde dit. [verdachte] en [medeverdachte 2] hadden op 28 april 2019 telefonisch contact met elkaar. [verdachte] vroeg hoe de situatie bij [medeverdachte 2] was. [medeverdachte 2] vertelde dat hij net een lamp had vervangen samen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ). [verdachte] vertelde dat hij een nieuw bord had besteld en “laten we het werk maar tot morgen uitstellen en om geen koppijn te krijgen wil ik sowieso het bord vervangen en ik heb een nieuw/ander bord bij hem besteld”. Op 29 april 2019 belde [medeverdachte 2] met [verdachte] en vertelde hij dat dezelfde plek opnieuw was doorgebrand. [verdachte] meldde “[naam 2] en ik zijn twee uur lang bezig geweest met je transformatoren.(…) Alle aansluitingen zijn verkeerd gedaan. Alles is verkeerd aangesloten.(…) [naam 2] gaat opnieuw checken bij je en er zijn er transformatoren ehh op de plek waar het doorgebrand is ehhh of door de aansluiting of dat de transformator zelf kapot is. We zijn twee uur lang bezig geweest. [medeverdachte 2] , je laat [naam 2] alles doen, dit gaat echt niet zo.(…) Zodra ik klaar ben laat ik [naam 2] bij je langskomen om een check te doen en de kapotte transformatoren te vervangen”. Op 2 mei 2019 belde [medeverdachte 2] met [verdachte] . [verdachte] vertelde dat hij onderweg was naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] meldde dat hij het licht had aangedaan en het vat had gevuld. [verdachte] antwoordde daarop “ik wou ze eerst zien dan zeg ik je of je moet vullen of niet”. [verdachte] gaf vervolgens de volgende instructies aan [medeverdachte 2] “als je wat grond pakt en knijpt, komt er dan water uit? (…) ze moeten dorst hebben, deze keer moeten ze dorst hebben om langer te worden. (…) laat me zelf maar komen kijken”. Op 25 mei 2019 belde [medeverdachte 3] met [verdachte] om hem te vertellen dat hij net bij [medeverdachte 2] langs was geweest en dat de slang van de airco uit het raam stak. [verdachte] instrueerde [medeverdachte 3] om [medeverdachte 2] op te bellen en dit meteen te zeggen. De slang moest volgens [verdachte] niet zichtbaar zijn. [medeverdachte 2] nam op 24 juni 2019 telefonisch contact op met [verdachte] . [medeverdachte 2] vertelde “Ik laat [alias 7] en [naam 15] morgenochtend bij me komen en [naam 2] natuurlijk. [verdachte] en [naam 16] zijn dan ook bij me. (…) Je hoeft alleen maar die enen en de weegschaal naar me te brengen.(…) En scharen. We hebben ook geen scharen”. [verdachte] antwoordde “Die heb ik bij me. Zodra [naam 2] is gekomen laat ik hem ze naar je brengen”. Tussenconclusie Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] bij de exploitatie van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 9] betrokken is geweest. Hoewel de hennepkwekerij zich in de woning van [medeverdachte 2] bevond, had [verdachte] zeggenschap over hetgeen er in de kwekerij gebeurde. [verdachte] bepaalde wat [medeverdachte 2] al dan niet mocht doen in de kwekerij. [medeverdachte 2] hield [verdachte] op de hoogte van de ontwikkelingen in de hennepkwekerij en van wie er in de woning kwamen om te werken. [verdachte] regelde benodigdheden, zoals scharen en een weegschaal. Problemen met betrekking tot de hennepkwekerij werden aan [verdachte] gemeld, die er dan ook voor zorgde dat deze problemen werden opgelost. [verdachte] bestelde een nieuw schakelbord voor [medeverdachte 2] . Op 29 april 2019 waren [verdachte] en [medeverdachte 1] samen in de voornoemde woning bezig met de transformatoren. 6.2.2.9 [adres 10] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 27 juni 2019 werd in de woning gelegen aan de [adres 10] op de zolderetage een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Er stonden in totaal 185 hennepplanten van ongeveer zes weken oud. [naam 17] (hierna: [naam 17] ) was de bewoner van deze woning. Verklaring [naam 17] verklaarde bij de politie dat hij door [verdachte] was benaderd in een café. [verdachte] beloofde een woning voor [naam 17] te regelen, op voorwaarde dat hij ( [verdachte] ) een hennepplantage in de woning mocht exploiteren. [naam 17] zou hier een bedrag van € 1.500,-- voor ontvangen. Tijdens het politieverhoor werd aan [naam 17] een telefoongesprek tussen hemzelf en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] voorgehouden. [naam 17] bevestigde dat dit een gesprek was met de persoon die hij kende als [verdachte] . Zoals de rechtbank hiervoorreeds heeft vastgesteld, was dit telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] . Gelet hierop concludeert de rechtbank dat waar [naam 17] in zijn verklaring sprak over [verdachte] , hij hiermee [verdachte] bedoelde. De rechtbank zal deze persoon hierna telkens aanduiden als [verdachte] . [naam 17] verklaarde dat [verdachte] spullen voor de hennepkwekerij naar de woning bracht. Ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , de tweelingbroers uit Irak, brachten spullen naar de woning. Gelet op de voornoemde door [naam 17] gegeven beschrijving van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] stelt de rechtbank vast dat zijn verklaring betrekking heeft op [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . [naam 17] verklaarde dat [naam 2] ook bij de hennepkwekerij kwam. In samenhang bezien met de feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder de andere kwekerijen reeds is uiteengezet, komt de rechtbank tot de conclusie dat waar [naam 17] in zijn verklaring sprak over [naam 2] , hij daarmee [medeverdachte 1] bedoelde. Voornoemde personen hadden allen een eigen aandeel in de plantage. [verdachte] verzorgde de plantage en controleerde alles. [naam 17] moest het [verdachte] melden als er iets niet werkte. Vervolgens belde [verdachte] één van de jongens om het op te lossen. Aangetroffen sleutel In de Volkswagen Passat werd een sleutel met daaraan een sleutelhanger met de tekst “ [adres 10] ” aangetroffen. Tapgesprekken, historische verkeersgegevens en peilbakengegevens Op 8 mei 2019 sprak [verdachte] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zei tegen [verdachte] dat hij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op moest bellen om te vragen waar zij bleven. [medeverdachte 1] vertelde “We moeten nog naar Haaksbergen gaan om het gereedschap te halen”. [verdachte] reageerde hierop “Het is nu 10 uur. Ik heb tegen je gezegd ehhhh, de geur bij de man zal naar buiten komen”. Op 13 mei 2019 om 10:34 uur belde [verdachte] met [medeverdachte 4] . [verdachte] vertelde [medeverdachte 4] “het werk is in Haaksbergen. Het duurt maar iets van twee uur, jij en [medeverdachte 3] , nieuwe aarde, jullie gaan vullen”. Om 11:26 uur belde [verdachte] met [medeverdachte 3] . [verdachte] gaf [medeverdachte 3] de opdracht om te komen. [verdachte] vertelde “Jullie moeten gaan werken in Haaksbergen, jullie moeten datgene vullen want de jongens zijn klaar en ik heb de mussen daarvoor van gehaald”. Om 16:07 uur belde [verdachte] nogmaals met [medeverdachte 3] en vroeg hij hoeveel stuks het op de grond waren geworden. [medeverdachte 3] antwoordde dat het er 169 waren geworden. [verdachte] vertelde dat ze de dozen moeten openen en op een warme plek moeten zetten zonder iets aan te zetten. De telefoon van [medeverdachte 3] straalde op 13 mei 2019 omstreeks 16:05 uur en omstreeks 17:07 uur aan op een telefoonmast in Haaksbergen. Om 19:41 uur meldde [medeverdachte 1] aan [verdachte] dat hij bij [naam 17] ging vertrekken. [medeverdachte 1] had alles aangezet en in werking gesteld. [verdachte] wees [medeverdachte 1] erop dat hij niets boven de mussen moest aanzetten. Op 14 mei 2019 hadden [verdachte] en [medeverdachte 4] contact. [verdachte] vroeg “Ik wou je vragen [medeverdachte 4] . Hebben jullie een vat meegenomen naar [naam 17] in [plaats 7] ?”, waarop [medeverdachte 4] reageerde dat hij dat niet had gedaan. Op 15 mei 2019 belde [verdachte] met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vertelde in dit gesprek dat [verdachte] en hij de kommen bij [naam 17] hadden gevuld. [verdachte] reageerde dat hij de kommen opnieuw had gevuld, omdat deze slechts voor de helft gevuld waren. Hierop antwoordde [medeverdachte 3] dat [verdachte] de persoon was die de kommen had gevuld. [medeverdachte 2] en [verdachte] spraken elkaar op 15 mei 2019. [medeverdachte 2] vertelde dat [naam 2] naar Haaksbergen was gekomen en dat [naam 2] had gesnoeid en geprikt. [verdachte] vroeg of zij het in Haaksbergen hadden afgerond, waarop [medeverdachte 2] zei dat het niet was gelukt om de filter te verplaatsen. [medeverdachte 2] vertelde dat zij morgen verder gingen en dat de elektriciteit en het zeil bij de deur was geregeld. Op 18 mei 2019 om 14:39 uur belde [verdachte] met [naam 17] . [verdachte] vertelde dat hij over tien minuten bij [naam 17] zou zijn. Omstreeks 14:57 uur op voornoemde dag stond de Volkswagen Passat op circa 260 meter van de [adres 10] stil in [plaats 7] en omstreeks 15:19 uur reed de Volkswagen Passat weer. [naam 17] en [verdachte] hadden op 22 mei 2019 opnieuw telefonisch contact. [naam 17] vroeg of hij die dag iets moest doen. [verdachte] antwoordde “Vul er maar één vandaag, lauw water, zoals gebruikelijk en ik heb het medicijn naar je al gebracht (…) Van nummer 2 neem je 450 gram nadat je de weegschaal hebt aangezet en de kom erop hebt gedaan.(…) Je reset het en dan doe je er 450 en (…) daarna gooi je het in de vat en dan ga je in de bodem sproeien (…)”. Ook op 24 mei 2019 vanaf circa 10:07 uur tot omstreeks 10:39 uur stond de Volkswagen Passat in Haaksbergen. Kort daarvoor, om 9:48 uur, hadden [naam 17] en [verdachte] telefonisch contact. [verdachte] vertelde dat hij iets moest doen en dat hij over ongeveer tien minuten bij [naam 17] zou zijn. Op 29 mei 2019 belde [verdachte] met [medeverdachte 2] . [verdachte] zei tegen [medeverdachte 2] “je moet ook [naam 2] naar [naam 17] brengen en laat hem twee transformatoren en twee lampen meenemen. Hij moet wat gaan repareren, hij heeft een mankement daar”. Op 18 juni 2019 spraken [naam 17] en [verdachte] elkaar opnieuw telefonisch. [naam 17] zei “Ik denk dat ze vandaag water moeten hebben” en [verdachte] reageerde “Ja, daarom wil ik een kijkje gaan nemen”. [naam 17] vertelde dat hij gisteren de lampen had verminderd. Er waren er nu negen aangesloten. [verdachte] zei “Goed, als je ziet dat het buiten warm wordt moet je zelf gaan minderen. Als ik het vergeet te zeggen doe dit maar gewoon uit jezelf”. Tussenconclusie De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat [verdachte] betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 10] . [verdachte] had de woning voor [naam 17] geregeld. [verdachte] verzorgde en controleerde de hennepkwekerij. [verdachte] onderhield contact met [naam 17] . Hij gaf [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de opdracht om aan het werk te gaan in de voornoemde woning en hield ondertussen een vinger aan de pols over de werkzaamheden. Hij kwam zelf meermalen langs op het voornoemde adres. Zo ook op 24 mei 2019, toen de hennepkwekerij – gelet op de leeftijd van de aangetroffen hennepplanten – reeds in werking was. [verdachte] gaf bewoner [naam 17] opdrachten en instructies met betrekking tot het onderhoud van de hennepkwekerij. 6.2.2.10 Overwegingen en conclusie van de rechtbank ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit De rechtbank acht op grond van de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennepplanten in negen hennepkwekerijen, waarbij [verdachte] een leidende rol heeft vervuld. Medeplegen Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] –deels in wisselende samenstellingen – sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de exploitatie van de hierboven besproken hennepkwekerijen. [verdachte] heeft een wezenlijke – coördinerende en bepalende – bijdrage geleverd aan de teelt van hennep in deze hennepkwekerijen, zodat de rechtbank hem als medepleger van het telen van hennep aanmerkt. Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [adres 3] is niet komen vast te staan dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en een ander of anderen, zodat de rechtbank [verdachte] voor die hennepkwekerij als pleger aanmerkt. Uitoefening van een beroep of bedrijf Zoals de rechtbank hiervoor uiteen heeft gezet, was sprake van negen verschillende hennepkwekerijen waarin verschillende mensen werkzaam waren. De capaciteit van de hennepkwekerijen tezamen was aanzienlijk (in totaal werden er 2.453 hennepplanten aangetroffen en ook werden er kweekruimten aangetroffen waar al was geoogst). De teeltprocessen geschiedden in afzonderlijke, daarvoor ingerichte ruimtes onder gecontroleerde condities en deels geautomatiseerd met behulp van technische middelen, kennelijk ter optimalisering van het teeltproces en minimalisering van de daarvoor van de telers vereiste inspanningen. De kweekruimtes zijn ook op professionele wijze aangelegd, waaruit kan worden afgeleid dat de hennepkwekerijen waren opgezet met de bedoeling dat daarmee verschillende keren kon worden geoogst ten behoeve van de verkoop. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van hennepteelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Conclusie De rechtbank acht het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. 6.2.2.11 Overwegingen en conclusie van de rechtbank ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde feit De rechtbank acht op grond van de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit in acht panden. Door de fraude-inspecteurs is telkens vastgesteld dat de stroom in deze panden illegaal werd afgenomen ten behoeve van de zich daarin bevindende hennepkwekerijen. Voor het illegale verkrijgen van deze stroom waren elektrische aansluitingen aangelegd buiten de elektriciteitsmeter om. Ten aanzien van alle panden, met uitzondering van het pand aan de [adres 9] , blijkt uit het dossier verder dat de verzegeling van de aansluitkast was verbroken en/of het deksel hiervan was verwijderd. Nu ten aanzien van [verdachte] bewezen verklaard wordt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de hennepteelt en hij blijkens de bewijsmiddelen telkens in een leidende rol betrokken was bij zowel de inrichting van de kwekerijen als vervolgens de exploitatie daarvan, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [verdachte] wetenschap had van de diefstal van elektriciteit en dat zijn opzet mede daarop was gericht. Dat [verdachte] hier wetenschap van en opzet op had blijkt ook uit de inhoud van de hiervoor aangehaalde tapgesprekken. Medeplegen Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] , deels in wisselende samenstellingen, sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking ten behoeve van de diefstal van elektriciteit in acht panden. [verdachte] heeft een wezenlijke, coördinerende bijdrage geleverd aan de diefstal van de elektriciteit in deze panden, zodat de rechtbank hem als medepleger van de diefstal van de elektriciteit aanmerkt. Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [adres 3] is niet komen vast te staan dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en een ander of anderen, zodat de rechtbank [verdachte] voor die diefstal van de elektriciteit als pleger aanmerkt. Conclusie De rechtbank acht het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat zij verdachte ten aanzien van de [adres 9] vrijspreekt van de strafverzwarende omstandigheid dat de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik is gebracht door middel van braak en/of verbreking. 6.2.3 Feit 3 De rechtbank stelt hierna de relevante feiten en omstandigheden vast. De rechtbank overweegt vervolgens waarom zij op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden tot conclusies komt en gaat ten slotte over tot de beantwoording van de bewijsvraag. 6.2.3.1 Redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen goederen in garagebox Op 25 juni 2019, de zogenoemde actiedag, werd de garagebox gelegen aan [adres 11] (hierna: de garagebox) doorzocht. In de garagebox werden onder meer de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen: - een doorzichtige plastic zak met hennep (vermoedelijk ongeveer 1000 gram); - 45 armaturen; - 240 assimilatielampen van 600 watt; - drie schakelborden; - 79 transformatoren-koper van 600 watt; - twaalf koolstoffilters; - drie slakkenhuizen (436 watt, 523 watt en 1200 watt); - twee temperatuurventilatieregelaars; - twee dompelpompen (550 watt en 900 watt); - drie cans groeimiddelen. De garagebox was eigendom van [naam 18] . Hij verhuurde de garagebox sinds 1 januari 2018 aan [verdachte] . Zowel bij [verdachte] als bij [medeverdachte 1] werd een sleutel van deze garagebox aangetroffen bij hun aanhouding. De tapgesprekken Op 5 februari 2019 om 15:35 uur belde [verdachte] met een persoon die zichzelf [naam 19] noemde. Deze persoon vroeg aan [verdachte] of hij een witte bus geparkeerd had staan aan [adres 11] . [verdachte] bevestigde dit. [naam 19] vroeg of [verdachte] de bus wilde verplaatsen, waarop [verdachte] antwoordde dat hij “de jongens” ging bellen. Een minuut later op diezelfde dag belde [verdachte] met [medeverdachte 1] . [verdachte] vroeg aan [medeverdachte 1] waar de bus stond, waarop [medeverdachte 1] reageerde dat de bus op zijn plaats, bij de loods, stond. [verdachte] vertelde dat er mensen hadden gebeld met de mededeling de bus verkeerd stond. [verdachte] gaf [medeverdachte 1] de opdracht om de bus naar hem te brengen. Op 23 februari 2019 hadden [verdachte] en [medeverdachte 1] telefonisch contact. [verdachte] vroeg “Hebben jullie nou de schuur/berging al opgeruimd/geordend, jij en [medeverdachte 2] ?”, waarop [medeverdachte 1] antwoordde dat dat nog niet was gebeurd. [verdachte] zei “laat [medeverdachte 2] komen en laat hem iemand meenemen. De schuur/berging moet opgeruimd/geordend worden net zoals [medeverdachte 2] dit de vorige keer heeft gedaan. Dit zodat ik het gereedschap goed weet te verdelen.(…) Ik wil dat je met mij meedraait/mij een handje helpt. Ik ben geestelijk moe en ik heb het zwaar. Je moet in beweging komen zodat ik het gereedschap over de huizen kan verdelen want we hebben geen huizen meer.(…) ik ga op reis (…) zodra ik vandaag door de man betaald krijg, ga ik maandag op reis. Ik zal je dan de sleutels van de huizen geven (…) en terwijl ik daar ben zul jij te maken krijgen met twee huizen die geknipt zullen moeten worden. Je zult de kwestie knippen ook voor je rekening moeten nemen, alles, goed?”. [medeverdachte 1] reageerde hierop “Is goed, klaar, ga jij maar en ik zal alles regelen”. [verdachte] benadrukte nogmaals “Regel de zaken van de schuur/berging zodat ik kan verdelen en zodat ik weet voor mezelf, terwijl ik daar ben, dat jullie aan het werk zijn”. De observaties Op 21 maart 2019 nam het observatieteam waar dat de Volkswagen Transporter geparkeerd stond aan [adres 11] . Twee personen waren kartonnen dozen uit de Volkswagen Transporter aan het laden. Deze dozen werden op de grond geplaatst bij garagebox [adres 11] . Vervolgens kwam [verdachte] met de Volkswagen Passat het terrein van [adres 11] oprijden. Hij parkeerde zijn auto bij de Volkswagen Transporter. [verdachte] maakte contact met de twee personen die de dozen uit de Volkswagen Transporter hadden geladen. Tien minuten later vertrokken beide voertuigen gezamenlijk. Op 16 april 2019 werd er door het observatieteam waargenomen dat [verdachte] als bestuurder en [medeverdachte 1] als bijrijder in de Volkswagen Passat zaten. De Volkswagen Passat stond om 16:09 uur stil bij de garagebox gelegen aan [adres 11] . Enkele momenten later stond [medeverdachte 1] in de garagebox met een doos. De Volkswagen Passat vertrok om 16:19 uur. 6.2.3.2. Overwegingen en conclusie van de rechtbank Juridisch kader Artikel 11a van de Opiumwet (Ow) beoogt de voorbereiding, ondersteuning en bevordering van de bedrijfs- en beroepsmatige teelt (artikel 11 lid 3 Ow) en grootschalige hennepteelt (artikel 11 lid 5 Ow) te bestrijden en stelt voorbereidingshandelingen daartoe strafbaar. Voor wat betreft voorbereidingshandelingen gaat het om het bereiden, bewerken, verwerken, te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen waarvan de verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat die bestemd waren voor de illegale hennepteelt. Het gaat dus enerzijds om de bestemming van die stoffen en voorwerpen voor de illegale hennepteelt en anderzijds om de vraag of de verdachte dit weet of ernstige reden heeft dit te vermoeden. Blijkens de wetsgeschiedenis van dit artikel is voor een bewezenverklaring vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij het uiteindelijke doel ten behoeve waarvan de handeling wordt verricht van belang is. Voorhanden hebben De rechtbank stelt voorop dat van [verdachte] , als huurder van de garagebox, mag worden verwacht dat hij op de hoogte was van hetgeen zich in de garagebox bevond. [verdachte] is door het observatieteam meerdere malen bij deze garagebox gezien, ook in contact met andere personen die goederen bij de garagebox kwamen afleveren. Ook werd hij daar samen met [medeverdachte 1] gezien, die met een doos in zijn handen in de garagebox stond. [verdachte] en [medeverdachte 1] beschikten bovendien beiden over een sleutel van de garagebox. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] over bovengenoemde stoffen en voorwerpen in de garagebox konden beschikken, dat zij zich bewust waren van hun aanwezigheid in de garagebox, en dat zij deze stoffen en voorwerpen aldus voorhanden hebben gehad. Bestemming stoffen en voorwerpen De rechtbank is ten aanzien van de aangetroffen stoffen en voorwerpen in de garagebox van oordeel dat, gelet op de hoeveelheid en de professionele aard van de aangetroffen goederen, het niet anders kan dan dat deze goederen, in onderling verband en samenhang bezien, bestemd waren voor de grootschalige en/of bedrijfsmatige teelt van hennep. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] ook wisten dat de aangetroffen stoffen en voorwerpen daarvoor bestemd waren, gelet op de aard en de hoeveelheid van de voorwerpen en stoffen, gelet op het tapgesprek van 23 februari 2019 en ook gelet op het feit dat de rechtbank hiervoor onder feit 1 heeft bewezenverklaard dat [verdachte] zich, samen met onder andere [medeverdachte 1] , schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in verschillende hennepkwekerijen. Daar komt bij dat in de garagebox ook een zak met hennep is aangetroffen. Volkswagen Transporter De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de Volkswagen Transporter voorhanden hebben gehad en is van oordeel dat de Volkswagen Transporter bestemd was voor de beroeps- en/of bedrijfsmatige hennepteelt, van welke bestemming [verdachte] en [medeverdachte 1] ook op de hoogte waren. De rechtbank verwijst in dit kader naar hetgeen zij hiervoor, onder 6.2.1 en in het kader van de bespreking van de verschillende hennepkwekerijen, reeds heeft vastgesteld over (het gebruik van) de Volkswagen Transporter door onder meer [verdachte] en [medeverdachte 1] en naar het feit dat op 21 maart 2019 door het observatieteam de Volkswagen Transporter bij de garagebox is gezien, zoals hiervoor onder ‘De observaties’ reeds uiteen is gezet. Medeplegen Op grond van de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Zij hebben allebei een wezenlijke bijdrage geleverd aan de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Hun rollen waren inwisselbaar. Zij konden beiden gebruik maken van zowel de stoffen en voorwerpen in de garagebox als de Volkswagen Transporter en wat betreft de garagebox geldt dat uit het telefoongesprek van 23 februari 2019 volgt dat [verdachte] [medeverdachte 1] vraagt om “de zaken voor hem te regelen” oftewel voor hem waar te nemen tijdens zijn afwezigheid. Conclusie De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. 6.2.4 Feit 4 6.2.4.1 Het beoordelingskader De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie moet worden vastgesteld dat: sprake is geweest van een organisatie; die organisatie tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, in onderhavig geval het plegen van misdrijven zoals opgenomen in artikel 11 en/of 11a van de Opiumwet, en; verdachte opzettelijk aan die organisatie heeft deelgenomen. Een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (generalis) en artikel 11b van de Opiumwet (specialis) is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat iemand, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met of bekend moet zijn geweest met alle anderen die deel hebben uitgemaakt van die organisatie of dat de samenstelling van dat samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven. Voor de bewijsvoering van het bestanddeel ‘oogmerk’ kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Voor deelneming aan de organisatie is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet, in de zin van onvoorwaardelijk opzet (voorwaardelijk opzet is dus niet voldoende), dat de organisatie het plegen van misdrijven (in dit geval: hennepgerelateerde misdrijven) tot oogmerk heeft. Het opzet van de verdachte moet dus zijn gericht op het deelnemen aan de organisatie. Volgt uit de bewijsvoering dat verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot het oogmerk besloten. Indien daarentegen uit de bewijsvoering slechts volgt dat de verdachte voor deelnemers van een criminele organisatie hand- en spandiensten heeft verricht zonder dat daaruit kan worden afgeleid dat hij daarbij handelde in de wetenschap dat de organisatie het plegen van, in dit geval hennepgerelateerde, misdrijven tot oogmerk had, dan staat daarmee niet vast dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat die organisatie bedoeld oogmerk had en levert het handelen van de verdachte geen deelneming aan die criminele organisatie op. 6.2.4.2 De overwegingen van de rechtbank De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 schuldig heeft gemaakt aan grootschalige hennepteelt in verschillende hennepkwekerijen. Daarnaast hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 een grote hoeveelheid stoffen en voorwerpen voorhanden gehad, die veelal gebruikt worden bij de exploitatie van grootschalige hennepkwekerijen. De feitelijke gang van zaken heeft de rechtbank uiteengezet bij de bespreking van de feiten 1, 2 en 3 hierboven. Hetgeen hierna besproken wordt, dient dan ook in onderlinge samenhang te worden gelezen met die uiteenzetting Naar het oordeel van de rechtbank was in dit geval sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, bestaande uit verschillende personen, dat tot oogmerk had het plegen van hennepgerelateerde misdrijven. [verdachte] stond aan het hoofd van de organisatie, die gericht was op de beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt/-handel en de voorbereiding daartoe. Hij exploiteerde hennepkwekerijen op verschillende locaties en was verantwoordelijk voor het verwerven en inrichten van die locaties. Hij nam de besluiten en op zijn initiatief en onder zijn aansturing en verantwoordelijkheid werden de verschillende kweeklocaties ingericht en onderhouden door hemzelf, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] . [verdachte] was ook degene aan wie door hen verantwoording werd afgelegd en die bij problemen werd gebeld. Als een spin in het web heeft [verdachte] verschillende personen om zich heen georganiseerd die in verschillende onderdelen van de hennepteelt voorzagen, waardoor het gehele proces van de kweek van hennepstekken tot de verkoop van de hennep tot zijn beschikking stond. Zo waren diverse personen bij deze organisatie betrokken met ieder hun eigen rol. De rechtbank ziet, naast voornoemde personen, ook [medeverdachte 5] als deelnemer van deze organisatie. Hij leverde op regelmatige basis grote hoeveelheden hennepstekken en kweekmateriaal ten behoeve van de kweeklocaties. Bovendien voorzag hij [verdachte] van advies over de verzorging van de stekken en planten en de inrichting van de kweeklocaties. Conclusie Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet met als oogmerk het beroeps- en bedrijfsmatig telen van en handelen in hennep en het voorbereiden of bevorderen hiervan en dat [verdachte] als leider aan deze organisatie heeft deelgenomen. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 4 dan ook wettig en overtuigend bewezen. 6.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(
  5. en)of alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,1 - in een pand gelegen aan de [adres 2] een hoeveelheid van 334 hennepplanten en2 - in een pand gelegen aan de [adres 3] een hoeveelheid van 269 hennepplanten en3 - in een pand gelegen aan de [adres 4] een hoeveelheid van 293 hennepplanten en4 - in een pand gelegen aan de [adres 5] een hoeveelheid van 463 hennepplanten en5 - in een pand gelegen aan de [adres 6] een hoeveelheid van 214 hennepplanten en6 - in een pand gelegen aan [adres 7] een hoeveelheid van 278 hennepplanten en7 - in een pand gelegen aan de [adres 8] een hoeveelheid van 158 hennepplanten en8 - in een pand gelegen aan de [adres 9] , een hoeveelheid van 68 hennepplanten en9 - in een pand gelegen aan de [adres 10] een hoeveelheid van 185 hennepplanten,opzettelijk heeft geteeld, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2 hij in de periode van5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), of alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit:1 - (locatie [adres 2] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer en2 - (locatie [adres 3] ), toebehorende aan Liander NV en3 - (locatie [adres 4] ), toebehorende aan Coteq Netbeheer en4 - (locatie [adres 5] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of5 - (locatie [adres 6] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer en6 - (locatie [adres 7] ), toebehorende aan Liander NV en8 - (locatie [adres 8] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer,waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking en hij in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit:7 - (locatie [adres 9] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer; 3.hij in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander, stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad, te weten: in een garagebox gelegen aan [adres 11]- een aantal armaturen en- een groot aantal assimilatielampen (600 watt) en- een aantal schakelborden en- een groot aantal transformatoren-koper (600 watt) en- een aantal koolstoffilters en- een aantal slakkenhuizen (426 watt en 523 watt en 1200 watt) en- een aantal temperatuurventilatieregelaars en- een aantal dompelpompen (550 watt en 900 watt) en- een aantal jerrycans groeimiddelen een vervoermiddel voorhanden heeft gehad, te weten een bedrijfsbus (merk Volkswagen, type Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 1] ), waarvan hij en zijn mededader wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten; 4.hij in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 in Nederland, als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten van verdachte en[medeverdachte 1] en[medeverdachte 2] en[medeverdachte 3] en[medeverdachte 4] en[medeverdachte 5] ,welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten:- misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en/of onder C van de Opiumwet gegeven verbod, te weten het telen, bewerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, en- misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet, te weten het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in het derde en vijfde lid van artikel 11. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. 7De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en in de artikelen 3, 11, 11a en 11b van de Opiumwet (Ow). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 het misdrijf: het in de uitoefening van beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel; en medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; en medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd; feit 3 het misdrijf: medeplegen van stoffen en voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten en medeplegen van een vervoermiddel voorhanden hebben, waarvan hij weet dat deze bestemd is tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten; feit 4 het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 11, derde en vijfde lid, en 11a van de Opiumwet. 8De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 9De op te leggen straf of maatregel 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 600 dagen, waarvan 433 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren. 9.2 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. De ernst van de feiten Verdachte heeft leiding gegeven aan een criminele organisatie gericht op het op beroeps- of bedrijfsmatige schaal telen van (grote hoeveelheden) hennep en het plegen van voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. De organisatie was verantwoordelijk voor de exploitatie van minimaal negen hennepkwekerijen. De hennepkwekerijen werden veelal gevestigd in de (sociale) huurwoningen van Syrische personen tegen de belofte van een geldbedrag. Zelfs in een complex van Humanitas, waar veel hulpbehoevenden, bejaarden en dementerenden woonden, werd een hennepkwekerij geëxploiteerd. Het getuigt van een gebrek aan respect voor deze voorzieningen en de mensen die daarvan afhankelijk zijn. In de woningen werd de stroom buiten de meter om afgetapt, waardoor niet alleen schade voor de netbeheerders is veroorzaakt, maar ook een potentieel brandgevaarlijke situatie in de woningen werd gecreëerd. Verdachte heeft enkel gehandeld uit financieel gewin en is voorbij gegaan aan deze risico’s en aan het feit dat hennep schadelijk is voor de volksgezondheid en vaak leidt tot verschillende vormen van overlast en criminaliteit. Verdachte heeft bovendien gedurende het onderzoek op geen enkele wijze openheid van zaken gegeven of verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. De persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 14 augustus 2024. Hieruit blijkt dat verdachte op 15 november 2018 eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Verdachte liep ten tijde van het plegen van een deel van de onderhavige feiten nog in de proeftijd van deze veroordeling. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw drugsgerelateerde delicten te plegen. De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de veroordeling van verdachte bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 11 mei 2023, opnieuw ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Artikel 63 Sr is derhalve van toepassing. De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 19 september 2024. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. De risicofactoren van verdachte lijken gelegen in zijn sociale netwerk en zijn (mogelijk) pro-criminele houding. De reclassering heeft geen beschermende factoren waargenomen. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Zij ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. De op te leggen straf De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Een eindvonnis dient vervolgens in de regel binnen twee jaren te volgen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals de ingewikkeldheid van een zaak. Verdachte is op 25 juni 2019 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Op 28 november 2024 wijst de rechtbank vonnis in de zaak van verdachte. Rekening houdende met de omvang van de zaak had naar het oordeel van de rechtbank een vonnis binnen drie jaren moeten volgen. Dit betekent dat dit vonnis ruim twee jaren na het verstrijken van de redelijke termijn wordt gewezen. De rechtbank is van oordeel dat deze aanzienlijke overschrijding matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen feiten als de onderhavige,de leidende rol die verdachte heeft vervuld en het feit dat verdachte eerder voor dit soort feiten is veroordeeld, in beginsel zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van (aanzienlijk) langere duur dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Echter, gelet op de geconstateerde forse overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van langere duur dan het aantal dagen dat verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal aan verdachte wel een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen als stok achter de deur om niet opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank vindt het daarnaast passend en geboden om aan verdachte een taakstraf op te leggen voor de maximale duur. De rechtbank is alles overziend van oordeel dat een taakstraf van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 600 dagen, waarvan 433 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is. 10De schade van benadeelden 10.1 De vorderingen van de benadeelde partijen [adres 3] Liander NV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.109,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - factuurbedrag ad € 3.622,18; - incassokosten ad € 487,22. [adres 4] Coteq Netbeheer BV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.435,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. Deze gevorderde schade bestaat uit de volgende posten: - verzegeling verbroken ad € 135,00; - veiligstellen aansluiting ad € 188,13; - energiediefstal (kWh) ad € 484,27; - onderzoek en behandelingskosten ad € 628,01. Deze schade is door de benadeelde partij gevorderd als immateriële schade. De rechtbank begrijpt de vordering zo dat de benadeelde partij heeft bedoeld om een vergoeding van materiële schade te vorderen. [adres 5] Enexis Netbeheer BV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.017,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - administratiekosten ad € 384,31; - netwerkkosten elektriciteit ad € 19,35; - verbruik elektriciteit ad € 268,92; - uurtarief (avond) ad € 345,--. [adres 6] Enexis Netbeheer BV heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.472,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - administratiekosten ad € 384,31; - netwerkkosten elektriciteit ad € 248,58; - verbruik elektriciteit ad € 531,45; - uurtarief (dag) ad € 308,--. 10.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voor toewijzing vatbaar zijn. 10.3 Het oordeel van de rechtbank [adres 3] Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. Liander NV heeft onvoldoende onderbouwd dat de kosten voor de incassowerkzaamheden ten aanzien van verdachte zijn gemaakt. Liander NV heeft ter onderbouwing van deze schadepost een factuur, ingebrekestelling en een aanmaning aangeleverd. De voornoemde documenten zijn echter niet aan verdachte gericht, maar aan [naam 5] . De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel van de vordering, te weten een bedrag van € 487,22, niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. De overige opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het door Liander NV gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 3.622,18 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank gaat daarbij uit van de datum waarop de betreffende hennepkwekerij door de politie is aangetroffen. [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de vordering van Coteq Netbeheer BV ter hoogte van € 1.435,41 en de vorderingen van Enexis Netbeheer BV ter hoogte van € 1.017,58 en € 1.472,34 derhalve in het geheel toewijzen, alle te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank gaat daarbij uit van de datum wa

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.