RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08-770062-19 (P) Datum vonnis: 28 november 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats] (Syrië), wonende aan de [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 oktober 2024, 8 oktober 2024 en 14 november 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander of anderen: feit 1: hennep heeft geteeld op vijf verschillende adressen; feit 2: elektriciteit heeft gestolen op vier verschillende adressen; feit 3: heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband dat tot oogmerk had het plegen van hennepgerelateerde misdrijven. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1.hij op één meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(
- en)en/of alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,1 - in een pand gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] een hoeveelheid van (in totaal) 334 hennepplanten en/of delen daarvan en/of2 - in een pand gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] een hoeveelheid van 463 hennepplanten en/of delen daarvan en/of3 - een pand gelegen aan de [adres 3] te [plaats 1] , een hoeveelheid van 68 hennepplanten en/of delen daarvan en/of4 - in een pand gelegen aan de [adres 4] te [plaats 3] een hoeveelheid van 158 hennepplanten en/of delen daarvan en/of5 - in een pand gelegen aan de [adres 5] te [plaats 2] een hoeveelheid van 185 hennepplanten en/of delen daarvan, (telkens) opzettelijk een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (telkens) (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel (een) middel(len) aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij op één meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 te [plaats 3] en/of [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, te weten:1 - (ongeveer) 10.832 kWh (locatie [adres 1] te [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of2 - (ongeveer) 4.255 kWh (locatie [adres 2] te [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of3 - (ongeveer) 14.273 kWh (locatie [adres 3] te [plaats 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer en/of4 - (ongeveer) 12.871 kWh (locatie [adres 4] te [plaats 3] ), geheel of ten dele toebehorende aan Enexis Netbeheer, in elk geval (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, althans enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit, althans het weg te nemen goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 in de gemeente(
- n)[plaats 4] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3] en/of [plaats 5] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: het meermalen, althans eenmaal, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in elk geval opzettelijk aanwezig hebben van (een) (grote) hoeveelhe(i)d(
- en)hennepstekken en/of hennepplanten en/of delen daarvan. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Inhoudsopgave 5. De inleiding 4 6. De bewijsmotivering 4 6.1 Het standpunt van de officier van justitie 4 6.2 Het oordeel van de rechtbank 4 6.2.1 De feiten die niet ter discussie staan 4 6.2.2 Feiten 1 en 2 6 6.2.3 Feit 3 18 6.3 De bewezenverklaring 20 7. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 21 8. De strafbaarheid van verdachte 22 9. De op te leggen straf of maatregel 22 9.1 De vordering van de officier van justitie 22 9.2 De gronden voor een straf of maatregel 22 10. De schade van benadeelden 24 10.1 De vordering van de benadeelde partij 24 10.2 Het standpunt van de officier van justitie 24 10.4 Hoofdelijkheid 24 10.5 De schadevergoedingsmaatregel 24 11. De toegepaste wettelijke voorschriften 25 12. De beslissing 25 5De inleiding Op 23 juli 2018 is door de districtsrecherche Twente een strafrechtelijk onderzoek opgestart onder de naam Arcadia. Het onderzoek richtte zich op het in een crimineel samenwerkingsverband bedrijfsmatig inrichten, onderhouden en exploiteren van hennepkwekerijen, het verhandelen van hennep en de mogelijke betrokkenheid van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en eventuele anderen daarbij. Door interceptie van telecommunicatiemiddelen, door middel van observaties en door het oprollen van meerdere hennepkwekerijen kwamen, naast [medeverdachte 1] , verschillende personen in beeld als potentiële verdachten. Die personen betreffen [verdachte] (hierna: [verdachte] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en de tweelingbroers [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) en [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ). Voor de leesbaarheid en begrijpelijkheid van het vonnis zal de rechtbank bij de bespreking van de feiten zowel verdachte als de medeverdachten telkens met hun naam aanduiden zoals hiervoor is weergegeven. De rechtbank wijst vandaag vonnis in de zaken van [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . De kernvraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of en zo ja, op welke manier [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] bij de aan hen ten laste gelegde feiten betrokken zijn geweest. Bij de beantwoording van deze vraag zal de rechtbank de door het Openbaar Ministerie gepresenteerde dossiers (een algemeen dossier, de zaaksdossiers en de persoonsdossiers van de verdachten) in hun totaliteit en in samenhang beoordelen. 6De bewijsmotivering 6.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich – op gronden zoals verwoord in haar schriftelijk requisitoir – op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Het onder feit 3 ten laste gelegde acht de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. 6.2 Het oordeel van de rechtbank 6.2.1 De feiten die niet ter discussie staan De rechtbank stelt allereerst een aantal algemene feiten en omstandigheden vast die bij de behandeling van de zaak niet ter discussie hebben gestaan. Telefoongebruik Voor de bewijsvoering komt het in belangrijke mate aan op de inhoud van tussen de verdachten gevoerde afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken. [medeverdachte 1] was, al jarenlang, de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] maakte al meer dan drie jaren gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Daarnaast had [medeverdachte 2] het telefoonnummer van zijn (toenmalige) echtgenote, te weten [telefoonnummer 3] , in gebruik. [medeverdachte 5] was de enige gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . [medeverdachte 3] had het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik. [verdachte] gebruikte het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . De rechtbank stelt tot slot vast dat [medeverdachte 4] de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] was ten tijde van de ten laste gelegde feiten. [medeverdachte 4] was de tenaamgestelde van dit telefoonnummer en in de afgeluisterde telefoongesprekken werd de gebruiker van dit telefoonnummer [medeverdachte 4] , [medeverdachte 4] of [medeverdachte 4] genoemd. Volkswagen Passat [medeverdachte 1] was op 8 april 2019 de kentekenhouder van een Volkswagen Passat voorzien van het kenteken [kenteken 1] (hierna: de Volkswagen Passat). [medeverdachte 1] maakte gebruik van deze auto. Ook [medeverdachte 2] gebruikte deze Volkswagen Passat. Zo werd hij op 16 april 2019 door het observatieteam waargenomen als de bestuurder van de Volkswagen Passat. Volkswagen Transporter [medeverdachte 1] was op 8 april 2019 de kentekenhouder van een Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 2] (hierna: de Volkswagen Transporter). De zijkant van deze bus was voorzien van het opschrift “ [bedrijf 1] , loodgieter, [telefoonnummer 1] ”. [medeverdachte 1] maakte zelf gebruik van deze bus. [medeverdachte 2] maakte ook veel gebruik van de Volkswagen Transporter. Daarnaast reden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in deze bus. [verdachte] maakte als bijrijder ook gebruik van deze bus. [bedrijf 1] Op 1 juli 2017 is [medeverdachte 1] de eenmanszaak [bedrijf 1] gestart. [medeverdachte 1] was daarnaast per 14 maart 2018 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2] BV. Actiedag Het onderzoek Arcadia leidde uiteindelijk tot een actiedag op 25 juni 2019, waarbij [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 3] werden aangehouden. Gedurende het onderzoek was reeds een aantal hennepkwekerijen opgerold. Op de actiedag en de dag erna werden op nog drie adressen hennepkwekerijen aangetroffen en opgerold. 6.2.2 Feiten 1 en 2 De rechtbank stelt hierna allereerst per adres de relevante feiten en omstandigheden ten aanzien van zowel de aangetroffen hennepkwekerij (feit 1) als de diefstal van de elektriciteit (feit 2) op dat adres vast. De rechtbank overweegt ten slotte waarom zij op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden tot conclusies komt en gaat vervolgens over tot de beantwoording van de bewijsvraag. 6.2.2.1 [adres 1] te [plaats 1] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 5 februari 2019 omstreeks 13:50 uur werd door de politie bij de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] binnengetreden. De verbalisanten troffen een in werking zijnde hennepkwekerij aan in de woning. Er waren twee kweekruimtes. In kweekruimte 1 stonden 168 hennepplanten en in kweekruimte 2 stonden 166 hennepplanten. De stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd buiten de meter om afgenomen. Hiertoe waren de door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) stond op voornoemd adres ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA). Verklaring [betrokkene 1] verklaarde bij de politie dat [medeverdachte 1] de hennepkwekerij in de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] had geplaatst. [medeverdachte 1] maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 1] gebruikte het huis. [betrokkene 1] ontving hiervoor ongeveer € 1000,-- per maand van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] regelde alles omtrent de opbouw en het onderhoud van de hennepkwekerij. In totaal waren er vier à vijf personen die [medeverdachte 1] hielpen, waaronder een persoon genaamd [medeverdachte 4] . Ook een persoon genaamd [medeverdachte 2] , die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , was betrokken bij de opbouw, de inrichting en het onderhoud van de hennepkwekerij. [betrokkene 1] verklaarde dat [medeverdachte 2] reparaties verrichtte en opruimde in de kwekerij. Bij de inrichting van de hennepkwekerij had [betrokkene 1] ook [verdachte] , die in zijn telefoon opgeslagen stond met het telefoonnummer [telefoonnummer 6] , gezien. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat de telefoonnummers [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 6] bij respectievelijk [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] in gebruik waren. De rechtbank stelt derhalve vast dat waar [betrokkene 1] in zijn verklaring over [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] sprak, hij daarmee respectievelijk [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] bedoelde. Observaties en tapgesprekken Op 10 januari 2019 zag het observatieteam dat [medeverdachte 1] zijn Volkswagen Passat parkeerde aan de [adres 10] in [plaats 1] en dat hij met een grijze sporttas naar de [adres 1] in [plaats 1] liep. [medeverdachte 1] werd door een persoon de woning binnengelaten. Op 5 februari 2019 om 18:14 uur, enkele uren nadat de verbalisanten de woning aan de [adres 1] waren binnengetreden en de hennepkwekerij was ontdekt, hadden [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] telefonisch contact. [medeverdachte 1] zei tegen [betrokkene 1] “Je moet direct naar huis komen. Ik weet niet wat er bij jou is gebeurd. Ze hebben het slot vervangen of ehh, ik weet het niet, want [verdachte] is naar boven en aar beneden gekomen en ze hebben een papier voor je aan de deur gehangen en hij heeft de deur geprobeerd te openen maar hij ging niet open (…) Ze hebben een papier voor je gelegd, maak daar maar een foto voor mij”. [betrokkene 1] vroeg of [verdachte] geen foto had kunnen maken van het papier. [medeverdachte 1] antwoordde “[verdachte] was weggegaan, hij werd bang, hij heeft niet langer kunnen blijven”. Om 19:22 uur, hadden [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] opnieuw contact. [betrokkene 1] meldde “Het huis is ontdekt (…) Er hangt een papier aan de deur (…) Er staat opgeschreven dat het slot is vervangen in verband met Hennep ehhhh, melden bij de politie en (…) de woonplaats”. [medeverdachte 1] reageerde “O God. We hebben toch niets verkeerds gedaan, hoe is het dan ontdekt?”. Hierop antwoordde [betrokkene 1] “Dat weet ik want ik heb op het nieuws gekeken en er stond ook niets. Er is zelfs geen geur in het huis”. [medeverdachte 1] vroeg aan [betrokkene 1] hoe het huis in godsnaam was ontdekt. Hij vroeg zich af of [verdachte] iets misdaan had. [medeverdachte 1] zei tegen [betrokkene 1] “Kijk, ik ben in het theehuis/café, kom maar naar [plaats 3] zodat ik je even kan spreken. We moeten weten wat je allemaal gaat vertellen en neem het papier mee, kom maar. (…) Man, om tien uur 's ochtends was [verdachte] nog thuis. Wat is er nou gebeurd?”. Ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] voerden telefoongesprekken op 5 februari 2019. Om 19:26 uur vertelde [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4] “Ja, het huis is ontdekt (…) we hebben het niet in het nieuws zien staan en [verdachte] was om half elf ’s ochtends vertrokken. Wie komt er allemaal bij [verdachte] langs?”. Op 6 maart 2019 werd door het observatieteam waargenomen dat de Volkswagen Transporter om 15:11 uur geparkeerd stond ter hoogte van het portiek voor de toegang tot de [adres 1] in [plaats 1] . Om 15:17 uur op voornoemde datum zagen de verbalisanten dat [medeverdachte 2] met plastic tassen de portiek van de [adres 1] binnenging. Even later werd gezien dat [medeverdachte 2] in de [adres 1] op een trap bij het raam aan het klussen was. Dactyloscopisch spoor Tijdens het ontmantelen van de hennepkwekerij op 5 februari 2019 werd een stuk folie met ducttape aangetroffen op een ruit in kweekruimte 1. Nadat de ducttape van het folie was verwijderd werden op de kleefzijde meerdere dactyloscopische sporen aangetroffen. Deze dactyloscopische sporen werden vergeleken met behulp van [naam 1] wat heeft geleid tot individualisatie van het spoor op de persoon [medeverdachte 4] . Tussenconclusie Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor aan feiten en omstandigheden heeft uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] betrokken is geweest bij de exploitatie van deze hennepkwekerij. [verdachte] was samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] betrokken bij de opbouw, inrichting en het onderhoud van de hennepkwekerij. [verdachte] was de ochtend voordat de politie de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] binnentrad, nog in voornoemde woning geweest. [verdachte] was ook de persoon die het papier van de politie op de deur van de woning aantrof. Hij werd bang en is snel weggegaan. 6.2.2.2 [adres 2] te [plaats 1] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 7 mei 2019 troffen verbalisanten in de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] een in werking zijnde hennepkwekerij aan. In de woning bevonden zich twee kweekruimtes. In de woonkamer die was ingericht als kweekruimte 1 stonden 281 hennepplanten. In de slaapkamer die was ingericht als kweekruimte 2 stonden 182 hennepplanten. Er werd geconstateerd dat de stroomvoorziening illegaal werd afgenomen door middel van een illegale aftakking in de hoofdaansluitkast. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels waren hiertoe verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [betrokkene 2] was de huurder van voornoemde woning. Aangetroffen sleutel [medeverdachte 1] werd op 25 juni 2019 aangehouden in een woning aan de [adres 6] te [plaats 1] . Tijdens de doorzoeking van die woning werd een sleutelbos aangetroffen met sleutels van de voordeur van de woning aan de [adres 2] . Tapgesprekken, observatie, peilbakengegevens en historische verkeersgegevens Op 27 maart 2019 voerde [medeverdachte 1] een telefoongesprek met een onbekend gebleven persoon. In dit gesprek vroeg de onbekend gebleven persoon aan [medeverdachte 1] of hij een arbeidscontract voor [betrokkene 2] kon regelen. [medeverdachte 1] reageerde daarop dat hij het die avond zou klaarmaken. Op 8 april 2019 belde [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] en zei “Ik ben nu in het huis van het meisje. Wat wil je doen, de kamer en de woonkamer, alleen maar de woonkamer of alleen maar de kamer?” [medeverdachte 1] antwoordde “De kamer en de woonkamer”. Op 20 april 2019 werd door een onbekend gebleven persoon gebeld naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vroeg de onbekend gebleven persoon in dit gesprek om 500 aan het meisje, [betrokkene 2] , te geven. Op 24 april 2019 om 16:35 uur belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 5] en gaf hij [medeverdachte 5] de volgende instructies: “Ik wil dat jullie iets van 20 kommen pakken en daarmee naar boven gaan. Laat hem ze horizontaal en verticaal bij elkaar leggen zodat … de man zit mij te bellen, zodat ik kan zien hoeveel stuks ik moet halen. Laat hem mij maar vertellen hoeveel stuks horizontaal en hoeveel stuks verticaal, in beide kamers. (…) [verdachte] weet wel. [medeverdachte 5] gaf de telefoon vervolgens door aan [verdachte] “Hier, heb je hem, hier is [verdachte].” Op diezelfde dag om 16:57 uur peilde het telefoonnummer van [medeverdachte 5] uit op een telefoonmast die hemelsbreed binnen 200 meter van de [adres 2] in [plaats 1] lag. De Volkswagen Transporter bevond zich op die dag tussen 17:00 uur en 17:24 uur aan de [adres 2] in [plaats 1] . Om 20:39 uur belde [medeverdachte 1] naar [verdachte] met de vraag op hoeveel stuks [verdachte] daar uit kwam. [verdachte] vertelde “de spullen liggen allemaal op de grond en we konden niet ehhh, we hebben een lading naar boven gebracht”. [medeverdachte 1] stelde dat het niet veel moeite was en dat het slechts twee minuten zou kosten. [medeverdachte 1] vertelde dat de man zat te wachten en zei “Ga jij maar snel samen met [medeverdachte 4] ”. Op 25 april 2019 om 13:27 uur belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] met de vraag hoeveel stuks er besteld moesten worden. [medeverdachte 4] reageerde daarop dat [medeverdachte 1] er 440 moest bestellen. [medeverdachte 1] antwoordde “Goed, 450, is goed.”. Even later, om 13:33 uur, hadden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] telefonisch contact. [medeverdachte 1] meldde dat het er 450 moesten zijn, waarop [medeverdachte 3] antwoordde dat hij het had opgeschreven. Om 14:59 uur belde [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] wees [medeverdachte 2] erop dat hij het bord niet overdag mocht aansluiten, want “hoogstwaarschijnlijk is de reden geweest bij [naam 2] , die opgepakt werd, dat we het overdag hadden aangesloten”. 46 minuten voor voornoemd gesprek voerde [medeverdachte 2] een telefoongesprek met zijn andere telefoonnummer waarbij de mast aan de [adres 2] in [plaats 1] werd aangestraald. Op 26 april 2019 om 14:00 uur stuurde [medeverdachte 3] een sms-bericht aan [medeverdachte 1] “4uur bij mij gr”. Diezelfde dag om 14:24 uur belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 5] en deelde hij mee “ , onze afspraak met de man is om vier uur, ik ga nu (…) je zult mij daar ontmoeten, ik wacht op je”. [medeverdachte 5] vroeg vervolgens naar het adres en [medeverdachte 1] zei dat [medeverdachte 5] vast richting Arnhem kon vertrekken en dat hij het adres zou sturen. Het telefoonnummer van [medeverdachte 5] straalde tijdens voornoemd gesprek aan op een telefoonmast aan de [adres 2] in [plaats 1] . Het observatieteam nam waar dat [medeverdachte 1] de Volkswagen Passat om 15:47 uur parkeerde bij het perceel [adres 7] in [plaats 6] . Om 16:14 uur straalde het telefoonnummer van [medeverdachte 5] aan op een telefoonmast die hemelsbreed op ongeveer 1,5 kilometer afstand van de woning aan de [adres 8] in [plaats 6] , waar [medeverdachte 3] woonde, stond. Op datzelfde moment belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 5] om te vragen waar hij bleef, waarop [medeverdachte 5] zei dat hij voor de deur stond. Het observatieteam nam waar dat [medeverdachte 1] om 16:30 uur van perceel [adres 7] naar perceel [adres 8] reed. De achterbank en de kofferbak van de Volkswagen Passat waren op dat moment leeg. Om 16:39 uur reed [medeverdachte 1] weer weg met meerdere bruine dozen op zijn achterbank en in zijn kofferbak. Om 19:13 uur hadden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] telefonisch contact. [medeverdachte 5] deelde aan [medeverdachte 1] mee dat de spullen naar boven waren gebracht. [medeverdachte 1] vroeg of de dozen open waren gezet, waarop [medeverdachte 5] antwoorde “Ja natuurlijk.” [medeverdachte 1] zei dat hij zuigers in zijn auto had liggen die hij in het busje moest zetten. Hij vroeg [medeverdachte 5] of er spullen in het busje lagen, waarop [medeverdachte 5] antwoordde dat er “transformatoren en zoiets” in het busje lagen. Het telefoonnummer van [medeverdachte 5] straalde aan op de telefoonmast aan de [adres 2] in [plaats 1] tijdens dit gesprek. Op 27 april 2019 om 14:15 uur meldde [medeverdachte 5] bij [medeverdachte 1] dat de kommen naar boven waren gebracht en dat ze nog bezig waren met het leggen van het zeil. [medeverdachte 5] zei tegen [medeverdachte 1] “Voor het geval dat er iets gebeurd, dat we dan niet alle vier tegelijkertijd beneden zouden zijn/niet alle vier tegelijkertijd opgepakt worden.” [medeverdachte 1] vroeg aan [medeverdachte 5] of zij er 450 naar boven hadden gebracht. [medeverdachte 5] bevestigde dit en vertelde “en meer zelfs”. Het telefoonnummer van [medeverdachte 5] straalde ten tijde van dit gesprek aan op een mast die 200 meter van de [adres 2] in [plaats 1] verwijderd was. Om 14:23 uur straalde het telefoonnummer van [medeverdachte 5] aan op een telefoonmast aan de [adres 2] in [plaats 1] . De Volkswagen Transporter bevond zich op voornoemde dag tussen 13:52 uur en 14:05 uur aan de [adres 2] in [plaats 1] . Op 29 april 2019 om 13:06 uur belde [medeverdachte 1] met [verdachte] . [medeverdachte 1] vroeg aan [verdachte] : “ , hebben jullie een motor en waterslangen hierheen/naar boven gebracht of niet?” [medeverdachte 1] meldde dat hij aan het werk wilde gaan, maar dat hij een vat, een gele waterslang, een sproeier/gieter en een rode waterslang nodig had. [verdachte] zei “is goed, we zijn nu bij je aangekomen, over een minuut zijn we bij je aangekomen.(…) we komen naar je toe (…) blijf even aan de lijn zodat je de deur voor ons kan doen (…) [medeverdachte 1] , doe de deur voor ons open”. [medeverdachte 1] vroeg op enig moment “Hoezo, heb je hier de stroom losgekoppeld?” waarop [verdachte] antwoordde “nee, ik heb het niet losgekoppeld (…) je moet goed indrukken, [medeverdachte 1] , want soms blijft het hangen”. Zowel het telefoonnummer van [medeverdachte 1] als het telefoonnummer van [verdachte] straalde aan op een mast die was gevestigd op een flatgebouw gelegen aan de [adres 9] in [plaats 1] . Om 17:08 uur belde [medeverdachte 1] met [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] vertelde “Ik heb spullen gehaald en ik ben onderweg om te gaan werken, thuis, hier (…) ik heb 450 gehaald en zo klopt de berekening helemaal” en even later vroeg hij “Waar is [medeverdachte 2]”. [medeverdachte 4] antwoordde dat [medeverdachte 2] boven was om de zekering te plaatsen. [medeverdachte 1] zei “Is goed, ik ga naar hem toe, ik ga werken en zodra ik klaar ben kom ik naar jullie toe”. Tijdens dit gesprek straalde het telefoonnummer van [medeverdachte 1] ook aan op de mast gevestigd op een flatgebouw gelegen aan de [adres 9] in [plaats 1] . Tussenconclusie De rechtbank is op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden van oordeel dat [verdachte] betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] . [medeverdachte 1] gaf instructies aan [verdachte] en [medeverdachte 5] over het berekenen van de hoeveelheid “kommen” die in de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] moest komen te staan, verdeeld over twee kamers. [verdachte] en [medeverdachte 5] waren op dat moment samen in voornoemde woning. Later die dag stuurde [medeverdachte 1] [verdachte] opnieuw naar de woning, dit keer met [medeverdachte 4] , om de berekening te maken. [medeverdachte 1] bestelde, op basis van de berekening van [medeverdachte 4] , hennepstekken, “450 stuks”, bij [medeverdachte 3] . Op 29 april 2019 ging [medeverdachte 1] aan het werk in voornoemde woning. Hij had hiervoor een aantal spullen nodig, die door [verdachte] naar de woning werden gebracht. [medeverdachte 1] vermoedde dat [verdachte] de stroom in de woning had losgekoppeld. [verdachte] antwoordde dat hij dit niet had gedaan, en dat [medeverdachte 1] “goed moest indrukken”. 6.2.2.3 [adres 3] te [plaats 1] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 25 juni 2019, de actiedag in het onderzoek Arcadia, werd in de woning gelegen aan de [adres 3] te [plaats 1] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In de professioneel ingerichte kweekruimte op de zolder van de woning stonden 259 hennepplanten. De stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij werd illegaal afgenomen. [medeverdachte 4] was woonachtig op voornoemd adres. [verdachte] bevond zich tijdens de actiedag ook in de woning en beschikte over een sleutel van de voordeur. Tapgesprekken en camerabeelden Op 23 februari 2019 belde [medeverdachte 4] met [medeverdachte 1] over zuigers en filters. [medeverdachte 1] vertelde in dit gesprek dat [medeverdachte 4] er een van 5000 of 2500 kon nemen. Uiteindelijk raadde [medeverdachte 1] aan om 2500 te nemen omwille van het geluid. Op 28 februari 2019 opende [medeverdachte 4] de deur van het portiek van de even nummers 20 tot en met 30 van de flat aan de [adres 3] in [plaats 1] . [medeverdachte 2] liep even later met houten latten die portiekdeur binnen. [medeverdachte 5] belde op 1 april 2019 met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 5] zei “we hebben 40 zakken naar [medeverdachte 4] gebracht. We hebben ze gelost en beneden gelegd (…) Wil je dat ik het busje bij [medeverdachte 4] achterlaat of bij de locatie waar ze aan het werk zijn?”. Op 2 april 2019 was er telefonisch contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] liet in dit gesprek aan [medeverdachte 1] weten dat er 40 zakken en twee filters waren weggebracht. Toen [medeverdachte 1] vroeg naar wie dit was weggebracht, antwoordde [medeverdachte 4] “naar mij”. [medeverdachte 1] gaf te kennen dat [medeverdachte 4] inmiddels te veel had. Hierop deelde [medeverdachte 4] mee “Beter te veel dan te weinig” en “Het is 110 geworden”. [medeverdachte 1] reageerde dat dit meer dan genoeg was. Op 23 april 2019 om 20:36 uur vroeg [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] hoeveel lampen hij moest plaatsen. Daarnaast meldde hij dat hij het bord in orde had gemaakt. [medeverdachte 1] zei tegen [medeverdachte 4] dat hij er zestien moest plaatsen. Om 20:53 uur hadden [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] opnieuw contact. [medeverdachte 4] meldde dat er iets mis was. [medeverdachte 4] vertelde dat [medeverdachte 2] er niet was en dat hij het stuk had vervangen. [medeverdachte 1] antwoordde hierop “ik heb het je echt uitgelegd en ik zei tegen je dat je geen dingen zomaar uit jezelf moet doen/geen dingen doen waar je geen verstand van hebt”. [medeverdachte 1] zei “ik moet dit morgen zelf komen bekijken”. [medeverdachte 4] antwoordde “kom morgenochtend naar mij toe en [medeverdachte 2] zou er ook zijn vanaf de ochtend”. Op 24 april 2019 om 14:35 uur spraken [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] elkaar opnieuw. [medeverdachte 4] vroeg aan [medeverdachte 1] “wanneer komt het bord?”. [medeverdachte 1] antwoordde hierop dat het bord er al was. Die avond, om 20:36 uur, vroeg [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] “wanneer kom je om water te geven”. [medeverdachte 1] antwoordde dat hij morgen zou komen. Op 25 april 2019 belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] met de boodschap dat hij beneden stond en dat [medeverdachte 4] de deur open moest doen. Op 27 april 2019 belde [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] . Er werd besproken dat er problemen waren met het bord bij [medeverdachte 4] . [medeverdachte 2] vertelde “Het bord zag er mooi uit en het deed het prima bij [naam 3] maar bij [naam 3] was het niet belast met zo’n aantal”. [medeverdachte 1] vroeg of [medeverdachte 2] drie schakeldraden/plusdraden had doorgetrokken. [medeverdachte 2] bevestigde dit. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hadden op 28 april 2019 telefonisch contact met elkaar. [medeverdachte 1] vroeg hoe de situatie bij [medeverdachte 4] was. [medeverdachte 4] vertelde dat hij net een lamp had vervangen samen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ). [medeverdachte 1] vertelde dat hij een nieuw bord had besteld en “laten we het werk maar tot morgen uitstellen en om geen koppijn te krijgen wil ik sowieso het bord vervangen en ik heb een nieuw/ander bord bij hem besteld”. Op 29 april 2019 belde [medeverdachte 4] met [medeverdachte 1] en vertelde hij dat dezelfde plek opnieuw was doorgebrand. [medeverdachte 1] meldde “[medeverdachte 2] en ik zijn twee uur lang bezig geweest met je transformatoren.(…) Alle aansluitingen zijn verkeerd gedaan. Alles is verkeerd aangesloten.(…) [medeverdachte 2] gaat opnieuw checken bij je en er zijn er transformatoren ehh op de plek waar het doorgebrand is ehhh of door de aansluiting of dat de transformator zelf kapot is. We zijn twee uur lang bezig geweest. [medeverdachte 4] , je laat [medeverdachte 2] alles doen, dit gaat echt niet zo.(…) Zodra ik klaar ben laat ik [medeverdachte 2] bij je langskomen om een check te doen en de kapotte transformatoren te vervangen”. Op 2 mei 2019 belde [medeverdachte 4] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vertelde dat hij onderweg was naar [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] meldde dat hij het licht had aangedaan en het vat had gevuld. [medeverdachte 1] antwoordde daarop “ik wou ze eerst zien dan zeg ik je of je moet vullen of niet”. [medeverdachte 1] gaf vervolgens de volgende instructies aan [medeverdachte 4] “als je wat grond pakt en knijpt, komt er dan water uit? (…) ze moeten dorst hebben, deze keer moeten ze dorst hebben om langer te worden. (…) laat me zelf maar komen kijken”. Op 25 mei 2019 belde [medeverdachte 5] met [medeverdachte 1] om hem te vertellen dat hij net bij [medeverdachte 4] langs was geweest en dat de slang van de airco uit het raam stak. [medeverdachte 1] instrueerde [medeverdachte 5] om [medeverdachte 4] op te bellen en dit meteen te zeggen. De slang moest volgens [medeverdachte 1] niet zichtbaar zijn. [medeverdachte 4] nam op 24 juni 2019 telefonisch contact op met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] vertelde “Ik laat [naam 4] en [naam 5] morgenochtend bij me komen en [medeverdachte 2] natuurlijk. [verdachte] en [naam 6] zijn dan ook bij me. (…) Je hoeft alleen maar die enen en de weegschaal naar me te brengen.(…) En scharen. We hebben ook geen scharen”. [medeverdachte 1] antwoordde “Die heb ik bij me. Zodra [medeverdachte 2] is gekomen laat ik hem ze naar je brengen”. Tussenconclusie Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] bij de exploitatie van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 3] te [plaats 1] betrokken is geweest. [verdachte] en [medeverdachte 4] vervingen op 28 april 2019 samen een lamp in de hennepkwekerij. [medeverdachte 4] zei op 24 juni 2019 dat er de volgende dag gewerkt gaat worden en dat [verdachte] er ook bij zou zijn. Daarnaast bevond [verdachte] zich op het moment dat de politie op 25 juni 2019 voornoemde woning binnentrad, in de woning. Hij beschikte ook over een sleutel van de voordeur. 6.2.2.4 [adres 4] te [plaats 3] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 25 juni 2019, de actiedag van het onderzoek Arcadia, werd in de woning gelegen aan de [adres 4] te [plaats 3] een professioneel ingerichte hennepkwekerij met 158 hennepplanten aangetroffen. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels waren verwijderd, vervangen of gemanipuleerd. [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ) stond in de GBA ingeschreven op voornoemd adres. Verklaringen [betrokkene 3] Bij de politie verklaarde [betrokkene 3] dat de aangetroffen hennepkwekerij van [medeverdachte 1] was. [medeverdachte 1] had een sleutel van de woning en verzorgde de kwekerij. De toegangsdeur tot de kamer waarin de kweekruimte zich bevond, was slotvast afgesloten. [betrokkene 3] kon alleen de kamer binnen als [medeverdachte 1] er was. Tijdens het verhoor door de sociale recherche verklaarde [betrokkene 3] dat het telefoonnummer van [medeverdachte 1] [telefoonnummer 1] was. Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft vastgesteld, was dit telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1] . De rechtbank concludeert derhalve dat waar [betrokkene 3] verklaarde over [medeverdachte 1] , hij daarmee [medeverdachte 1] bedoelde. De rechtbank zal deze persoon hierna als [medeverdachte 1] aanduiden. Nadat aan [betrokkene 3] tijdens het politieverhoor een telefoongesprek tussen hemzelf en het telefoonnummer [telefoonnummer 2] was voorgehouden, verklaarde hij dat hij [medeverdachte 2] wel eens in de woning had gezien. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat [medeverdachte 2] de gebruiker van voornoemd telefoonnummer was. De rechtbank stelt derhalve vast dat waar [betrokkene 3] in zijn verklaring sprak over [medeverdachte 2] , hij daarmee [medeverdachte 2] bedoelde en zal hem hierna ook als zodanig aanduiden. [betrokkene 3] verklaarde verder dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] bij hem langskwamen voor de hennepkwekerij. [verdachte] was één of twee keer in de woning. [verdachte] werkte ook met hen. In samenhang bezien met de feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder de andere kwekerijen reeds is uiteengezet, komt de rechtbank tot de conclusie dat waar [betrokkene 3] in zijn verklaring sprak over [verdachte] , hij daarmee [verdachte] bedoelde. [betrokkene 3] verklaarde ook dat er een keer eerder was geoogst in de hennepkwekerij. Bij het knippen van die eerste oogst waren [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] aanwezig. Aangetroffen sleutel [medeverdachte 1] werd op de actiedag op 25 juni 2019 aangehouden in een woning aan de [adres 6] te [plaats 1] . Tijdens de doorzoeking van deze woning werd een sleutelbos aangetroffen met daaraan een sleutel waarmee de voordeur van de woning gelegen aan de [adres 4] te [plaats 3] kon worden geopend. Tapgesprekken, observatie en peilbakengegevens Op 21 januari 2019 om 19:34 uur nam het observatieteam waar dat [medeverdachte 1] met een grijze tas de woning gelegen aan de [adres 4] in [plaats 3] binnenliep. Op 12 maart 2019 om 13:51 uur hadden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] telefonisch contact. [medeverdachte 1] vertelde dat hij wilde dat iemand ‘de vogels’ in Arnhem ging ophalen, waarop [medeverdachte 4] antwoordde “Ik ga ze voor je halen”. Die dag vinden er meerdere telefoongesprekken plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] die gaan over het ophalen van 150 ‘vogels’ door [medeverdachte 4] . Om 20:17 uur belde [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1] en zei hij dat hij was aangekomen bij het adres. Om 21:10 uur belde [medeverdachte 1] naar [betrokkene 3] met de mededeling dat iemand iets zou komen afgeven. [betrokkene 3] moest de deur voor deze persoon open doen en iets van hem overnemen. Tien minuten later belde [betrokkene 3] met [medeverdachte 1] . [betrokkene 3] vertelde dat [medeverdachte 4] “ze” had gebracht. [medeverdachte 1] vertelde [betrokkene 3] dat hij de dozen open moest laten en ze op een warme plek moest neerzetten. Op 16 maart 2019 om 18:02 uur vroeg [medeverdachte 1] aan [betrokkene 3] of hij thuis was. [betrokkene 3] antwoordde bevestigend. [medeverdachte 1] vertelde dat de jongens naar [betrokkene 3] kwamen om te werken. Om 18:05 uur hadden [medeverdachte 1] en [verdachte] telefonisch contact. [verdachte] vertelde dat hij over twee minuten bij het theehuis/cafetaria was. [medeverdachte 1] reageerde “Is goed, zodat jij en [naam 4] kunnen gaan”. Even later, om 18:16 uur, belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Hij vertelde [medeverdachte 2] dat hij vuilniszakken moest meenemen en dat de jongens waren vertrokken naar [naam 7] . De Volkswagen Transporter kwam omstreeks 19:00 uur aan op de [adres 4] in [plaats 3] . Om 22:09 uur vroeg [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 1] “[naam 7] wil 50 euro hebben, zal ik het aan hem geven?”. [medeverdachte 1] antwoordde dat hij het zelf later aan hem ging geven. Om 22:19 uur komt de Volkswagen Passat aan op de [adres 4] in [plaats 3] . Op 17 maart 2019 belde [medeverdachte 1] met [betrokkene 3] . [medeverdachte 1] vertelde “Luister, er is en zak, [medeverdachte 2] zegt dat hij deze onder de trap bij [naam 7] achtergelaten heeft. Een zak met Rara, weetje wat rara is, deze is van onze werk? (…) [medeverdachte 4] zal langs komen om deze bij jou op te halen”. Op 26 maart 2019 meldde [betrokkene 3] een probleem bij [medeverdachte 1] . Het was hetzelfde probleem als de vorige keer. [medeverdachte 1] zei tegen [betrokkene 3] “je moet niet aan ons werk komen, haal je stekker eruit”. [medeverdachte 1] vertelde [betrokkene 3] dat hij nu naar hem toe kwam. Op 26 april 2019 wilde [medeverdachte 1] van [betrokkene 3] weten “Vertel mij, hoe oud zijn die enen die nu bij je zijn?” waarop [betrokkene 3] reageerde “de datum 18/3 is de eerste dag”. Op 27 mei 2019 om 16:47 uur belde [medeverdachte 1] met [betrokkene 3] . [medeverdachte 1] vertelde “[medeverdachte 4] zal bij jou komen en de sleutel van de kamer aan jou geven. Je doet de kamer open. Daar is een tas met Harara geef hem alleen de tas met Harara (…) Vervolgens doe je de kamer deur op slot en laat de sleutel bij jou”. Om 17:06 uur belde [medeverdachte 1] opnieuw met [betrokkene 3] . Hij meldde “Doe open, onze vriend is beneden.(…) Je laat hem binnen, neem de sleutel van de kamer van hem. Je doet de kamer open, je pakt de tas met Harara en je geeft het aan hem en je doet de kamer op slot”. [betrokkene 3] lichtte tijdens het politieverhoor desgevraagd toe dat in voornoemd telefoongesprek met de zak “harara” een zak hennep werd bedoeld. Om 17:42 uur zei [medeverdachte 1] tegen [betrokkene 3] dat hij de deur voor [medeverdachte 2] open moest doen. [medeverdachte 2] stond boven bij [betrokkene 3] . Diezelfde dag om 21:10 uur belde [medeverdachte 1] naar [betrokkene 3] en meldde hij “[medeverdachte 4] komt nog een keer bij je langs, doe de kamer voor hem open en laat hem maar één pakken, alleen maar één (…) één kilo”. Op vragen van de politie over de inhoud van dit telefoongesprek, bevestigde [betrokkene 3] dat dit gesprek over een kilo hennep ging. Op 29 mei 2019 hadden [medeverdachte 1] en [verdachte] contact. [medeverdachte 1] zei “Baas, ik wil datje in de komende twee dagen alles in het huis van [naam 8] en [naam 7] afronden. Tot de goederen verkocht worden, begrijp jij mij?” en “Ik wil deze twee zaken van jou en [medeverdachte 5] , het is heel belangrijk. Omdat de Nederlander is akkoord gegaan, hij zal mij vogels geven en de betaling zal later plaats vinden”. [verdachte] antwoordde hierop “Belangrijk is dat jij geld voor mij regelt, ik heb het ook erg moeilijk”, waarop [medeverdachte 1] reageerde “Zodra iets verkocht wordt zal ik met jullie als eerst afrekenen". Op 31 mei 2019 belde [medeverdachte 1] met [betrokkene 3] en vertelde hij “[verdachte] , die samen met de jongens heeft gewerkt, is nu bij me. Hij komt zo naar je toe om te werken, goed?”. Dactyloscopische sporen In de hennepkwekerij is een aantal sporendragers aangetroffen en veiliggesteld voor nader onderzoek, waaronder twee stukken hittewerende isolatiefolie die uit de zijwand van de kwekerij zijn gesneden. Door de forensische opsporing zijn op deze sporendragers dactyloscopische sporen aangetroffen, die aan een vergelijkend dactyloscopisch onderzoek zijn onderworpen. Dat onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon, te weten [medeverdachte 2] . Tussenconclusie Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] bij de exploitatie van de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 4] te [plaats 3] betrokken is geweest. Op 16 maart 2019 instrueerde [medeverdachte 1] [verdachte] om samen met [medeverdachte 5] aan het werk te gaan in de woning aan de [adres 4] te [plaats 3] . Ook op 29 mei 2019 en 31 mei 2019 ging [verdachte] , in opdracht van [medeverdachte 1] , aan het werk in voornoemde woning. 6.2.2.5 [adres 5] te [plaats 2] De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van de behandeling ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht, het navolgende vast. Aantreffen hennepkwekerij Op 27 juni 2019 werd in de woning gelegen aan de [adres 5] te [plaats 2] op de zolderetage een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Er stonden in totaal 185 hennepplanten van ongeveer zes weken oud. [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ) was de bewoner van deze woning. Verklaring [betrokkene 4] verklaarde bij de politie dat hij door [medeverdachte 1] was benaderd in een café. [medeverdachte 1] beloofde een woning voor [betrokkene 4] te regelen, op voorwaarde dat hij ( [medeverdachte 1] ) een hennepplantage in de woning mocht exploiteren. [betrokkene 4] zou hier een bedrag van € 1.500,-- voor ontvangen. Tijdens het politieverhoor werd aan [betrokkene 4] een telefoongesprek tussen hemzelf en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] voorgehouden. [betrokkene 4] bevestigde dat dit een gesprek was met de persoon die hij kende als [medeverdachte 1] . Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft vastgesteld, was dit telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1] . Gelet hierop concludeert de rechtbank dat waar [betrokkene 4] in zijn verklaring sprak over [medeverdachte 1] , hij hiermee [medeverdachte 1] bedoelde. De rechtbank zal deze persoon hierna telkens aanduiden als [medeverdachte 1] . [betrokkene 4] verklaarde dat [medeverdachte 1] spullen voor de hennepkwekerij naar de woning bracht. Ook [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , de tweelingbroers uit Irak, brachten spullen naar de woning. Gelet op de voornoemde door [betrokkene 4] gegeven beschrijving van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] stelt de rechtbank vast dat zijn verklaring betrekking heeft op [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . [betrokkene 4] verklaarde dat [medeverdachte 2] ook bij de hennepkwekerij kwam. In samenhang bezien met de feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder de andere kwekerijen reeds is uiteengezet, komt de rechtbank tot de conclusie dat waar [betrokkene 4] in zijn verklaring sprak over [medeverdachte 2] , hij daarmee [medeverdachte 2] bedoelde. Voornoemde personen hadden allen een eigen aandeel in de plantage. [medeverdachte 1] verzorgde de plantage en controleerde alles. [betrokkene 4] moest het [medeverdachte 1] melden als er iets niet werkte. Vervolgens belde [medeverdachte 1] één van de jongens om het op te lossen. Aangetroffen sleutel In de Volkswagen Passat werd een sleutel met daaraan een sleutelhanger met de tekst “ [adres 5] ” aangetroffen. Tapgesprekken, historische verkeersgegevens en peilbakengegevens Op 8 mei 2019 sprak [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zei tegen [medeverdachte 1] dat hij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op moest bellen om te vragen waar zij bleven. [medeverdachte 2] vertelde “We moeten nog naar [plaats 2] gaan om het gereedschap te halen”. [medeverdachte 1] reageerde hierop “Het is nu 10 uur. Ik heb tegen je gezegd ehhhh, de geur bij de man zal naar buiten komen”. Op 13 mei 2019 om 10:34 uur belde [medeverdachte 1] met [verdachte] . [medeverdachte 1] vertelde [verdachte] “het werk is in [plaats 2] . Het duurt maar iets van twee uur, jij en [medeverdachte 5] , nieuwe aarde, jullie gaan vullen”. Om 11:26 uur belde [medeverdachte 1] met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] gaf [medeverdachte 5] de opdracht om te komen. [medeverdachte 1] vertelde “Jullie moeten gaan werken in [plaats 2] , jullie moeten datgene vullen want de jongens zijn klaar en ik heb de mussen daarvoor van gehaald”. Om 16:07 uur belde [medeverdachte 1] nogmaals met [medeverdachte 5] en vroeg hij hoeveel stuks het op de grond waren geworden. [medeverdachte 5] antwoordde dat het er 169 waren geworden. [medeverdachte 1] vertelde dat ze de dozen moeten openen en op een warme plek moeten zetten zonder iets aan te zetten. De telefoon van [medeverdachte 5] straalde op 13 mei 2019 omstreeks 16:05 uur en omstreeks 17:07 uur aan op een telefoonmast in [plaats 2] . Om 19:41 uur meldde [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] dat hij bij [betrokkene 4] ging vertrekken. [medeverdachte 2] had alles aangezet en in werking gesteld. [medeverdachte 1] wees [medeverdachte 2] erop dat hij niets boven de mussen moest aanzetten. Op 14 mei 2019 hadden [medeverdachte 1] en [verdachte] contact. [medeverdachte 1] vroeg “Ik wou je vragen [verdachte] . Hebben jullie een vat meegenomen naar [betrokkene 4] in [plaats 2] ?”, waarop [verdachte] reageerde dat hij dat niet had gedaan. Op 15 mei 2019 belde [medeverdachte 1] met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] vertelde in dit gesprek dat [verdachte] en hij de kommen bij [betrokkene 4] hadden gevuld. [medeverdachte 1] reageerde dat hij de kommen opnieuw had gevuld, omdat deze slechts voor de helft gevuld waren. Hierop antwoordde [medeverdachte 5] dat [verdachte] de persoon was die de kommen had gevuld. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] spraken elkaar op 15 mei 2019. [medeverdachte 4] vertelde dat [medeverdachte 2] naar [plaats 2] was gekomen en dat [medeverdachte 2] had gesnoeid en geprikt. [medeverdachte 1] vroeg of zij het in [plaats 2] hadden afgerond, waarop [medeverdachte 4] zei dat het niet was gelukt om de filter te verplaatsen. [medeverdachte 4] vertelde dat zij morgen verder gingen en dat de elektriciteit en het zeil bij de deur was geregeld. Op 18 mei 2019 om 14:39 uur belde [medeverdachte 1] met [betrokkene 4] . [medeverdachte 1] vertelde dat hij over tien minuten bij [betrokkene 4] zou zijn. Omstreeks 14:57 uur op voornoemde dag stond de Volkswagen Passat op circa 260 meter van de [adres 5] stil in [plaats 2] en omstreeks 15:19 uur reed de Volkswagen Passat weer. [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] hadden op 22 mei 2019 opnieuw telefonisch contact. [betrokkene 4] vroeg of hij die dag iets moest doen. [medeverdachte 1] antwoordde “Vul er maar één vandaag, lauw water, zoals gebruikelijk en ik heb het medicijn naar je al gebracht (…) Van nummer 2 neem je 450 gram nadat je de weegschaal hebt aangezet en de kom erop hebt gedaan.(…) Je reset het en dan doe je er 450 en (…) daarna gooi je het in de vat en dan ga je in de bodem sproeien (…)”. Ook op 24 mei 2019 vanaf circa 10:07 uur tot omstreeks 10:39 uur stond de Volkswagen Passat in [plaats 2] . Kort daarvoor, om 9:48 uur, hadden [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] telefonisch contact. [medeverdachte 1] vertelde dat hij iets moest doen en dat hij over ongeveer tien minuten bij [betrokkene 4] zou zijn. Op 29 mei 2019 belde [medeverdachte 1] met [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] zei tegen [medeverdachte 4] “je moet ook [medeverdachte 2] naar [betrokkene 4] brengen en laat hem twee transformatoren en twee lampen meenemen. Hij moet wat gaan repareren, hij heeft een mankement daar”. Op 18 juni 2019 spraken [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] elkaar opnieuw telefonisch. [betrokkene 4] zei “Ik denk dat ze vandaag water moeten hebben” en [medeverdachte 1] reageerde “Ja, daarom wil ik een kijkje gaan nemen”. [betrokkene 4] vertelde dat hij gisteren de lampen had verminderd. Er waren er nu negen aangesloten. [medeverdachte 1] zei “Goed, als je ziet dat het buiten warm wordt moet je zelf gaan minderen. Als ik het vergeet te zeggen doe dit maar gewoon uit jezelf”. Tussenconclusie De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat [verdachte] betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning gelegen aan de [adres 5] te [plaats 2] . Gelet op de inhoud van vorenstaande telefoongesprekken concludeert de rechtbank dat [verdachte] in voornoemde woning aan het werk is geweest. Op 13 mei 2019 instrueerde [medeverdachte 1] [verdachte] om samen met [medeverdachte 5] in voornoemde woning aan het werk te gaan. [medeverdachte 1] hield ondertussen een vinger aan de pols en werd door [medeverdachte 5] op de hoogte gehouden van de voortgang van de werkzaamheden. Een dag later controleerde [medeverdachte 1] bij [verdachte] of hij het vat wel had meegenomen naar voornoemde woning. [verdachte] had de potten gevuld. 6.2.2.6 Overwegingen en conclusie van de rechtbank ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde feit De rechtbank acht op grond van de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennepplanten in vijf hennepkwekerijen. Medeplegen Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] –deels in wisselende samenstellingen – sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de exploitatie van de hierboven besproken hennepkwekerijen. [verdachte] was betrokken bij de opbouw en bij het onderhoud van de hennepkwekerijen. Zijn rol bestond uit het uitvoeren van diverse werkzaamheden op de locaties van de hennepkwekerijen. [verdachte] heeft hiermee naar het oordeel van de rechtbank een bijdrage van voldoende gewicht geleverd aan het ten laste gelegde feit, zodat de rechtbank hem als medepleger van het telen van hennep aanmerkt. Uitoefening van een beroep of bedrijf Zoals de rechtbank hiervoor uiteen heeft gezet, was sprake van vijf verschillende hennepkwekerijen waarin verschillende mensen werkzaam waren. De capaciteit van de hennepkwekerijen tezamen was aanzienlijk (in totaal werden er 1.399 hennepplanten aangetroffen en ook werden er kweekruimten aangetroffen waar al was geoogst). De teeltprocessen geschiedden in afzonderlijke, daarvoor ingerichte ruimtes onder gecontroleerde condities en deels geautomatiseerd met behulp van technische middelen, kennelijk ter optimalisering van het teeltproces en minimalisering van de daarvoor van de telers vereiste inspanningen. De kweekruimtes zijn ook op professionele wijze aangelegd, waaruit kan worden afgeleid dat de hennepkwekerijen waren opgezet met de bedoeling dat daarmee verschillende keren kon worden geoogst ten behoeve van de verkoop. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van hennepteelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Conclusie De rechtbank acht het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. 6.2.2.7 Overwegingen en conclusie van de rechtbank ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde feit De rechtbank acht op grond van de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit in vier panden. De rechtbank stelt voorop dat het een feit van algemene bekendheid is dat hennepplantages veel stroom verbruiken, zeker hennepplantages van dit formaat, en dat de elektriciteit bijna altijd buiten de meter om wordt weggenomen. Door de fraude-inspecteurs is telkens vastgesteld dat de stroom in deze panden illegaal werd afgenomen ten behoeve van de zich daarin bevindende hennepkwekerijen. Voor het illegale verkrijgen van deze stroom waren elektrische aansluitingen aangelegd buiten de elektriciteitsmeter om. Ten aanzien van alle panden, met uitzondering van het pand aan de [adres 3] in [plaats 1] , blijkt uit het dossier verder dat de verzegeling van de aansluitkast was verbroken en/of het deksel hiervan was verwijderd. Blijkens de hiervoor uiteengezette feiten en omstandigheden was [verdachte] als medepleger betrokken bij de opbouw en het onderhoud van vijf kwekerijen. Hij was meer dan incidenteel in de desbetreffende hennepkwekerijen aanwezig om daar werkzaamheden te verrichten, waaronder het vervangen van een lamp in de kwekerij aan de [adres 3] in [plaats 1] . Uit de hiervoor aangehaalde tapgesprekken blijkt verder dat hij [medeverdachte 1] kan vertellen dat ‘het’ soms blijft hangen, wanneer [medeverdachte 1] hem vraagt of hij de stroom heeft losgekoppeld in de kwekerij aan de [adres 2] in [plaats 1] . Gelet op het voorgaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [verdachte] wetenschap had van de diefstal van elektriciteit en dat zijn opzet mede daarop was gericht. Medeplegen Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , deels in wisselende samenstellingen, sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking ten behoeve van de diefstal van elektriciteit in vier panden. [verdachte] heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de diefstal van de elektriciteit in deze panden, zodat de rechtbank hem als medepleger van de diefstal van elektriciteit aanmerkt. Conclusie De rechtbank acht het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat zij [verdachte] ten aanzien van de [adres 3] in [plaats 1] vrijspreekt van de strafverzwarende omstandigheid dat de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik is gebracht door middel van braak en/of verbreking. 6.2.3 Feit 3 6.2.3.1 Het beoordelingskader De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie moet worden vastgesteld dat: sprake is geweest van een organisatie; die organisatie tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, in onderhavig geval het plegen van misdrijven zoals opgenomen in artikel 11 van de Opiumwet, en; verdachte opzettelijk aan die organisatie heeft deelgenomen. Een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (generalis) en artikel 11b van de Opiumwet (specialis) is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat iemand, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met of bekend moet zijn geweest met alle anderen die deel hebben uitgemaakt van die organisatie of dat de samenstelling van dat samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven. Voor de bewijsvoering van het bestanddeel ‘oogmerk’ kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Voor deelneming aan de organisatie is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet, in de zin van onvoorwaardelijk opzet (voorwaardelijk opzet is dus niet voldoende), dat de organisatie het plegen van misdrijven (in dit geval: hennepgerelateerde misdrijven) tot oogmerk heeft. Het opzet van de verdachte moet dus zijn gericht op het deelnemen aan de organisatie. Volgt uit de bewijsvoering dat verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot het oogmerk besloten. Indien daarentegen uit de bewijsvoering slechts volgt dat de verdachte voor deelnemers van een criminele organisatie hand- en spandiensten heeft verricht zonder dat daaruit kan worden afgeleid dat hij daarbij handelde in de wetenschap dat de organisatie het plegen van, in dit geval hennepgerelateerde, misdrijven tot oogmerk had, dan staat daarmee niet vast dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat die organisatie bedoeld oogmerk had en levert het handelen van de verdachte geen deelneming aan die criminele organisatie op. 6.2.3.2 De overwegingen van de rechtbank De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 schuldig heeft gemaakt aan grootschalige hennepteelt in verschillende hennepkwekerijen. De feitelijke gang van zaken heeft de rechtbank uiteengezet bij de bespreking van de feiten 1 en 2. Hetgeen hierna besproken wordt, dient dan ook in onderlinge samenhang te worden gelezen met die uiteenzetting. Naar het oordeel van de rechtbank was in dit geval sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, bestaande uit verschillende personen, dat tot oogmerk had het plegen van hennepgerelateerde misdrijven. [medeverdachte 1] stond aan het hoofd van de organisatie, die gericht was op de beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt/-handel. Hij exploiteerde hennepkwekerijen op verschillende locaties en was verantwoordelijk voor het verwerven en inrichten van die locaties. Hij nam de besluiten en op zijn initiatief en onder zijn aansturing en verantwoordelijkheid werden de verschillende kweeklocaties ingericht en onderhouden door hemzelf, [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] was ook degene aan wie door hen verantwoording werd afgelegd en die bij problemen werd gebeld. Als een spin in het web heeft [medeverdachte 1] verschillende personen om zich heen georganiseerd die in verschillende onderdelen van de hennepteelt voorzagen, waardoor het gehele proces van de kweek van hennepstekken tot de verkoop van de hennep tot zijn beschikking stond. Zo waren diverse personen bij deze organisatie betrokken met ieder hun eigen rol. De rechtbank ziet, naast voornoemde personen, ook [medeverdachte 3] als deelnemer van deze organisatie. Hij leverde op regelmatige basis grote hoeveelheden hennepstekken en kweekmateriaal ten behoeve van de kweeklocaties. Bovendien voorzag hij [medeverdachte 1] van advies over de verzorging van de stekken en planten en de inrichting van de kweeklocaties. [verdachte] vervulde een ondersteunende en uitvoerende rol binnen de organisatie. Hij verrichtte in de verschillende kweeklocaties in opdracht van [medeverdachte 1] allerhande werkzaamheden met betrekking tot de opbouw, de inrichting en het onderhoud van de hennepkwekerijen. Hij was dus op verschillende momenten binnen het kweekproces aanwezig op de kweeklocaties om werkzaamheden uit te voeren. Hij voerde deze werkzaamheden alleen of samen met [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] uit. [verdachte] had daartoe ook regelmatig contact met voornoemde personen. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte] wist dat hij deelnam aan een organisatie en is van oordeel dat hij door de kweeklocaties op te bouwen en te onderhouden handelingen heeft verricht die hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, zodat daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten ligt. Conclusie Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet met als oogmerk het beroeps- en bedrijfsmatig telen van en handelen in hennep en dat [verdachte] aan deze organisatie heeft deelgenomen. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen. 6.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,1 - in een pand gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] een hoeveelheid van 334 hennepplanten en2 - in een pand gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] een hoeveelheid van 463 hennepplanten en3 - in een pand gelegen aan de [adres 3] te [plaats 1] , een hoeveelheid van 68 hennepplanten en4 - in een pand gelegen aan de [adres 4] te [plaats 3] een hoeveelheid van 158 hennepplanten en5 - in een pand gelegen aan de [adres 5] te [plaats 2] een hoeveelheid van 185 hennepplanten, opzettelijk heeft geteeld, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2.hij in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit:1 - (locatie [adres 1] te [plaats 1] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer en2 - (locatie [adres 2] te [plaats 1] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer en4 - (locatie [adres 4] te [plaats 3] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking en hij in de periode van 5 februari 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit:3 - (locatie [adres 3] te [plaats 1] ), toebehorende aan Enexis Netbeheer; 3.hij in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juni 2019 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en bewerken en verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren van hennepplanten. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. 7De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 3, 11 en 11b van de Opiumwet (Ow). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 het misdrijf: medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd; feit 3 het misdrijf: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet. 8De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 9De op te leggen straf of maatregel 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren. 9.2 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. De ernst van de feiten Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het op beroeps- of bedrijfsmatige schaal telen van (grote hoeveelheden) hennep. Hij had hierin een uitvoerende rol. De organisatie was verantwoordelijk voor de exploitatie van minimaal negen hennepkwekerijen. Verdachte was betrokken bij de exploitatie van vijf van deze kwekerijen. De hennepkwekerijen werden veelal gevestigd in de (sociale) huurwoningen van Syrische personen tegen de belofte van een geldbedrag. In de woningen werd de stroom buiten de meter om afgetapt, waardoor niet alleen schade voor de netbeheerders is veroorzaakt, maar ook een potentieel brandgevaarlijke situatie in de woningen werd gecreëerd. Verdachte heeft enkel gehandeld uit financieel gewin en is voorbij gegaan aan het feit dat verdovende middelen zoals hennep schadelijk zijn voor de volksgezondheid en vaak leiden tot verschillende vormen van criminaliteit. Verdachte heeft bovendien gedurende het onderzoek op geen enkele wijze openheid van zaken gegeven of verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. De persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 14 augustus 2024. Hieruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 30 september 2024. Hieruit komt naar voren dat de onstabiele financiële situatie van verdachte zorgt voor een verhoogde kans op recidive. Het gezin en het werk van verdachte lijken beschermende factoren te zijn. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Zij ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. De op te leggen straf De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Een eindvonnis dient vervolgens in de regel binnen twee jaren te volgen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals de ingewikkeldheid van een zaak. Verdachte is op 25 juni 2019 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Op 28 november 2024 wijst de rechtbank vonnis in de zaak van verdachte. Rekening houdende met de omvang van de zaak had naar het oordeel van de rechtbank een vonnis binnen drie jaren moeten volgen. Dit betekent dat dit vonnis ruim twee jaren na het verstrijken van de redelijke termijn wordt gewezen. De rechtbank is van oordeel dat deze aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben. Zoals uit het voorgaande blijkt komt de rechtbank tot een andere bewezenverklaring dan waar de officier van justitie in haar eis vanuit is gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen feiten die de rechtbank bewezen acht, waaronder dus ook deelname aan een criminele organisatie, in beginsel zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan het voorarrest. Echter, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van langere duur dan het aantal dagen dat verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal aan verdachte wel een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen als stok achter de deur om niet opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het kennelijke gemak waarmee verdachte zich met dit soort criminele activiteiten heeft ingelaten, is de rechtbank van oordeel dat daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf op zijn plaats is. De rechtbank is alles overziend van oordeel dat een taakstraf van 180 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen, waarvan 256 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is. 10De schade van benadeelden 10.1 De vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer BV heeft zich ten aanzien van [adres 2] te [plaats 1] als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.017,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - administratiekosten ad € 384,31; - netwerkkosten elektriciteit ad € 19,35; - verbruik elektriciteit ad € 268,92; - uurtarief (avond) ad € 345,--. 10.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing vatbaar is. 10.3 Het oordeel van de rechtbank Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de vordering derhalve in het geheel toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank gaat daarbij uit van de datum waarop de betreffende hennepkwekerij door de politie is aangetroffen. 10.4 Hoofdelijkheid Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het onder feit 2 bewezenverklaarde ook andere personen betrokken zijn geweest. Nu de verdachte en een aantal medeverdachten ieder een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook hoofdelijk toewijzen. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting. 10.5 De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal aan verdachte geen verplichting opleggen tot betaling van de toe te wijzen bedragen aan de Staat. Naar het oordeel van de rechtbank is de ratio van de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f Sr om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding en mag van rechtspersonen worden verwacht dat zij zelf de wegen kennen om een toegewezen vordering te incasseren. 11De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr. 12De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feiten - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1, het misdrijf: medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd; feit 2, het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd; feit 3, het misdrijf: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 (driehonderd) dagen; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 256 (tweehonderdzesenvijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; - veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren; - beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen; schadevergoeding - wijst de vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer BV (feit 2) toe tot een bedrag van € 1.017,58 (bestaande uit materiële schade); - veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij Enexis Netbeheer BV (feit 2) van een bedrag van € 1.017,58 (zegge: duizendzeventien euro en achtenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2019, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering. Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. P.A.M. Miltenburg en mr. N.P. Heisterkamp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek en mr. B. Kleinlugtenbeld griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2024. Buiten staat De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer Arcadia/ON2R018076. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. 1. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 16 april 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 12 e.v.: Controle GBA Op het adres [adres 1] [plaats 1] , staat de volgende persoon ingeschreven: Achternaam: [betrokkene 1] Voornamen: [betrokkene 1] Binnentreden woning In voornoemde woning werd op dinsdag 5 februari 2019, omstreeks 13:50 uur, ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b, van de Opiumwet en artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering, binnengetreden. Kweekruimte 1 In totaal stonden er 168 hennepplanten. In totaal hingen er in de kweekruimte 15 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 1 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Kweekruimte 2 In totaal stonden er 166 hennepplanten. In totaal hingen er in de kweekruimte 15 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 1 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Vaststelling hennep Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Stroomvoorziening De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 9] , fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis, in aanwezigheid van mij, verbalisant. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat, de stroom buiten de meter om werd afgenomen. 2. Het geschrift, te weten een aangifte diefstal/verduistering van [aangever 1] , namens Enexis Netbeheer BV, van 7 februari 2019, met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 82 e.v.: Op 5 februari 2019 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 1] te [plaats 1] . Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting na de hoofdbeveiliging was gemaakt in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de elektrische installatie in het betreffende pand en voorzag de aangesloten installatie van elektriciteit. Om deze aftakking te kunnen realiseren is het noodzakelijk geweest dat het door Enexis Netbeheer verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast gedemonteerd is of is geweest. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels zijn dus verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. Uit onderzoek bleek dat de hoofdveiligheden in de aansluitkast van Enexis Netbeheer zijn gemanipuleerd. Om deze uitbreiding/verzwaring te kunnen realiseren is het noodzakelijk geweest dat het door Enexis Netbeheer verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast gedemonteerd is of is geweest. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels zijn dus verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. 3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] , van 19 juli 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 189 e.v.: V: Van wie is het nummer [telefoonnummer 1] ? [betrokkene 1] Het nummer is van de persoon die de hennepkwekerij in mijn woning heeft gemaakt, [medeverdachte 1] . V: Hoeveel geld kreeg je ervoor? [betrokkene 1] Per maand ongeveer 1000 euro. V: Wie is deze [medeverdachte 1] ? Wat heeft [medeverdachte 1] gedaan met die woning? [betrokkene 1] Hij heeft het huis gebruikt. V: Wie heeft de hennepkwekerij gebouwd en onderhouden? [betrokkene 1] [medeverdachte 1] heeft alles geregeld. Er zijn ook andere mensen bij hem, die kwamen ook thuis en deden ook alles in huis. Ze zaten in de woning, elektriciteit bouwen en onderhouden. Een naam is [medeverdachte 4] . In totaal 4 a 5 mensen die [medeverdachte 1] hielpen. V: Wie onderhield de kwekerij, het verzorgen van de planten, de voeding enz.? [betrokkene 1] [medeverdachte 1] . Ik ben er 1 keer bij geweest en heb het toen gezien. V: Het oogsten van de hennepkwekerij, wie deed dat? [betrokkene 1] [medeverdachte 1] en zijn mensen. V: Welke [verdachte] bedoel je met de [verdachte] die voor het laatst in jouw woning is geweest? [betrokkene 1] Dat heb ik gevraagd. [verdachte] werkt voor [medeverdachte 1] . [verdachte] staat in mijn telefoon met nummer [telefoonnummer 6] . V: Hoe is deze [verdachte] betrokken bij de aangetroffen hennepkwekerij in jou woning? [betrokkene 1] [verdachte] kwam in mijn huis. V: Weet jij de ander namen al, we hebben [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [verdachte] ? [betrokkene 1] [medeverdachte 2] . V: Met welk nummer heb jij hem in de telefoon staan? [betrokkene 1] [medeverdachte 2] [telefoonnummer 2] . V: Wie hebben de hennepplantage die op 5 februari 2019 in jouw woning aan de [adres 1] te [plaats 1] werd aangetroffen gebouwd en ingericht en onderhouden? [betrokkene 1] [medeverdachte 1] en mensen die voor hem werken. Ik weet alleen [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] . V: Wat is de betrokkenheid van [medeverdachte 2] bij de in jouw woning aangetroffen hennepkwekerij? [betrokkene 1] Hij ging repareren, opruimen. Bij de inrichting heb ik [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] gezien. 4. Het proces-verbaal van observatie donderdag 10 januari 2019 van 14 januari 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 163 e.v.: Wij hebben op donderdag 10 januari 2019 geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen verricht: 14.18: Wij zagen dat de Passat [kenteken 1] geparkeerd werd op de [adres 10] te [plaats 1] . Wij zagen dat [medeverdachte 1] uitstapte en een grijze sporttas met blauwe hengsels uit de kofferbak van de Passat [kenteken 1] pakte. 14.21: Ik zag dat [medeverdachte 1] perceel [adres 1] te [plaats 1] in liep. Ik zag dat [medeverdachte 1] door een persoon van binnenuit werd binnengelaten. 5. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] (sessie 42) van 5 februari 2019 om 18:14 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 128: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 2] [betrokkene 1] ( [betrokkene 4] A ) [medeverdachte 1] Je moet direct naar huis komen. Ik weet niet wat er bij jou is gebeurd. Ze hebben het slot vervangen of ehh, ik weet het niet, want [verdachte] is naar boven en aar beneden gekomen en ze hebben een papier voor je aan de deur gehangen en hij heeft de deur geprobeerd te openen maar hij ging niet open. Ze hebben een papier voor je gelegd, maak daar maar een foto voor mij. [betrokkene 1] Is goed. Kon [verdachte] geen foto maken van het papier? [medeverdachte 1] [verdachte] was weggegaan, hij werd bang, hij heeft niet langer kunnen blijven. 6. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] (sessie 62) van 5 februari 2019 om 19:22 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 132 e.v.: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 2] [betrokkene 1] ( [betrokkene 4] A ) [betrokkene 1] Het huis is ontdekt. [betrokkene 1] Er hangt een papier aan de deur. [betrokkene 1] Er staat opgeschreven dat het slot is vervangen in verband met Hennep ehhhh, melden bij de politie en de woon ehhh, de woonplaats. Ik moeten dus bij de politie en de woon ehhh, de woonplaats langsgaan. [medeverdachte 1] O God. We hebben toch niets verkeerds gedaan, hoe is het dan ontdekt? [betrokkene 1] Dat weet ik want ik heb op het nieuws gekeken en er stond ook niets. Er is zelfs geen geur in het huis. [medeverdachte 1] Hoe is het huis in Gods naam ontdekt? [medeverdachte 1] zou [verdachte] iets misdaan hebben, [medeverdachte 1] Kijk, ik ben in het theehuis/café, kom maar naar [plaats 3] zodat ik je even kan spreken. We moeten weten wat je allemaal gaat vertellen en neem het papier mee, kom maar. [medeverdachte 1] Man, om tien uur 's ochtends was [verdachte] nog thuis. Wat is er nou gebeurd? 7. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (sessie 64) van 5 februari 2019 om 19:26 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 159 e.v.: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 3] [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ) [medeverdachte 1] Ja, het huis is ontdekt [medeverdachte 1] we hebben het niet in het nieuws zien staan en [verdachte] was om half elf ’s ochtends vertrokken. Wie komt er allemaal bij [verdachte] langs? 8. Het proces-verbaal van observatie donderdag 6 maart 2019 van 7 maart 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 170 e.v.: Wij hebben op woensdag 6 maart 2019 geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen verricht: 15:11: Ik zag dat de Transporter [kenteken 2] op de [adres 1] , ter hoogte van het portiek voor de toegang tot nummer 8, te [plaats 1] geparkeerd stond. 15:17: Ik zag dat [medeverdachte 2] met plastic tassen en een trap de portiek binnen ging van de [adres 1] te [plaats 1] . Ik zag dat [medeverdachte 2] bij nummer 8 op de [adres 1] te [plaats 1] naar binnen ging. 15:39: Ik zag dat [medeverdachte 2] op een trap bij het raam aan het klussen was op de [adres 1] te [plaats 1] . 9. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 23 e.v.: Op dinsdag 5 februari 2019 werd door mij assistentie verleend aan de collegas [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden werkzaam bij de politie Oost-Nederland in verband met het aantreffen van een hennepkwekerij in het perceel [adres 1] te [plaats 1] .’ Tijdens het ingestelde onderzoek werden een aantal sporendragers aangetroffen en veiliggesteld voor een nader onderzoek. Aangetroffen werden: -1 stuk plastic met stukken tape, aangetroffen op de deur van kweekruimte 1. Met dit plastic was de ruit van de deur dichtgeplakt Goed: PL0600-2019043826-1920305, bouw/installatiemateriaal, isolatie, Plastic, Nederland, bijzonderheden plastic met tape aangetroffen ruit kweekruimte 1. 10. Het proces-verbaal dactyloscopisch onderzoek van 27 maart 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 105 e.v.: [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] 11. Het proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor van 29 april 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 1] [plaats 1] ) 109 e.v.: [Afbeelding] 12. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 6 juni 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 18 e.v.: Op het adres [adres 2] [plaats 1] werd op dinsdag 7 mei 2019, omstreeks 18:21 uur, ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b, van de Opiumwet en artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering, binnengetreden. Kweekruimte 1 Eigenlijke woonkamer. In totaal stonden er 281 hennepplanten. In totaal hingen er in de kweekruimte 15 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 2 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Kweekruimte 2 Eigenlijke slaapkamer. In totaal stonden er 182 hennepplanten. In totaal hingen er in de kweekruimte 9 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 1 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Vaststelling hennep Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Stroomvoorziening De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 9] , fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis, in aanwezigheid van mij, verbalisant. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Verdachten Als verdachte zijn aangemerkt: Verdachte 1: [betrokkene 2] Reden verdenking: huurder van de woning Gegevens verdachte 1 Achternaam: [betrokkene 2] Voornamen: [betrokkene 2] 13. Het geschrift, te weten een aangifte van [aangever 2] , namens Enexis Netbeheer BV, van 27 mei 2019, met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 39 e.v.: Op 07 mei 2019 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 2] te [plaats 1] . Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting na de hoofdbeveiliging was gemaakt in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de elektrische installatie in het betreffende pand en voorzag de aangesloten installatie van elektriciteit. Om deze aftakking te kunnen realiseren is het noodzakelijk geweest dat het door Enexis Netbeheer verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast gedemonteerd is of is geweest. De door Enexis Netbeheer aangebrachte zegels zijn dus verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. 14. Het proces-verbaal van bevindingen van 11 juli 2019, in onderling verband en samenhang bezien met het proces-verbaal van relaas van 25 februari 2020, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina’s (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 10 en 106: Tijdens de actiedag van Arcadia op 25 juni 2019 werd in de woning aan de [adres 6] te [plaats 1] , waar de verdachte [medeverdachte 1] werd aangehouden, de hieronder afgebeelde sleutelbos aangetroffen. Bij het passen van de sleutels van deze sleutelbos kon de voordeur van de woning, gevestigd aan de [adres 2] te [plaats 1] , worden geopend. 15. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 8] (sessie 5694) van 27 maart 2019 om 11:58 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 121 e.v.: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 4] [naam 10] ( [naam 10] ) [naam 10] Zou je mij een arbeidscontract voor [betrokkene 2] kunnen regelen. [medeverdachte 1] Ik zal het vanavond voor je klaarmaken. 16. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (sessie 7430) van 8 april 2019 om 19:40 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 127: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 5] ( [naam 11] ) [naam 11] Ik ben nu in het huis van het meisje. Wat wil je doen, de kamer en de woonkamer, alleen maar de woonkamer of alleen maar de kamer? [medeverdachte 1] De kamer en de woonkamer. 17. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 9] en [medeverdachte 1] (sessie 9440) van 20 april 2019 om 15:07 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 131: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 6] ( [naam 12] ) [medeverdachte 1] ik wil je vragen om aan het meisje, [betrokkene 2] , 500 te geven. 18. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] (sessie 10158) van 24 april 2019 om 16:35 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 133: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 7] [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) [medeverdachte 1] Ik wil dat jullie iets van 20 kommen pakken en daarmee naar boven gaan. Laat hem ze horizontaal en verticaal bij elkaar leggen zodat de man zit mij te bellen, zodat ik kan zien hoeveel stuks ik moet halen. Laat hem mij maar vertellen hoeveel stuks horizontaal en hoeveel stuks verticaal, in beide kamers. [medeverdachte 1] Laat hem ze verticaal en horizontaal bij elkaar leggen, [verdachte] weet wel ehhhhh. [medeverdachte 5] Hier, heb je hem, hier is [verdachte] . 19. Het (overzichts-)proces-verbaal hennepkwekerij [plaats 1] [adres 2] van 2 augustus 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 111 e.v.: 24-04-2019 16.57u Historische verkeersgegevens [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] Op genoemde datum en tijd hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] telefonisch contact met elkaar. Het nummer van [medeverdachte 5] peilt uit op de telefoonmast aan de [adres 11] te [plaats 1] . Dit is hemelsbreed binnen 200 meter van de [adres 2] . 24-04-2019 tussen 17.00 en 17.24 uur peilbaken VW Transporter aan [adres 2] Op genoemde dag tussen 17.00 uur en 17.24 bevindt zich het baken van de VW Transporter aan de [adres 2] te [plaats 1] . [Afbeelding] 25-04-2019 14.13u Historische verkeersgegevens [medeverdachte 2] Te zien is dat met dit nummer ( [telefoonnummer 2] ) op 25-04-2019 14.13u een gesprek wordt gevoerd waarbij de mastlocatie [adres 2] betreft. 26-04-2019 14.24u Mastgegevens [medeverdachte 5] [adres 2] [plaats 1] Ten tijde van bovengenoemd gesprek straalt het betreffende telefoonnummer dat in gebruik is [medeverdachte 5] aan op de telefoonmast aan de [adres 2] te [plaats 1] . 26-04-2019 15:47 u Aankomst [medeverdachte 1] op [adres 7] te [plaats 6] Gezien werd dat [medeverdachte 1] uitstapte en in de richting van [adres 8] liep, het woonadres van [medeverdachte 3] . 26-04-2019 16.14u Mastgegevens [medeverdachte 5] Ten tijde van bovengenoemd gesprek straalt het betreffende telefoonnummer dat in gebruik is bij [medeverdachte 5] aan op de telefoonmast aan [adres 12] te [plaats 6] . Hemelsbreed is dit zo'n 1,5 kilometer van de woning aan de [adres 8] verwijderd. 26-04-2019 19.13u Mastgegevens [medeverdachte 5] Ten tijde van bovengenoemd gesprek straalt het telefoonnummer dat in gebruik is bij [medeverdachte 5] aan op de telefoonmast [adres 2] te [plaats 1] . [Afbeelding] 27-04-2019 14.15u en 14.23u Mastgegevens [medeverdachte 5] Ten tijde van bovengenoemd gesprek straalt het betreffende telefoonnummer dat in gebruik is bij [medeverdachte 5] aan op de telefoonmast [adres 11] [plaats 1] . Dit is hemelsbreed binnen 200 meter van de [adres 2] . [medeverdachte 5] probeert om 14.23u te bellen met [verdachte] waarbij het nummer aanstraalt op de mast aan de [adres 2] . Zie hieronder: [Afbeelding] 27-04-2019 tussen 13.52 en 14.05 uur peilbaken VW Transporter aan [adres 2] Op genoemde dag tussen 13.52 uur en 14.05 uur bevindt zich het baken van de VW Transporter aan de [adres 2] te [plaats 1] . [Afbeelding] 29-04-2019 13.06u Mastgegevens [medeverdachte 1] en [verdachte] Uit historische verkeersgegevens van het nummer van [verdachte] blijkt dat zijn nummer aanstraalt op de telefoonmast: [nummer 1] . Deze mast blijkt na bevraging gevestigd te zijn op een flatgebouw gelegen aan de [adres 9] . Ik zag dat de telefoon, in gebruik bij [medeverdachte 1] , tijdens dit telefoongesprek dezelfde zendmast gebruikte als de telefoon van [verdachte] . [Afbeelding] [Afbeelding] 29-04-2019 17.08u [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 4] dat hij aan het werk gaat, [medeverdachte 2] is er ook De mastlocatie is op dat moment net zoals hierboven [adres 2] . 20. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (sessie 10197) van 24 april 2019 om 20:39 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 135: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 8] [verdachte] ( [verdachte] ) [medeverdachte 1] Chef, zeg maar niet dat je ze niet geteld hebt want de man zit al vanaf de ochtend op mijn telefoontje te wachten en ik had jullie vanochtend al gebeld. Op hoeveel stuks kom je daar uit? [verdachte] de spullen liggen allemaal op de grond en we konden niet ehhh, we hebben een lading naar boven gebracht en we waren vervolgens weer naar beneden gegaan. [medeverdachte 1] Broeder, het kost niet veel moeite, maar twee minuten, leg ze maar hier en leg ze maar daar, en dat is het. [medeverdachte 1] Ga jij maar snel samen met [medeverdachte 4] . 21. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (sessie 10274) van 25 april 2019 om 13:27 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 141: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 3] [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ) [medeverdachte 1] Hoeveel stuks moet ik nu bestellen? [medeverdachte 4] Bestel maar 440 en reken maar op Gods hulp. [medeverdachte 1] Goed, 450, is goed. 22. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] (sessie 10281) van 25 april 2019 om 13:33 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 145: [code 1] bum [code 9] (wordt [medeverdachte 3] genoemd) [code 1] zegt dat 4 uur beter is en dat het er 450 moeten zijn [medeverdachte 3] zegt dat hij het opgeschreven heeft. 23. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (sessie 10305) van 25 april 2019 om 14:59 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 148: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 5] ( [naam 10] ) [medeverdachte 1] Ik bel je om tegen je te zeggen dat je het bord overdag niet moet aansluiten. [medeverdachte 1] Ehhh, hoogstwaarschijnlijk is de reden geweest bij [naam 2] , die opgepakt werd, dat we het overdag hadden aangesloten. 24. Het geschrift, te weten sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (sessie 10427) van 26 april 2019 om 14:00 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 150: Inhoud SMS: 4 uur bij mij gr 25. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] (sessie 10431) van 26 april 2019 om 14:24 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 152: [medeverdachte 1] [medeverdachte 5] , onze afspraak met de man is om vier uur, ik ga nu. [medeverdachte 1] Goed, je zult mij daar ontmoeten, ik wacht op je. [medeverdachte 5] Goed, stuur mij maar het adres. [medeverdachte 1] Goed, vertrek maar alvast richting Arnhem en ik zal je zo dadelijk het adres sturen. 26. Het proces-verbaal van observatie vrijdag 26 april 2019 van 29 april 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 183 e.v.: Wij hebben op vrijdag, 26 april 2019, tussen 14.00 uur en 20.00 uur geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen verricht: Omstreeks Omschrijving bevindingen 15.47 Ik zag dat de [medeverdachte 1] de Volkswagen, [kenteken 1] parkeerde aan de [adres 7] te [plaats 6] . Dit was ter hoogte van perceel 33. Ik zag dat [medeverdachte 1] uitstapte en weg liep in de richting van perceel [adres 8] te [plaats 6] . 16.30 Ik zag dat [medeverdachte 1] bij de Volkswagen, [kenteken 1] kwam lopen. Ik zag dat hij instapte en reed naar perceel [adres 8] te [plaats 6] . Ik zag dat er geen dozen op de achterbank en kofferbank van de Volkswagen, [kenteken 1] lagen. 16:39 Ik zag dat [medeverdachte 1] met de Volkswagen Passat [kenteken 1] vertrok vanaf de oprit van perceel [adres 8] te [plaats 6] . Ik zag dat op de achterbank en kofferbak meerdere bruine dozen lagen. 27. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] (sessie 10437) van 26 april 2019 om 16:14 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 154: [medeverdachte 1] Lieverd, waar blijf je? [medeverdachte 5] Voor de deur. [medeverdachte 1] Wat in het busje? [medeverdachte 5] Voor de deur, de deur. [medeverdachte 1] Aha, je bent dus gearriveerd, is goed, ok. 28. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] (sessie 10451) van 26 april 2019 om 19:13 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 158: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 7] [medeverdachte 5] ( [betrokkene 4] R ) [medeverdachte 5] Ehhhh, we hebben de spullen al naar boven gebracht. [medeverdachte 1] Hebben jullie de dozen geopend? [medeverdachte 5] Ja natuurlijk. [medeverdachte 1] Want ik heb spullen in de auto liggen en die moet ik in het busje zetten, het zijn de zuigers. [medeverdachte 1] Waar is het busje dan? ligt er wat in? [medeverdachte 5] Ja, er ligt er wat in. We hebben daarvandaan wat spullen naar beneden gebracht, transformatoren en zoiets. 29. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] (sessie 10543) van 27 april 2019 om 14:15 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 160: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 7] [medeverdachte 5] ( [betrokkene 4] R ) [medeverdachte 5] Luister even, we hebben de kommen naar boven gebracht, hoor je mij, [medeverdachte 1] ? [medeverdachte 1] Hebben ze de zeil gelegd? [medeverdachte 5] Nee, nog niet, ze zijn ermee bezig. [medeverdachte 5] Goed. Voor het geval dat er iets gebeurd, dat we dan niet alle vier tegelijkertijd beneden zouden zijn/niet alle vier tegelijkertijd opgepakt worden. [medeverdachte 1] Ok maar jullie hebben 450 naar boven gebracht, net zoals ik het aan hem heb verteld, toch? [medeverdachte 5] Ja, ja, ja en meer zelfs. 30. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (sessie 10750) van 29 april 2019 om 13:06 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 162: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 8] [verdachte] ( [verdachte] ) [medeverdachte 1] [verdachte] , hebben jullie een motor en waterslangen hierheen/naar boven gebracht of niet? [medeverdachte 1] Goed, maar ik wil aan het werk gaan en ik heb een vat, een gele waterslang, een sproeier/gieter en een rode waterslang nodig. [verdachte] is goed, we zijn nu bij je aangekomen, over een minuut zijn we bij je aangekomen. [verdachte] Goed, we komen naar je toe. [verdachte] Goed, dag. Hallo, [medeverdachte 1] , blijf even aan de lijn zodat je de deur voor ons kan doen. [verdachte] [medeverdachte 1] , doe de deur voor ons open. [medeverdachte 1] Hoezo, heb je hier de stroom losgekoppeld? [verdachte] Nee, nee, ik heb het niet losgekoppeld. [medeverdachte 1] Ik zit te drukken. [verdachte] Je moet goed indrukken, [medeverdachte 1] , want soms blijft het hangen. 31. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (sessie 10782) van 29 april 2019 om 17:08 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 2] [plaats 1] ) 165: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 1] Ik heb spullen gehaald en ik ben onderweg om te gaan werken, thuis, hier. [medeverdachte 1] Nee, nee, ik maak een grapje, het klopt wat je zegt, ik heb 450 gehaald en zo klopt de berekening helemaal. [medeverdachte 1] Waar is [medeverdachte 2] . [medeverdachte 4] [medeverdachte 2] , ehhh, ik weet het niet ehhh hij wilde alleen nog de zeker (NT. vermoedelijk de zekering) plaatsen en hij zou daarna gaan. [medeverdachte 1] Is goed, ik ga naar hem toe/ik loop naar boven bij hem. [medeverdachte 4] [medeverdachte 2] is boven, hij is de ehhh de zeker (NT. vermoedelijk de zekering) aan het plaatsen. [medeverdachte 1] Is goed, ik ga naar hem toe, ik ga werken en zodra ik klaar ben kom ik naar jullie toe. 32. Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 25 juni 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 15 e.v.: Op het genoemde adres [adres 3] [plaats 1] werd op dinsdag 25 juni 2019, omstreeks 08:05 uur, ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b, van de Opiumwet en artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering, binnengetreden. Kweekruimte In totaal stonden er 259 hennepplanten. In totaal hingen er in de kweekruimte 25 assimilatielampen. In de kweekruimte bevonden zich 2 koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Vaststelling hennep Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Stroomvoorziening De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 9] , fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis, in aanwezigheid van mij, verbalisant. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Verdachten Als verdachte zijn aangemerkt: Verdachte 1: [verdachte] Reden verdenking: Verdachte verbleef in de woning bij aantreffen Verdachte 2: [medeverdachte 4] Reden verdenking: Verdachte verbleef in de woning bij aantreffen. 33. Het proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 73: Op dinsdag 25 juni 2019 hebben wij verbalisanten, [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , bij insluitingsfouillering van verdachte [verdachte] twee sleutels aangetroffen. Wij verbalisanten hebben een onderzoek ingesteld naar genoemde sleutels. Wij zagen dat je met een van de sleutels je de voordeur van de woning, gelegen aan de [adres 3] , open kreeg. 34. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 2572) van 23 februari 2019 om 15:50 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 94: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Is goed. En 2250, wat moet/zal ik van hem nemen, naar mij toe?. [medeverdachte 1] Je neemt één van 5000 en neem één van ehhhh, ja, je kan ook één van 2250 nemen ehhh sorry, 2500. [medeverdachte 1] Je kan ook 1500 plaatsen. Dit is ook mogelijk als je denkt dat het beter is. [medeverdachte 4] Wat zeg je zelf. [medeverdachte 1] Ik zeg 2500, omwille/vanwege van het geluid. 35. Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 3 april 2019, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 78 e.v.: Op woensdag 20 maart en maandag 25 maart heb ik, verbalisant [verbalisant 5] camerabeelden uitgekeken van een cameraopstelling. Deze cameraopstelling heeft beelden geregistreerd van een portiek aan de [adres 3] te [plaats 1] in de periode tussen 26 februari 2019 13.21 uur en 1 maart 2019 12.36 uur. Op de linkerkant van de muur van deze portiek worden de nummers 30, 28, 26 aangegeven. Op de rechterkant van de muur van deze portiek worden de nummer 24, 22 en 20 aangeven. Donderdaq 28 februari 2019: Op de camera is te zien dat [medeverdachte 4] de toegangsdeur opent 15.12.15.24: [medeverdachte 2] brengt houten latten naar binnen. 36. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] (sessie 6456) van 1 april 2019 om 18:34 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 101: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 7] [medeverdachte 5] ( [betrokkene 4] R ) [medeverdachte 5] we hebben 40 zakken naar [medeverdachte 4] gebracht. We hebben ze gelost en beneden gelegd. [medeverdachte 5] Wil je dat ik het busje bij [medeverdachte 4] achterlaat of bij de locatie waar ze aan het werk zijn? 37. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 6562) van 2 april 2019 om 16:09 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 103: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Goed, ik ga naar ehhhh om deze (meervoud) naar boven te brengen en we hebben 40 zakken en twee filters weggebracht. [medeverdachte 1] Wat? 40 zakken naar waar? [medeverdachte 4] Naar mij. [medeverdachte 1] Ja, maar je hebt inmiddels te veel. [medeverdachte 4] Beter te veel dan te weinig. [medeverdachte 4] Het is 110 geworden. [medeverdachte 1] Is goed, meer dan genoeg. 38. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 10015) van 23 april 2019 om 20:36 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 111: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Ehhhh, ik heb het gemaakt ehhhh, hoeveel lampen moet ik voor je plaatsen? [medeverdachte 4] Ik heb het bord voor je in orde gemaakt. Wat is het probleem? [medeverdachte 1] Ja, maak er maar 16 van, plaats ze maar niet allemaal. 39. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 10018) van 23 april 2019 om 20:53 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 113: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Ik weet het niet maar er is iets wat niet klopt waardoor ze het niet allemaal deden en ik had geen tijd meer en ik moest gaan. [medeverdachte 4] Hij was er niet, [medeverdachte 2] was er niet. [medeverdachte 1] Wie heeft ze dan vervangen? [medeverdachte 4] Ik heb dat stuk vervangen. [medeverdachte 1] Broeder toch, man, man, man, ik heb het je echt uitgelegd en ik zei tegen je dat je geen dingen zomaar uit jezelf moet doen/geen dingen doen waar je geen verstand van hebt. [medeverdachte 1] Is goed, laat maar, ik moet dit morgen zelf komen bekijken. [medeverdachte 4] Kom morgenochtend naar mij toe en [medeverdachte 2] zou er ook zijn vanaf de ochtend. 40. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 10143) van 24 april 2019 om 14:35 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 116: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Ja lieverd, luister even, wanneer komt het bord? [medeverdachte 1] Het bord is er al. [medeverdachte 4] Van hier, is het er al? [medeverdachte 1] Ja, het is er al en het is klaar. 41. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 10195) van 24 april 2019 om 20:36 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 118: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Goed, en wanneer kom je om water te geven. Het zou gisteren of ehhh vandaag kan het ook. [medeverdachte 1] Nee, nee, ik heb erover nagedacht, morgen. 42. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (sessie 10369) van 25 april 2019 om 20:54 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 120: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 3] [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ) [medeverdachte 1] Ja, doe maar open voor mij, ik ben beneden. [medeverdachte 4] Goed. 43. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (sessie 10598) van 27 april 2019 om 21:39 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 129: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 10] [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) [medeverdachte 1] We hebben nu hier wat problemen bij [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] Ik weet niet of hetgeen nu gaande is aan het bord zelf ligt of aan iets anders. Ik ben nu gekomen en ik zag dat één van de stopcontacten was geëxplodeerd/doorgebrand. [medeverdachte 2] Ik weet het niet. Het bord zag er mooi uit en het deed het prima bij [naam 3] maar bij [naam 3] was het niet belast met zo'n aantal, weetje wel, dus ik weet het niet. [medeverdachte 1] Je hebt drie schakeldraden/plusdraden doorgetrokken, toch? [medeverdachte 2] Ja. [medeverdachte 1] Drie schakeldraden/plusdraden moeten wel voldoende zijn. Dit zou dan niet mogen gebeuren. 44. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (sessie 10691) van 28 april 2019 om 22:05 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 133: [code 1] [medeverdachte 1] ( [betrokkene 4] M ) [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 1] Hoe is de situatie bij je? [medeverdachte 4] Goed, God zij dank. We hebben de lamp net vervangen, ik en [verdachte] samen [medeverdachte 4] Ik weet het niet. Heb je bij hem een nieuw/ander bord besteld? [medeverdachte 1] Ja, ik heb het bij hem besteld. [medeverdachte 4] Wanneer komt het binnen? [medeverdachte 1] Is goed, laten we het werk maar tot morgen uitstellen en om geen koppijn te krijgen wil ik sowieso het bord vervangen en ik heb een nieuw/ander bord bij hem besteld. 45. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 10806) van 29 april 2019 om 20:24 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 136: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Dezelfde plek is opnieuw doorgebrand. [medeverdachte 1] Chef, we hebben hier ook ehhhhh [medeverdachte 2] en ik zijn twee uur lang bezig geweest met je transformatoren. Heeft [medeverdachte 2] jou verteld wat daar aan de hand mee is? [medeverdachte 1] Alle aansluitingen zijn verkeerd gedaan. Alles is verkeerd aangesloten. [medeverdachte 1] Ik weet het niet. [medeverdachte 2] gaat opnieuw checken bij je en er zijn er transformatoren ehh op de plek waar het doorgebrand is ehhh of door de aansluiting of dat de transformator zelf kapot is. We zijn twee uur lang bezig geweest. [medeverdachte 4] , je laat [medeverdachte 2] alles doen, dit gaat echt niet zo. [medeverdachte 1] Ik ben aan het werk. Zodra ik klaar ben laat ik [medeverdachte 2] bij je langskomen om een check te doen en de kapotte transformatoren te vervangen. 46. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 11192) van 2 mei 2019 om 15:56 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 144: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) WGD [code 3] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] : Ik heb het licht aangedaan en het vat gevuld. Moet ik het het aan laten totdat je komt of niet? [medeverdachte 1] : Laat hem maat aan. Maar waarom heb je het licht aangedaan, man? [medeverdachte 4] : Om het wat te kunnen vullen, man. [medeverdachte 1] : oke, ik wou ze eerst zien dan zeg ik je of je moet vullen of niet. [medeverdachte 4] : oke. [medeverdachte 1] : als je wat grond pakt en knijpt, komt er dan water uit? [medeverdachte 4] : Kom maar zelf kijken, het is droeg. [medeverdachte 1] : ze moeten dorst hebben, deze keer moeten ze dorst hebben om langer te worden. 47. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] (sessie 13787) van 25 mei 2019 om 21:39 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 145: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 7] [medeverdachte 5] ( [betrokkene 4] R ) [medeverdachte 5] Hallo [naam 13] ehhh ik ben net bij [medeverdachte 4] langs geweest. [medeverdachte 5] Waarom staat het raam zo open en de slang daaruit steekt? [medeverdachte 1] Waar? Waar zie je dat vandaan? [medeverdachte 5] Van buiten af. [medeverdachte 1] Zeg dit meteen tegen [medeverdachte 4] , bel hem. [medeverdachte 5] De slang van de airco. [medeverdachte 1] Deze moet niet zichtbaar zijn. Hij denkt dat dit normaal is maar hij moet niet zichtbaar zijn. 48. Het geschrift, te weten een tapgesprek tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] (sessie 18445) van 24 juni 2019 om 20:52 uur, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina (ZD [adres 3] [plaats 1] ) 150: [code 1] [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) [code 11] [medeverdachte 4] ( [betrokkene 4] U ) [medeverdachte 4] Ik laat [medeverdachte 5] en [naam 5] morgenochtend bij me komen en [medeverdachte 2] natuurlijk. [verdachte] en [naam 6] zijn dan ook bij me. [medeverdachte 4] Je hoeft alleen maar die enen en de weegschaal naar me te brengen. [medeverdachte 1] Goed broeder, goed. [medeverdachte 4] En scharen. We hebben ook geen scharen. Ga je ze vandaag halen of niet? [medeverdachte 4] D