RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.192569.24 (P) Datum vonnis: 3 december 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië), wonende aan de [woonplaats] (Duitsland). 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 november
- De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en haar raadsman mr. R.D.A. van Boom, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 Sv van 19 november 2024, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: samen met een ander of alleen ongeveer veertien kilo metamfetamine buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht; subsidiair: samen met een ander of alleen ongeveer veertien kilo metamfetamine heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd of opzettelijk aanwezig heeft gehad; meer subsidiair: medeplichtig is geweest aan het door [medeverdachte] (verder [medeverdachte]) buiten het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer veertien kilo metamfetamine, door haar auto daarvoor aan hem ter beschikking te stellen; meest subsidiair: medeplichtig is geweest aan het door [medeverdachte] verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren of opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer veertien kilo metamfetamine, door haar auto daarvoor aan hem ter beschikking te stellen. Voluit luidt de gewijzigde tenlastelegging aan verdachte, dat: zij op of omstreeks 12 juni 2024 te Oldenzaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 14 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 12 juni 2024 te Oldenzaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 14 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] op of omstreeks 12 juni 2024 te Oldenzaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 14 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 juni 2024 te Oldenzaal, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door - haar auto, betreffende een Audi A4 met het kenteken [kenteken], ter beschikking te stellen voor het vervoeren van ongeveer 14 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metanifetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] op of omstreeks 12 juni 2024 te Oldenzaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 14 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, hij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 juni 2024 te Oldenzaal, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door - haar auto, betreffende een Audi A4 met het kenteken [kenteken], ter beschikking te stellen voor het vervoeren van ongeveer 14 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsmotivering 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Het meer subsidiair tenlastegelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De officier van justitie hecht daarvoor met name belang aan de verklaringen die verdachte over de duur van het bezoek aan Nederland en de bezochte steden heeft afgelegd en merkt die aan als leugenachtig en acht deze op die wijze bruikbaar voor het bewijs. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit, in de kern omdat de wijze van vertalen van de verklaringen van verdachte niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en zij daarom uitgesloten moeten worden van het bewijs. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Het primair en subsidiair tenlastegelegde De rechtbank is – overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat het primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. 4.3.2 Het meer en meest subsidiair tenlastegelegde De verklaringen van verdachte en [medeverdachte] Verdachte ontkent geweten te hebben wat het doel van de reis met [medeverdachte] was. Zij verklaart dat zij in de veronderstelling was dat zij een toeristisch uitje in Amsterdam zou hebben met haar (aanstaande) verloofde. Zij ontkent wetenschap te hebben gehad van zowel de aanwezigheid van de verborgen ruimtes in haar auto als van de verdovende middelen die daarin verborgen zaten. [medeverdachte] verklaart dat verdachte niet op de hoogte was van de pakketten die hij op verzoek van een man uit Belgrado in de verborgen ruimtes van haar auto had gestopt en die hij naar Servië moest vervoeren. De feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn op 11 juni 2024 omstreeks 18.51 uur met de Audi A4 van verdachte Nederland binnengekomen op de A12 ter hoogte van Bergh. Volgens zogenoemde ANPR-hits zijn zij rechtstreeks doorgereden naar Amsterdam. [medeverdachte] heeft daar, op verzoek van een man uit Belgrado, verschillende pakketten in de verborgen ruimtes in de Audi verstopt. De volgende dag zijn [medeverdachte] als bestuurder en verdachte als bijrijder vanuit Amsterdam teruggereden in de richting van de Duitse grens. Op de A1 ter hoogte van Oldenzaal zijn zij staande gehouden, omdat hun voertuig volgens een ANPR-hit voor controle op verdovende middelen in aanmerking kwam. Tijdens de doorzoeking van de Audi hebben de verbalisanten de verschillende verborgen ruimtes in de auto ontdekt met daarin meerdere doorzichtige plastic zakken met een kristalachtige substantie. De pakketten zijn forensisch onderzocht. De in totaal 28 pakketten hadden een geschat gezamenlijk gewicht van ongeveer veertien kilogram en bevatten, zoals de rechtbank vaststelt op basis van de van elk van de pakketten genomen monsters, metamfetamine. De overwegingen van de rechtbank De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid is vereist dat het opzet van verdachte, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het verschaffen van middelen (in dit geval de Audi) en op het door [medeverdachte] gepleegde misdrijf (de uitvoer van ongeveer veertien kilo metamfetamine). De rechtbank overweegt dat het enkele ter beschikking stellen van verdachtes auto, onvoldoende is om te kunnen komen tot het oordeel dat zij aan de verlengde uitvoer van metamfetamine een zodanig strafwaardig aandeel heeft gehad dat gesproken kan worden van medeplichtigheid zoals hiervoor bedoeld. Uit niets blijkt dat verdachte wist of kon weten dat zij hierdoor behulpzaam was bij de uitvoer van metamfetamine door [medeverdachte]. Evenmin bevat het dossier voldoende aanwijzingen voor het door verdachte met dat criminele doel ter beschikking stellen van haar auto aan [medeverdachte], laat staan dat zij op de hoogte was van de verborgen ruimtes die [medeverdachte] in verdachtes auto had laten aanbrengen. De rechtbank volgt de officier van justitie niet in een bewijsconstructie voor medeplichtigheid gebaseerd op volgens de officier van justitie kennelijk leugenachtige verklaringen over doel en duur van het bezoek aan Nederland. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het meer en meest subsidiair ten laste gelegde evenmin wettig en overtuigend bewezen. De conclusie De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.
- De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek, en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024.