RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10755807 \ CV EXPL 23-4039 Vonnis van 6 februari 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: BJK Gerechtsdeurwaarders Incassospecialisten, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend zonder gemachtigde. 1De zaak in het kort 1.
- [gedaagde] betaalt de huur sinds het begin van de huurovereenkomst regelmatig te laat en/of niet volledig. [eiser] heeft [gedaagde] meermaals verzocht en gesommeerd de huur (geheel) te voldoen. Nadat [gedaagde] zijn huurschuld had ingehaald, is er inmiddels weer een huurachterstand ontstaan. [eiser] is deze procedure gestart om betaling van de openstaande huur te vorderen. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] gedeeltelijk toe. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties van 13 oktober 2023; - de akte vermindering van eis van 20 oktober 2023; - de conclusie van antwoord van 24 oktober 2023; - de conclusie van repliek en akte vermeerdering van eis van 5 december
- 2.
- Hoewel [gedaagde] daartoe behoorlijk in de gelegenheid is gesteld, heeft hij hierna niet meer gereageerd. 2.
- Ten slotte is bepaald dat de kantonrechter vandaag uitspraak zal doen. 3De feiten 3.
- [gedaagde] huurt sinds 10 februari 2021 van [eiser] een woonruimte gelegen aan de [adres] (hierna: ‘het gehuurde’). De maandelijkse huurprijs inclusief een voorschot op de servicekosten bedraagt sinds 1 juli 2023 € 455,
- 3.
- Artikel 4.4 van de huurovereenkomst bepaalt: “De huurprijs en het voorschot […] zijn bij vooruitbetaling verschuldigd, steeds te voldoen vóór of op de eerste dag van de periode waarop de betaling betrekking heeft op een door verhuurder aangegeven wijze.” 3.
- [gedaagde] betaalt vanaf aanvang van de huurovereenkomst de huur regelmatig te laat en/of niet volledig. Deze procedure ziet op de huurachterstand over de periode maart 2023 tot en met oktober
- 4Het geschil De vordering van [eiser] 4.
- vordert na haar eis te hebben verminderd en vervolgens te hebben vermeerderd, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 753,
- Dit bedrag bestaat uit de bij dagvaarding ingestelde vordering van € 1.625,69 minus een door [gedaagde] gedane betaling van € 892,96 en plus € 20,49 aan wettelijke rente tot 5 oktober
- [eiser] vordert ook dat [gedaagde] de wettelijke rente over € 753,22 betaalt vanaf 5 oktober
- Bovendien vordert [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld in betaling van de proceskosten. Het verweer van [gedaagde] 4.
- [gedaagde] geeft aan dat de dagvaarding onduidelijk is en betwist dat er sprake is van een huurachterstand. Als er sprake is van een achterstand, dan ziet deze volgens [gedaagde] alleen op de maand oktober
- [gedaagde] betwist ook dat hij extra kosten moet betalen. Volgens [gedaagde] had [eiser] de procedure kunnen voorkomen door de betalingen beter te controleren. 4.
- De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] gedeeltelijk toe en legt zijn oordeel hierna uit. 5De beoordeling De huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten 5.
- Ten tijden van de dagvaarding was de vordering van [eiser] € 1.625,
- Dit bedrag bevatte de achterstallige huur van € 1.377,18 en € 248,69 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] op 4 oktober 2023 twee bedragen van € 446,48 (in totaal € 892,96) heeft betaald. [eiser] heeft dit bedrag in lijn met artikel 6:44 BW in mindering gebracht op zijn oorspronkelijke vordering van € 1.625,
- Als gevolg van de betaling, heeft [eiser] ook afgezien van haar vordering tot ontbinding en ontruiming. 5.
- In zijn conclusie van antwoord heeft [gedaagde] aangegeven een uitdraai bij ING te hebben opgevraagd waaruit (verdere) betalingen zouden blijken. De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om dit betaaloverzicht bij een aanvullend antwoord over te leggen. [gedaagde] heeft hiervan geen gebruik gemaakt. 5.
- Op het verweer van [gedaagde] dat de dagvaarding onduidelijk is en dat hij niet gehouden is extra kosten te betalen, heeft [eiser] bij zijn conclusie van repliek en akte vermeerdering van eis gereageerd. [eiser] heeft daarin zijn vorderingen, waaronder zijn stelling dat [gedaagde] verplicht is de buitengerechtelijke incassokosten te betalen, uitgelegd en onderbouwd. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd met een conclusie van dupliek of anderszins. 5.
- De kantonrechter stelt vast dat [eiser] meerdere betalingsherinneringen aan [gedaagde] heeft verstuurd. In de brieven heeft [eiser] aangezegd dat [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is als het betreffende bedrag aan verschuldigde huur niet binnen veertien dagen is betaald. [eiser] heeft alleen de buitengerechtelijke incassokosten in rekening gebracht voor de achterstallige huur die niet binnen de veertiendagen termijn is betaald. Zodoende heeft [eiser] voldaan aan de eisen uit artikel 6:96 BW. De buitengerechtelijke incassokosten mocht [eiser] dan ook in rekening brengen en bij dagvaarding vorderen. 5.
- Dit leidt de kantonrechter tot het oordeel dat [gedaagde] onvoldoende heeft weersproken en daarmee is komen vast te staan dat hij een huurachterstand heeft laten ontstaan van (€ 1.625,69 - € 892,96 =) € 732,
- Wettelijke rente 5.
- De kantonrechter stelt vast dat in het door [eiser] gevorderde bedrag van € 753,22 een bedrag van € 20,49 aan wettelijke rente tot 5 oktober 2023 besloten ligt. [gedaagde] heeft echter op 4 oktober 2023 een betaling gedaan zodat de wettelijke rente tot deze datum en niet op 5 oktober 2023 moet worden berekend. Betaling van € 20,49 wijst de kantonrechter dan ook af. 5.
- In zijn akte vermeerdering van eis handhaaft [eiser] zijn vordering bij dagvaarding tot betaling van de lopende rente vanaf 5 oktober
- De kantonrechter begrijpt de vordering van [eiser] zo, dat hij deze rente vordert over € 753,22 en niet over de oorspronkelijke, bij dagvaarding geldende huurachterstand. 5.
- Zoals hiervoor opgemerkt, omvat het bedrag van € 753,22 een bedrag aan wettelijke rente tot 5 oktober 2023 van € 20,
- Door over € 753,22 wettelijke rente te vorderen, vordert [eiser] rente over de al verschenen rente. De kantonrechter wijst dit af. Op grond van artikel 6:119 lid 2 BW is wettelijke rente over de verschenen wettelijke rente pas na afloop van één jaar verschuldigd. Conclusie 5.
- Gelet op het voorgaande, wijst de kantonrechter betaling van de huurachterstand van € 753,22 toe, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. Proceskosten 5.
- Omdat [gedaagde] grotendeels ongelijk krijgt, moet [gedaagde] de proceskosten betalen. De proceskosten worden begroot op: - Kosten van de dagvaarding: € 129,85 - Griffierechten: € 244,00 - Salaris advocaat: € 132,00 - Nakosten: € 66,00 Totaal: 571,85 5.
- Met betrekking tot de nakosten oordeelt de kantonrechter dat als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis voldoet en het vonnis vervolgens wordt betekend, hij ook de kosten van betekening moet betalen. Uitvoerbaar bij voorraad 5.
- De toegewezen vorderingen worden zoals door [eiser] gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 6De beslissing De kantonrechter 6.
- veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 732,73 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling; 6.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van € 571,85; 6.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de betekeningskosten als hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2024.