RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10624519 \ CV EXPL 23-2916 Vonnis van 6 februari 2024 in de zaak van [partij A] , H.O.D.N. [bedrijf], wonende in [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [partij A] , gemachtigde: D. Vegt, tegen 1de vennootschap onder firma [partij B] , gevestigd in [vestigingsplaats] , 2. [partij B.1], wonende in [woonplaats 2] ,3. [partij B.2], wonende in [woonplaats 3] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [partij B] , gemachtigde: mr. Th. Van Wijngaarden. 1De zaak in het kort 1.1. [partij A] heeft 40 hooibalen van [partij B] gekocht. Bij de koop heeft [partij A] aangegeven dat het hooi niet beschimmeld mag zijn. [partij A] zegt dat de geleverde balen wel schimmel bevatten en wil dat [partij B] de balen komt ophalen. [partij B] betwist dat en wil dat [partij A] de koopprijs betaalt. De kantonrechter oordeelt dat [partij B] onvoldoende heeft ingebracht tegen de gestelde schimmel, zodat dit vaststaat en [partij A] de koopovereenkomst terecht heeft kunnen ontbinden. [partij B] wordt veroordeeld om de balen op te halen en de tegenvorderingen van [partij B] worden afgewezen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd. 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie (tegenvordering) met producties; - het tussenvonnis van 10 oktober 2023 waarbij de kantonrechter het plaatsvinden van een mondelinge behandeling heeft bevolen; - de conclusie van antwoord in reconventie; - de mondelinge behandeling van 8 januari 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt; - de op de mondelinge behandeling door [partij A] overhandigde spreekaantekeningen. 2.2. Ten slotte is bepaald dat de rechter vandaag uitspraak zal doen. 3De feiten 3.1. Partijen hebben op 10 januari 2023 via WhatsApp een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan [partij A] 40 hooibalen voor € 1.962,00 (inclusief BTW) van [partij B] heeft gekocht. [partij A] schrijft in zijn WhatsAppbericht van 10 januari 2023: “[…] het plastic vd balen moet onbeschadigd zijn. Ik weet uit ervaring dat een gaatje van een kattenagel al voor een flinke schimmelplek kan zorgen. Het hooi is bestemd voor drachtige geiten, die mogen absoluut geen schimmel hebben.” 3.2. De balen zijn op 24 januari 2023 door [partij B] bij [partij A] geleverd. Op dezelfde dag heeft [partij A] de factuur voor de hooibalen ontvangen. Die avond stuurt [partij A] , voor zover relevant, het volgende WhatsAppbericht: “de eerste baal die we pakken, is meteen niet best. Zie de foto’s hieronder. Wij zullen morgen bij daglicht eerst de rest vd balen gaan bekijken, want met deze baal kan ik niks beginnen. Zoals op marktplaats reeds gemeld bij ons eerste contact: er mag absoluut geen schimmel in zitten voor drachtige geiten. Ik ga er vanuit dat je hier begrip voor hebt.” Bij het bericht is een foto met een losgetrokken hooibaal te zien, waar schimmel in zit. 3.3. Partijen hebben hierna telefonisch contact gehad. Naar aanleiding van dit contact is [partij B] op 28 januari 2023 met een vrachtwagen naar [partij A] gereden. Twee medewerkers van [partij A] hebben samen met [partij B] één van de hooibalen bekeken. Hierna zijn de medewerkers van [partij A] begonnen met het laden van hooibalen op de vrachtwagen van [partij B] . 3.4. Tijdens het laden heeft [partij B] de luchtvering van de vrachtwagen aangepast. [partij B] gaf aan de medewerkers te kennen dat de luchtvering kapot was en reparatie nodig was. De hooibalen die al geladen waren, zijn toen weer afgeladen. [partij B] is weggereden zonder hooibalen. De volgende dag heeft [partij B] via WhatsApp aan [partij A] meegedeeld dat zij de hooibalen niet kan terugnemen en, omdat [partij A] 25 hooibalen heeft beschadigd en deze daardoor onverkoopbaar zijn geworden, [partij A] voor alle hooibalen moet betalen. 3.5. [partij B] heeft meerdere betalingsherinneringen verstuurd. [partij A] heeft verzocht om vervanging van de hooibalen. Omdat vervanging uitbleef, heeft [partij A] de koopovereenkomst op 29 maart 2023 per brief ontbonden. 3.6. De 40 hooibalen staan nog bij [partij A] . De factuur van 24 januari 2023 van € 1.962,00 heeft [partij A] niet betaald. 4Het geschil De vorderingen van [partij A] 4.1. vordert – samengevat – veroordeling van [partij B] tot het ophalen van de hooibalen binnen 14 dagen na de datum van het vonnis, op straffe van een dwangsom. Verder vordert [partij A] veroordeling van [partij B] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Over de proceskosten vordert [partij A] ook betaling van de wettelijke rente. 4.2. [partij A] doet een beroep op wanprestatie. Hij stelt dat [partij B] niet heeft geleverd wat is overeengekomen, omdat de geleverde balen schimmel bevatten. [partij A] stelt dat de eerste baal die hij na levering openmaakte, direct beschimmeld was. De dag erna heeft hij nog 25 balen gecontroleerd door een kleine snede te maken in het plastic omhulsel en dat daarna weer dicht te plakken. Bij 8 van de 25 balen die zo werden gecontroleerd, was al bij die inkeping schimmel te zien. Daarom heeft [partij A] de overeenkomst ontbonden en moet [partij B] de geleverde balen komen ophalen, aldus [partij A] . De tegenvorderingen van [partij B] 4.3. [partij B] voert verweer en stelt een tegenvordering in. [partij B] vraagt de kantonrechter om [partij A] te veroordelen tot betaling van € 1.962,00 met betaling van de wettelijke handelsrente over dit bedrag. [partij B] vordert ook dat [partij A] wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. 4.4. [partij B] betwist namelijk dat in de hooibalen schimmel zat. De hooibaal op de foto bij het WhatsAppbericht van 24 januari 2023 is niet van hem en van de 25 gecontroleerde balen heeft [partij B] maar bij één daarvan schimmel gezien. [partij B] wil daarom dat [partij A] alsnog de overeengekomen koopsom voldoet. 4.5. De kantonrechter wijst de vorderingen van [partij A] toe. De tegenvorderingen van [partij B] wijst de kantonrechter af. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd. 5De beoordeling 5.1. De eerste vraag die de kantonrechter moet beantwoorden, is of [partij B] geleverd heeft wat is overeengekomen. 5.2. Artikel 7:17 lid 1 BW bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer de zaak – kort gezegd – niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten. In dat geval is sprake van non-conformiteit. 5.3. [partij A] mocht op basis van wat afgesproken was, verwachten dat er hooibalen worden geleverd die niet beschimmeld zijn. De non-conformiteit van één hooibaal staat vast 5.4. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet langer in geschil is dat tenminste in één hooibaal schimmel zat. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [partij B] namelijk erkend dat er schimmel zat in de hooibaal die zij met de medewerkers van [partij A] op 28 januari 2023 heeft bekeken. Daarmee is de non-conformiteit van deze hooibaal komen vast te staan. De non-conformiteit van de 8 hooibalen is onvoldoende betwist 5.5. Dat de 8 hooibalen waarvan [partij A] zegt hij er schimmel heeft aangetroffen, non-conform zijn, betwist [partij B] . Volgens [partij B] heeft [partij A] onvoldoende bewijs geleverd dat deze hooibalen ook beschimmeld zijn. [partij B] betwist ook dat de hooibalen op de door [partij A] via WhatsApp gestuurde foto’s door haar geleverd zijn. De kantonrechter vindt die betwisting onvoldoende. Daarvoor is het volgende van belang. 5.6. [partij A] heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat de hooibalen beschimmeld zijn, WhatsAppberichten met foto’s en getuigenverklaring overgelegd. Het gaat daarbij allereerst om het bericht van 24 januari 2023. 5.7. Op dit bericht heeft [partij B] niet gereageerd. Pas nadat zij met haar vrachtwagen bij [partij A] is geweest, bericht [partij B] op 29 januari 2023 dat zij de hooibalen niet zal terugnemen: “[…] als je meteen bij het lossen was geweest, hadden we samen een baal lis gehaald dit heb jij nu later gedaan bij 1 baal zat schimmel op dan had je meteen mij de vracht weer op moeten laten halen maar je hebt hierna nog 25 los gesneden dit is dus de reden dat ik de vracht niet meer kan ophalen dus factuur blijft actief en dient overgemaakt te worden zoals afgesproken meteen na levering” 5.8. [partij A] reageert op dezelfde dag: “[…] Ik heb afgelopen dinsdag (25-1) [de kantonrechter begrijpt: 24-1] netjes per app aangegeven wat ik had aangetroffen, daarop is geen reactie gekomen. Ook toen ik de volgende dag bij daglicht (heel logisch lijkt mij) de overige balen ben gaan bekijken en jou daarna telefonisch de uitkomst doorgaf […] heb je (mijn inziens ook terecht) GEEN bezwaar gemaakt. Nee sterker, je gaf zelfs aan ze zaterdags (28-1) weer op te komen halen. Zelfs toen ik vrijdag (27-1) nogmaals belde hoe laat je zaterdags zou komen, geen bezwaar van jouw kant en spraken we de tijd van 10.00 uur af.” 5.9. In zijn antwoord, herhaalt [partij B] – samengevat – dat de beschadigde hooibalen onverkoopbaar zijn en zij deze dus niet kan terugnemen. Zij voegt daaraan toe: “ik had anders voor die 8 wel een regeling willen treffen maar doordat de rest nu ook open is geweest, telt er gewoon een betaling plicht […].” 5.10. Over de hooibalen die op 24 januari 2022 zijn geleverd, verklaart [naam 1] , een medewerker van [partij A] , het volgende: “Zaterdagochtend 28-01 zou [partij B.1] de ronde balen die hij had gebracht 25-01 [de kantonrechter begrijpt 24-01] weer ophalen nadat zie niet waren zoals gezegd werd. Volgens de advertentie op Marktplaats zou het mooi hooi zijn. Bleek niet zo te zijn, er zat schimmel in! Ik heb na de aflevering 25-01 17:15/18:15, 1 baal meegenomen omdat het al donker was en zodat we ( [partij A] en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.