← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:1173

RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/3548 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.P. Smit), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: L.A.P. ter Laak). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering (ZW) als gevolg van de eerstejaarsziektewet (Ezwb) beoordeling. 1.
  2. Het UWV heeft met het besluit van 5 september 2023 (primair besluit) de ZW-uitkering van eiseres met ingang van 6 oktober 2023 beëindigd omdat zij met ingang van 25 augustus 2023 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Met het bestreden besluit van 23 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de beëindiging van de uitkering gebleven. 1.
  3. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Tevens was aanwezig de partner van eiseres. Totstandkoming van het besluit
  5. Eiseres is eerder werkzaam geweest als [beroep] voor 20 uur per week, uit twee dienstverbanden. Voor dit werk is zij op 2 maart 2022 uitgevallen met lichamelijke klachten als gevolg van een ongeluk. Eiseres is ziek uit dienst gegaan. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft verweerder het primaire besluit genomen. Beoordeling door de rechtbank
  6. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de ZW-uitkering van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden.
  7. Eiseres stelt dat zij meer klachten en beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen. Zij is daardoor niet in staat de geduide functies te verrichten. Afgelopen winter is eiseres vanwege haar duizeligheidsklachten, die veroorzaakt zijn door het bedrijfsongeval, met haar fiets gevallen en heeft zij een slijmbeursontsteking in haar linkerschouder opgelopen. Deze pijn was zo intens dat haar eerdere hoofdpijnklachten minder prominent aanwezig leken. Inmiddels is de slijmbeursontsteking wat afgenomen en ervaart eiseres weer meer de hoofdpijnklachten. Eiseres kan zich niet goed concentreren, haar aandacht niet verdelen en zij heeft coördinatieproblemen. Daarnaast kan ze niet doelmatig meer handelen, heeft zij een vertraagd reactievermogen en geheugenproblemen en is zijn prikkelgevoelig voor vooral licht en geluid.Eiseres is als coping-strategie voor haar klachten meer gaan wandelen. Hierdoor is haar linkerknie overbelast geraakt en is zij ernstig beperkt in haar mobiliteit. Helaas kan de orthopeed haar verder niet behandelen. Haar onderbeen en voet houden nu veel vocht vast en eiseres heeft moeite met lopen, staan, fietsen en autorijden. In verband met deze (toegenomen) klachten heeft eiseres zich vanuit de Werkloosheidswet (WW) ziekgemeld.Het bedrijfsongeval heeft ook veel psychische klachten veroorzaakt. Ook is de eerdere eetstoornis teruggekomen en verergerd. De behandeling voor de eetstoornis bij Balanz is weliswaar in mei 2024 afgesloten, maar eiseres staat nu onder behandeling bij Mediant voor haar NAH klachten. De behandeling is maar 1 uur per week, maar toch intensief.De afronding van de HBO-opleiding na het bedrijfsongeval is alleen mogelijk geweest doordat eiseres vóór het ongeval heel goede cijfers haalde en voorliep op de rest van de (peer)groep. Met hulp van medestudenten en de gunfactor van de docenten is het eiseres gelukt om alsnog in 3,5 jaar af te studeren, zij het met lagere cijfers dan die zij aanvankelijk haalde. Ook heeft het UWV niet meegewogen dat eiseres al zo'n 25 jaar kampt met RSI klachten in beide armen die beperkingen opleveren bij statische houdingen, zwaar lichamelijk werk en repetitieve handelingen.Ten slotte stelt eiseres dat het UWV een grotere urenbeperking had dienen aan te nemen, gelet op hetgeen zij heeft aangevoerd.Eiseres is niet geschikt voor de geduide functies. Uit de informatie van de optometrist blijkt dat haar hersenen en ogen niet goed samenwerken. Oordeel van de rechtbank
  8. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader
  9. Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW heeft een verzekerde zonder werkgever na 52 weken ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld. Hieraan zijn twee voorwaarden verbonden. Ten eerste moet de verzekerde ongeschikt zijn tot het verrichten van zijn arbeid. Ten tweede moet de verzekerde als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek niet in staat zijn met arbeid ten minste 65% te verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Zorgvuldigheid van het onderzoek
  10. De rechtbank is van oordeel dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag ligt. De arts heeft eiseres zelf gesproken en haar lichamelijk en psychisch onderzocht op het spreekuur van 12 juli
  11. Zijn conclusies heeft de arts voldoende begrijpelijk neergelegd in de rapportage van 25 oktober
  12. Het sociaal-medisch oordeel is getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een dossieronderzoek verricht. Verder heeft zij eiseres gesproken op de hoorzitting en haar aansluitend onderzocht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zijn visie voldoende inzichtelijk gemaakt in de rapportage van 19 augustus 2024.Eiseres heeft niets aangevoerd waaruit zou kunnen volgen dat de wijze van onderzoek, in zijn geheel bezien, gebreken vertoont. De medische grondslag
  13. De belastbaarheid van eiseres op de datum in geding, 25 augustus 2023, is op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de (verzekerings)arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De arts ten tijde van de primaire beoordeling heeft aangenomen dat eiseres klachten en beperkingen heeft van een commotio cerebri. Voorts heeft zij klachten van RSI aan haar schouder/ bovenarm, die ook al bestonden voordat zij uitviel. Deze klachten zijn dan ook wel degelijk betrokken bij de beoordeling.Eiseres ervaart hoofdpijn, nekklachten, duizeligheid en mentale klachten. Ze heeft moeite met prikkels, concentratie, aandacht, en soms het niet op woorden kunnen komen. Overige persisterende klachten zijn buikklachten zonder aanwijsbare oorzaak en RSI-klachten aan beide armen, waardoor eiseres belemmeringen ervaart in tillen/dragen en bovenhands werken.In het beroepschrift en ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat zij als gevolg van een toename van haar klachten zich opnieuw ziek heeft gemeld. De toename is (mede) het gevolg van een ongeluk afgelopen winter. Zoals gemachtigde heeft erkend zijn dit echter klachten en beperkingen die niet bij de huidige beoordeling kunnen worden betrokken, hoe onplezierig dit voor eiseres is ook is. De belastbaarheid dient immers beoordeeld te worden ten aanzien van de datum in geding 25 augustus
  14. Er zijn in de eerste functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 25 augustus 2023 beperkingen aangenomen in de rubrieken persoonlijke en sociaal functioneren, fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen.De verzekeringsarts bezwaar en beroep kan zich vinden in de diagnose van de primaire arts. Er is echter aanleiding geweest tot het bijstellen van de FML. Bij medisch onderzoek in het kader van de hoorzitting komen, in vergelijking met de primaire rapportage, geen wezenlijk nieuwe medische gegevens naar voren. Wel is meer gedetailleerd ingegaan op de behandelingen die eiseres volgde in de periode rond datum geding. De totale duur van deze behandelingen was voor de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanleiding om een lichte urenbeperking aan te nemen omdat eiseres in die periode verminderd beschikbaar was voor werk. De omvang van de duurbelastbaarheid is daarbij vastgesteld op maximaal 6 uur per dag, 30 uur per week.De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht het terecht dat er beperkingen zijn aangenomen voor het omgaan met prikkels, onder meer voor drukte en geluidsbelasting. De klachten die eiseres hierbij heeft aangevoerd zijn dan ook al reeds bij de beoordeling betrokken. Uit de bevindingen van de duizeligheidstherapeut blijkt echter ook dat er aanwijzingen zijn voor vestibulaire problemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht eiseres daarom aanvullend beperkt voor werken op hoogte, het maken van frequente hoofdbewegingen en klimmen. Middels deze laatste beperking wordt ook rekening gehouden met de bevindingen van de optometrist. Voorts geven deze bevindingen aanleiding om een beperking aan te nemen voor beroepsmatig vervoer. In de FML van 19 augustus 2024 is eiseres daarom aanvullend beperkt geacht op de items 1.6 (persoonlijk risico; werken op hoogte), 2.11 (beroepsmatig vervoer), 4.15 (hoofdbewegingen), 4.19 (klimmen), 6.2 (uren per dag) en 6.3 (uren per week). 8.1 Uitgaande van dit zorgvuldige onderzoek heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de FML. Eiseres heeft in beroep geen nieuwe medische informatie overgelegd die haar standpunt nader onderbouwt. Zij heeft weliswaar aangevoerd dat haar klachten zijn verergerd, maar zoals onder 8 aangegeven, was dit na de datum in geding. Die klachten kunnen dan ook in de nieuwe ZW-melding beoordeeld worden.De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet in zijn standpunt te volgen. 8.2 Dat eiseres zwaardere beperkingen zegt te hebben, betekent niet zonder meer dat ook meer beperkingen moeten worden aangenomen. Van belang is immers niet alleen wat eiseres ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek aan beperkingen is vast te stellen. Eiseres heeft aangevoerd dat zij haar opleiding met lagere cijfers heeft gehaald dan dat zij aanvankelijk haalde en dat het UWV hier ook haar beperkingen uit kan afleiden. De rechtbank constateert dat eiseres voor haar ongeluk op een hoger niveau functioneerde met werk en een opleiding op HBO-niveau. Vanzelfsprekend ervaart eiseres daardoor thans een grote achteruitgang in haar functioneren. De normaal waarden in de FML zijn echter van een dermate niveau dat eiseres geacht moet worden hiertoe in staat te zijn.De FML bevat ten slotte een flink aantal beperkingen en er is geen reden om aan te nemen dat deze beperkingen niet voldoende zijn.
  15. Uitgaande van de FML is het aannemelijk dat eiseres in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. In het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 22 augustus 2024 is naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van eiseres op de in geding zijnde datum.
  16. Het voorgaande betekent dat verweerder de mate van ongeschiktheid per 25 augustus 2023 terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%, zodat geen recht op uitkering bestaat en het bestreden besluit in stand blijft. Conclusie en gevolgen
  17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen uitkering krijgt toegekend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier Rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.