RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/3770 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. E. Schriemer), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: E.H. van den Brink). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). 1.1. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 21 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Het UWV heeft op beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Tevens zijn ter zitting verschenen de moeder van eiseres, en de begeleidster van eiseres, [naam]. Totstandkoming van het besluit 2. Eiseres heeft gewerkt als [beroep] voor 17,93 uur per week. Voor dit werk is zij op 3 augustus 2021 uitgevallen met psychische klachten. Eiseres is ziek uit dienst gegaan. 2.1 Per einde wachttijd heeft het UWV verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Eiseres heeft beperkingen, maar met deze beperkingen wordt zij in staat geacht de geduide functies te kunnen verrichten. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 0%. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Beroepsgronden 3. Eiseres stelt ten eerste dat het onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig is geweest. Zo is geen rekening gehouden met autisme, adhd en de hechtingstoornis, terwijl deze wel in het dossier worden genoemd. Er is door de verzekeringsartsen onvoldoende doorgevraagd. Zij heeft daartoe gewezen op de rapportage van Evenzicht van 23 november 2024, zoals in beroep overgelegd.Eiseres stelt daarnaast dat zij als gevolg van haar autisme meer beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen en daarom niet geschikt is voor de geduide functies.Eiseres voert aan dat de volgende beperkingen onvoldoende zijn meegenomen: In rubriek 1 zijn dit het 1.1 vasthouden van aandacht, 1.2 verdelen van aandacht en 1.4 inzicht in dagelijks functioneren. Eiseres kent haar grenzen nog niet en dreigt daar steeds overheen te gaan. Daardoor heeft zij ook driemaal een burn-out gehad. In de therapie die zij nu volgt leert zij haar grenzen kennen en in acht te houden; 1.8.1 geen afleiding door activiteiten van anderen. Eiseres heeft problemen met concentreren en verdelen van aandacht; 1.8.5 werk waarin geen hoog handelingstempo vereist is. Eiseres betoogt dat haar handelingstempo laag is. In rubriek 2 is door het UWV volgens eiseres ten onrechte geen rekening gehouden met de volgende items: 2.7 ten onrechte is bij eigen gevoelens uiten geen beperking gesteld; 2.8 omgang met conflicten. Ten onrechte is eiseres hier slechts licht beperkt geacht. Vanwege onder andere haar ADHD kan eisers niet met emoties omgaan en zeker niet met negatieve. Hierbij speelt ook haar autismespectrumstoornis een rol. In het rapport van Evenzicht wordt ten aanzien daarvan beschreven: "Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interactie in uiteenlopende situaties". De verzekeringsarts heeft dit miskent; 2.9 samenwerken gaat vaak fout. Dat heeft zij ook gemerkt in haar vorige dienstbetrekkingen; 2.10 vervoer en 2.11 beroepsmatig vervoer. Vanwege de prikkels is met openbaar vervoer reizen een probleem, met name de trein. Met de bus is reizen beperkt mogelijk op kleine trajecten en zonder overstap, anders raakt zij in de war. Reizen met de auto is een probleem vanwege de prikkels, zeker bij langere afstanden en in druk verkeer. Daarom is beroepsmatig vervoer in het geheel niet mogelijk. Ten onrechte is hier geen beperking gesteld. In rubriek 3 heeft het UWV volgens eiseres de volgende beperkingen onvoldoende meegewogen: 3.1 temperatuur, vanwege haar fysieke klachten. Eiseres ervaart meer klachten bij kou. Bovendien kan zij zoals aangegeven niet tegen prikkels. In voornoemd rapport van Evenzicht staat in dit verband: "Ook zijn er bijzonderheden opgemerkt in hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstellingen voorde zintuiglijke aspecten van de omgeving.”Voorts is eiseres meer beperkt in de rubriek dynamische handelingen op de items 4.7, 4.8, 4.9, 4.10 en 4.17 en daarnaast in de rubriek statische houdingen op de items 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 en 5.5.Ten slotte stelt eiseres dat een grotere urenbeperking is aangewezen. Er is bij eiseres geen sprake van een actief dagverhaal. Zij staat wel bijtijds op maar heeft veel tijd nodig om op te starten. Ook moet zij overdag vaak rusten. Ook vanuit preventief oogpunt is er aanleiding voor een duurbeperking. In het verslag van de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt nog opgemerkt dat eiseres geen grenzen kan trekken. Er is ook al driemaal sprake geweest van een burn-out. Sociale contacten kan zij niet aan. Tijdens haar werk, waarbij zij over haar grenzen ging, had zij ook naast haar werk geen energie meer voor andere zaken. Er was dan ook geen sprake van een evenwicht op micro-meso- en macroniveau. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de afwijzing van de WIA-aanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.Het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Zorgvuldigheid van het onderzoek en medische grondslag 5. Bij brief van 31 januari 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gereageerd op de rapportage van Evenzicht. In hetgeen is aangevoerd wordt door de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen reden gezien om de functionele mogelijkhedenlijst aan te passen. 6. De rechtbank acht deze reactie volstrekt onvoldoende gemotiveerd en wijst daartoe op het volgende. 6.1 Ten eerste geeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan dat de informatie van eiseres niet wordt ondersteund door onderzoek van een medisch adviseur en/of verzekeringsarts. Niet in geschil is dat de rapportage van Evenzicht is opgesteld door een GZ-psycholoog (i.
- o)naar aanleiding van een uitgebreid onderzoek en gesprek met eiseres. Een psycholoog is bij uitstek ter zake deskundig om psychische problematiek vast te stellen en te onderzoeken. Dat dit enkel door een arts zou kunnen geschieden wordt dan ook niet gevolgd. 6.2.1 Voorts geeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan: “ (…) De psychiater en psycholoog van Uw Psychiater classificeren in 2022 in de DSM-5 echter geen ASS en/of ADHD zoals blijkt uit de brief van 20 april 2022. In hun beschrijvende conclusie spreken zij wel over ADHD-kenmerken. Mocht er bij cliënt daadwerkelijk sprake zijn van ASS en/of ADHD dan komen deze psychische stoornissen reeds tot uiting in de door primaire verzekeringsarts aangenomen beperkingen in de rubrieken persoonlijk functioneren en sociaal functioneren van de FML.” 6.2.2 De rechtbank acht deze motivering onbegrijpelijk. Dat in een eerder stadium nog geen ASS was gediagnosticeerd, betekent immers niet dat dit niet bij eiseres aanwezig was. Gelet op de rapportage van Evenzicht, is door eiseres afdoende onderbouwd dat bij haar ook ASS van toepassing is. Dat zulks niet zou moeten leiden tot meer beperkingen is in het geheel niet onderbouwd, zodat de rechtbank die conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook niet kan volgen. De rechtbank wijst in dit verband nog op het volgende. 6.2.3 De rapportage van Evenzicht vermeldt, voor zover thans van belang, het volgende.“(…) In dit onderzoek is de diagnose Autismespectrumstoornis (ASS) bevestigd. [eiseres] ervaart in haar dagelijks leven aanzienlijke beperkingen als gevolg van deze stoornis, in combinatie met de eerder vastgestelde diagnose ADHD.(…) Ze scant haar omgeving en gaat weg bij mensen die ze niet goed kan inschatten. Begrijpen en verwoorden hoe ze zich voelt is moeilijk, evenals delen met anderen hierover. (…) [eiseres] neemt niet vaak initiatief tot contact (…). [eiseres] voelt niet aan hoe ze zich moet gedragen in een gezelschap, ze valt terug op wat ze hierover geleerd heeft. Zo is ze in een nieuwe situaties beleefd en spreekt ze met u, hier kan ze feedback op krijgen dat dit niet nodig is, maar het lukt niet om dit vervolgens aan te passen. (…) [eiseres] kan hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag. Ook zijn er bijzonderheden opgemerkt in hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstellingen voor de zintuiglijke aspecten van de omgeving: (…) haat veranderingen. Deze maken dat haar vaste structuur in de war raakt, ze kan hier dagen last van hebben. Vaste wekelijkse afspraken zijn fijn, als deze verschuiven dan lukt het vaak niet om (op tijd) te komen. Als plannen op het laatste moment veranderen dan kan [eiseres] hier niet in bijsturen. (…) heeft gevoeligheden op al haar zintuigen. Ze stoort zich snel aan geluiden, kan niet tegen smakken of geluid van de kat dat hij zich schoonmaakt. Ze hoort geluiden intenser dan anderen; zo kan ze er niet tegen als de buurman boven haar stofzuigt en heeft ze ontzettend veel last van mensen die aan het bladblazen zijn in haar straat. Ze kan last hebben van licht; bijvoorbeeld de zonlicht langs de bomen in de bus; wel/niet floep, floep, het voelt voor haar alsof ze dit niet kan verwerken. Ze wordt panisch van flikkerende lichtjes bij kerst. (…) Daarnaast is vastgesteld dat [eiseres] vaak wordt overschat door haar omgeving. Hoewel ze op het eerste gezicht competent kan overkomen, is de complexiteit van alledaagse situaties voor haar veel groter dan men verwacht. Dit wordt mede verklaard door haar intelligentieprofiel, dat een disharmonisch beeld laat zien. Met name de werkgeheugenindex valt significant lager uit en bevindt zich in het gebied van een licht verstandelijke beperking. (…) Interesses en fixaties Bij gamen nu; met periodes hetzelfde spel, laatste jaar World of warcraft. [eiseres] merkt dat dit anders is dan bij haar vrienden; die spelen alles door elkaar, wisselen af.” 6.2.4 Gelet op bovengenoemde citaten ziet de rechtbank niet in hoe de verzekeringsarts bezwaar en beroep grotendeels heeft kunnen volstaan met hetgeen is weergegeven onder 6.2.1. Het komt de rechtbank voor dat gelet op de door Evenzicht beschreven problematiek, verdergaande beperkingen op in ieder geval energetisch gebied, en persoonlijk en sociaal functioneren zijn aangewezen. In ieder geval heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet afdoende onderbouwd waarom met de huidige FML kan worden volstaan. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet kenbaar rekening is gehouden met het feit dat eiseres, blijkens dit rapport van Evenzicht, vaak door haar omgeving wordt overschat en aldus ook mogelijk bij de waarnemingen door de verzekeringsartsen in diens onderzoeken in de beoordeling is overschat. 6.2.5. Voorts heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep vermeld dat de door eiseres geclaimde beperkingen ten aanzien van de beoordelingspunten vasthouden van de aandacht in het dagelijks functioneren, verdelen van de aandacht in het dagelijks functioneren, inzicht in eigen kunnen in het dagelijks functioneren, eigen gevoelens uiten en een verdergaande beperking op het beoordelingspunt samenwerken niet te verklaren zijn door de bij eiseres beschreven aard en mate van ernst van de psychische stoornissen. Het volgen en afgerond hebben van een VMBO- en MDO-opleidingen wijst niet op een lichte verstandelijke beperking. Er is of zijn ook geen medische reden(
- en)om een beperking aan te nemen op het beoordelingspunt ‘aangewezen zijn op een werksituatie waarbij cliënt niet of nauwelijks wordt afgeleid door activiteiten van anderen’. Dit wordt bevestigd door het gegeven dat eiseres thuis veel aan gamen doet maar ook mee gaat met het doen van boodschappen. Voornoemde maakt het aannemen van een beperking op de beoordelingspunten vervoer en beroepsmatig vervoer daarmee eveneens niet plausibel, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.De rechtbank volgt de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet in dit betoog. Hij is er ten onrechte aan voorbij gegaan dat het gamen van eiseres door Evenzicht onder het kopje ‘interesses en fixaties’ is geplaatst. Ter zitting heeft eiseres ook toegelicht hoe zij met het gamen omgaat. Dat zij, vanwege haar mogelijkheid tot gamen, niet aangewezen zou zijn op werk zonder onderbrekingen, wordt, gelet op de rapportage van Evenzicht, door de rechtbank dan ook niet gevolgd. Gelet op de toelichtingen van eiseres ter zitting, waarin het gamen juist naar voren komt als een mogelijkheid om aan de buitenwereld te ontsnappen, wijst het gamen eerder op het tegenovergestelde. Ten aanzien van het boodschappen doen heeft eiseres verder toegelicht dat zij momenten uitkiest waarop het rustig is, en zij onder begeleiding erheen gaat, zodat daar evenmin de betekenis aan kan worden toegekend die de verzekeringsarts bezwaar en beroep er (kennelijk) aan heeft willen toekennen. Dat eiseres voorts een opleiding heeft afgerond, is evenmin afdoende om de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te kunnen dragen, temeer nu deze verzekeringsarts niet kenbaar heeft meegewogen onder welke omstandigheden en tijdsduur eiseres deze opleiding heeft gevolgd. 6.2.6 De rapportage van Evenzicht vermeldt voorts:“(…) Het behouden van banen bleek uitdagend. [eiseres] beschrijft zelf de moeilijkheden die zij ervoer tijdens haar werk als afwasser. De werkomgeving bracht veel stress met zich mee, met name door de beperkte ruimte, constante prikkels en het onverwacht moeten omgaan met storingen, zoals een kapotte vaatwasser. Het werken in nauwe ruimtes, waarbij fysieke nabijheid onvermijdelijk was, veroorzaakte extra spanning. Ook ervoer zij het als frustrerend dat collega’s routines en indelingen aanpasten, wat voor haar verwarring en stress opleverde. Daarnaast maakte de constante stroom aan vuile vaat het moeilijk om pauzes in te plannen, ondanks dat dit formeel wel was toegestaan. Deze omstandigheden leidden tot veel emotionele (over)belasting, met huilbuien en chronische stress en tot gevolg. (…) Gezien haar diagnoses (ADHD, ASS en een disharmonisch intelligentieprofiel op laag begaafd/ verstandelijk beperkt niveau) wordt geadviseerd dat [eiseres] een werkplek/dagbestedingsplek vindt zonder werkdruk, om het risico op het ontwikkelen van ernstige psychiatrische klachten te minimaliseren.” De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft hierop aangegeven dat het niet aannemelijk is om een beperking op het beoordelingspunt ‘aangewezen zijn op werk waarin geen hoog handelingstempo vereist is’ aan te nemen. De beschreven psychische stoornissen geven geen aandriftverlies en cliënt gebruikt ook geen medicatie wat problemen kan geven met het uitvoeren van handelingen die continu in een beduidend hoger tempo uitgevoerd dienen te worden.Gelet op het hetgeen in de rapportage van Evenzicht is beschreven ten aanzien van het arbeidsverleden van eiseres, alsmede het advies van een werkplek zonder werkdruk, acht de rechtbank deze reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onbegrijpelijk en daarmee onvoldoende gemotiveerd. 6.2.7 Ditzelfde geldt voor hetgeen is opgemerkt door de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten aanzien van een urenbeperking. De reactie vermeldt: “Een duurbeperking is mogelijk als er vanuit een ernstige aandoening een zodanig laag energieniveau is dat rusten overdag medisch noodzakelijk is. Uit preventief oogpunt kan een beperking worden aangegeven als iemand de neiging heeft (eventueel vanuit de combinatie van de ernst en de aard van de aandoening) zichzelf systematisch fors te overbelasten, terwijl dit ernstige consequenties heeft voor de gezondheid. Indien cliënt zich gaat belasten conform de in primair opgestelde FML is of zijn er geen medische reden(
- en)om een verdergaande urenbeperking op energetische en/of preventieve gronden aan te nemen.” Gelet op de conclusies van Evenzicht, namelijk dat sprake is van ASS en ADHD, alsmede het arbeidsverleden van eiseres, alsook haar dagverhaal, zoals weergegeven bij de verzekeringsartsen en ter zitting acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom er geen aanleiding zou zijn om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. De standaardoverweging die de verzekeringsarts bezwaar en beroep hier heeft gehanteerd volstaat niet. 7. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep grotendeels geen stand kan houden. Alleen ten aanzien van de beoordelingspunten frequent buigen, tillen, dragen, lopen, trappenlopen, klimmen, staan, staan tijdens werk, geknield of gehurkt en gebogen en/of getordeerd actief zijn is de motivering afdoende, nu eiseres weliswaar heeft gesteld, maar niet heeft onderbouwd waarom de in de FML opgenomen beperkingen ten aanzien van deze onderdelen niet toereikend zouden zijn. Het bestreden besluit is aldus in strijd is met het motiveringsbeginsel zoals dat is opgenomen in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Het UWV moet opnieuw op het bezwaarschrift van eiseres beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,--. Beslissing De rechtbank - verklaart beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 8 oktober 2024; - bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden; - veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van mr.E.G.M. ten Kate, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.