RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/4288 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. M.P. Smit), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: M.A. Kuilderd). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). 1.
- Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 24 januari 2024 afgewezen omdat eiser de wachttijd niet heeft volgemaakt.Met het bestreden besluit van 5 november 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, maar is de motivering van het besluit gewijzigd. Het UWV stelt thans dat eiser op 23 februari 2024 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dat hij daarom per die datum niet in aanmerking komt voor een uitkering. 1.
- Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en. [naam], en de gemachtigde van het UWV. Totstandkoming van het besluit
- Eiser heeft gewerkt als [beroep] voor 38,22 uur per week. Voor dit werk is hij op 25 februari 2022 uitgevallen met fysieke klachten. Eiser is ziek uit dienst gegaan. Bij besluit van 9 januari 2024 heeft het UWV eiser bericht dat zijn Ziektewet-uitkering per 10 februari 2024 stopt, omdat in het kader van een eerstejaarsziektewet beoordeling is vastgesteld dat hij op 13 februari 2023 meer dan 65% kon verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft het UWV eiser bericht dat hij niet in aanmerking komt voor een WIA uitkering omdat hij hersteld is verklaard voordat de 104 weken wachttijd zijn verstreken. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen beide beslissingen. Bij voornemen van 5 augustus 2024 heeft het UWV eiser bericht dat gewijzigde beslissingen zullen worden genomen. Bij brief van 2 september 2024 heeft eiser gereageerd op het voornemen. Bij besluit van 5 november 2024 heeft het UWV het bezwaar van eiser gericht tegen het besluit van 9 januari 2024 gegrond verklaard en bepaald dat de ZW-uitkering daarmee heeft doorgelopen. Het bezwaar gericht tegen het besluit van 24 januari 2024 is ongegrond verklaard. Eiser heeft wel de wachttijd volgemaakt en is niet geschikt voor zijn eigen werk, maar wel voor de geduide functies. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek is het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 0%. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de weigering van de WIA-uitkering. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
- Eiser stelt dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen.Hoewel de diagnose prostaatkanker en de leververvetting/ontsteking pas na de datum in geding zijn gesteld, bestonden de klachten en beperkingen al op de datum in geding en had daar ook rekening mee gehouden moeten worden. De leverklachten uitten zich door een opgeblazen gevoel, pijn in de bovenbuik, algehele malaise en vermoeidheid. De HIV-besmetting heeft zijn leven al sinds 2004 op de kop gezet en hierbij schijnt leverbeschadiging en leverfalen de meest voorkomende doodsoorzaak te zijn. Er zijn al verschijnselen van bindweefselvorming/fibrose gevonden. De lever heeft het zwaar te verduren bij de tientallen tabletten die eiser dagelijks moet gebruiken en auto-immuun-hepatitis of toxische- medicamenteuze etiologie (medicijnvergiftiging) komt op den duur vaak voor. Hoewel eiser al jaren geleden is gestopt met roken, schijnt de spontane pneumothorax daar toch nog een gevolg van geweest te kunnen zijn. De operaties hebben de acute klachten kunnen verhelpen, maar eiser heeft nog altijd pijn bij het ademen en het liggen op zijn zij.De HNP die in 2007 was ontdekt, is helaas in 2022 weer gaan opspelen en in dubbele hevigheid. Lopen zonder stok is vrijwel niet meer mogelijk en zeker niet lang vol te houden. De uitstraling naar buik, been en voet maakt eiser onzeker en het risico op vallen is toegenomen. Het kan allemaal nog erger worden aldus eiser, tot rolstoelafhankelijkheid aan toe.Hoewel eiser nog niet onder behandeling van een psycholoog of psychiater staat, zijn de psychische klachten door zijn algehele malaise wel toegenomen. Ook de cognitieve klachten lijken veroorzaakt te worden door pijn, vermoeidheid en depressie. Zijn handelingstempo is door deze combinatie van factoren ook ernstig verminderd.Het slechte en onderbroken slapen, mede door de pijn en de prostaatklachten en de algehele vermoeidheid, is aannemelijk en verklaarbaar. Ten onrechte heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen urenbeperking aangenomen. Eiser wijst erop dat hij overdag geregeld moet (bij)slapen om nog tot iets te komen.Vanwege de HIV-besmetting is eiser verhoogd vatbaar voor infecties en heeft hij ook huidklachten ontwikkeld. Het werken in een omgeving met meer collega's of met patiënten of publiek is niet geschikt en al helemaal niet als de HIV-besmetting bekend wordt.Hij is daardoor niet geschikt voor de geduide functies. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft administratieve functies en productiefuncties geduid. Deze zijn te zwaar zijn en kan hij niet fulltime volhouden. De mogelijkheid om te vertreden moet explicieter uit de functieomschrijvingen blijken en de mate waarin eiser moet kunnen vertreden zal in het vrije bedrijfsleven gewoon niet geaccepteerd worden. Zit-sta voorzieningen kunnen aan deze behoefte niet tegemoet komen. Op alle werkplekken moet met meerdere mensen in een ruimte worden samengewerkt, met verhoogde kans op infecties en uitval. Er moet te veel gezeten, gestaan en gelopen worden en ook worden de armen en schouders in alle functies te zwaar belast.
- Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
- Niet (meer) in geschil is dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag ligt.
- De belastbaarheid van eiser op de datum in geding is op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De verzekeringsarts heeft aangenomen dat eiser klachten en beperkingen heeft als gevolg van een HNP L4-L5 of L5-S1 bij kanaalstenose. Eiser ervaart belemmeringen ten aanzien van lopen, buigen, staan, zitten, tillen en dragen. De verzekeringsarts heeft de klachten ook waargenomen bij het lichamelijk onderzoek. Het beeld past bij een radiculair syndroom, dit blijkt ook uit de omstandigheid dat de testen van Lasegue en Bragard positief zijn linkszijdig. Daarnaast is eiser HIV-positief. Hij gebruikt hiervoor virale tripletherapie en de CD4 cellen zijn stabiel en niet te laag. Gelet op het voorgaande is eiser aangewezen op rugsparend werk. Daarbij dienen zitten, staan en lopen liefst afwisselend plaats te vinden en langdurig gedwongen houdingen of standen dienen vermeden te worden. Hoog frequente en extreme rompbewegingen zijn niet toegestaan. Alle krachtfuncties zijn beperkt en met name qua zware belastingen en qua piekbelastingen. Sterke schokken en trillingen aan de rug dienen vermeden te worden. Daarnaast is eiser beperkt voor tastzin, lang staan, lang lopen en lopen op ongelijke ondergrond. Voorts lijkt er sprake te zijn van een opportunistische infectie bij zijn HIV. Eiser wordt daarom ook beperkt geacht ten aanzien van het werken in een omgeving met een verhoogd infectierisico. Dat eiser, zoals hij stelt, helemaal niet in contact zou mogen komen met collega’s wordt door de rechtbank niet gevolgd. Eiser heeft die stelling namelijk niet met medische gegevens onderbouwd. Voorts heeft de gemachtigde van het UWV ter zitting terecht opgemerkt dat niet aannemelijk is dat eiser in het geheel niet kan samenwerken met collega’s, omdat hij zich ook niet aan het openbare leven onttrekt en bijvoorbeeld wel de bibliotheek bezoekt. In de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 28 december 2023 heeft de verzekeringsarts beperkingen opgenomen in de rubrieken fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportages van 4 juli 2024 en 4 november 2024 overtuigend gemotiveerd waarom de conclusie van de verzekeringsarts over de belastbaarheid van eiser deels in stand kan blijven en waar deze aangevuld dient te worden. Eiser heeft aangevoerd dat hij de beperkingen zoals deze door de bedrijfsarts zijn vastgesteld meer op zijn plaats vindt dan de beperkingen die de verzekeringsarts heeft vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep kan eiser daarin deels volgen, maar wijst er wel op dat de verzekeringsarts zelf lichamelijk onderzoek heeft uitgevoerd, in tegenstelling tot de bedrijfsarts. Gezien deze onderzoeksbevindingen van de verzekeringsarts, waarbij anteflexie tot 75 graden mogelijk was, is een beperking op buigen geïndiceerd. Een sterke beperking zoals de bedrijfsarts heeft gedaan, is niet aangewezen. Het frequent buigen wordt iets sterker beperkt, waarbij frequenter buigen wel mogelijk is indien tot ongeveer 45 graden gebogen moet worden en minder vaak mogelijk is als er meer dan 60 graden gebogen wordt. Gezien de onderzoeksbevindingen is het torderen niet beperkt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep volgt de bedrijfsarts en neemt een beperking aan op tillen en dragen tot 5 kg en het geknield of gehurkt actief zijn. Er is geen aanleiding om het lopen en staan verder te beperken, wel wordt het lopen/staan tijdens het werk verder beperkt. Dit is beide tot 2 uur per dag mogelijk. Ook is het niet noodzakelijk om het zitten verder te beperken indien eiser in de functie ten minste een keer per uur kan vertreden.Het zitten tijdens werk wordt beperkt, met de toelichting dat dit tot ongeveer 6 uur per dag mogelijk is. Gezien de beenklachten van eiser wordt ook het beroepsmatig vervoer beperkt.Behoudens de beperking op het frequent buigen, is een beperking ten aanzien van de frequenties van activiteiten niet aangewezen. Er is bij eiser geen aandoening vastgesteld waardoor beperkingen op dit vlak gerechtvaardigd worden. Dit heeft geleid tot de aangepaste FML van 5 november
- Dat eiser zwaardere beperkingen zegt te hebben, betekent niet zonder meer dat ook meer beperkingen moeten worden aangenomen. Van belang is immers niet alleen wat eiser ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek aan beperkingen is vast te stellen. De rechtbank constateert dat eiser in beroep geen nadere medische onderbouwing heeft geleverd van zijn stellingen. Hij heeft weliswaar een algemeen beeld geschetst van de mogelijke ontwikkelingen van zijn beperkingen als gevolg van de bekende diagnoses. Het is echter niet gezegd dat deze zich inderdaad zo zullen ontwikkelen; daarvoor dient eiser enige, op hem betrekking hebbende medische onderbouwing te leveren. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het UWV een grotere urenbeperking had moeten aannemen omdat hij overdag vaak slaapt en ’s nachts slechts een paar uur slaapt.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd waarom hij hiervoor geen beperking heeft aangenomen. Bij de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep was in het dagverhaal van eiser nog geen sprake van overdag slapen. De stelling van eiser dat hij slechts twee uur per nacht zou slapen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet hoeven volgen. De rechtbank kan volgen wat in de rapportage is opgenomen, namelijk dat dit medisch gezien niet mogelijk is en ook niet klopt met het verhaal dat hij eerder heeft verteld, dat hij na 2 uur slapen wakker wordt en dit meerdere keren per nacht. Tevens past het niet bij de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep waarin eiser geen vermoeide indruk maakt en er ook geen cognitieve stoornissen worden geobjectiveerd. Ook uit het dagverhaal dat door de verzekeringsarts is afgenomen blijkt niet dat er sprake is van (ongebruikelijke) rustmomenten overdag. Het betoog van eiser dat er verwarring zou zijn ontstaan vanwege zijn gebrekkige Nederlands wordt niet gevolgd. Bij de verzekeringsarts was geen tolk aanwezig, maar eiser heeft ook tijdens de hoorzitting en bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet aangegeven dat hij overdag slaapt. Dit blijkt ook niet uit de andere (medische) informatie in het dossier. De FML bevat beperkingen en er is geen reden om aan te nemen dat deze beperkingen niet voldoende zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen, omdat de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig onderzoek hebben gedaan en goed hebben onderbouwd dat er niet meer beperkingen hoeven te worden aangenomen. Arbeidskundige beoordeling en de geschiktheid van de functies
- Uitgaande van de FML is het aannemelijk dat eiser in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. In het rapport van 30 juli 2024 van de arbeidsdeskundige is naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd waarom deze functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van eiser op de in geding zijnde datum. De eisen voor de functies en de belastbaarheid van eiser zijn met elkaar vergeleken. Wanneer bij deze vergelijking is gesignaleerd dat de belastbaarheid van eiser mogelijk wordt overschreden, heeft de arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd dat de functies toch passend zijn. Ook de totaalbelasting van de functies heeft de arbeidsdeskundige onderzocht. Hij heeft daarmee de geschiktheid voldoende overtuigend toegelicht.
- De beroepsgronden slagen niet.
- Het UWV heeft dan ook terecht beslist dat eisers mate van arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%, zodat hij met ingang van 23 februari 2024 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr.E.G.M. ten Kate, griffier. Uitgesproken in het openbaar op de griffier is verhinderd te tekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.