← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:2750

RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/2980 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. T.M.J. Oosterhuis-Putter), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV, (gemachtigde: M. Kuilderd). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om in aanmerking te worden gebracht voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). 1.
  2. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 29 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 juni 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.
  3. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en mevrouw [naam 1] en de gemachtigde van het UWV en daarnaast mevrouw [naam 2], arbeidsdeskundige. 1.
  5. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank het onderzoek heropend om het UWV in de gelegenheid te stellen om de volledige omschrijving van de taak “scannen” te overleggen. 1.
  6. Het UWV heeft op 22 oktober 2024 de taakomschrijving aan de rechtbank en eiser toegezonden. Eiser heeft hierop gereageerd bij brief van 12 november
  7. Het UWV heeft op de reactie van eiser gereageerd bij brief van 9 december
  8. 1.
  9. Desgevraagd hebben partijen niet aangegeven behoefte te hebben aan een nadere behandeling ter zitting. Hierop is het onderzoek gesloten. Totstandkoming van het besluit
  10. Eiser is geboren op [geboortedatum]
  11. Zijn 18e verjaardag was op [geboortedatum]
  12. Op 26 juli 2023 heeft hij een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Hij heeft bij deze aanvraag aangegeven dat hij beperkingen ondervindt als gevolg van het syndroom van Asperger en ADHD, met name op het gebied van executieve functies. Hij heeft daardoor zijn studie ook niet kunnen afmaken. Bij besluit van 29 december 2023 heeft het UWV na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek overwogen dat eiser geen arbeidsvermogen heeft, maar dat hij dit in de toekomst wel kan ontwikkelen. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt, omdat hij van mening is dat hij ook geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
  13. Bij besluit van 21 juni 2024 heeft het UWV het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek in bezwaar heeft het UWV de motivering van het eerdere besluit in die zin gewijzigd dat het UWV zich thans op het standpunt stelt dat eiser arbeidsvermogen heeft en dat hij geschikt is om de taak 'scannen' te verrichten. Beoordeling door de rechtbank
  14. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Wajong uitkering. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
  15. Eiser stelt dat hij geen arbeidsvermogen heeft en dat hij dit ook niet kan ontwikkelen. Als gevolg van het syndroom van Asperger bezit hij geen basale werknemersvaardigheden. Ondanks zijn bovengemiddelde intelligentie is hij ook niet in staat deze aan te leren. Hij wijst op zijn grote beperkingen in executieve functies. Zijn huidige dagbesteding biedt hem ritme, een reden om het huis uit te gaan en zijn hobby uit te voeren. Meer dan dat is het niet en zal het helaas ook niet worden. Jobcoaching in de mate van begeleiding die eiser nodig heeft, bestaat niet, aldus eiser. Eiser heeft nooit bijbaantjes gehad of stage gelopen, dit is veel te hoog gegrepen. Hij kan zich niet handhaven in een 'normale' werkomgeving. Ondanks zijn intelligentie kan hij een gegeven taak niet uitvoeren. Hij beschikt niet over basale werknemersvaardigheden, hij komt en gaat bij de dagbesteding wanneer hij wil en legt minimaal contact met anderen. Eiser heeft nog nooit een uur aangesloten gewerkt in zijn leven en hij kan al helemaal niet vier uur per dag belast worden met werk.Ter onderbouwing wijst eiser op de rapportage van verzekeringsarts [verzekeringsarts] ([verzekeringsarts]) van 27 augustus 2024 en diens reactie van 11 november
  16. Het beroep slaagt niet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordelingskader
  17. Recht op een Wajong-uitkering kan ontstaan als een betrokkene op de dag dat hij of zij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (met andere woorden: geen arbeidsvermogen) heeft. Iemand heeft geen arbeidsvermogen indien diegene: a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon. Voor het recht op een Wajong-uitkering moet het UWV beoordelen of (ten minste) één van de vier hierboven genoemde situaties zich voordoet. Is dat zo, dan ontbreekt arbeidsvermogen. Daarna moet het UWV beoordelen of het ontbreken van arbeidsvermogen “duurzaam” is. Daaronder wordt de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Arbeidsvermogen en geschiktheid van de taak
  18. Niet in geschil is dat bij eiser sprake is van het syndroom van Asperger en ADHD en dat hij op zijn 18e verjaardag ook al arbeidsbeperkingen hiervan ondervond. Het UWV vindt dat hij desondanks wel arbeidsvermogen heeft, omdat hij vier uur per dag kan werken, een uur aaneengesloten kan werken, werknemersvaardigheden heeft, en de taak ‘scannen’ kan doen. Eiser vindt dat hij geen arbeidsvermogen heeft, omdat hij geen vier uur per dag kan werken, geen uur aaneengesloten kan werken, geen werknemersvaardigheden heeft, en ook niet de taak ‘scannen’ kan doen. 8.1 De rechtbank ziet aanleiding om eerst te beoordelen of het UWV goed heeft gemotiveerd dat eiser de taak ‘scannen’ kan verrichten. 8.2 De rechtbank overweegt dat de beperkingen van eiser zorgvuldig door de verzekeringsartsen in beeld zijn gebracht. Aan de rapportage van de verzekeringsarts ligt onder meer ten grondslag de bevindingen van de sociaal medisch verpleegkundige die eiser, tezamen met zijn moeder en ambulant begeleider, op haar spreekuur heeft gezien. Daarnaast is bij de rapportages betrokken de informatie van zijn begeleiders van de dagbesteding. Eén van de beperkingen die door verzekeringsartsen is opgenomen in de rapportages is dat eiser moeite heeft met om hulp vragen. Hij signaleert niet altijd tijdig dat er hulp nodig is, en als hij zich wel bewust is van de hulpbehoefte, dan lukt het hem niet altijd om daadwerkelijk hulp te vragen.8.3 Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser in staat is tot het verrichten van de taak “scannen”

(1502). In de taakomschrijving staat onder taakeisen; probleem oplossen en zelfstandigheid, het volgende:“Taakbeoefenaar moet reageren op stimuli buiten de kernhandeling zoals bijvoorbeeld beoordelen hoe te handelen bij storingen in de apparatuur of tijdens het scanproces. Niveau 2 voor probleem oplossen: problemen kunnen voorkomen in de functie. Problemen worden via de werkroutine opgelost en zijn praktisch van aard. Het verschil met niveau 1 is dat er een groter scala aan handelingen in de functie voorkomt en daardoor een grotere variëteit in problemen. De oplossing is vaak vanzelfsprekend.”Ter zitting heeft de arbeidsdeskundige ten aanzien van de geduide taak desgevraagd aangegeven dat als eiser in deze taak tegen problemen aanloopt hij dit zelf moet aangeven.Zij heeft aangegeven dat eiser in dat geval werkt onder begeleiding van een collega en in de nabijheid is van collega. 8.4 De verzekeringsarts en verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben gesteld dat eiser moeite heeft met hulp vragen en de noodzaak daartoe ook niet altijd tijdig signaleert.[verzekeringsarts] heeft zich op het standpunt gesteld dat dat eiser helemaal niet om hulp kan vragen en dit ook niet kan leren. 8.5 De rechtbank is van oordeel dat, zelfs als wordt uitgegaan van het standpunt van de verzekeringsartsen, het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde taak passend is op het onderdeel probleem oplossen en zelfstandigheid. Uit de taakomschrijving blijkt immers dat er een variëteit is aan problemen. Voorts is ter zitting aangegeven dat eiser het zelf moet aangeven als hij tegen problemen aanloopt. Dat eiser hiertoe niet altijd toe in staat is wordt ook door het UWV erkend. Het enkele feit dat eiser onder begeleiding van een collega staat en in de nabijheid van een collega werkt, maakt niet zonder meer dat het daarom geen probleem meer is als eiser niet zelf om hulp vraagt. Er wordt immers in deze taak wel van de taakbeoefenaar gevergd dat hij reageert op stimuli buiten de kernhandeling. Dat eiser hiertoe in staat is, is gelet op zijn beperkingen, onvoldoende door de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts bezwaar en beroep onderbouwd. Gelet hierop heeft het UWV dan ook niet goed gemotiveerd dat thans sprake is van arbeidsvermogen. De vraag of eiser voldoet aan de andere voorwaarden voor het aannemen van arbeidsvermogen behoeft geen bespreking meer. Het bestreden besluit is in strijd genomen met artikel 7:12 van de Awb. Duurzaamheid
  1. De rechtbank ziet aanleiding om dit motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren omdat belanghebbende hierdoor niet is benadeeld. Ook zonder dit motiveringsgebrek zou namelijk een besluit met gelijke uitkomst zijn genomen. Als zou moeten worden aangenomen dat eiser geen arbeidsvermogen heeft, bestaat alleen recht op een Wajong-uitkering als het arbeidsvermogen duurzaam ontbreekt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV wel goed gemotiveerd dat deze duurzaamheid ontbreekt. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
  2. De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Daarvan is sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Anders dan bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling op grond van de Wet WIA kan in een situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat, voor de toepassing van de Wajong (vooralsnog) geen duurzaamheid worden aangenomen.
  3. In de arbeidskundige rapportage van 21 december 2023 wordt vermeld dat eisers begeleiders bij de dagbesteding bij het UWV hebben verklaard dat zij met eiser bezig zijn met het aanleren van de basale werknemersvaardigheden, zoals op tijd komen en zich sociaal passend gedragen. Ze zien ontwikkeling maar dit is volgens hen in een pril stadium. Zijn begeleiders geven aan dat het nu te vroeg is om in te schatten tot op welk niveau eiser zich gaat ontwikkelen. Daar komt bij dat zijn ambulant begeleider hem helpt bij het trainen van zijn zelfstandigheid. In die rapportage staat ook dat de arbeidsdeskundige met de verzekeringsarts de ontwikkelmogelijkheden van eiser heeft besproken. Medisch gezien zijn ontwikkelmogelijkheden zeker niet uitgesloten. Gezien de leerbaarheid van eiser is de verwachting dat hij zich kan ontwikkelen naar arbeidsvermogen. Ook arbeidskundig gezien is de ontwikkeling naar arbeidsvermogen in een beschutte werkomgeving niet uit te sluiten. De verwachting is dat eiser op den duur in aangepast werk met de juiste begeleiding zal kunnen werken. De rechtbank volgt gelet op die rapportage daarom het UWV in het standpunt dat van duurzaamheid geen sprake is. In zijn rapportage van 11 november 2024 vermeldt [verzekeringsarts] dat geen enkele vooruitgang wordt bespeurd ten aanzien van de dagbesteding en dat dit te maken heeft met het ontwikkelingsvermogen van eiser. Dit is echter niet in overeenstemming met wat zijn begeleiders bij de arbeidsdeskundige hebben verklaard. De rechtbank hecht daarom meer waarde aan het standpunt van de arbeidsdeskundige van het UWV.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar reactie van 6 december 2024 aangegeven dat het streven van eiser naar op zich zelf wonen inderdaad iets anders is dan (zelfstandig) werkzaamheden verrichten. Hier volgt echter wel uit dat eiser zich nog aan het ontwikkelen is. Voorts heeft zij aangegeven dat hoewel autisme aanwezig blijft, de uiting daarvan wel kan wisselen in de tijd. Je kunt bijvoorbeeld meer klachten krijgen op momenten dat er veel in je leven speelt en minder klachten als alles 'rustig' is en je ook hebt geleerd wat autisme is en hoe dat bij jou tot uiting komt.De stelling van [verzekeringsarts] dat het UWV de bewezen symptomen van de autismespectrum stoornis ontkent wordt reeds gelet op vorenstaande door rechtbank niet gevolgd. [verzekeringsarts] heeft voorts gesteld dat personen met een ernstige autisme spectrum stoornis veel begeleiding nodig hebben en niet kunnen functioneren in het vrije bedrijf. De rechtbank volgt [verzekeringsarts] niet in dit betoog omdat dit te algemeen is en niet specifiek toegespitst op eiser. [verzekeringsarts] gaat er verder aan voorbij dat eiser wel in staat is geweest een diploma te halen en volgens zijn begeleiders ontwikkelingen heeft doorgemaakt bij zijn dagbesteding. Voorts heeft de verzekeringsarts wel degelijk een groot aantal beperkingen aangenomen.Gelet hierop acht de rechtbank het standpunt van de verzekeringsarts navolgbaar dat het ontbreken van arbeidsvermogen nog niet duurzaam is. Conclusie en gevolgen
  4. Het beroep is ongegrond. De in het bestreden besluit gegeven motivering kan de uitkomst niet kan dragen. Maar de rechtbank passeert dat motiveringsgebrek omdat de afwijzing van de aanvraag om een Wajong-uitkering wel juist is. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat eiser geen Wajong-uitkering krijgt.
  5. Het UWV moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden. Dit omdat in het bestreden besluit sprake is van een motiveringsgebrek zoals aangegeven onder 8.1 tot en met 8.
  6. Eiser krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, aan de zitting van de rechtbank deelgenomen en een nadere reactie ingediend. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.267,
  7. Voorts heeft eiser verzocht om vergoeding van de kosten die gemaakt zijn door het inschakelen van de verzekeringsarts [verzekeringsarts], werkzaam bij Medisch adviesbureau Wolthuis. Deze kosten ten bedrage van € 2.075,15 komen deels voor vergoeding in aanmerking, gelet op het gehanteerde uurtarief van € 245,-- exclusief BTW. Op grond van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 komt een bedrag van € 154,50 per uur voor vergoeding in aanmerking, zijnde een bedrag van € 1.080,50, plus 21% is € 1.308,
  8. Beslissing De rechtbank - verklaart beroep ongegrond; - bepaalt dat het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden; - veroordeelt het UWV tot betaling van € 3.576,12 aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op Griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit staat in artikel 1a:1, eerste lid en onder a, van de Wajong. Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.