RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/3454 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. L. de Widt), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: L.A.P. ter Laak). Samenvatting
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om in aanmerking te worden gebracht voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong-uitkering). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.
- De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV eiser terecht een Wajong-uitkering heeft geweigerd. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.
- Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf
- Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen. Wat is het toetsingskader. Heeft eiser op in de relevante periode of daarna arbeidsvermogen en, zo niet, kan hij dit ontwikkelen.Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Procesverloop en tot stand komen van het bestreden besluit.
- Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een beoordeling arbeidsvermogen omdat hij in aanmerking gebracht wil worden voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft met het besluit van 22 november 2023 gesteld dat eiser arbeidsvermogen heeft. De aanvraag voor een Wajong uitkering is daarmee afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Ter onderbouwing staat in het besluit dat eiser mogelijkheden heeft om te werken in de verzekerde periode tot zes maanden nadat zijn studie eindigde op 21 april
- Na deze zes maanden eindigt de verzekering voor de Wajong. In het besluit is ook opgenomen dat eiser na de verzekerde periode geen arbeidsvermogen heeft, maar dat hij dat mogelijk nog wel kan ontwikkelen. 2.
- Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.
- De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, via beeldbelverbinding, en in de zittingszaal de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV. Totstandkoming van het bestreden besluit 3.1 Eiser is geboren op [geboortedatum]
- Op [geboortedatum] 2014 werd hij 18 jaar. Van 2015 tot 21 april 2020 heeft eiser een aantal MBO en HBO opleidingen gevolgd. Op 10 mei 2023 heeft hij een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Hij heeft bij deze aanvraag aangegeven dat zij lichamelijke en energetische beperkingen ondervindt als gevolg van het Posturaal Orthostatisch Tachycardie Syndroom (POTS). Hij heeft daarbij gesteld dat hij vanaf 2017 last kreeg van zijn ziekte en dat hij als gevolg van deze klachten en beperkingen zijn studie heeft moeten staken. 3.2 Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden zoals weergegeven onder het kopje “procesverloop”. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Wajong uitkering. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Beroepsgronden 5.1 Eiser betoogt samengevat weergegeven dat hij geen arbeidsvermogen heeft omdat het UWV zijn aandoeningen heeft onderschat.Hij had al beperkingen als gevolg van POTS in de verzekerde periode. In 2020 heeft de afdeling Neurologie in het Haaglanden Medisch Centrum in Den Haag al beschreven dat hij sinds 3 jaar wegrakingen heeft en dat die wegrakingen worden uitgelokt door eten. De behandelend neuroloog van eiser heeft op 24 september 2024 op verzoek van eiser hieromtrent nog een brief opgesteld waarin wordt gesteld dat eisers klachten passen bij de aandoening POTS en dat hij deze al tenminste 7 jaren heeft. Eiser stelt dat het UWV voorbij is gegaan aan de ernst van de beperkingen en het feit dat de beperkingen al tenminste 7 jaren bestaan. Eiser is thans aan huis gekluisterd en is jarenlang niet buiten geweest behalve voor afspraken in het ziekenhuis, als die niet digitaal kunnen worden behandeld. In de praktijk beperkt het buiten de woning komen zich tot enkele keren per jaar. Zoals door zijn neuroloog is bevestigd is er in de nabijheid geen geschikt revalidatieprogramma voor eiser. Daarom kan niet ingezien worden waarom het UWV er van uit gaat dat eiser in de toekomst wel arbeidsvermogen zal kunnen ontwikkelen. Nergens blijkt uit het dossier dat er een behandeling is voor POTS in de mate die eiser heeft, die ertoe zal leiden dat er arbeidsvermogen zal zijn. Het onderzoek door het UWV is daarom onzorgvuldig. Eiser verzoekt de rechtbank om een deskundige te benoemen. 5.2 Het UWV stelt in het bestreden besluit dat eiser thans geen arbeidsvermogen heeft, maar dit wel kan ontwikkelen. Daarnaast had eiser in de verzekerde periode ook arbeidsvermogen. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een Wajong uitkering. Toetsingskader
- Een betrokkene heeft recht op een Wajong-uitkering als hij jonggehandicapte is in de zin van artikel 1a:1 van de Wajong. Op grond van artikel 1a:1 van de Wajong is jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen de ingezetene die: a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft; b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was. Op grond van artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten heeft iemand geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als hij: a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon. Voor het vaststellen van recht op een Wajong-uitkering moet het UWV beoordelen of (ten minste) één van de vier hierboven genoemde situaties zich voordoet. Is dat zo, dan ontbreekt arbeidsvermogen. Daarna moet het UWV beoordelen of het ontbreken van arbeidsvermogen “duurzaam” is. Daaronder wordt de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Beoordelingskader
- Niet in geschil is dat bij eiser sprake is van POTS, dat hij hier ten tijde van de beoordeling door het UWV – medio 2024 - ernstige beperkingen van ondervindt en op dat moment ook geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. De weigering van het UWV om eiser een Wajong-uitkering toe te kennen is gebaseerd op twee standpunten. Het UWV is van mening dat eiser in de verzekerde periode wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had en daarnaast dat ten tijde van de beoordeling geen sprake was van een duurzaam ontbreken van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.De rechtbank zal allereerst beoordelen of eiser nog arbeidsvermogen kan ontwikkelen en of inderdaad ten tijde van de beoordeling sprake is van het ontbreken van duurzaamheid. Daarna zal de rechtbank beoordelen of het UWV terecht van mening is dat eiser in de verzekerde periode nog wel arbeidsvermogen had. Beoordeling van de beroepsgronden 8.1 Uit de rapportage van 25 juni 2024 volgt dat eiser volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep arbeidsvermogen zou kunnen ontwikkelen. Hij heeft in de rapportage opgenomen dat de neuroloog van eiser heeft bevestigd dat er behandelmogelijkheden zijn. Uitgaande van POTS heeft de neuroloog de volgende behandelmogelijkheden voorgesteld: een laag intensief revalidatietraject met aansluitend een medicamenteuze behandeling (Fludrocortison) en het gebruik van een buikwand of steunkousen.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bij brief van 29 april 25 gereageerd op het beroepschrift. Hij geeft aan dat de ingebrachte brief van de neuroloog bevestigt dat er sprake is van POTS. In diens brief van 2024 worden wel interventies besproken, waaronder een revalidatietraject. Dit zou ook kunnen bestaan uit een behandeling thuis door een fysiotherapeut. Hierbij is verwezen naar online informatie van de hartkliniek. Door deze interventie zou betrokkene weer mobieler kunnen worden waardoor hij zich zou kunnen gaan voegen naar het advies van de behandelaar, namelijk een psychiatrische opname met als doel het realiseren van een goed gewicht met daarna een behandeling voor zijn psychopathologie. De verzekeringsarts wijs voorts nog op de brief van toenmalig behandelaar [naam], psychiater van 14 april
- 8.2 De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende is gemotiveerd dat niet is uitgesloten dat eiser arbeidsvermogen zou kunnen ontwikkelen. Zelfs als eiser gevolgd wordt in zijn betoog dat nergens in zijn directe leefomgeving een voor hem geschikt revalidatieprogramma beschikbaar is, dan acht de rechtbank nog steeds niet uitgesloten dat de behandeling door een fysiotherapeut bij hem thuis haalbaar is.Aangezien het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is uitgesloten dat eiser in de toekomst arbeidsvermogen kan ontwikkelen, heeft het UWV terecht beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering.
- Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of het standpunt van het UWV dat eiser in de verzekerde periode over arbeidsvermogen beschikte kan standhouden. 9.1 De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is.Het UWV heeft verwezen naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 januari
- Hieruit volgt dat er slechts sprake kan zijn van één eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Dat is de dag waarop voor het eerst sprake is van beperkingen ten gevolge van ziekte. Dat het moment waarop voor het eerst beperkingen uit een ziekte worden ondervonden, bepalend is voor de vraag of een betrokkene valt onder artikel 1a:1, eerste lid, aanhef onder a dan wel onder b, van de Wajong valt af te leiden uit de Memorie van Toelichting die ziet op hoofdstuk 1A van de Wajong. Gelet op de wetsgeschiedenis zijn de beperkingen ten gevolge van ziekte doorslaggevend, en niet de ziekte als zodanig of, het moment waarop sprake is van (een relevante mate van) arbeidsongeschiktheid dan wel verlies van arbeidsvermogen. 9.2 Gesteld noch gebleken is dat eiser reeds op 18-jarige leeftijd beperkingen ondervond uit ziekte. Eiser heeft gesteld dat hij vanaf 2017, tijdens zijn studie, last kreeg van zijn ziekte. Dit wordt ook bevestigd door de medische informatie in het dossier. Dat betekent dat eiser niet op zijn 18e verjaardag, en niet eerder dan in 2017 te maken kreeg met beperkingen uit zijn ziekte. Uit de genoemde CRVB uitspraak volgt dat dat betekent dat artikel 1a:1, eerste lid, aanhef onder b, van de Wajong van toepassing. Overigens blijkt uit de rapporten van het UWV niet wat dan door het UWV als eerste arbeidsongeschiktheidsdag wordt beschouwd. 9.3 Het UWV heeft gesteld dat uit de wet en de uitspraak van de CRVB volgt, dat de zogenoemde verzekerde periode loopt tot zes maanden na het beëindigen door eiser van zijn studie, dus tot 21 oktober
- Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit overweging 4.5.5 van de genoemde uitspraak, dat na het beëindigen van een opleiding niet een zogenoemd nieuwe Amber termijn van vijf jaar gaat lopen. Alleen als bij eiser, uitgaande van een eerste arbeidsongeschiktheidsdag tijdens de studie, binnen zes maanden na beëindiging van de studie sprake is van geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, kan hij als jonggehandicapte worden beschouwd, waarbij tevens van belang is of het ontbreken van de mogelijkheden duurzaam is. 9.4 De verzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 3 oktober 2023 als volgt gerapporteerd.In 2020 worden de klachten geduid als passend bij PNEA (psychogene niet-epileptische aanvallen). Neurologische oorzaken zoals epilepsie werden uitgesloten. In 2021 beschrijft de cardioloog een cachectisch ogende man en ondervoeding met een alarmerende BMI van rond de
- Maar ook cardiaal geen verklaring voor de wegrakingen. In een in 2023 verricht autonoom functie onderzoek wordt uiteindelijk de diagnose POTS gesteld, waar een groot deel van de klachten aan toegeschreven wordt. Conservatieve maatregelen zoals voldoende vochtinname werden voorgesteld. Een medicamenteuze optie (bloeddrukmiddelen) bleek niet van toepassing te zijn. Uit de gegevens komt niet naar voren dat eiser in de Wajong verzekerde periode dusdanig ernstige stoornissen in bovengenoemde aspecten had, waardoor cliënt destijds niet een uur aaneengesloten bezig kon zijn. Cliënt beschrijft dat vanaf 2018 de gezondheidsproblemen begonnen, wat net wel in de verzekerde periode zal liggen. Echter zijn er geen gegevens bekend dat er destijds sprake was van een zodanig verstoord functioneren dat cliënt niet een uur achtereen bezig kon zijn. Gezien de problematiek zal er een passende omgeving nodig zijn (prikkelarm en met weinig druk), maar dan zal bij het verrichten van eenvoudige taken niet vaker dan 1 keer per uur substantiële werkonderbreking noodzakelijk zijn geweest om cliënt bij te sturen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit gevolgd en geconcludeerd dat eiser dus in de verzekerde periode niet voldeed aan de voorwaarden en dat hij dus nog beschikte over arbeidsvermogen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapportage van 31 juli 2024 overwogen dat uit de informatie van de behandelaren van eiser blijkt dat het flauwvallen in 2020 laagfrequent voorkwam, maar dat vooral sprake bleek van paniekaanvallen door o.a. financiële problemen. Dit bij de neiging om zich sociaal te isoleren wegens de angst om flauw te vallen. Uitgaande van een belastbaarheid zoals aanwezig vóór 21 oktober 2020 kan conform het oordeel van de primaire verzekeringsarts worden gesteld dat betrokkene in die periode geschikt was om een uur aaneengesloten te werken in een omvang van ten minste 4 uur per dag. Dit voornamelijk zittend zonder zware fysieke inspanningen te moeten leveren en zonder mentaal stressvolle aspecten. De rechtbank kan deze onderbouwing volgen en is van oordeel dat het UWV hiermee deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser in de verzekerde periode beschikte over arbeidsvermogen. 9.5 Uit het vorenoverwogene volgt dat verweerder de Wajong verzekerde periode van eiser juist heeft bepaald en terecht heeft beslist dat eiser in die periode beschikte over mogelijkheden tot arbeidsparticipatie en dus beschikte over arbeidsvermogen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
- https://www.hartkliniek.com/nieuwsbrieven/posturaal-orthostatische- tachvcardiesvdroom-pots ECLI:NL:CRVB:2025:20