RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/253734-23 (P) Datum vonnis: 7 juli 2025 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats], wonende aan de [adres]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juni 2025. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en haar raadsman mr. R. Oude Breuil, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: een gasrevolver en gaspistool voorhanden heeft gehad; feit 2: twee gasdrukpistolen voorhanden heeft gehad. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 zij op of omstreeks 09 februari 2023 te Enschede, in een schuur behorende bij een woning, gelegen op/aan de [adres] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, één of meer wapen(
- s)van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een gasrevolver, van het merk Melcher, type Me-38 Compact, kal.9mm en/of - een gaspistool, van het merk Geco, type Mod. 225, kal. 9mm, zijnde (een) vuurwapen(
- s)in de vorm van een revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad; 2 zij op of omstreeks 09 februari 2023 te Enschede, in een schuur behorende bij een woning, gelegen op/aan de [adres] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (een) wapen(
- s)van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, te weten: - een gasdrukpistool, van het merk Colt, type Defender en/of - een gasdrukpistool, van het merk Walther, type PKK/S, zijnde (een) wapen(
- s)in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad. 3De bewijsmotivering 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht, net als de officier van justitie en de raadsman, niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en 2 ten laste is gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. 4De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. T.H. Kapinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Leyendijk, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2025. Buiten staat De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.