← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:4587

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummers: 71.301574.23 en 71.094440.25 Datum tussenbeslissing: 8 juli 2025 Tussenbeslissing in de zaak van de officier van justitie tegen: de verdachte, genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1986 in [geboorteplaats 1] , wonende aan de [adres 1] , naar aanleiding van de door mr. F. Jakob, advocaat te Enschede, namens verdachte, ingediende onderzoekswensen. Deze beslissing is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting (regiezitting) van 17 juni 2025. Daarbij zijn gehoord: de officier van justitie mr. Y. Oosterhof, de verdachte, de raadsman van verdachte mr. F. Jakob. Overwegingen De rechtbank beslist op de onderzoekswensen als volgt. Nader onderzoek naar telefoonnummers De rechtbank ziet onvoldoende reden om nader onderzoek naar de telefoonnummers eindigend op [nummer 1] en op [nummer 2] te laten verrichten, zoals door de verdediging is verzocht. Ook indien zou blijken dat de telefoonnummers eindigend op [nummer 1] en [nummer 2] zich niet altijd gelijktijdig op dezelfde plaats bevonden dan leidt dat niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie dat de verdachte niet (ook) gebruiker was van “de [nummer 1] ”. Andersom is het evenmin zo dat, als beide nummers zich op de door de verdediging aangegeven momenten wel gelijktijdig op dezelfde plaats bevonden, dat noodzakelijkerwijs betekent dat verdachte de gebruiker van beide nummers is geweest. De rechtbank acht nader onderzoek als door de verdediging verzocht noodzakelijk noch aangewezen. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af. Te horen getuigen De raadsman heeft verzocht om de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , alsmede de gesmokkelde personen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] (de rechtbank begrijpt [naam 3] ) als getuigen te horen. Het Openbaar Ministerie heeft zich niet verzet tegen het horen van de getuigen [naam 1] , [naam 2] en [naam 5] . De rechtbank is van oordeel dat het horen van deze getuigen in het belang van de verdediging is, nu zij belastend over verdachte hebben verklaard en aangemerkt kunnen worden als zogenoemde “Keskin-getuigen”. De medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben niet belastend over verdachte verklaard. De punten waarover de verdediging deze getuigen wil horen, zijn echter, gelet op de onderbouwing van het verzoek, wel van belang voor enige in de strafzaak te nemen beslissingen in de zin van de artikelen 348 en 350 Sv. Zij hebben vermoedelijk contact gehad met het telefoonnummer eindigend op [nummer 1] en kunnen, naar redelijkerwijs mag worden aangenomen, verklaren over de gebruiker(s) van dat nummer. De rechtbank zal de verzoeken omtrent het horen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als getuigen daarom eveneens toewijzen. Resumerend wijst de rechtbank toe de verzoeken tot het horen van de volgende vijf personen als getuige: [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 2] 1987 te [geboorteplaats 2] , UAH gedetineerd in de P.I. [locatie] ; [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum 3] 1990 te [geboorteplaats 3] , wonende aan de [adres 2] ; [naam 1] , geboren [geboortedatum 4] 2004 te [geboorteplaats 4] , met vreemdelingnummer [vreemdelingennummer 1] ; [naam 2] , geboren [geboortedatum 5] 1981 te [geboorteplaats 5] , met vreemdelingnummer [vreemdelingennummer 2] ; [naam 5] , geboren [geboortedatum 6] 1976 te [geboorteplaats 6] , met vreemdelingnummer [vreemdelingennummer 3] . Aansluiten bij getuigenverhoren in de zaken van medeverdachten De raadsman heeft verzocht te mogen aansluiten bij alle onderzoekswensen van medeverdachten en hun raadslieden die zullen worden toegewezen. De rechtbank zal dit toestaan. De rechtbank ziet geen aanleiding dit op voorhand te beperken tot de zaaksdossiers, zoals door de officier van justitie verzocht. Enerzijds omdat de rechtbank hierbij tevens bepaalt dat alleen de agenda van de raadsvrouw of raadsman die verzocht heeft om de betreffende getuigenverhoren leidend is bij de planning van de verhoren. Anderzijds omdat de rechtbank hierbij bepaalt dat de rechter-commissaris in voorkomende gevallen beslist of en in hoeverre de “aangesloten” raadsman of raadsvrouw zal worden toegestaan vragen aan de getuigen te stellen. De rechtbank meent dat daarmee het ondervragingsrecht voldoende is afgebakend om de verhoren adequaat en efficiënt te laten verlopen. De rechtbank, gehoord de officier van justitie, de verdachte en de raadsman, schorst het onderzoek in verband hiermee voor onbepaalde tijd. De rechtbank stelt het dossier in handen van de rechter-commissaris teneinde de hiervoor omschreven onderzoekshandelingen te verrichten. De rechtbank beveelt de oproeping van verdachte en een tolk in de Arabische (Syrisch-Libanese) taal, voor de nog nader te bepalen terechtzitting, met tijdige kennisgeving van die zittingsdatum aan de raadsman. Aldus beslist door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. P.A.M. Miltenburg en mr. A.A. Jacobs, rechters in aanwezigheid van mr. R. van der Hulst, griffier. Buiten staat Mr. P.A.M. Miltenburg is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.