← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:4633

RECHTBANK OVERIJSSEL locatie Zwolle team familie- en jeugdrecht zaaknummer: C/08/315069 / JE RK 24-882 beschikking van 27 juni 2025 inzake [de vader], verder te noemen: de vader, en [de moeder] , verder te noemen: de moeder, beiden wonende te [woonplaats 1], verzoekers, advocaten: mr. M. Alta te Hoogeveen en mr. M. Krol te Rotterdam. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Arnhem, verder te noemen: de raad, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, regio Noord, gevestigd te Apeldoorn, verder te noemen: de GI. Als informanten zijn aangemerkt: de heer en mevrouw [naam 1], wonende te [woonplaats 2], verder te noemen: de gezinshuisouders, Omega Groep, gevestigd te Zwolle, verder te noemen: Omega, Ondersteuningsteam uithuisplaatsingen toeslagenaffaire, verder te noemen: OT, [naam 2], klinisch psycholoog verbonden aan Molendrift, gevestigd te Groningen. 1Het verdere procesverloop 1.

  1. De rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 de beslissingen over de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing in afwachting van nadere inlichtingen aangehouden. 1.
  2. In die beschikking is in het procesverloop abusievelijk niet het op 21 oktober 2024 binnengekomen verweerschrift van de ouders opgenomen. 1.
  3. De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de volgende stukken: - een op 2 juni 2025 binnengekomen brief en aanvullend raadsrapport van 28 mei 2025 van de raad; - een op 2 juni 2025 binnengekomen brief namens mr. Krol. 1.
  4. Er heeft geen verdere mondelinge behandeling plaatsgevonden. 2De feiten 2.
  5. De vader en de moeder zijn de ouders van de minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2013, verder te noemen: [minderjarige 1], 2.
  6. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2014, verder te noemen [minderjarige 2]. 2.
  7. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen sinds 15 oktober 2014 bij de gezinshuisouders. 2.
  8. Bij beschikking van deze rechtbank van 3 december 2024 is het ouderlijk gezag van de ouders over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hersteld. 3De verdere beoordeling 3.
  9. De raad handhaaft zijn verzoeken tot ondertoezichtstelling (en uithuisplaatsing) niet langer. Volgens de raad is er geen sprake van een ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen en alle vier de ouders zijn voldoende bereid en in staat om de zorgen zelfstandig weg te nemen. De eerder geziene polarisatie tussen de ouderparen lijkt er niet meer te zijn. 3.
  10. Alle betrokkenen in deze zaak (behoudens de GI in verband met verlof en niet meer actief betrokken) hebben hierover met de raad gesproken en de raad heeft in samenspraak met alle betrokkenen alle informatie gebundeld in een brief aan de rechtbank. De raad heeft de casus overgedragen aan het vrijwillig kader. 3.
  11. De zaak behoeft daarom geen verdere bespreking en de rechtbank zal de zaak daarom als ingetrokken en beëindigd beschouwen. 3.
  12. De rechtbank gaat ervan uit dat de financiering vanuit de gemeente van het gezinshuis geregeld is en blijft. De rechtbank vindt het verder van belang voor de kinderen dat er gekeken wordt of de inzet van mevrouw [naam 3] als vertrouwenspersoon kan worden voortgezet. 3.
  13. De rechtbank zal de kinderen wederom zelf een brief te sturen, waarin de situatie wordt uitgelegd. De inhoud van de brief zal als bijlage aan deze beschikking worden gehecht en niet worden gepubliceerd. 4De beslissing De rechtbank: 4.
  14. stelt vast dat het verzoek ondertoezichtstelling (en uithuisplaatsing) is ingetrokken en beschouwt de zaak als beëindigd. Deze beschikking is gegeven door mr. drs. H.F.J.M. Schröder, mr. M. van Bruggen en mr. A.M. Mensink, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025 in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier. Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.