de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht [eiser] , te [vestigingsplaats 1] (Kroatië), eisende partij, hierna te noemen: [eiser] (ook wel afgekort [eiser]), advocaat: mr. H.R. Pleiter, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] (ook wel afgekort [gedaagde]), advocaten: mrs. N.J.H. Leferink en M.M. Plaß. 1De procedure
de hoofdzaak en
het
cident 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 26 november 2024 - de
cidentele conclusie houdende een
zageverzoek van [gedaagde] van 5 maart 2025 - de conclusie van antwoord
het
cident van 23 april 2025- de brief waarin is meegedeeld dat een (gelijktijdige) mondelinge behandeling is bepaald
de hoofdzaak en
het
cident - de conclusie van antwoord van 11 juni 2025 - de op 27 juni 2025 ontvangen akte houdende aanvullende producties van [eiser]. 1.
geschakeld om mankracht te leveren. De werkzaamheden aan het eerste project, door partijen ook wel aangeduid als FRA33, zijn gestart
januari 2023. De werkzaamheden aan het tweede project (FRA27) zijn gestart
april
de periode tussen 23 oktober 2023 en 17 januari 2024 zijn onder meer de volgende berichten verzonden: ([gedaagde] aan [eiser] op 23 oktober 2023) (…) Another thing that I’m working on, and on which I will get an answer this week: I’m
the process of financing my business, because MX will not pay any
voice until the
spection has been completed and approved. (…) ([gedaagde] aan [eiser] op 6 november 2023) 12:52: (…) I have had a lot of conversations with the MX management last week and also new meetings this week. They mostly concern the water damage at FRA33, which is still not entirely cleared and whereby the MX management has issued a personal warning to me that they will send us a letter concerning damages claimed by Mercury. And,
addition to that, that financially everything has been put on hold concerning FRA33! (…) 12:53 I have seen you email regarding the
fo for
voices. I have a couple of meetings this afternoon and I will prepare PO’s this evening or tomorrow morning at the latest. ([eiser] aan [gedaagde] op 27 december 2023) (...) Please, can you send me a PO for November...and please, do you have a final settlement with MX with approximate payment dates. (Antwoord van [gedaagde] aan [eiser]) (…) At the moment, I can be very brief: MX cancelled the meeting about the final sum from their side because they ‘supposedly did not have an official number from our side’. (…) ([gedaagde] aan [eiser] op 17 januari 2024) (…) Then I go to MX office to talk about what is going on. According to them we first need to handover all kinds of documents before they release any funds and they want to continue any discussions on extra works. (…) What is the status on all the documents of the guys that have worked on 33 and 27? We need ID, Work Permits, A1 certs, guarantee of pay of min salary etc. Can you send me those? Or are you having trouble getting them? ([eiser] aan [gedaagde]
antwoord daarop) We have no problems with the documentation, but it is very difficult for us to collect it for the period of a year ago… they sent all the documentation whenever the guys came to the construction site… no one could even enter the construction site without those documents… like you know, we also had subcontracting companies on the construction site… those companies don’t bother with our requests for these documents because I paid their
voices a long time ago, so they don’t really have a motive to deliver them to us… it would help if I knew exactly for which people we need the documentations… 2.
rekening gebrachte bedrag € 9.692,00 betaald en had zij eerder € 20,00 te veel betaald. 2.5. [gedaagde] heeft de rest van de haar met voormelde facturen
rekening gebrachte bedragen, ondanks aanmaning, onbetaald gelaten. 3Het geschil
het
cident 3.1. [gedaagde] vordert, samengevat, dat [eiser], op straffe van verbeurte van dwangsommen, wordt veroordeeld om binnen 48 uur na bekendmaking van dit vonnis afschrift te verstrekken van de volgende bescheiden: Btw-identificatienummer van [eiser]
Duitsland Kopie van de registratie van de uitgezonden (
de conclusie nader geïdentificeerde) werknemers bij de Bundesfinanzdirektion West, Finanzkontrolle Schwarzarbeit A1-verklaring van het betreffende thuisland van al deze uitgezonden werknemers Bewijs van betaling van het minimumloon aan al deze werknemers Verklaring van geen bezwaar en registratiebevestiging van SOKA-Bau of bewijs van vrijstelling hiervan. Verder vordert zij dat [eiser] wordt veroordeeld
de kosten van dit
cident. 3.2. Volgens [eiser] moet het gevorderde worden afgewezen, met veroordeling van [gedaagde]
de kosten.
de hoofdzaak 3.3. [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een hoofdsom van € 321.889,40, te vermeerderen met rente en kosten. Verder vordert zij een verklaring voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten
de nakoming van haar betalingsverplichtingen en dat zij verplicht is de daardoor geleden schade (
de vorm van de hiervoor vermelde hoofdsom plus rente) te vergoeden. 3.4. [gedaagde] voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser]
de kosten van deze procedure. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader
gegaan. 4De beoordeling
de hoofdzaak Rechtsmacht 4.1. [eiser] is gevestigd
Kroatië, [gedaagde]
Nederland. Deze rechtbank is, naar niet
geschil is, bevoegd om van de zaak kennis te nemen. Toepasselijk recht 4.2. Gelet op de ter zitting gedane rechtskeuze voor Nederlands recht (ex artikel 3 van Verordening (EU) 593/2008
zake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) is dit recht op de vordering van toepassing. Opschorting? 4.3. Volgens [gedaagde] mocht zij haar betalingsverplichting opschorten wegens het op de facturen ontbreken van (onder meer) een concrete urenverantwoording per medewerker. De
terne urenadministratie waarnaar [eiser]
de dagvaarding verwijst, is door haar niet ontvangen of gecontroleerd, aldus [gedaagde]
punt 8 van haar conclusie van antwoord. Deze stelling bevreemdt. Even eerder,
punt 7 van haar conclusie van antwoord, heeft zij immers opgenomen: Voor project FRA33: de urenregistratie diende te worden aangeleverd door de site supervisor van [gedaagde]. Deze heeft dat
derdaad gedaan, (...). (...) Voor project FRA27: de urenregistratie diende te worden aangeleverd door de site supervisor van [eiser]. (...) De (...) geregistreerde uren zijn doorgegeven aan de site supervisor van FRA33 en zijn daar zonder enige controle of verificatie verwerkt. (...) 4.4. Verder wordt als volgt overwogen. Uit de stellingen van partijen,
samenhang bezien met de door hen overgelegde stukken, kan worden opgemaakt dat aan het begin van elke maand een pro forma Purchase Order werd opgemaakt, met een “estimated amount” voor “labour on site”. Vervolgens stuurde [eiser] aan/na het eind van die maand
formatie (
de vorm van een urenoverzicht met de
die maand
gezette werknemers, hun functie en het door hen gewerkte aantal uren), waarna [gedaagde], na goedkeuring (“verification”) een definitieve Purchase Order stuurde, op grond waarvan [eiser] factureerde aan [gedaagde]. Als voorbeeld (zie productie 13 [eiser]): de Purchase Order met nummer 23.0041 d.d. 1 oktober 2023 vermeldt een bedrag van € 130.000,00 voor “Labour on site”, met de volgende mededeling: This is an estimated amount. Correct amount to be determined at the last day of the month. Op 6 november 2023 heeft [eiser], met het urenoverzicht als bijlage, aan [gedaagde] gemaild:
formation for
voices 10/23 is attached to the email. I would like your verification and the final amount of the PO and
voice. Een (handgeschreven) bijlage vermeldt als totaalbedrag voor alle werknemers € 68.696,00 (gebaseerd op 240 uren voor “site supervisor”, 967 uren voor “pipe fitter” en 729 uren voor “pipe fitter-helper”), waarop een bedrag van € 6.869,60 (“discount” van 10%)
mindering is gebracht, resulterend
een bedrag van € 61.826,40.
het bijgevoegde urenoverzicht is per kalenderdag vermeld of en zo ja, door wie (naam medewerker en functie) is gewerkt, met het aantal gewerkte uren. Op 7 november 2023 heeft [gedaagde] aan [eiser] gemaild (productie 14 [eiser]): Please find attached the official PO’s for FRA27 and FRA33 for the month October. De bijgevoegde Purchase Order met nummer 23.0041 d.d. 31 oktober 2023 vermeldt een bedrag van € 61.826,40. Waarom,
weerwil van deze gang van zaken, [gedaagde] bevoegd zou zijn tot opschorting wegens het “ontbreken van een concrete urenverantwoording per medewerker” valt niet
te zien. 4.
zake betaling van het minimumloon, zie punt 31 van de conclusie van antwoord) is gesteld noch gebleken. Verder is niet komen vast te staan dat door het ontbreken van deze documenten [gedaagde] “feitelijk werd belemmerd
de verwerking en goedkeuring van de door [eiser]
gediende facturen” (eveneens punt 31 van haar conclusie van antwoord). Ondanks het (beweerdelijk) al sinds de start van beide projecten – respectievelijk januari en april 2023 – ontbreken van diverse documenten heeft [gedaagde] zich tot oktober 2023 geenszins belemmerd gevoeld om de
rekening gebrachte bedragen te voldoen. 4.7. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van haar beroep op opschorting ook nog gesteld dat [eiser] te veel uren
rekening heeft gebracht (“excessief declareren”,
de woorden van [gedaagde]) en dat zij
afwachting van de verantwoording c.q. de vaststelling van het daadwerkelijk gewerkte aantal uren daarvan niet hoeft te betalen. Deze afwijking
uren heeft zij geconstateerd door de (eind december 2023 door haar ontvangen) gegevens van het GPLog-systeem van FRA33 te vergelijken met de door [eiser]
rekening gebrachte uren, aldus [gedaagde]. Zij heeft naar eigen zeggen voor de maanden oktober en november 2023 van drie medewerkers van [eiser] ([naam 1], [naam 2] en [naam 3]) het aantal dagen vastgesteld waarop hun aanwezigheid op de projectlocatie is geregistreerd. Vervolgens is per dag het aantal geregistreerde uren berekend op basis van de tijdstippen van binnenkomst en vertrek, waarna de “gemiddelde dagelijkse aanwezigheid is vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop de betreffende medewerker aanwezig was”. 4.8. De rechtbank merkt naar aanleiding van voormeld onderzoek van [gedaagde] allereerst op dat
de overgelegde GPLog-uitdraai
de maanden oktober en november 2023 geen medewerkers met de namen [naam 2] en [naam 3] voorkomen. Aan haar analyse kan (alleen daarom al) niet de door haar gewenste waarde worden gehecht. 4.9. Verder wordt als volgt overwogen. [gedaagde] is voor [naam 1] uitgegaan van een aantal “aanwezige dagen”
rekening gebrachte aantal uren
het geval van [naam 1] dus (360 - 295,2 =) 64,8 uren te veel
rekening hebben gebracht. Een en ander overtuigt niet. Allereerst is niet duidelijk hoe [gedaagde] is gekomen tot een gemiddelde dagelijkse aanwezigheid van 8,2 uren; zij zwijgt over de door haar gehanteerde formule en de gebruikte gegevens. Ook is niet duidelijk waarom zij het nodig achtte om tot dit gemiddelde te komen. Zij beschikte immers, met de uitdraai van het GPLog-systeem, over het daadwerkelijk geregistreerde aantal uren per medewerker per gewerkte dag. Verder valt niet
te zien waarom zij van een door haar berekend (36 × 10 = 360) aantal gefactureerde uren uitgaat en niet van het aantal uren dat blijkt uit het door [eiser] aangeleverde urenoverzicht. Daarbij wordt opgemerkt dat [gedaagde] bij haar berekening is uitgegaan van werkdagen van standaard 10 uur, terwijl op zaterdagen werkdagen van 7 uur waren afgesproken en uit de door [eiser] overgelegde urenoverzichten blijkt dat geregeld ook werkdagen van 14 uur werden genoteerd. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd dat [eiser] “excessief heeft gedeclareerd”.
het
cident en
de hoofdzaak 4.10. De volgende vraag is of [gedaagde] haar betalingsverplichting mag opschorten totdat [eiser] heeft voldaan aan de
het
cident gevorderde afgifte van stukken. Dienaangaande wordt als volgt overwogen. 4.11. Allereerst wordt opgemerkt dat [gedaagde]
de hoofdzaak heeft gesteld dat zij “zonder deugdelijke A1-verklaringen, ID-bewijzen, werkvergunningen en verklaringen
zake betaling van het minimumloon” (punt 31 conclusie van antwoord) aanzienlijke juridische en financiële risico’s loopt jegens derden, zoals de opdrachtgever en de Duitse autoriteiten. Een nadere onderbouwing van deze risico’s (en hoe deze te voorkomen, althans te minimaliseren, met de hiervoor genoemde documenten) heeft zij niet gegeven.
het
cident heeft zij niet alleen afschrift gevorderd van de hiervoor bedoelde A1-verklaringen en verklaringen (c.q. bewijzen) van betaling van het minimumloon aan de
gezette werknemers, maar ook van het btw-identificatienummer van [eiser]
Duitsland, een kopie van de registratie van diverse werknemers bij de “Bundesfinanzdirektion West, Finanzkontrolle Schwarzarbeit” en een verklaring van geen bezwaar en registratiebevestiging van SOKA-Bau of bewijs van vrijstelling hiervan. Afschriften van ID-bewijzen en werkvergunningen heeft zij
het
cident niet opgevraagd.
het
cident 4.12. Omdat de zaak al aanhangig was op het moment van het
werkingtreden van het nieuwe bewijsrecht, blijft
de procedure bij de rechtbank het oude recht van toepassing. Voor de vordering van [gedaagde] geldt dus artikel 843a (oud) Rv. Op grond van dit artikel moet de rechtbank beoordelen of [gedaagde] een rechtmatig belang heeft, of de verzochte bescheiden voldoende bepaald zijn, of zij betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij [gedaagde] partij is en of de verzochte bescheiden ter beschikking staan van [eiser] of onder haar berusten. Rechtmatig belang
verband met te verbeuren boetes? 4.13. [gedaagde] heeft
dit verband gesteld dat: De buiten Duitsland gevestigde werkgever ([eiser]) een A1 verklaring moet aanvragen; De werkgever zijn werknemers op grond van § 18 AEntG (Arbeitnehmer-Entsendegesetz) en §1 MiLoMeldV (Verordnung über Meldepflichten nach dem Mindestlohngesetz, dem Arbeitnemer-Entsendegesetz und dem Arbeitnehmerüberlassungsgesetz)
Duitsland moet aanmelden bij de Finanzkontrolle Schwarzarbeit Een buiten Duitsland gevestigde werkgever vrijstelling kan aanvragen van registratie bij SOKA-Bau. 4.14. Vervolgens heeft zij gesteld dat, mocht [eiser] niet aan haar wettelijke verplichtingen hebben voldaan, haar ([eiser]) boetes kunnen worden opgelegd. Dit boeterisico bestaat volgens haar niet alleen voor [eiser] als werkgever, maar ook voor haar als opdrachtgever, waarbij zij heeft verwezen naar artikel 404 lid 1 SGB III (Drittes Buch Socialgesetzbuch), bij overtreding waarvan boetes kunnen worden opgelegd tot € 500.000,00 per overtreding ( artikel 404 lid 3 SGB III). Volgens [gedaagde] moet zij, om haar eigen risico’s op boetes te minimaliseren, kunnen aantonen dat zij voormelde stukken bij [eiser] heeft opgevraagd en dat zij daarop heeft mogen vertrouwen. 4.15.
erheblichem Umfang ausführen lässt,
dem sie oder er eine andere Unternehmerin oder einen anderen Unternehmer beauftragt, von dem sie oder er weiß oder fahrlässig nicht weiß, dass diese oder dieser zür Erfüllung dieses Auftrags entgegen § 284 Absatz 1 oder § 4a Absatz 5 Satz 1 des Aufenthaltgesetzes eine Ausländerin oder einen Ausländer beschäftigt oder eine Nachunternehmerin oder einen Nachunternehmer einsetzt oder es zulässt, dass eine Nachunternehmerin oder ein Nachunternehmer tätig wird, die oder der entgegen § 284 Absatz 1 oder § 4a Absatz 5 Satz 1 des Aufenthaltgesetzes eine Ausländerin oder einen Ausländer beschäftigt.
§artikel 404
den Fällen der Absätze 1 (...) mit einer Geldbuße bis zu fünfhunderttausend Euro, (...) geahndet werden. 4.16. Dit artikel ziet (dus) op een verbod “Ausländer zu beschäftigen”
strijd met “§ 284 Absatz 1 oder § 4a Absatz 5 Satz 1 des Aufenthaltgesetzes”.
verband met de niet-nakoming daarvan aan de werkgever (en mogelijke derden (aannemer,
lener) op te leggen sancties) gaat het niet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [gedaagde], wat er verder ook zij van door haar te lopen risico’s
verband met het (op basis van een overeenkomst van onderaanneming of van
lening) gebruik maken van buitenlandse werkkrachten,
deze procedure niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een rechtmatig belang heeft bij afgifte van de door haar genoemde stukken. Rechtmatig belang
verband met eisen van Minimax GmbH (MX)? 4.
de hoofdzaak 4.19. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is er geen aanleiding om het beroep van [gedaagde] op opschorting
afwachting van de
het
cident gevorderde (afgifte van) stukken toe te wijzen. De door [eiser] gevorderde hoofdsom wordt toegewezen tot een bedrag van € 321.869,40 (de
het petitum gevorderde hoofdsom minus het onder 2.4 vermelde bedrag van € 20,00), te vermeerderen met de (niet afzonderlijk betwiste) wettelijke handelsrente. De proceskosten
de hoofdzaak en
het
cident 4.20. [gedaagde] is
het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (
clusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser]
het
cident worden begroot op € 921,00 aan salaris advocaat. De proceskosten
de hoofdzaak worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 136,72 - griffierecht € 6.617,00 - salaris advocaat € 5.428,00 (2 punten × € 2.714,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld
de beslissing) Totaal € 12.359,72 4.21. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld
de beslissing. 5De beslissing De rechtbank
de hoofdzaak 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 321.869,40, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld
artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
het
cident en
de hoofdzaak 5.2. veroordeelt [gedaagde]
de proceskosten van € 13.280,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld
artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025. Artikel XIIA Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.