← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:5189

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 11638006 \ CV EXPL 25-612 Vonnis van 12 augustus 2025 in de zaak van de burgerlijk maatschap [eiser],gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats], eisende partij, gemachtigde: mr. O.J. Boender, tegen 1 [gedaagde 1] wonende te [woonplaats 1], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 1], gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar, die zich met ingang van 3 juni 2025 heeft onttrokken, nadien in persoon procederend; 2 [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 2], niet verschenen. Hierna gezamenlijk te noemen: gedaagden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 juli 2025; 1.
  2. Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter eiseres verzocht om de van toepassing zijnde algemene voorwaarden over te leggen. Eiseres heeft de algemene bepalingen bij brief van 2 juli 2025 overgelegd. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. Eiseres is rechtsopvolgster van [naam] onder de bijzondere titel van koop en in die hoedanigheid is zij verhuurster van de woning gelegen te [adres] (hierna: de woning). 2.
  5. [gedaagde 1] huurt de woning tegen een huurprijs van op dit moment € 803,43 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. 2.
  6. Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen. 2.
  7. [gedaagde 2] heeft zich garant gesteld voor [gedaagde 1]. 3De verdere beoordeling 3.
  8. De kantonrechter verwijst naar en handhaaft hetgeen bij tussenvonnis is overwogen. Ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden 3.
  9. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en daarom door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval. De vordering 3.
  10. Omdat gedaagden zich niet tegen de vordering hebben verweerd en de kantonrechter deze ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen. Dit ziet op een bedrag van € 4.071,89 (bestaande uit € 4.820,58 aan huurachterstand tot en met maart 2025 plus € 50,96 aan rente plus € 482,19 (incl. BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten minus € 1.281,89 aan betalingen), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 maart 2025 tot de dag van volledige betaling. De proceskosten 3.
  11. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:- dagvaarding € 147,81 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 271,00 (1 punt x tarief € 271,00) - nakosten € 135,00 Totaal € 1.067,
  12. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  13. veroordeelt gedaagden tegen bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 4.071,89, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 25 maart 2025 tot de dag van volledige betaling; 4.
  14. veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 1.067,81, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien gedaagden niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt; 4.
  15. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus
  16. (ak)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.