RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/2223 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoekster, (gemachtigde: mr. F. van Hal), en de burgemeester van Deventer, verweerder. (gemachtigde: R. Mensink). Als derdepartij heeft deelgenomen: Stichting Woonbedrijf Ieder1 (gemachtigde: mr. M. Douwenga). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de door [verzoeker] gehuurde woning aan de [adres] met ingang van 21 augustus 2025 om 10.00 uur te sluiten voor een periode van drie maanden vanwege drugshandel. 1.1 [verzoeker] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Volgens haar is sluiting onevenredig omdat zij niet bij de drugshandel van haar huurder [naam 1] betrokken was en met het vertrek van [naam 1] uit de woning de drugshandel beëindigd is. Sluiting is daarom niet geschikt en ook niet noodzakelijk. Bovendien leidt sluiting tot ernstige gevolgen vanwege haar medische situatie. [verzoeker] wil in deze procedure een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij haar woning moet verlaten voordat op het bezwaar is beslist. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af op grond van een voorlopige rechtmatigheidstoets. Dit oordeel wordt hierna nader toegelicht. Inleiding: feiten en procesverloop 2.1 [verzoeker] huurt een woning aan de [adres] (hierna: de woning) van woningbedrijf Ieder1 in [plaats] . 2.2 Begin 2023 heeft de politie een instap gedaan in de woning. Daarbij zijn drugs en een airsoftwapen aangetroffen. 2.3 Naar aanleiding van verkregen informatie van de wijkagent dat er drugs gedeald zouden worden vanuit de woning [adres] te [plaats] heeft de politie een onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksbevindingen zijn door de politie vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 16 juli 2025. 2.4 Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de wijkagent de daaraan voorafgaande maanden diverse meldingen heeft ontvangen van buurtbewoners betreffende aanzienlijke overlast door drugsgebruikers in de wijk [locatie] . De meldingen wijzen op een toename van drugsgerelateerde incidenten, die niet alleen de veiligheid en leefbaarheid van de wijk beïnvloeden, maar ook zorgen voor maatschappelijke en veiligheidsproblematiek. 2.5 De rapportage bevat een overzicht van de volgende politie-registraties na de instap begin 2023: 24-07-2023 - Gebruiker verklaart onderweg te zijn naar [adres] . 24-10-2023 - Melding uit de wijk dat er gedeald wordt. Ook 's nachts. 11-07-2024 - Gebruiker belt aan bij mensen met de vraag om drugs. 11-07-2024 - IGP-team ziet gebruiker de woning in gaan. 11-07-2024 - IGP-team ziet in de omgeving jongens verdacht rondlopen. Wordt later drugs aangetroffen bij de jongens. 27-08-2024 - Overlast melding uit de wijk. Veel gebruikers die naar [adres] gaan. 07-09-2024 Melder uit de wijk. Patroon intensiveert, dag/nacht gebruikers in de straat op zoek naar drugs. Gaan kort naar binnen op [adres] . 07-09-2024 - Gestolen fiets wordt middels airtag teruggevonden ter hoogte van [adres] . Verbalisanten vermoeden dat gebruikers gestolen fietsen daar verkopen of ruilen voor drugs. 24-09-2024 - Overlast melding. Wordt vaak aangebeld door gebruikers. Moeten dan bij de [adres] zijn. MLD vermoed dat daar gedeald wordt. 01-10-2024 - Een buurman ziet dat er gedeald wordt vanuit de woning. 12-02-2025 - IGP-team ziet een gebruiker aankloppen bij de schutting. 28-05-2025 - Verbalisant ziet een persoon contact maken en naar binnen kijken op het adres. Schrikt bij zien van politie en loopt weg. Na controle bleek de persoon een gebruiker is en had een onsamenhangend verhaal. 2.6 Op woensdag 11 juni 2025 omstreeks 21.18 uur is de woning doorzocht waarbij de politie de volgende goederen heeft aangetroffen: vermoedelijk cocaïne met een gewicht van 2,7 gram; witte poederachtige substantie op een mes/muismat; meerdere strips met witte pillen met opdruk "methylfenidaat"; een transparant gripzakje dat was voorzien van meerdere losse witte pillen, totaal 68 stuks; 9 patronen van een vuurwapen; een wurgstok potje met wit/ klonterig poeder, vermoedelijk amfetamine, 2,7 gram; vermoedelijk cocaïne in een potje in de keuken totaal 42,7 gram. 2.7 In de bestuurlijke rapportage staat dat de wijkagent naar aanleiding van diverse overlast meldingen een sfeer proces-verbaal heeft gemaakt waarin staat dat enkele wijkbewoners vrijwel dagelijks getuige zijn van drugsdeals die gesloten worden, waarbij een werkwijze duidelijk wordt. Vanaf een bepaald tijdstip in de ochtend lijkt men open te staan voor ontvangst van gebruikers. Er wordt kort contact gemaakt bij de voordeur of de schuttingdeur en vervolgens vindt er een korte overdracht plaats bij de voor- of schuttingdeur. Soms wordt er ook gesproken over een soort afhaalloketje bij een plank van de schutting. Wat hij als wijkagent proeft, is dat de gehele straat en ook omliggende straten, bekend is met het adres en er eigenlijk altijd aan gerefereerd wordt als 'het drugspand'. 2.8 Bij brief van 8 juli 2025 is [verzoeker] op de hoogte gebracht van het voornemen van de burgemeester om de woning voor drie maanden te sluiten. 2.9 Bij brief van 23 juli 2025 heeft [verzoeker] haar zienswijze gegeven op dat voornemen tot woningsluiting. 2.10 Met het bestreden besluit van 11 augustus 2025 heeft de burgemeester de woning van [verzoeker] met ingang van 25 augustus 2025 om 10.00 uur gesloten voor de duur van drie maanden. 2.11 [verzoeker] heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de burgemeester het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat de woning wordt gesloten drie dagen nadat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. 2.12 De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 augustus 2025 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker] en haar gemachtigde, namens de burgemeester zijn gemachtigde en namens het Woonbedrijf haar gemachtigde, [naam 2] en [naam 3] . Beoordeling door de voorzieningenrechter Spoedeisend belang 3.1 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in een eventuele beroepsprocedure, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 3.2 De voorzieningenrechter verricht daarvoor een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het onderliggende besluit of de onderliggende besluiten en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift en zij weegt de belangen van de partijen bij een schorsing. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen bij een schorsing. De beoordeling door de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure niet. 3.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat [verzoeker] een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat [verzoeker] haar woning moet verlaten per 29 augustus 2025 en zij heeft toegelicht dat zij nog geen alternatieve woonruimte heeft. De burgemeester heeft het spoedeisend belang ook niet betwist. Bevoegdheid tot sluiting 3.4 De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang – zoals een woningsluiting – indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Uit de toepasselijke beleidsregel volgt dat in het geval van harddrugs van een handelshoeveelheid wordt gesproken bij een hoeveelheid van 0,5 gram of meer. 3.5 Niet in geschil is dat er in de woning van [verzoeker] een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten. Evenredigheid 3.6 Wel in geschil is of de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van deze bevoegdheid. Volgens [verzoeker] is het namelijk onevenredig om tot sluiting van de woning over te gaan. Uit vaste rechtspraak blijkt dat de factoren geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid een rol kunnen spelen bij de toetsing van een besluit aan het evenredigheidsbeginsel Is sluiting van de woning een geschikt middel? 3.7 [verzoeker] stelt dat sluiting van de woning geen geschikt middel is om het beoogde doel te bereiken, omdat het doel al is bereikt nu de ‘bron’ is vertrokken. [verzoeker] voert daartoe aan dat de aangetroffen drugs eigendom was van heer [naam 1] , die een kamer in de woning huurde, dat die huur is beëindigd en dat [naam 1] de woning heeft verlaten sinds de instap in juni 2025. 3.8 De voorzieningenrechter overweegt dat het doel van de woningsluiting meerledig is. De woningsluiting is een herstelmaatregel met als doel het beëindigen van de geconstateerde overtreding van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet, steeds in of vanuit de woning De burgemeester heeft toegelicht dat hij met de woningsluiting wil bereiken dat de woning wordt onttrokken aan het drugscircuit, herhaling wordt voorkomen en dat zowel de buurt als naar potentiële overtreders/drugsleveranciers en klanten een signaal wordt afgegeven dat hij drugscriminaliteit niet accepteert en dat hij daartegen optreedt. Dat ook deze doelen met het vertrek van [naam 1] zijn bereikt, heeft [verzoeker] niet gesteld of toegelicht en is op zichzelf ook niet aannemelijk. Dat maakt al dat woningsluiting een geschikt middel is. 3.9 Ten aanzien van het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, overweegt de voorzieningenrechter dat dit in zijn algemeenheid ertoe kan leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich immers de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning moet worden gesloten. 3.10 Zoals de burgemeester evenwel motiveert in zijn besluit, is het tijdsverloop tussen de instap in juni 2025 en het besluit van augustus 2025 niet zo groot, dat hiervan sprake is. Het gaat om slechts 2,5 maand. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan de burgemeester zich terecht op het standpunt stellen dat – ook indien [naam 1] uit de woning is vertrokken – de woning nog niet aan het drugscircuit is onttrokken maar nog bekend zal staan als ‘het drugspand’. Dit maakt het middel van sluiting nog steeds geschikt om de beoogde doelen te bereiken. 3.11 De zin ‘ook indien [naam 1] uit de woning is vertrokken’ zet de voorzieningenrechter bewust tussen haakjes, omdat partijen daarover van mening verschillen. De burgemeester stelt dat [verzoeker] nog recent met [naam 1] is gezien en [verzoeker] heeft op zitting toegelicht dat zij inderdaad nog contact hebben met elkaar. Vanwege het voorlopige karakter van deze voorlopige voorziening, gaat de voorzieningenrechter daar niet verder op in. Is sluiting van de woning noodzakelijk? 3.12 [verzoeker] stelt dat de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan, zoals het geven van een waarschuwing of het opleggen van een last onder bestuursdwang. 3.13 De burgemeester heeft zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op het standpunt mogen stellen dat hij gelet op de beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting kan en moet volstaan. 3.14 Daarvoor is van belang dat de woning is gelegen in een woonwijk en dat uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de woning onderdeel uitmaakt van een drugsketen gezien de aanzienlijke hoeveelheid harddrugs die de politie op 11 juni 2025 heeft aangetroffen op meerdere plekken in de woning, waaronder de keuken, en de veelvuldige meldingen uit de buurt dat sprake is van fysieke loop naar de woning en druggerelateerde overlast en het feit dat woning in de buurt bekend staat als drugspand. Ook is relevant dat begin 2023 ook al drugs en een airsoftwapen in de woning zijn aangetroffen. 3.15 Dat, zoals [verzoeker] stelt, niet bij alle meldingen is vermeld of die aan de woning zijn te relateren, leidt niet tot een ander oordeel. Bij een groot deel van de meldingen is dat namelijk wel expliciet gedaan en gelet op het gegeven dat de bestuurlijke rapportage over de woning gaat, is niet onaannemelijk dat de overige meldingen ook op de woning zien – ook als dat niet expliciet is vermeld. Is sluiting van de woning evenwichtig? 3.16 Als de sluiting geschikt en noodzakelijk is, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenredig moet zijn. Voor de beoordeling van de evenredigheid van de sluiting zijn onder andere de verwijtbaarheid en de eventuele bijzondere binding met het pand van belang. De voorzieningenrechter vindt de woningsluiting niet onevenwichtig en overweegt in dat verband als volgt.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.