RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 11825722 \ CV EXPL 25-1329 Vonnis van 16 september 2025 in de zaak van [eiser] B.V., te [vestigingsplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. H.J.G.M. te Woerd, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 4 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen haar verstek is verleend. 2.
- [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. ×2.
- De vordering komt de kantonrechter zal grotendeels, als niet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen, met uitzondering van het bedrag aan boete over de maanden april tot en met augustus 2025; in plaats van het ter zake gevorderde bedrag van € 1.800,- zal een bedrag van (5 ×€ 300,00 =) € 1.500 worden toegewezen. Dit leidt tot een toe te wijzen hoofdsom van € 27.212,
- 2.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 1.086,00 (2 punten × € 543,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) totaal € 2.804,35 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de onroerende zaak, een bedrijfsruimte ex artikel 7:230A BW, van totaal 1.580 vierkante meter, verdeeld over begane grond en etage, aan de [adres 1] , met aanhorigheden en met al de daarin aanwezige personen en zaken te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 27.212,49, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.570,83 per maand, als vergoeding voor voortgezet gebruik, gerekend vanaf 1 september 2025 tot aan het tijdstip waarop [gedaagde] de bedrijfsruimte aan de [adres 1] daadwerkelijk heeft verlaten of ontruimd, een gedeelte van een maand voor een volle maand te rekenen, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.804,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2025.