RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.404259.24 (P) Datum vonnis: 07 oktober 2025 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , nu verblijvende in P.I. [verblijfplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 september
(2)jaren. Voor iedere keer dat verdachte het contact- en locatieverbod overtreedt, zal vervangende hechtenis van de hierna bepaalde duur worden opgelegd, met een maximum van zes maanden. De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 38v Sr opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar moet zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen. De rechtbank acht een dergelijke situatie thans aan de orde gelet op de problematiek van verdachte, de houding ten opzichte van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en op hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard. Maatregel ex artikel 38z Sr De rechtbank zal daarnaast een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (GVM) als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om aan verdachte ook na afloop van de terbeschikkingstelling de nodige maatregelen op te leggen indien dat in verband met dan bestaande risico's noodzakelijk is. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de ernst en de aard van de door verdachte begane feiten, de persoon van verdachte en het recidiverisico, zoals dit in de hiervoor aangehaalde rapporten naar voren komt. De rechtbank neemt daarbij de hardnekkigheid van de stalking in aanmerking in combinatie met het moeizame verloop van behandeling bij stalkers, zeker ook bij verdachte die zo rigide is in zijn denken en ondanks de clozapine niet geheel psychosevrij is. Indien verdachte na afloop van de terbeschikkingstelling nog behandeling of toezicht heeft en de reguliere ggz onvoldoende blijken te zijn, dan kan de maatregel geeffectueerd worden. Welke vorm van gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking dat moet zijn valt op dit moment niet goed te beoordelen. Naar het oordeel van de rechtbank is de oplegging van de maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen. De rechtbank zal daarom overgaan tot oplegging van deze maatregel. 6.4 De inbeslaggenomen voorwerpen De officier van justitie vordert ten aanzien van het beslag onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen telefoon (merk en type: “Samsung SM-A042F”, “Android 14”) en laptop (merk en model: “Windows 11 core 2009”, “6.3”). De raadsman heeft verzocht om teruggave van de in beslag genomen telefoon en laptop. De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen telefoon en laptop vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met behulp van deze voorwerpen de feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Gelet op alle hiervoor geschetste omstandigheden zal de rechtbank deze goederen dan ook onttrekken aan het verkeer. 7De schade van benadeelden 7.1 De vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 6.985,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - twee camera’s € 179,90; - eigen bijdrage CAK € 146,20; - eigen bijdrage medicijnen € 61,
- Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 6.598,- gevorderd. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw namens de benadeelde partij de vordering aangevuld in die zin dat zij heeft verzocht om een oplegging van een contactverbod en oplegging van een bijzondere voorwaarde het gedrag van de veroordeelde betreffende. [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 4.000,- gevorderd. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht om een oplegging van een contactverbod en oplegging van een bijzondere voorwaarde het gedrag van de veroordeelde betreffende. [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 4.000,- gevorderd. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht om een oplegging van een contactverbod en oplegging van een bijzondere voorwaarde het gedrag van de veroordeelde betreffende. 7.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich ten aanzien van [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade, met uitzondering van één camera, en de gestelde immateriële schade, kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen toewijsbaar zijn, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 1] ten aanzien van de gevorderde materiële schade in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de gevorderde schade onvoldoende is onderbouwd en een nadere onderbouwing leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 3] heeft de raadsman aangevoerd dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens de bepleite vrijspraak. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van [slachtoffer 2] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 7.4 Het oordeel van de rechtbank Feit 1 en feit 2 Materiële schade Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten, met uitzondering van één reeds eerder aangeschafte camera, zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 297,64, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, zijnde 2 juni
- Immateriële schade Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade (smartengeld) is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van verdachte immateriële schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan vermogensschade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast. De aard en de ernst van de normschending door verdachte brengen mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Ook blijkt uit de onderbouwing van de vordering dat de gevolgen buitengewoon groot zijn. Rekening houdend met de omstandigheden van het geval en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, zal de rechtbank de vordering tot een bedrag van € 2.000,00 toewijzen, zijnde 2 juni
- De vordering zal voor het overige worden afgewezen. Feit 3 Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de gevorderde schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door het bewezenverklaarde feit is toegebracht, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partijen om deze schadeposten alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partijen zullen om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partijen kunnen de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. 7.5 De schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht. Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 32 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 37a, 38, 38a, 38d, 38e, 38v, 38z en 57 Sr. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feiten - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 en feit 3 telkens het misdrijf: belaging, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; maatregel - legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van twee jaren; - beveelt dat de verdachte gedurende twee jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact op zal nemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ; - beveelt dat de verdachte zich niet in Hardenberg zal bevinden, op welk verbod een uitzondering wordt gemaakt in die zin dat verdachte zich niet vaker dan zes keer per jaar mag ophouden op de begraafplaats [adres] . Data, de door verdachte te nemen route, tijdstippen en tijdsduur van de bezoeken aan de begraafplaats worden vastgesteld door de reclassering, na overleg met verdachte; - beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel per overtreding wordt vervangen door 2 (twee) weken hechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt; - beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ; - toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op; - gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden: Algemene voorwaarden • verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit; • verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden zonder toestemming van de reclassering; • verdachte verleent medewerking aan het verstrekken van een actuele foto aan de reclassering ten behoeve van eventuele opsporing; • Als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar; • verdachte verleent medewerking aan reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere, maar niet uitsluitend, in: o medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of het ter inzage aanbieden van een geldig identiteitsbewijs (als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht) ten behoeve van het vaststellen van de identiteit; o zich melden op afspraken bij de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig acht; o zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te bewegen tot het naleven van de voorwaarden; o medewerking verlenen aan huisbezoeken; o inzicht geven aan de reclassering over de voortgang van begeleiding of behandeling door andere instellingen/hulpverleners; o niet verhuizen of van adres veranderen zonder toestemming van de reclassering; o medewerking verlenen aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht. Bijzondere voorwaarden • verdachte laat zich opnemen in FPK/FPA (of soortgelijke zorginstelling), zulks te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie, zolang de reclassering dat nodig acht. Hij volgt de aanwijzingen van de behandelaars conform de op stellen (delict preventieve) behandelovereenkomst en het nader te formuleren behandelplan op, ook als dit inhoudt het innemen van medicatie die nodig is voor de behandeling. Dit behandelplan zal op geëigende momenten bijgesteld en nader gespecificeerd worden; • verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling aan hem geeft in het kader van de behandeling; • Indien tijdens de behandeling een overgang naar een FBW, ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst is, zulks ter beoordeling van de reclassering, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing. Verdachte zal zich committeren aan het nazorgtraject waaraan te zijner tijd invulling gegeven zal gaan worden. Dit omvat tevens het bepalen van een woonplek na overleg en toestemming van de reclassering. Contact en afstemming met de wijkagent zal in de (nieuwe) woonomgeving tot stand gebracht worden; • verdachte laat zich begeleiden/behandelen door een ambulante zorgverlener of een nader te bepalen forensische polikliniek/forensisch FACT te bepalen door de reclassering. De behandeling start na de klinische opname en de behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt; • verdachte onthoudt zich van alcohol- en drugsgebruik tenzij hiervoor toestemming gegeven wordt door de begeleidende instellingen. Hij werkt mee aan controles zo vaak en lang als de reclassering dit nodig acht; • verdachte zal inzicht geven in zijn sociaal netwerk en medewerking verlenen aan het betrekken van zijn sociaal netwerk bij de behandeling; • verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Hij dient hij zich te houden aan de richtlijnen en afspraken die worden gegeven door de reclassering en/of behandelende instelling; • verdachte zal zich niet in Hardenberg bevinden, op welk verbod een uitzondering wordt gemaakt in die zin dat verdachte zich niet vaker dan zes keer per jaar zal ophouden op de begraafplaats [adres] . Data, de door verdachte te nemen route, tijdstippen en tijdsduur van de bezoeken aan de begraafplaats worden vastgesteld door de reclassering, na overleg met verdachte; • verdachte werkt, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, mee aan het verkrijgen en/of behouden van een dagbesteding passend bij zijn draagkracht; • verdachte verschaft de reclassering zicht in zijn financiën en eventuele schulden, zolang de reclassering dat nodig acht; • verdachte dient zich te onthouden van het doen van uitlatingen in welke vorm dan ook over [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op internet, sociale media en klassieke media; - legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr; schadevergoeding - wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2,297,64 (bestaande uit € 297,64 materiële schade en € 2.000,- immateriële schade); - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 2.297,64 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2024); - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - wijst de vordering voor het overige af; - legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.297,64, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 32 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; de in beslag genomen voorwerpen - verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten: - telefoon (merk en type: “Samsung SM-A042F”, “Android 14”); - laptop (merk en model: “Windows 11 core 2009”, “6.3”). Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. M.S. de Waard en mr. C.E. Vording, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 07 oktober
- Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit de dossiers van de politie eenheid Oost-Nederland en de politie eenheid Noord-Nederland met nummers PL0600-2024524688 en PL0100-
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.