← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:6236

RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/4060 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [opposante] , uit [woonplaats], opposante (gemachtigde: dr. drs. ing. [gemachtigde] ), tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 juni 2025 in het geding tussen opposante en onbekende verweerder. Inleiding

  1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 26 juni 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposante met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.
  2. De rechtbank heeft het verzet op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Er is niemand verschenen. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 26 juni 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is. Het beroep van opposante
  4. Opposante heeft beroep ingesteld tegen een onbekend besluit van een onbekende verweerder. De uitspraak van 26 juni 2025
  5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht, omdat opposante het verschuldigde griffierecht niet op tijd heeft betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging is gebleken. Het verzet
  6. In het verzetschrift is niet te lezen waarom de rechtbank het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Er is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen. Conclusie en gevolgen
  7. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is. Dat betekent dat de uitspraak van 26 juni 2025 in stand blijft.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.