← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:6240

RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/328558 / HA ZA 25-47 Vonnis van 12 maart 2025 in de zaak van de besloten vennootschap [eiser] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], advocaat: mr. M.J.W. van Osch, tegen de besloten vennootschap [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. [eiser] vordert -samengevat- dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - [gedaagde] zal veroordelen om aan haar te betalen het bedrag van € 84.583,86, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de vervaldata van de onderliggende facturen tot aan de dag van voldoening; - [gedaagde] zal veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten. 2.
  4. [gedaagde] heeft goederen besteld bij [eiser] en geleverd gekregen. [eiser] heeft daarvoor in de periode van 11 september 2024 tot en met 28 november 2024 in totaal 30 verschillende facturen verstuurd. De betalingstermijn is telkens op 30 dagen gezet. Deze facturen heeft [gedaagde] niet betaald. 2.
  5. Tegen [gedaagde] is verstek verleend, omdat zij niet is verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechtbank een tegen gedaagde partij ingestelde vordering toe, tenzij de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De aan de ingestelde vorderingen ten grondslag gelegde feiten kunnen de vorderingen dragen en de vorderingen komen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor en zullen daarom worden toegewezen. 2.
  6. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 1.214,00 (1 punt × € 1.214,00) - nakosten € 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.501,40 3De beslissing De rechtbank 3.
  7. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 84.583,86, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling, 3.
  8. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 4.328,40, 3.
  9. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.501,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 90,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  10. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. ter Riet en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.