beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Wrakingskamer Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/336438 KG RK 25-383 Beslissing van 28 juli 2025 in de zaak van [verzoeker] , verblijvende in de FPC [locatie] , verzoeker tot wraking, advocaat mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp. 1De procedure 1.
- In de procedure tot verlenging van de terbeschikkingstelling van verzoeker, bekend onder parketnummer 07.015896-96, heeft op 16 juni 2025 een openbare terechtzitting plaatsgevonden, alwaar de rechters mr. A. van Holten, mr. M.W. Eshuis en mr. M. Vodegel (hierna: de rechters) zitting hadden. 1.
- Bij gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting heeft verzoeker een mondeling verzoek tot wraking van de rechters gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van 16 juni
- 1.
- De rechters hebben niet berust in de wraking. Door de voorzitter is op 19 juni 2025, mede namens de collega’s, schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek. Zij zijn van mening dat zij uit de wrakingsgronden van verzoeker op geen enkele manier kunnen opmaken waarom sprake zou zijn van vooringenomenheid. 1.
- Bij beslissing van de wrakingskamer van 7 juli 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:4598) is verzoeker tot wraking niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek voor zover dit verzoek de gehele rechtbank betreft en voor zover het wrakingsverzoek ziet op de rechters mr. A. van Holten, mr. M.W. Eshuis en mr. M. Vodegel is het verzoek (kennelijk) ongegrond verklaard. 1.
- Op de openbare terechtzitting van 24 juli 2025 is de procedure tot verlenging van de terbeschikkingstelling van verzoeker voortgezet, alwaar de rechters mr. A. van Holten, mr. M.J.A.L. Beljaars en mr. S.H. Peper zitting hadden. 1.
- Bij gelegenheid van die behandeling ter terechtzitting heeft verzoeker opnieuw een mondeling verzoek tot wraking gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van 24 juli
- Ditmaal is het verzoek tot wraking gericht tegen de voorzitter mr. A. van Holten. Ook heeft verzoeker aangevoerd dat en waarom hij het niet eens is met de beslissing van de wrakingskamer van 7 juli
- 2De beoordeling 2.
- Artikel 5 lid 2 sub f van het Wrakingsprotocol rechtbank Overijssel (hierna: Wrakingsprotocol) bepaalt dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het een volgend verzoek ten aanzien van eenzelfde rechter betreft, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden. De wrakingskamer oordeelt dat deze situatie zich hier voordoet. Daartoe wordt als volgt overwogen. 2.
- Voor zover verzoeker met dit verzoek mr. Van Holten in dezelfde procedure tot verlenging van de terbeschikkingstelling van verzoeker als bedoeld in 1.
- opnieuw wenst te wraken, is de wrakingskamer van oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 5 lid 2 sub f van het Wrakingsprotocol. De wrakingskamer stelt vast dat de gronden van het verzoek gelijkluidend zijn aan dat wat verzoeker in de eerdere wrakingsprocedure tegen onder meer mr. Van Holten heeft aangevoerd en waarover de wrakingskamer bij beslissing van 7 juli 2025 reeds heeft geoordeeld. Van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na deze beslissing hebben voorgedaan, is de wrakingskamer niet gebleken. Het verzoek is in zoverre niet-ontvankelijk. 2.
- Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 24 juli 2025 blijkt dat verzoeker het niet eens is met de beslissing van de wrakingskamer van 7 juli
- De wrakingskamer merkt op dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat, zoals in die beslissing ook expliciet staat vermeld. Deze bezwaren blijven derhalve onbesproken. 2.
- De wrakingskamer ziet aanleiding om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen. 3De beslissing De wrakingskamer: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking voor zover dit opnieuw is gericht tegen mr. A. van Holten; bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. Deze beslissing is gegeven door de rechters mr. A.E. Zweers, mr. U. van Houten en mr. M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Klunder, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.