RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 11840271 \ RR FORM 25-25 Vonnis van 5 november 2025 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter in de zaak van [eiser] ,wonende te [woonplaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], procederend in persoon, tegen [gedaagde], handelende onder de naam [gedaagde] ,wonende te [woonplaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 15 augustus 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen van [eiser], - de schriftelijke ontvangstbevestiging van 15 augustus 2025 van de rechtbank aan [eiser], - de brieven van de rechtbank van 26 augustus 2025 aan [eiser] en [gedaagde] met daarin de uitnodiging voor een zitting, - de bevestiging van aangetekend verzenden aan [gedaagde] van 26 augustus 2025, - de brieven van de rechtbank betreft informatie over de procedure van 2 september 2025 aan [eiser] en [gedaagde], - de stukken ‘informatie over de procedure’ niet afgehaald van 15 september 2025, - de bevestiging van aangetekend verzend aan [gedaagde] van 15 september 2025, 1.
- Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 2De beoordeling 2.
- [gedaagde] is niet verschenen in deze regelrechterzaak. Als de gedaagde in een regelrechterzaak niet rechtsgeldig in het geding verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten zoals genoemd in artikel 8 derde lid, artikel 9 en artikel 11, eerste lid van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter in acht zijn genomen, wordt tegen hem verstek verleend (artikel 14 Tijdelijke besluit experiment regelrechter). 2.
- De regelrechter is van oordeel dat aan de voorgeschreven termijnen en formaliteiten is voldaan. De regelrechter zal daarom verstek verlenen tegen [gedaagde]. Daarbij merkt de regelrechter op dat de stukken met daarin een uitnodiging voor een zitting die op 15 september 2025 aangetekend aan het adres van [gedaagde] zijn verzonden, op 16 september 2025 zijn bezorgd en hiervoor namens [gedaagde] is getekend. 2.
- De verstekverlening leidt ertoe dat de vorderingen ten aanzien van [gedaagde] zullen worden toegewezen, tenzij deze de regelrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen (artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). 2.
- Gelet op hetgeen [gedaagde] op het aanvraagformulier met de bijgevoegde stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling heeft aangevoerd komt de regelrechter de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal deze worden toegewezen zoals is gevorderd. 2.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en een bedrag van € 50,00 aan reis-, verblijf, en verletkosten. De totale kosten aan de zijde van [eiser] komen hiermee op € 140,
- 3De beslissing De kantonrechter als regelrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 348,03, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 140,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands, regelrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.