RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 11341856 \ CV EXPL 24-3635 Vonnis van 11 november 2025 in de zaak van 1de besloten vennootschap [eiser 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1],2. [eiser 2], wonende te [woonplaats],3. de besloten vennootschap ADVOCATENKANTOOR VAN GASTEL B.V., gevestigd te Amstelveen, eisende partijen, hierna samen te noemen: [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel, gemachtigde: mr. L.J. van Gastel tegen de besloten vennootschap LANDHEER B.V., gevestigd te Hardenberg, gedaagde partij, hierna te noemen: Landheer, gemachtigde: mr. P.J. Contermans. 1Samenvatting 1.1. Landheer, een deurwaarderskantoor, heeft – kort gezegd – op basis van haar algemene voorwaarden een provisie bij [eiser 1], [eiser 2] en hun advocaat Van Gastel in rekening gebracht. [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel hebben betwist dat zij de algemene voorwaarden van Landheer hebben ontvangen. Zij wensen terugbetaling van de betaalde provisie. 1.2. In het tussenvonnis van 25 maart 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat alleen Van Gastel de opdrachtgever is geweest van Landheer. Verder heeft de kantonrechter Landheer opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat Van Gastel door Landheer verstuurde e-mails van 11 oktober 2023, met daarin haar algemene voorwaarden, heeft ontvangen. Daarnaast heeft de kantonrechter partijen in gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of de door Landheer in rekening gebrachte provisie een redelijk loon is. 1.3. Landheer heeft bij akte nadere stukken ingediend ter onderbouwing van haar standpunt dat Van Gastel de e-mails van 11 oktober 2023 heeft ontvangen. Op basis daarvan komt de kantonrechter tot het oordeel dat Landheer in haar bewijsopdracht is geslaagd. De kantonrechter oordeelt voorts dat het provisiebeding niet onredelijk bezwarend is en acht het in rekening brengen van de provisie evenmin naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel af. Van Gastel heeft de kantonrechter ook nog gevraagd om terug te komen op zijn eerder genomen beslissing dat alleen Van Gastel de opdrachtgever van Landheer was. De kantonrechter komt tot het oordeel dat daar geen aanleiding voor bestaat. 2Het verdere verloop van de procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 25 maart 2025,- de akte bewijslevering van Landheer,- de akte uitlating, tevens overlegging producties van [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel, - de antwoordakte van [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel, - de antwoordakte van Landheer, - de akte van [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel, - de antwoordakte van Landheer, - het bericht van de rechtbank, waarin staat dat de kantonrechter de zaak niet verder zal behandelen, - het verzoek van [eiser 1], [eiser 2] en Van Gastel om een nieuwe mondelinge behandeling te houden, - de akte uitlating rechterswissel van Landheer - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 9 oktober 2025, waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier, - spreekaantekeningen van beide partijen. 2.2. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter aan partijen meegedeeld dat op 11 november 2025 uitspraak zal worden gedaan. 3De verdere beoordeling 3.1. Beoordeeld moet worden of Landheer is geslaagd in de aan haar gegeven bewijsopdracht. Daarnaast moet de kantonrechter beoordelen of aanleiding bestaat om terug te komen op een in het tussenvonnis van 25 maart 2025 gegeven bindende eindbeslissing. Dat verzoek zal de kantonrechter hierna als eerste beoordelen. Verzoek terugkomen op bindende eindbeslissing 3.2. In het tussenvonnis van 25 maart 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat (alleen) Van Gastel de opdrachtgever van Landheer is geweest, en dat om die reden de vordering van [eiser 1] en [eiser 2] jegens Landheer zullen worden afgewezen. De kantonrechter begrijpt de stellingen van Van Gastel zo dat zij de kantonrechter vraagt om terug te komen op deze bindende eindbeslissing. 3.3. Van Gastel heeft daartoe het volgende aangevoerd. De executie is gestart op 29 september 2023, met de betekening door Landheer van het vonnis van 27 september 2023. De opdracht daartoe is gegeven door [eiser 2] aan Landheer. Van Gastel had op dat moment ook zelf een deurwaarder de opdracht gegeven het vonnis van 27 september 2023 te betekenen, zo blijkt uit de door Van Gastel bij antwoordakte overgelegde e-mailcorrespondentie met de betreffende deurwaarder. Omdat Landheer de betekening eerder kon uitvoeren heeft Van Gastel die opdracht vervolgens ingetrokken. Daarna is de executie van het vonnis van 29 september 2023 volgens Van Gastel on hold komen te staan, ook omdat door de debiteur, [naam], een executiegeschil werd gestart. Van Gastel heeft Landheer vervolgens op 3 oktober 2023 een losse opdracht gegeven om een appeldagvaarding met het vonnis van 29 september 2023 te betekenen. Dit is volgens Van Gastel geen opdracht tot executie aan Landheer geweest. Tot een executieveilig is het niet gekomen, [naam] heeft enkele maanden later vrijwillig aan het vonnis van 27 september 2023 voldaan. Het tussenvonnis van 25 maart 2025 bevat wat betreft de vraag wie de opdrachtgever was van Landheer met betrekking tot de executie van het vonnis van 27 september 2023 dan ook op een misslag, aldus Van Gastel. 3.4. De kantonrechter overweegt als volgt. In beginsel komt de rechter niet terug op bindende eindbeslissingen in een tussenvonnis. Als echter blijkt dat een eerder door de rechter gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte, eindbeslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag, brengen de eisen van een goede procesorde mee dat de rechter, met inachtneming van hoor en wederhoor, terug kan komen op die bindende eindbeslissing om te voorkomen dat er op ondeugdelijke grondslag einduitspraak wordt gedaan. 3.5. In dit geval ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen op de eerder gegeven bindende eindbeslissing ten aanzien van het opdrachtgeverschap. Dit licht de kantonrechter als volgt toe. Op 10 oktober 2023 heeft Van Gastel aan Landheer de opdracht gegeven om de onder [naam] (en zijn vennootschappen) gelegde conservatoire beslagen uit te winnen, en heeft Van Gastel in dat kader de processen-verbaal van die beslagen naar Landheer gestuurd. Dit omdat de debiteur, [naam], niet voldeed aan de veroordeling in het vonnis van 27 september 2023. Deze gang van zaken laat naar het oordeel van de kantonrechter geen andere conclusie toe dan dat Van Gastel aan Landheer de opdracht heeft gegeven om tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 september 2023 over te gaan. De e-mail van Van Gastel aan een andere deurwaarder maakt dit oordeel niet anders. Daargelaten dat Van Gastel deze e-mail al eerder in geding had kunnen brengen zag dat contact enkel op de opdracht tot betekening van het vonnis van 27 september 2023. Dat het eerste contact met Landheer door [eiser 2] is gelegd heeft de kantonrechter meegenomen in zijn oordeel ten aanzien van de vraag wie de opdrachtgever van Landheer is geweest, zo blijkt uit rechtsoverweging 5.2. van het tussenvonnis van 25 maart 2025. Daarin heeft de kantonrechter overwogen dat dit enkel de opdracht tot betekening van het vonnis van 27 september 2023 betrof, en dat Landheer die ‘losse opdracht’ na voltooiing daarvan heeft gesloten. 3.6. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter geen aanleiding om op dit punt terug te komen op de bindende eindbeslissing. Dat betekent dat de vordering van [eiser 1] en [eiser 2] jegens Landheer wordt afgewezen, omdat [eiser 1] en [eiser 2] geen contractuele relatie hadden met Landheer en die laatste hun ook geen provisie in rekening heeft gebracht. De bewijsopdracht aan Landheer 3.7. Landheer heeft de logbestanden van de e-mails van 11 oktober 2023 overgelegd (productie 46). Volgens Landheer blijkt uit deze logbestanden onomstotelijk dat de betreffende e-mails door Van Gastel zijn ontvangen op haar e-mailserver. Ter duiding van de logbestanden heeft Landheer verklaringen van drie ICT-deskundigen overgelegd (producties 47, 49 en 50). Uit de verklaringen komt kort gezegd naar voren dat uit de logbestanden blijkt dat de e-mails zijn afgeleverd op de e-mailserver van Van Gastel Landheer heeft verder verwezen naar rechtspraak waarin – kort samengevat – is geoordeeld dat een e-mail geacht moet worden de ontvanger te hebben bereikt, wanneer is aangetoond dat de e-mail is afgeleverd bij de e-mailserver van de ontvangende partij. 3.8. Van Gastel heeft in haar antwoordakte naar aanleiding van de bewijslevering door Landheer het volgende naar voren gebracht. Omdat Landheer geen onderzoek naar de e-mailserver van Van Gastel heeft (kunnen) doen, is Landheer volgens Van Gastel niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Over de door Landheer overgelegde logbestanden en verklaringen daarover heeft Van Gastel het volgende opgemerkt. Volgens Van Gastel hebben de door Landheer gevraagde deskundigen hun conclusies enkel en alleen op basis van een schermafbeelding van een pdfbestand gebaseerd. Die afbeelding kan niet dienen als bewijs van verzending en ontvangst van een e-mail, aldus Van Gastel. Daarnaast heeft Van Gastel de deskundigheid en onafhankelijkheid van die deskundigen in twijfel getrokken. De logbestanden vormen volgens Van Gastel in ieder geval geen bewijs voor verzending en ontvangst van de e-mails mét bijgevoegde algemene voorwaarden. Dit blijkt uit het feit dat er “N/A” achter “Attachments” staat. Van Gastel heeft een eigen deskundige naar de logbestanden laten kijken, Spindle Forensics (hierna: Spindle), een bedrijf dat zich richt op digitaal forensisch onderzoek. Spindle heeft kort gezegd geconcludeerd dat op basis van een schermafbeelding niet de herkomst, volledigheid en technische authenticiteit van de logbestanden kunnen worden vastgesteld. 3.9. Bij (nadere) antwoordakte heeft Landheer de stellingen van Van Gastel gemotiveerd betwist. Landheer heeft in aanvulling daarop nog een verklaring in het geding gebracht van een van de hiervoor onder genoemde drie deskundigen (productie 54). In de aanvullende verklaring staat dat de bij testberichten vastgestelde omvang van de e-mails erop duidt dat een bijlage met de grootte van de algemene voorwaarden van Landheer bij de e-mails gevoegd was. Landheer heeft ook een video overgelegd waarin te zien is dat de logbestanden van de e-mails als pdfbestand worden geëxporteerd. 3.10. De kantonrechter is van oordeel dat Landheer haar stelling aangaande de ontvangst van de e-mails van 11 oktober 2023 voldoende heeft onderbouwd en dat zij is geslaagd in haar bewijsopdracht. Voor dit oordeel is van belang dat Landheer zeer uitgebreid heeft onderbouwd dat de e-mails van 11 oktober 2023 zijn aangekomen op de e-mailserver van Van Gastel, door middel van logbestanden van die e-mails en verschillende verklaringen van deskundigen over die logbestanden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de (verklaringen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.