← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2025:6680

RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2500498:R-RK Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]; verzoekster, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum van de termijn af. 1De procedure 1.

  1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoek met bijlagen; - de zitting van maandag 28 juli 2025, waarbij aanwezig was: - [verzoeker]. 1.
  2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het verzoek 2.
  3. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. [verzoeker] heeft een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen. 3De beoordeling 3.
  4. Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.
  5. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. 3.
  6. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 26 maart
  7. De rechtbank wijst het verzoek af omdat in het verzoek schuldsanering en ter zitting onvoldoende is onderbouwd waarom de ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling (op 26 maart 2025) moet worden bepaald. De termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt achttien maanden vanaf 4 augustus
  8. De rechtbank wijst [verzoeker] erop dat als zij wegens mantelzorg niet in staat is aan de inspanningsplicht te voldoen, de termijn van de schuldsaneringsregeling kan worden verlengd met de periode gedurende welke zij die mantelzorg verleent. 4De beslissing De rechtbank: 4.
  9. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]; 4.
  10. stelt de termijn van deze regeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 4 augustus 2025; 4.
  11. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum van de termijn af; 4.
  12. benoemt tot rechter-commissaris mr K.J. Haarhuis; 4.
  13. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres]; 4.
  14. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.
  15. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.
  16. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervangen. Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.