RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2500228:R-RK Vonnis van maandag 11 augustus 2025 van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum 1] 1996 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]; verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum gedeeltelijk af. 1De procedure 1.
- De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 28 juli 2025, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker] vergezeld door zijn vader; - de heer [naam 1], Kredietbank Nederland; - mevrouw [naam 2], gemeente Steenwijkerland; - mevrouw [naam 3], gemeente Steenwijkerland; - tussenvonnis van 7 juli
- 1.
- De (eind)uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het verzoek 2.
- [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. [verzoeker] heeft een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3De beoordeling 3.
- Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.
- In het tussenvonnis van 7 juli 2025 is [verzoeker] opgedragen (nadere) informatie te verstrekken over: - de terugvordering van TOZO-uitkering op 24 november 2020; - de stand van zaken betreffende de verplichting tot betaling van kinderalimentatie en - de verhuis- en inrichtingsvergoeding. Op grond van de aangeleverde stukken blijkt dat de terugvordering door de gemeente Steenwijkerland van (TOZO-)uitkering en lening in totaal nog € 8.766,14 bedraagt (stand van 23 juli 2025). Voorts is de kinderalimentatieverplichting betreffende [naam 4] (geboren op [geboortedatum 2] 2018) met ingang van 19 januari 2023 op nihil gesteld. De vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten die op 18 februari 2025 door de gemeente Steenwijkerland aan [verzoeker] is verstrekt, is een schenking. 3.
- De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. 3.
- [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 19 juni 2024, zijnde de datum waarop de schuldregelingsovereenkomst is getekend. Uit het verzoekschrift blijkt dat er geen sprake was en is van spaarcapaciteit en dat er op 18 februari 2025 een nul-aanbod aan de schuldeisers is gedaan. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de omstandigheden van [verzoeker] (zoals het ontbreken van de goede trouw) de eerdere ingangsdatum hooguit op een half jaar (de maand waarin het nul-aanbod is gedaan) voor toepassing van de schuldsaneringsregeling kan worden bepaald. De rechtbank zal de eerdere ingangsdatum op 11 februari 2025 bepalen. 4De beslissing De rechtbank: 4.
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker] , geboren op [geboortedatum 1] 1996 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]; 4.
- stelt de termijn van deze regeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 11 februari 2025; 4.
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum gedeeltelijk af; 4.
- benoemt tot rechter-commissaris K.J. Haarhuis; 4.
- benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres]; 4.
- geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. M.M. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.