RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2500822:R-RK Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum gedeeltelijk af. 1De procedure 1.
- De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 4 augustus 2025, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker];- [naam 1] (Kredietbank Nederland). 1.
- De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het verzoek 2.
- [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. [verzoeker] heeft een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3De beoordeling 3.
- Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.
- De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.
- [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 oktober
- De rechtbank wijst het verzoek gedeeltelijk af, omdat uit het verzoekschrift blijkt dat [verzoeker] in de maanden oktober en november 2024 een WW-uitkering ontving en een opleiding volgde, en over de maanden december 2024 tot en met maart 2025 slechts een beperkt deel van de spaarcapaciteit heeft afgedragen. Over de maanden april 2025 tot en met juni 2025 is de maximale spaarcapaciteit afgedragen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de maanden oktober 2024 tot en met maart 2025 niet volledig meetellen bij het bepalen van de eerdere ingangsdatum. De ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling wordt daarom vastgesteld op 18 februari 2025, zijnde zes maanden eerder dan de datum van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. 4De beslissing De rechtbank: 4.
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.
- stelt de termijn van deze regeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf dinsdag 18 februari 2025; 4.
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum van de termijn gedeeltelijk af; 4.
- benoemt tot rechter-commissaris K.J. Haarhuis; 4.
- benoemt tot bewindvoerder [naam 2], [adres 2]; 4.
- geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen te Almelo door mr. R.P. van Eerde, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.