RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2500945:R-RK Vonnis van maandag 18 augustus 2025 op het verzoek van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ; verzoekster, hierna te noemen [verzoekster] , tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1De procedure 1.
- De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 4 augustus 2025, waarbij aanwezig waren: - [verzoekster] ;- [naam 1] (Kredietbank Nederland); - [naam 2] (Gemeente Steenwijkerland). 1.
- De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het verzoek 2.
- [verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. [verzoekster] heeft een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen. 3De beoordeling 3.
- Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.
- De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.
- [verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 maart
- De rechtbank wijst het verzoek af, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat [verzoekster] gedurende het buitengerechtelijke schuldhulpverleningstraject correct heeft afgedragen. Volgens het verzoekschrift heeft [verzoekster] gedurende vijf maanden een bedrag van € 61,-- per maand gespaard voor de schuldeisers. Uit de bankafschriften van de betaalrekening van [verzoekster] , betreffende de periode 3 februari 2025 tot en met 14 mei 2025 die bij het verzoekschrift zijn gevoegd en uit het verhandelde ter zitting, blijkt dat [verzoekster] regelmatig bedragen op haar rekening gestort krijgt van haar ex-partner en incidenteel van haar kinderen. In de periode van 4 februari 2025 tot en met 15 april 2025 betrof het bedrag dat door haar ex-partner is gestort alleen al € 530,--. De heer [naam 1] heeft ter zitting verklaard dat niet is gecontroleerd (door middel van het bestuderen van de bankafschriften) welke extra inkomsten [verzoekster] heeft ontvangen. Deze extra inkomsten zijn ook niet betrokken bij de berekening van de spaarcapaciteit. Op basis van vorenstaande kan de rechtbank niet controleren of [verzoekster] in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject correct heeft afgedragen. Voorts heeft [verzoekster] verklaard dat haar twee jongste meerderjarige kinderen geen betaalde arbeid verrichten of studeren, maar een uitkering ontvangen, terwijl haar oudste dochter, die voorheen een fulltime baan had, thans een Ziektewetuitkering ontvangt. Gelet hierop hadden de meerderjarige kinderen van [verzoekster] in het schuldhulpverleningstraject structureel elke maand kostgeld moeten betalen. Hierdoor zou naar verwachting aanzienlijke spaarcapaciteit zijn ontstaan. 4De beslissing De rechtbank: 4.
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ; 4.
- stelt de termijn van deze regeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf maandag 18 augustus 2025; 4.
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af; 4.
- benoemt tot rechter-commissaris A.E. Zweers; 4.
- benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] , [adres 2] ; 4.
- geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. R.P. van Eerde, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.