← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2026:1178

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 12042898 \ CV EXPL 26-6 Vonnis in kort geding van 4 maart 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. O. Saaliti, tegen [gedaagde] , te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties,- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de verstekverlening tegen [gedaagde] . 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling Vorderingen 2.
  3. Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend. 2.
  4. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. Proceskosten 2.
  5. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 171,20 - griffierecht € 93,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) totaal € 985,20 2.
  6. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  7. verklaart voor recht dat de huurovereenkomst op 12 november 2025 is geëindigd, 3.
  8. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de garagebox nummer [nummer] , onderdeel van het complex [complex] aan de [adres] , te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, 3.
  9. veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] : a. a) € 300,00 aan achterstallige huur tot en met 11 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 13 november 2025 tot de dag van volledige betaling, b) € 150,00 per maand of gedeelte daarvan vanaf 12 november 2026 tot en met de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de eerste dag (de 12e) van de betreffende maand tot de dag van volledige betaling, 3.
  10. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 985,20, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  11. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
  12. verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken door mr. J.B. de Groot op 4 maart 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.