RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/3854 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], hierna: [eiser], en de directie van het CBR, hierna: CBR, (gemachtigde: mr. P.A. Leerentveld). 1Inleiding 1.
- In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van [eiser]. 1.
- De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het CBR. [eiser] is niet tijdig verschenen. 2Beoordeling door de voorzieningenrechter Toetsingskader 2.
- Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Heeft verzoekster het griffierecht tijdig betaald? 2.
- De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 31 december 2025 [eiser] in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 6 januari 2026 om 12:24 uur is bezorgd op een PostNL-punt. 2.
- [eiser] is niet (tijdig) verschenen op de zitting. Vervolgens is [eiser] per e-mail verzocht het griffierecht uiterlijk 16 januari 2026 te betalen. Op haar verzoek is de nota ook per e-mail aan haar verzonden. 2.
- Uit de administratie van de rechtbank is gebleken dat het griffierecht op 19 januari 2026 niet is ontvangen. 2.
- [eiser] heeft het griffierecht dus niet op tijd betaald. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar? 2.
- [eiser] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. 3Conclusie en gevolgen 3.
- Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op: griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit is geregeld in artikel 8:82 van de Awb in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.