Rechtbank Overijssel – ECLI:NL:RBOVE:2026:2077
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08-301075-24 (P) Datum vonnis: 14 april 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .
1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. el Hannouche, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en bondig weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 : in de periode van 12 mei 2024 tot en met 16 oktober 2024 in Deventer via TikTok en/of Facebook met afbeeldingen en/of video’s en/of audiofragmenten heeft opgeruid tot het plegen van (jihadistisch) terroristische misdrijven of het voorbereiden of makkelijker maken daarvan; feit 2: op 16 oktober 2024 in Deventer een airsoftwapen voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: feit 1 hij in de periode van 12 mei 2024 tot en met 16 oktober 2024 te Deventer, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal een afbeelding of geschrift waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, terwijl datgeen waartoe wordt opgeruid terroristische misdrijven dan wel misdrijven ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, heeft verspreid, en/of om te verspreiden in voorraad heeft gehad, terwijl hij wist of ernstig reden had te vermoeden dat in deze afbeeldingen en/of video’s en/of audiovisuele bestanden zodanige opruiing voorkomt, immers heeft verdachte (telkens) een TikTok profiel onder de naam [gebruikersnaam 1] ', [gebruikersnaam 2] en/of een facebook profiel onder de naam [gebruikersnaam 3] beheerd en daar de volgende berichten en/of afbeeldingen en/of video's geplaatst en/of herplaatst die het gedachtegoed verheerlijken van terroristische organisaties IS en Al-Qaida en Sharia4Belgium en welke organisaties de gewapende Jihadstrijd voorstaan, zijnde via TikTok:
Is er een betere beschrijving van het merendeel van de Ummah vandaag de dag? Toen groepen moslims zich inspanden om werkelijke Islamitische legers op te zetten met de bijbehorende statelijke infrastructuren, die ertoe in staat zouden zijn om de moslims, met toestemming van Allah, daadwerkelijk te beschermen tegen exact hetzelfde toppunt in vernedering dat we nu zien in de vorm van de gefilmde verkrachtingen van Palestijnse gevangenen, stonden helaas de meeste moslims op de eerste rij om deze groepen moslims neer te halen, te bekritiseren en zelfs actief tegen te werken vanwege fouten of vermeende fouten. Nu deze groepen moslims grotendeels verdwenen zijn als gevolg van het verraad van het merendeel van de Ummah en hun verzaking, en er in plaats daarvan entiteiten van absoluut kwaad en absoluut ongeloof zijn verschenen, zwijgen ze. Blijkbaar zijn ze enkel gemotiveerd om actief te zijn in het neerhalen van incomplete vormen van goedheid. Het Midden-Oosten is één arena. De gebeurtenissen die zich nu afspelen in Palestina, kunnen zich alleen voordoen vanwege het schild van Arabische verradersstaten die Israël beschermen, en die Arabische verradersstaten kunnen enkel stand houden doordat het merendeel van de Ummah iedere poging van Islamitische groepen om deze verradersstaten neer te halen, tegenwerkt. Met als gevolg: een beschermd Israël dat volledig haar gang kan gaan. Dus houd je tranen maar bij je. (...)” beschreven op pagina’s 132 en 133; feit 2 hij op 16 oktober 2024 te Deventer, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een Glock 17 airgun (airsoftwapen), zijnde een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een vuurwapen Glock 17, voorhanden heeft gehad.
3De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding 3.1.1 De standpunten van partijen De verdediging bepleit dat de dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard, omdat het onder feit 1, zevende gedachtestreepje, ten laste gelegde onvoldoende is geconcretiseerd. De officier van justitie acht dit onderdeel van de dagvaarding in samenhang bezien met het dossier voldoende duidelijk.
3.1.2 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat in het onder feit 1, zevende gedachtestreepje, ten laste gelegde niet is omschreven waaruit de verweten gedragingen feitelijk bestaan. Een concrete omschrijving is naar het oordeel van de rechtbank wel vereist. Omdat uit de tenlastelegging niet kan worden opgemaakt wat opruiend is aan de inhoud van het proces-verbaal waarnaar wordt verwezen, ook niet in samenhang bezien met het dossier, voldoet de dagvaarding in zoverre niet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechtbank verklaart de dagvaarding wat betreft het onder feit 1, zevende gedachtestreepje, ten laste gelegde daarom partieel nietig.
3.2 De overige voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4De bewijsmotivering 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
4.3 Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde Aan verdachte is onder feit 1 ten laste gelegd dat hij in de periode van 12 mei 2024 tot en met 16 oktober 2024 in Deventer via TikTok en/of Facebook met berichten, afbeeldingen en/of video’s heeft opgeruid tot het plegen van (jihadistisch) terroristische misdrijven of het voorbereiden of makkelijker maken daarvan.
De beoordeling In artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en het aanverwante “verspreidingsdelict” zoals beschreven in artikel 132 Sr, is opruiing tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag strafbaar gesteld. Bij artikel 132 Sr gaat het erom dat de dader aan de inhoud van een opruiend geschrift of afbeelding ruchtbaarheid wil geven. Het weegt strafverzwarend als wordt opgeruid tot het plegen van terroristische misdrijven of het voorbereiden of makkelijker maken daarvan. Voor een bewezenverklaring van opruiing moet, zo volgt uit rechtspraak, aan de volgende vier vereisten worden voldaan:
Verdachte heeft op de zitting verklaard dat het TikTok-account [gebruikersnaam 1] ( [gebruikersnaam 2] ) en het Facebook-account [gebruikersnaam 1] van hem zijn, dat hij als enige toegang heeft gehad tot deze accounts en dat hij de ten laste gelegde afbeeldingen, video’s en de audiofragmenten in de ten laste gelegde periode op TikTok en/of Facebook heeft geplaatst, herplaatst, gedeeld en/of geliket. De rechtbank moet beoordelen of de inhoud van deze afbeeldingen, video’s en audiofragmenten direct op indirect opruiend van karakter zijn en daarmee heeft aangezet tot iets ongeoorloofds.
De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de ten laste gelegde afbeeldingen, de video’s en de audiofragmenten vast dat deze afbeeldingen, video’s en audiofragmenten – zowel op zichzelf genomen als in onderling verband en samenhang bezien – geen directe of indirecte oproep(en) of instructie(s) tot het plegen van (jihadistische) terroristische misdrijven of enig ander strafbaar feit bevat(ten). Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat het opruiende karakter ten aanzien van die afbeeldingen, video’s en audiofragmenten ontbreekt. De rechtbank zal verdachte van het onder feit 1 ten laste gelegde vrijspreken.
Ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde Aan verdachte is onder feit 2 ten laste gelegd dat hij op 16 oktober 2024 een airsoftwapen voorhanden heeft gehad.
Op 16 oktober 2024 wordt tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte in [woonplaats] op de slaapkamer van verdachte, bovenin het leggedeelte van de kledingkast, een doosje met de naam “GLOCK 17” aangetroffen. Verbalisant [verbalisant] , een verbalisant die is opgeleid en bevoegd is tot het beoordelen van vuurwapens, is gevraagd om het voorwerp in dat doosje te beschrijven. Hij verklaart op ambtseed dat het voorwerp, een Glock 17 airgun, een airsoftwapen betreft. Voor het bezit hiervan is een lidmaatschap bij één van de twee erkende airsoftverenigingen, NABV of ACA, noodzakelijk. Als een dergelijk lidmaatschap ontbreekt, dan betreft het een wapen dat onder categorie 1, onder 7°, van de Wet wapens en munitie (WWM) valt. Dit houdt in dat het wapen zodanig op een echt vuurwapen lijkt, dat het voor bedreiging en afdreiging geschikt is. Verdachte is geen lid van de genoemde airsoftverenigingen en is ook nooit lid geweest. Verdachte verklaart op de zitting dat het aangetroffen voorwerp van hem is. Hij heeft dit ongeveer zeven jaren geleden aangeschaft en sindsdien in zijn bezit gehad.
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door verbalisant gegeven kwalificatie aan het voorwerp dat verdachte voorhanden heeft gehad. De rechtbank stelt vast dat verdachte een airsoftwapen, een wapen van categorie 1, onder 7°, WWM, voorhanden heeft gehad. Omdat verdachte geen lid is (geweest) van een airsoftvereniging, was het hem niet toegestaan om dat airsoftwapen voorhanden te hebben. Het verweer van de verdediging dat het onder verdachte in beslag genomen voorwerp niet als een airsoftwapen kan worden gekwalificeerd, is hiermee weerlegd. De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen van het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen dat: feit 2 hij op 16 oktober 2024 te Deventer, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een Glock 17 airgun (airsoftwapen), zijnde een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een vuurwapen Glock 17, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 13 en 55 van de WWM. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op: feit 2 het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
6De strafbaarheid van verdachte Ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde Het afwezigheid van alle schuld (AVAS)-verweer De verdediging bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. Ter onderbouwing voert de verdediging aan dat verdachte na eigen onderzoek in de overtuiging verkeerde dat zijn handelen niet strafbaar was en dat hij dus verontschuldigbaar heeft gedwaald.
Voor een geslaagd beroep op dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezen verklaarde moet verdachte hebben gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de hem verweten gedraging. Van een zodanige onbewustheid kan slechts sprake zijn, als verdachte ten tijde van het begaan van het feit in de overtuiging verkeerde dat zijn gedraging geoorloofd was. Relevant hierbij is of verdachte over de strafbaarheid van het voorhanden hebben van het airsoftwapen inlichtingen en/of advies heeft ingewonnen van enige op het terrein van vuurwapens gezaghebbende bron.
De rechtbank stelt vast dat de stelling van de verdediging dat verdachte eigen onderzoek heeft verricht, niet is onderbouwd. Het is niet aannemelijk geworden dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald ten aanzien van de wederrechtelijkheid van zijn handelen. Het verweer van de verdediging wordt daarom verworpen.
Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden waaromverdachte niet strafbaar zou zijn.
7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 164 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast vordert dat officier van justitie dat aan verdachte een taakstraf van 240 uren wordt opgelegd.
7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt te volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf.
7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.
De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft op 16 oktober 2024 een airsoftwapen voorhanden gehad, wat niet is toegestaan. Het ongecontroleerde bezit van een dergelijke wapen vormt een onaanvaardbaar risico en een bedreiging voor de veiligheid van personen in de samenleving.
Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte van 5 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op een rapport van Nuance door Training en Advies (NTA) van 13 februari 2025, een reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 5 maart 2026 en op wat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard.
Verdachte heeft zijn leven naar eigen zeggen op de rit. De strafzaak heeft wel tot gevolg gehad dat hij zijn vorige baan heeft verloren. Inmiddels heeft hij een nieuwe baan gevonden.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf en de hoogte ervan rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd. Doorgaans wordt bij het voorhanden hebben van een airsoftwapen een geldboete opgelegd. De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vijf dagen, met aftrek van het voorarrest.
7.4 De in beslag genomen voorwerpen De officier van justitie vordert dat de in beslag genomen Oppo-telefoon verbeurd wordt verklaard. De verdediging bepleit dat de telefoon aan verdachte moet worden teruggegeven.
Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen Oppo-telefoon (zoals op de beslaglijst is vermeld) niet vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring. Omdat de overige gronden voor inbeslagneming uit artikel 94 Sv niet langer aan de orde zijn en het belang van strafvordering zich dus niet tegen teruggave verzet, gelast de rechtbank de teruggave van de in beslag genomen telefoon aan verdachte.
8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de artikelen 13 en 55 WWM. W 9De beslissing De rechtbank: geldigheid dagvaarding
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.L. Struik, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
Wanneer hierna wordt verwezen naar documenten/dossierpagina’s zijn dit documenten of (de doorgenummerde) pagina’s uit het dossier van de politie-eenheid Oost-Nederland, genaamd Malamute, met onderzoeksnummer ON1R024061, van 15 december 2024. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Het proces-verbaal van bevindingen van 21 oktober 2024, pagina 59.
Het proces-verbaal van bevindingen van 21 oktober 2024, pagina 94.
Het proces-verbaal van bevindingen van 22 oktober 2025, met proces-verbaalnummer 51.
De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 31 maart 2026.