RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/301159 / HA ZA 23-308 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van BREEHORN B.V., te Woudsend, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Breehorn, advocaat: mr. J.W. de Vries, tegen FLYNT YACHTS B.V., te Hengelo, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Flynt Yachts, advocaat: mr. H.J. Ligtenbarg. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 6 augustus 2025; - de akte uitlaten deskundigenbericht van Breehorn; - de akte uitlaten deskundigenbericht van Flynt Yachts; - de akte uitlaten voorschot deskundige van Breehorn; - de akte uitlaten voorschot deskundige van Flynt Yachts; - de akte uitlaten specificatie deskundige van Breehorn. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Samenvatting 2.
- De rechtbank heeft in het tussenvonnis overwogen dat een deskundige zal worden benoemd om een rapport uit te brengen over de door Flynt Yachts gestelde tekortkomingen aan de casco’s. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op de door de rechtbank voorgestelde deskundige, het voorschot en de te stellen vragen. Beide partijen hebben daarop bij akte gereageerd. De rechtbank zal in dit vonnis een deskundige benoemen en de te stellen vragen vaststellen.
- De verdere beoordeling Deskundige 3.
- Omdat partijen na het tussenvonnis van 6 augustus 2025 gezamenlijk de heer [naam] van [bedrijf] hebben aangedragen als deskundige en de deskundige heeft aangegeven bereid te zijn en vrij te staan om een deskundigenrapport uit te brengen, zal de rechtbank in dit vonnis de heer [naam] benoemen als deskundige. 3.
- De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 20.000,- exclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Flynt Yachts heeft geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. Breehorn heeft wel bezwaar gemaakt. Volgens Breehorn is het gevraagde voorschot te hoog en heeft de deskundige te veel tijd begroot voor het inlezen in het dossier en het doen van onderzoek naar het derde casco. De rechtbank zal het door de deskundige begrote voorschot vaststellen omdat de deskundige gemotiveerd heeft hoeveel uren hij per onderdeel verwacht te besteden aan het onderzoek en deze begrote uren de rechtbank – gelet op de omvang van het dossier het te verrichten onderzoek – niet bovenmatig voorkomt. De rechtbank volgt partijen in hun (gezamenlijke) stelling dat het van belang is dat het onderzoek door de deskundige ook zoveel mogelijk wordt verricht binnen het totale aantal begrote uren. Dat is, zoals Flynt Yachts ook opmerkt in haar akte, mede afhankelijk van partijen en het aantal vragen en opmerkingen dat zij hebben op het conceptrapport. 3.
- De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 20.000,- exclusief btw. In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht dat Flynt Yachts het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen. De te stellen vragen 3.
- Beide partijen hebben gereageerd op de door de rechtbank voorgestelde vraagstelling in het tussenvonnis van 6 augustus
- Breehorn vraagt de rechtbank – samengevat – aan de deskundige voor te leggen of er, op de punten waarop een tekortkoming is vastgesteld, desondanks sprake is van goed en deugdelijk werk dat functioneel is. Ook wil Breehorn aan de deskundige voorleggen of een tekortkoming een wezenlijk nadeel oplevert en of herstel mogelijk en noodzakelijk is en wat de kosten daarvan zijn. Breehorn acht het niet noodzakelijk ook onderzoek te doen naar casco
- Flynt Yachts verzoekt de rechtbank – samengevat – alle drie de casco’s te onderzoeken en per tekortkoming de (extra) vragen voor te leggen of de betreffende onderdelen aan de specificaties van de Revisie-C tekeningen voldoen op de punten van het gebruikte materiaal, de opbouw van de laminaatlagen en de diktes/afmetingen. Flynt Yachts vindt het niet nodig dat de deskundige zich in deze fase van het onderzoek uitlaat over de kosten van herstel. 3.
- De rechtbank zal ook een onderzoek naar casco 3 bevelen. Breehorn vordert in conventie namelijk betaling van facturen die, zo begrijpt de rechtbank, zien op de productie van casco
- Flynt Yachts stelt zich in conventie ten aanzien van casco 3 op het standpunt dat Breehorn dat casco nog niet opgeleverd heeft en dat het casco niet voldoet aan de overeenkomst omdat die niet gebouwd is overeenkomstig de Revisie-C tekeningen. Dit baseert Flynt Yachts op de (door haar gestelde) tekortkomingen aan casco 1 en
- Omdat Flynt Yachts dit verweer in conventie voert en casco 3 nog niet heeft kunnen onderzoeken omdat het casco nog niet is opgeleverd, acht de rechtbank het noodzakelijk dat er ook over casco 3 een deskundigenrapport wordt uitgebracht. 3.
- De rechtbank overweegt ten aan zien van de kosten van herstel het volgende. Om te beginnen gaat de rechtbank ervan uit dat, nu de overeenkomst tussen partijen niet ontbonden is, deze nog bestaat. Daaruit vloeit voort dat Flynt Yachts gehouden is de nog openstaande facturen van Breehorn te betalen, indien geen tekortschieten aan de zijde van Breehorn vast komt te staan. Komt dat tekortschieten wel vast te staan dan is Breehorn gehouden alsnog deugdelijk te presteren. De kosten van het herstel komen dan voor rekening van Breehorn en hebben dan ook in zoverre geen betekenis voor de beoordeling van het geschil tussen partijen. Breehorn licht haar verzoek om de deskundige te vragen de herstelkosten te becijferen ook niet toe. Herstel moet dan wel nog mogelijk zijn. Indien dat laatste niet het geval is heeft Flynt Yachts recht op vervangende schadevergoeding (artikel 6:74, tweede lid, BW). Flynt Yachts, die meent dat de casco’s niet meer te gebruiken zijn, vordert in reconventie een schadevergoeding van € 851.000,-, althans € 541.250,13 en verwijst daarbij naar de misgelopen koopprijs van twee Flynt speedboten of anders naar de kosten die zij heeft gemaakt ten behoeve van het leveren en monteren van onderdelen, waaronder de door Breehorn gefactureerde bedragen. Die schadevergoeding bestaat dus niet uit herstelkosten. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de deskundige te vragen de kosten van het herstel van eventuele gebreken te becijferen. 3.
- De rechtbank ziet aanleiding om de vraagstelling als volgt te wijzigen. Inleidende vragen Wat is de status van een laminaatschema in de branche? Schrijft het laminaatschema alleen de minimale dikte en de sterkte van de panelen voor of schrijft het ook maximale diktes en een (maximaal) gewicht voor? Als een laminaatschema ook een gewicht voorschrijft, kan op basis van de Revisie-C tekeningen berekend worden wat het (maximale) gewicht van het te bouwen casco is? Zo ja, wat is dat gewicht? En is dat gewicht voor een cascobouwer kenbaar? Als het gewicht kan worden berekend op basis van de Revisie-C tekeningen, wordt dat gewicht hoger als uitgegaan wordt van de bouw met de handlayup methode? Zo ja, wat is dan het gewicht van het te bouwen casco op basis van de Revisie-C tekeningen als uitgegaan wordt van de handlayup methode? Is dat berekende gewicht een specifiek gewicht of bestaat een marge? Geven de Revisie-C tekeningen weer met welke materialen moet worden gebouwd en hoe de laminaatlagen moeten worden opgebouwd? Schrijven de Revisie-C tekeningen ook diktes en/of afmetingen voor? A. Is het mogelijk om met de handlayup methode casco’s te bouwen met de specificaties en diktes/afmetingen zoals genoemd in de Revisie-C tekeningen? B. Is het mogelijk om op basis van de Revisie-C tekeningen met de handlayup methode een casco te bouwen dat in gewicht niet afwijkt van een casco gebouwd volgens de vacuüminjectie methode? Vragen per gestelde tekortkoming Tekortkoming I
- Kan worden vastgesteld wat het gewicht van casco 1 was op het moment dat het casco door Breehorn aan Flynt Yachts werd geleverd? Zo ja, wat was dat gewicht? Tekortkoming III
- Zou de door Flynt Yachts afgebouwde boot met de voorgeschreven motoren een snelheid van 90 km per uur moeten kunnen halen?
- Kan de door Flynt Yachts afgebouwde boot deze snelheid halen?
- Zo niet, ligt dat aan de wijze waarop het casco is gebouwd of aan latere toevoegingen en/of verkeerde specificaties in de Revisie-C tekeningen?
- Als het aan het casco ligt, in welke mate zorgt het casco ervoor dat de snelheid niet kan worden gehaald? Zijn er ook andere oorzaken? Tekortkoming IV
- A. Heeft Breehorn casco’s 1, 2 en 3 gelamineerd zoals verwacht had mogen worden op basis van de Revisie-C tekeningen? Kunt u in uw antwoord op de vraag betrekken of het juiste percentage hars is gebruikt en of er luchtblazen zijn of kunnen ontstaan en zo ja, of die zijn ontstaan door onzorgvuldig lamineren? B. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming V
- Het zwemplatform is bij casco 2 in afwijking van de Revisie-C tekeningen niet met epoxyschuim gevuld. Is er desondanks sprake van deugdelijk werk? Is het mogelijk het zwemplatform alsnog te vullen met epoxyschuim? Tekortkoming VI
- A. Heeft Breehorn bij casco 2 te veel lijm en hars gebruikt en heeft zij onnodig een hoek uitgevuld met hars? B. Heeft Breehorn de luchtinlaat achterzijde van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? C. Zo nee, kwalificeert het dan alsnog als goed en deugdelijk uitgevoerd werk? D. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming VII
- Heeft de wijze waarop de motorfundatie van casco 1 is hersteld gevolgen voor de vaareigenschappen van de boot, zoals het niet of minder goed in planee komen?
- Kan de tekortkoming in de motorfundatie van casco 2 en 3 hersteld worden? En zo ja, wat zijn de kosten daarvan? Tekortkoming VIII en IX
- A. Zijn de verbindingslaminaten van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming X
- A. Is de luchtinlaat van de machinekamer van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? Kunt u in uw antwoord op de vraag betrekken of er bij casco 2 een dekkende coating is aangebracht en of het schot ten onrechte niet aan beide zijden gelamineerd is? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XI
- A. Is de spiegel van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XII
- A. Is de bodem van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XIII
- A. Is het toegangsluik van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XIV
- A. Is de dikte van de flens van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XV
- A. De dek-rompverbinding ter plaatse van de kikkers is bij casco 2 niet conform de Revisie-C tekeningen gebouwd omdat er extra verstevigingen zijn aangebracht. Is het mogelijk en wenselijk de aangebrachte verstevigingen te verwijderen? B. Zijn de dek-rompverbindingen ter plaatse van de kikkers bij casco’s 1 en 3 conform de Revisie-C tekeningen gebouwd? Tekortkoming XVI
- De ruimte rondom het ankerbakluik is bij casco 2, in afwijking van de Revisie-C tekeningen, uitgevuld. Met welk materiaal is de ruimte uitgevuld? Is het mogelijk en wenselijk om dit te herstellen? B. Is de ruimte rondom het ankerbakluik bij casco’s 1 en 3 ook, in afwijking van de Revisie-C tekeningen, uitgevuld? Tekortkoming XVII
- A. Is het voordekluik van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk? C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XVIII
- A. Is de boeg van respectievelijk casco 1, 2 en 3 uitgevoerd met de materialen, de opbouw van de laminaatlagen en diktes/afmetingen zoals op basis van de Revisie-C tekeningen met gebruikmaking van de handlayup methode verwacht had mogen worden? B. Zo niet, wat zijn de gevolgen daarvan voor het casco? En kwalificeert het alsnog als goed en deugdelijk werk?C. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Tekortkoming XIX
- A. Is de coating bij respectievelijk casco 1, 2 en 3 overal dekkend aangebracht? Indien dat niet het geval is, wat zijn de gevolgen daarvan? B. Indien er sprake is van een gebrek, kan dat gebrek hersteld worden? Slotvraag
- Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? Vervolg 3.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De rechtbank in conventie en reconventie 4.
- beveelt een onderzoek door een deskundige, waarbij de hiervoor onder 3.
- vermelde vragen aan de deskundige ter beantwoording voorgelegd worden. 4.
- benoemt tot deskundige: [naam], verbonden aan [bedrijf] B.V., correspondentieadres: [adres], telefoon: [telefoonnummer], e-mailadres: [e-mailadres] , 4.
- bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden, het voorschot 4.
- stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 20.000,00 (exclusief btw), 4.
- bepaalt dat Flynt Yachts het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak, 4.
- draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot, het onderzoek 4.
- bepaalt dat Flynt Yachts het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen, 4.
- bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 4.
- wijst de deskundige erop dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl), - de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot, - de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, - de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, - de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, - als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 4.
- bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten, het schriftelijk rapport 4.
- draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 4.
- wijst de deskundige erop dat: - uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 4.
- bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 4.
- bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 24 juni 2026, 4.
- draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen: - als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of - na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht op een termijn van vier weken, 4.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.