← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2026:289

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11987410 \ CV EXPL 25-3503 Vonnis in kort geding van 22 januari 2026 in de zaak van BODDENKAMP VASTGOED B.V., te Hengelo, eisende partij, hierna te noemen: Boddenkamp, gemachtigde: mr. T. Boitelle, tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de verstekverlening tegen [gedaagde]. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
  3. Boddenkamp vordert samengevat: ontruiming van het perceel aan de [adres] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, betaling van € 22.642,89 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 19.895,43 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling, betaling van de huurpenningen van € 5.416,36 per maand (of deel daarvan) ná december 2025 tot aan de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente, veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 2.
  4. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Boddenkamp, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Boddenkamp, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Boddenkamp in de kosten van deze procedure. 3De beoordeling 3.
  5. Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend. 3.
  6. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. Proceskosten 3.
  7. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Boddenkamp worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) totaal € 2.258,40 4De beslissing De kantonrechter 4.
  8. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het perceel aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Boddenkamp zijn, en de sleutels af te geven aan Boddenkamp, 4.
  9. veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Boddenkamp: a. a) € 22.642,89, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 19.895,43 vanaf 4 december 2025 tot de dag van volledige betaling, b) € 5.416,36 per maand vanaf 1 januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de eerste dag van de desbetreffende huurperiode tot de dag van volledige betaling, 4.
  10. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.258,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
  11. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door mr. A.M.S. Kuipers op 22 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.