← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2026:728

RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/343388 / HA ZA 26-8 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van HANOS HENGELO B.V., te Apeldoorn, eisende partij, hierna te noemen: Hanos, advocaat: mr. J.W. Hilhorst, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf], te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Waar gaat de zaak over? 2.
  3. Hanos vordert van [gedaagde] betaling van de hoofdsom van € 31.508,26, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en betaling van de proceskosten. Hanos exploiteert een groothandel in voedings- en genotsmiddelen. [gedaagde] exploiteert onder andere een restaurant. Hanos heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] diverse horecaproducten geleverd. Hanos heeft hiervoor diverse facturen aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] laat deze facturen, ondanks aanmaning, onbetaald en daarom is Hanos deze procedure gestart. 3De beoordeling 3.
  4. Hanos heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 3.
  5. De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 3.
  6. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hanos worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 123,73 - griffierecht € 3.083,00 - salaris advocaat € 836,00 (1 punt × € 836,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.231,73 4De beslissing De rechtbank 4.
  7. veroordeelt [gedaagde] om aan Hanos te betalen een bedrag van € 33.481,49 (aan hoofdsom € 31.508,26 + aan wettelijke handelsrente tot 11 december € 883,15 + aan buitengerechtelijke incassokosten € 1.090,08), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 31.508,26 vanaf 11 december 2025 tot de dag van volledige betaling, 4.
  8. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.231,73, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening, indien Moussa niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt 4.
  9. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.