← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2026:779

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1634 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van het college van gedeputeerde staten van Overijssel, opposant tegen de uitspraak van de rechtbank van 31 oktober 2025 in het geding tussen [geopposeerde] , uit [woonplaats], geopposeerde, en het college van gedeputeerde staten van Overijssel. Inleiding

  1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 31 oktober 2025 waarin de rechtbank het beroep kennelijk gegrond heeft verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit heeft vernietigd en verweerder is opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het verzoek bekend te maken. 1.
  2. Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 31 oktober 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep kennelijk gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
  4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het verzet van opposant
  5. Op 18 mei 2025 heeft geopposeerde een Woo-verzoek ingediend bij opposant. Opposant heeft op dit Woo-verzoek geen tijdig besluit genomen. Geopposeerde heeft op 13 juni 2025 een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Volgens opposant is er weliswaar nadat beroep is ingesteld, maar voordat de uitspraak is gedaan, een besluit genomen en wel op 15 augustus
  6. Opposant heeft dit besluit op 27 november 2025 aan de rechtbank toegezonden. Het verweer van geopposeerde
  7. Volgens geopposeerde heeft zij op 18 augustus 2025 aan de rechtbank meegedeeld dat zij een besluit van opposant van 11 augustus 2025 had ontvangen. Geopposeerde stelt dat het kennelijk niet doorsturen van het besluit door opposant een gebrek aan zorgvuldigheid bij opposant onderstreept. Geopposeerde stelt zich daarnaast op het standpunt dat het besluit van 11 augustus 2025 grotendeels bestaat uit reeds eerder gepubliceerde documenten en stukken die niet of nauwelijks relevant zijn voor het verzoek van geopposeerde. Geopposeerde verzoekt het verzet ongegrond te verklaren. De uitspraak van 31 oktober 2025
  8. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond geacht. Het gaat er in deze verzetzaak dus om of buiten redelijke twijfel stond dat het beroep gegrond is. In de uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat opposant geen besluit genomen heeft en dat de beslistermijn is verstreken. Is er alsnog een besluit genomen op de aanvraag van 18 april 2025?
  9. Uit de gedingstukken blijkt echter dat geopposeerde op 18 augustus 2025 aan de rechtbank heeft meegedeeld dat opposant op 1 augustus 2025 alsnog een besluit heeft genomen en dat zij dit besluit op 15 augustus 2025 per e-mail heeft ontvangen. Daarbij is vermeld dat zij tegen dit besluit bezwaar zal maken. Dit heeft de rechtbank niet onderkend. De rechtbank heeft op 25 november 2025 aan opposant verzocht het besluit van 15 augustus 2025 alsnog aan de rechtbank te sturen. Hieraan is voldaan. De rechtbank heeft het besluit van 11 augustus 2025 op 27 november 2025 ontvangen. De rechtbank heeft dus ten onrechte buiten redelijke twijfel geacht dat het beroep gegrond is. De verzetsgrond slaagt. Conclusie en gevolgen
  10. Uit de beoordeling van de grond van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 31 oktober 2025 ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, gegrond was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat die uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van mr.S. Oosterhaar, griffier. Uitgesproken in het openbaar op: griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Met geopposeerde wordt bedoeld de partij die geen verzetschrift heeft ingediend. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.