RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/341788 / HA ZA 25-425 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van BMN BOUWMATERIALEN B.V., te Nieuwegein, eisende partij, hierna te noemen: BMN, advocaat: mr. J.W. Hilhorst, tegen BOUWBEDRIJF MAXDOM B.V., te Hengelo, gedaagde partij, hierna te noemen: Maxdom, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 januari 2026; - de akte van BMN van 21 januari
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- De rechtbank heeft bij haar tussenvonnis van 7 januari 2026 BMN in de gelegenheid gesteld om alle op de vordering van toepassing zijnde facturen in het geding te brengen. BMN heeft bij haar akte van 21 januari 2026 een rekeningoverzicht met daarop de openstaande facturen alsmede alle facturen die daarop staan vermeld, overgelegd. 2.
- BMN heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
- De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen met inachtneming van het navolgende. 2.
- BMN vordert Maxdom te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 422,19 voor kosten deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 1.214,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 1.214,00), totaal € 2.350,
- 2.
- Maxdom is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BMN worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 2.281,00 (€ 2.995,00 - € 714,00 beslag) - salaris advocaat € 1.290,00 (1 punt × € 1.290,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.879,40 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt Maxdom om aan BMN te betalen een bedrag van € 60.335,75 (aan hoofdsom € 56.222,31 + aan wettelijke handelsrente tot 4 november 2024 € 2.776,22 + aan buitengerechtelijke incassokosten € 1.337,22), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 56.222,31 vanaf 4 november 2025 tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt Maxdom in de beslagkosten, vastgesteld op € 2.350,19, 3.
- veroordeelt Maxdom in de proceskosten van € 3.879,40, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening, indien Maxdom niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 (ak)