ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROERMOND enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken UITSPRAAK Procedurenr.: 99 / 1181 CSV K1 Inzake : [Naam V.O.F.] te [Woonplaats], eiseres, tegen : het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), vertegenwoordigd door de uitvoeringsinstelling GAK Nederland bv te Amsterdam, verweerder. Datum en aanduiding van het bestreden besluit: de brief d.d. 10 november 1999, kenmerk: ARA/pbz/mvo Wg.026‑115.872.3501‑01 P... I ontstaan en loop van het geding. Bij brief d.d. 5 juli 1999 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen correctienota's d.d. 28 mei 1999 over de premiejaren 1994 tot en met 1997 alsmede tegen de boetenota's d.d. 2 juni 1999 over voornoemde jaren. Bij beslissing van 10 november 1999 heeft verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en gedeeltelijk ongegrond. Tegen die beslissing is beroep ingesteld. De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden stukken en het verweerschrift zijn in afschrift aan de gemachtigde van eiser toegezonden. De tijdens de loop van het geding aan het dossier toegevoegde stukken zijn aan partijen gezonden. Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 11 april 2000 alwaar zijn verschenen namens eiseres de heer [naam vennoot], vennoot, bijgestaan door de gemachtigde mr W.K.J. van Santen en namens verweerder mr. R. Niehof. Tevens is gehoord als getuige [naam getuige]. II OVERWEGINGEN Door verweerder zijn correcties en boetes opgelegd omdat tijdens een looncontrole door verweerder is geconstateerd dat er loonbetalingen aan niet nader geïdentificeerde personen buiten de loonadministratie zijn gebleven. Het betreft betalingen die zijn gedaan aan personen die voor eiseres werkzaam moeten zijn geweest in verband met het draaiend houden van de door eiseres geëxploiteerde attracties. Verweerder heeft daaromtrent het navolgende aangevoerd: "Binnen uw onderneming worden kermisattracties geëxploiteerd. De looninspecteur heeft tijdens een looncontrole geconstateerd dat u niet volledig opgave heeft gedaan van het door uw werknemers genoten loon. De looninspecteur kwam tot zijn conclusie aan de hand van een schatting van het aantal personen dat voor u werkzaam moet zijn geweest in verband met het draaiend houden van de door u geëxploiteerde attracties. Volgens de conclusies uit het looncontrolerapport moeten de volgende aantallen personen voor u werkzaam zijn geweest. Hierbij wordt overigens reeds rekening gehouden met het feit dat er drie (in 1997 vier) van uw familieleden binnen uw onderneming werkzaam zijn geweest. Voor deze personen is geen verzekeringsplicht aangenomen en zijn derhalve niet begrepen in onderstaande aantallen. In 1994 10 personen In 1995 10 personen In 1996 8 personen In 1997 3 personen Ten aanzien van het hierboven genoemde aantal personen zijn de door u bestreden premiecorrecties opgelegd. Bij het opleggen van de correcties is er van uit gegaan dat deze personen het minimumloon hebben genoten en per jaar gedurende zeven maanden werkzaam zijn geweest. Naar aanleiding van uw bezwaren zal het Lisv hieronder beoordelen of de uit het looncontrolerapport naar voren gekomen loonbedragen als juist dienen te worden beschouwd. Op basis van de jaarrekeningen heeft de looninspecteur geconcludeerd dat u de volgende attracties heeft geëxploiteerd: In 1994: 1 Autoscooter en 5 Cranes In 1995: 1 Autoscooter en 5 Cranes In 1996: 1 Autoscooter en 4 Cranes In 1997: 1 Autoscooter en 2 Cranes. De looninspecteur heeft geconstateerd dat bovengenoemde aantallen attracties in de jaarrekeningen van uw onderneming over bovengenoemde jaren als activa genoteerd staan. De attracties waren derhalve in genoemde jaren actieve, niet afgeschreven bezittingen van uw onderneming. Het Lisv acht het derhalve zeer aannemelijk dat u de hierboven genoemde aantallen attracties in de genoemde jaren op kermissen heeft geëxploiteerd. Bij uw brief d.d. 5 augustus 1999 heeft u een overzicht gevoegd van de attracties welke u in 1997 heeft geëxploiteerd. Uit dit overzicht komt naar voren dat u in 1997 één autoscooter en één Crane heeft gebruikt. Ter hoorzitting heeft u nog eens bevestigd dat u slechts één autoscooter en één Crane exploiteert. U verwijt de looninspecteur dat hij met betrekking tot zijn conclusies en berekeningen voorbijgaat aan de realiteit. Het Lisv merkt hierover het volgende op. Uit het looncontrolerapport blijkt dat de looninspecteur u in verband met het berekenen van de premiecorrecties heeft verzocht om aan te geven op welke kermissen en met welke attracties u werkzaam bent geweest. U heeft geweigerd deze informatie te verschaffen. U heeft blijkens het looncontrolerapport eveneens geweigerd om een routeplanning voor het jaar 1999 te verstrekken. Pas nadat de correctienota's waren opgelegd heeft u een overzicht van de door u geëxploiteerde attracties overgelegd. Het Lisv is van mening dat u door te weigeren de gevraagde informatie te verschaffen het risico heeft aanvaard dat de looninspecteur, geplaatst voor de noodzaak de wettelijke regels toe te passen zonder te beschikken over exacte en betrouwbare gegevens, de premies bij benadering vaststelt aan de hand van een zo nauwkeurig mogelijke schatting. Het is bovendien vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat de uitvoeringsinstelling een reële schatting mag maken, indien een werkgever een ondeugdelijke administratie voert. Zie hiervoor onder andere CRvB d.d. 8 juli 1999(RSV 1999,249). Het Lisv merkt voorts op dat de looninspecteur geen waarneming ter plaatse kon uitvoeren, aangezien u weigerde aan te geven op welke kermissen u aanwezig zou zijn. Gezien het bovenstaande bestaat er naar het oordeel van het Lisv geen aanleiding om terug te komen op het aantal geëxploiteerde attracties, zoals die in het looncontrolerapport genoemd worden. Voorts is er door de uitvoeringsinstelling van uit gegaan dat voor de autoscooters drie personen nodig zijn om deze attractie draaiend te houden en dat er per Crane twee personen nodig zijn. U heeft in de bezwaarfase niet bestreden dat er drie personen voor nodig zijn om de autoscooters draaiend te houden. Met betrekking tot de Cranes heeft u gesteld dat er doorgaans slechts één persoon voor nodig is om deze attractie te bedienen. Slechts indien het druk is, zou er een tweede persoon nodig zijn. Het Lisv acht het, gezien de grootte van de trailer en de hoeveelheid grijpautomaten, zeer aannemelijk dat er gemiddeld twee personen voor nodig zijn om deze attractie te exploiteren. U stelt dat u lokale schooljeugd heeft ingezet om bij de autoscooters behulpzaam te zijn. Deze losse hulpen krijgen volgens u in ruil voor hun inspanningen penningen, die zij kunnen gebruiken om ritjes te maken in de autoscooters. Uit uw loonadministratie is niet gebleken dat u penningen heeft verstrekt aan losse hulpen. Volgens het Lisv zou u de verstrekte penningen als loon in natura dienen te verantwoorden. Nu hiervan niets is gebleken, heeft de looninspecteur, voor wat betreft de berekening van de beloning van de losse hulpen, terecht het minimumloon gehanteerd. Gezien het bovenstaande acht het Lisv de door de uitvoeringsinstelling berekende bedragen aan zwart loon zeer reëel. De correcties worden derhalve gehandhaafd, voor zover het de loonbetalingen aan losse hulpen betreft. Met betrekking tot de boetenota's heeft het Lisv het volgende overwogen. Ingevole artikel 10 CSV is een werkgever verplicht aan het Lisv opgave te doen van het door de werknemers genoten loon. Wanneer een werkgever niet voldoet aan deze verplichting stelt het Lisv op grond van artikel 12 CSV ambtshalve de premie vast en legt volgens het tweede lid van dat artikel een boete op. Deze boete bedraagt in beginsel 100% van de ambtshalve vastgestelde premie. Deze boete kan echter ingevolge de regels van het Besluit Administratieve Boeten Coördinatiewet (ABC-besluit) gedeeltelijk worden kwijtgescholden aan de hand van de vragen of er sprake is van een eerste, tweede of derde verzuim, en of er sprake is van opzet of grove schuld van de werkgever. Gelet op het voorgaande is vast komen te staan dat u ten onrechte geen opgave heeft gedaan van de loonbetalingen aan losse hulpkrachten over de jaren 1994 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.