RECHTBANK ROERMOND enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken UITSPRAAK Procedurenr. : 03/332 WW44 K1 Inzake : A hodn A Vastgoed BV, wonende te B, eiseres, tegen : Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haelen, gevestigd te Haelen, verweerder. Datum en aanduiding van het bestreden besluit: de brief d.d. 3 februari 2003, Datum van behandeling ter zitting: 10 september 2003 I. PROCESVERLOOP Bij besluit van 4 juli 2002 heeft verweerder aan A Vastgoed BV i.o. te B vergunning verleend voor het veranderen van een winkelgebouw aan de […]hof 1 en 3 te C. Tegen dat besluit is namens belanghebbenden bezwaar gemaakt. De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden stukken en het verweerschrift zijn in afschrift aan de gemachtigde van eiseres gezonden. Het beroep is behandeld ter terechtzitting van 10 september 2003. Namens eiseres is verschenen A en heeft het woord gevoerd mr. T.J.H.M. Linssen. Ook namens T en Lings Court Arabians BV, namens wie verder niemand is verschenen, heeft mr. Linssen het woord gevoerd. Namens verweerder is verschenen en heeft het woord gevoerd mr. M.H.P. Lucassen. Als belanghebbende is verschenen U en heeft het woord gevoerd mr. R.C. van Wamel. Ook namens Laurus NV en V Pensioen BV, heeft mr. Van Wamel het woord gevoerd. Namens Laurus NV is verschenen mr. A.P. Corstjens. Namens V Pensioen BV is niemand verschenen. Voorts zijn als belanghebbenden verschenen W, X, Y en Z. Z is niet verschenen. Namens laatstgenoemde twee belanghebbenden heeft het woord gevoerd mr. E.H.M.T. Versteegen. II. OVERWEGINGEN. Alvorens over te gaan tot een inhoudelijke beschouwing omtrent de zaak overweegt de rechtbank met betrekking tot de partijen in het geding het volgende. Ter zitting is verklaard dat Laurus NV leverancier is van de door belanghebbende U geëxploiteerde winkel alsmede het pand waarin deze winkel is gehuisvest aan belanghebbende verhuurt. V Pensioen BV is eigenaar van het pand, en verhuurt het aan Laurus NV. Om in de onderhavige procedure als belanghebbende te kunnen worden beschouwd dient er sprake te zijn van een rechtstreeks bij het besluit tot herroeping van de bouwvergunning betrokken belang. Dit betekent dat er een direct en onmiddellijk verband moet bestaan tussen het betrokken belang en het besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is van een zodanig verband geen sprake in het geval van Laurus NV en V Pensioen BV. Hun uitsluitend contractuele relatie tot de rechtstreekse concurrent van eiseres moet worden gezien als een afgeleid, middellijk belang, en is als zodanig onvoldoende om hen als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb aan te kunnen merken. De rechtbank merkt hen dan ook niet langer als partij aan. feiten Bij besluit van 4 juli 2002 is een bouwvergunning verleend voor het veranderen van een winkelpand op het perceel plaatselijk bekend als […]hof 1 en 3 te C, onder intrekking van een eerder op 13 juni 2002 verleende bouwvergunning. Het tegen die ingetrokken bouwvergunning gerichte bezwaar is bij schrijven van 1 augustus 2002 namens belanghebbenden aangevuld, onder de mededeling dat dat bezwaarschrift geacht wordt ook gericht te zijn tegen het besluit van 4 juli 2002. Tevens is verzocht om een voorlopige voorziening, welk verzoek is behandeld op de zitting van 2 augustus 2002. Naar aanleiding hiervan is het aangevochten besluit geschorst. Op 3 februari 2003 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en het besluit waarbij de bouwvergunning is verleend vernietigd en alsnog geweigerd de gevraagde vergunning te verlenen vanwege strijd met het bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan "Kern Haelen-Nunhem". beoordeling In haar beroepschrift heeft eiseres er bezwaar tegen gemaakt dat verweerder in het bestreden besluit spreekt van vernietiging van het besluit waarbij de bouwvergunning is verleend, terwijl daar sprake zou dienen te zijn van herroeping. De rechtbank passeert die grief aangezien de gebruikte terminologie eiseres blijkens het dossier en het verhandelde ter zitting niet heeft benadeeld. De rechtbank zal thans overgaan tot een inhoudelijke bespreking van de zaak. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de beoogde supermarkt met een bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) van 1400 m2 al dan niet in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan "Kern Haelen-Nunhem". Ingevolge plankaart en renvooi van dat bestemmingsplan heeft het onderhavige gebied de bestemming "Centrumgebied" (C); het perceel waarop het bouwplan is geprojecteerd is gelegen in die bestemming en daarin specifiek aangeduid met de bestemming "Detailhandel in meubels en woninginrichting" D(m-w). Artikel 4 "Centrumgebied (C)", lid I ("Doeleindenomschrijving") onder 1 luidt als volgt: "De op de plankaart als Centrumgebied (C) opgenomen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. detailhandel; c. publieksverzorgende functies; d. horecadoeleinden, met uitzondering van erotisch getinte horeca; e. openbare nutsdoeleinden; f. verkeers- en parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. detailhandel in meubels en woninginrichtingsartikelen voor zover de gronden daartoe met "D(m-w)" nader zijn aangeduid." Volgens artikel 4, lid II "Beschrijving in hoofdlijnen" worden de in voormeld lid I omschreven doeleinden nagestreefd door het mogelijk maken van optimale uitwisselingen van de in lid I vermelde functies. Teneinde een onevenredige aantasting van de heersende woonfunctie te voorkomen is het aantal toegestane detailhandelvestigingen gemaximeerd, en tevens gelden op grond van de Bebouwingsregels van lid III gemaximeerde bedrijfsvloeroppervlaktes voor nieuwe detailhandelvestigingen en gemaximeerde uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande vestigingen. Uitbreiding van de bestaande detailhandelvestiging in meubels- en woninginrichtingsartikelen is daarbij niet toegestaan; wel is na binnenplanse vrijstelling uitbreiding hiervan met maximaal 250 m2 mogelijk, mits de bedrijfseconomische dan wel andere bedrijfsomstandigheden zulks wettigen. Met betrekking tot het onderhavige perceel is op blz. 23 van de Plantoelichting nog het volgende vermeld: "Bepaalde binnen de bestemming Centrumgebied gelegen gronden worden op de plankaart aangegeven als detailhandel in meubels en woninginrichting D(m-w). De hier voorkomende functie is van een bovenlokaal karakter.Teneinde de bestaande functie vast te leggen en te voorkomen dat deze functie verder uitgroeit boven het lokale verzorgingsniveau van de kern Haelen wordt het wenselijk geacht deze binnen de centrumbestemming specifiek aan te duiden." Voorts bepaalt de Plantoelichting onder meer: “Voorgestaan beleid binnen de bestemming Centrumgebied Binnen het centrumgebied wordt gestreefd naar een optimale uitwisseling van centrumfuncties. Dit wordt bereikt via een mengbestemming ‘Centrumgebied’. Dit betekent dat omzetting van woonfuncties, detailhandel, horeca en publieksverzorgende functies direct mogelijk is. […]” Ofschoon het uitgangspunt van inwisselbaarheid van functies in de richting ervan zou wijzen, dat de thans beoogde supermarkt zonder meer in de plaats van de meubelhandel zou kunnen komen, strookt die opvatting weer niet met de in het bestemmingsplan gebezigde methodiek om telkens de bestemming voor de meubelhandel specifiek aan te duiden. Met die specifieke aanduiding is blijkens voormeld citaat uit de Plantoelichting kennelijk beoogd een consoliderend effect te bewerkstelligen voor de bestaande meubelhandel. De vraag dringt zich dan ook op of het uitgangspunt van de inwisselbaarheid van functies ook van toepassing is indien, zoals in dit geval, de specifiek bestemde meubelhandel (met een b.v.o. van 1580 m2) is opgehouden te bestaan en daarvoor een supermarkt met een b.v.o van 1400 m2 in de plaats komt, daarbij ervan uitgaand dat aan het onderscheid tussen een meubelhandel en een supermarkt planologische betekenis niet kan worden ontzegd. In het verlengde hiervan doet zich de vraag voor of de vestiging van een supermarkt ter plekke niet beschouwd zou moeten worden als een nieuwvestiging, met de daarvoor geldende eisen qua maximale bedrijfsvloeroppervlakte. Uit de Plantoelichting leidt de rechtbank af dat uitwisseling van de functie D(m-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.