RECHTBANK ROERMOND Parketnummer : 04/864069-05 uitspraak d.d. : 5 oktober 2006 TEGENSPRAAK VONNIS van de economische politierechter te Roermond, in de zaak tegen: naam : [verdachte] BV adres : [straatnaam] plaats : [vestigingsplaats] 1. Het onderzoek van de zaak. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 september 2006. 2. De tenlastelegging. De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat: zij op of omstreeks 14 maart 2005 in de gemeente Venlo, althans in het arrondissement Roermond, in elk geval binnen het grondgebied van de Europese Gemeenschap, een handeling heeft verricht als bedoeld in artikel 26, eerste lid van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen, immers heeft zij afvalstoffen, te weten kunststof schalen van schakelaars zonder metalen delen, schakelaars met metalen delen, losse metalen delen en/of complete schakelaars, overgebracht van Zwitserland naar Nederland, terwijl die overbrenging geschiedde zonder kennisgeving aan en/of (schriftelijke) toestemming van alle/de betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomstig genoemde verordening; art 10.60 Wet milieubeheer juncto art 26 EVOA Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de politierechter verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad. 3. De geldigheid van de dagvaarding. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is. 4. De bevoegdheid van de politierechter. Krachtens de wettelijke bepalingen is de politierechter bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen. 5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen. 6. Schorsing der vervolging. Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken. 7. Bewezenverklaring. Namens verdachte is aangevoerd dat de onderhavige stoffen niet als mengsel gezien moeten worden, doch dat sprake is van "Kupfer mit Anhaftung" (schakelaars). Het materiaal is bij verlading en/ of tijdens het transport (deels) in onderdelen uiteen gevallen. Het blijft hetzelfde materiaal. De vraag is dan of je dan moet spreken van een mengsel. Het materiaal is niet belastend voor het milieu en wordt in het bedrijf van verdachte gerecycled. Overigens betreffen beide te onderscheiden onderdelen groene lijststoffen. De officier van justitie stelt niet zeker te zijn of in dit geval wel kan worden gesproken van een mengsel, aangezien het hier gaat om materiaal dat oorspronkelijk bijeen hoort. Voorts acht de officier van justitie het aannemelijk dat verdachte het materiaal zo heeft gekocht. Gelet hierop vordert hij dat verdachte zal worden vrijgesproken. Subsidiair, voor het geval de rechter wel uitgaat van een mengsel, geeft de officier van justitie de rechter in overweging de behandeling van deze zaak aan te houden totdat de uitspraak van het Hof van Justitie bekend is. Bij uitspraak van 8 juni 2005 heeft de rechtbank Rotterdam prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over of in geval van een mengsel van groene lijststoffen, het regime van de groene dan wel van de rode lijststof dient te gelden. De economische politierechter overweegt ten aanzien hiervan als volgt. In artikel 1, eerste lid, van de Verordening EEG nr. 259/93 van 1 februari 1993 betreffende Toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese gemeenschap (hierna; de EVOA), is bepaald dat de verordening van toepassing is op de overbrenging van afvalstoffen, binnen, naar en uit de Gemeenschap. In artikel 1, derde lid, van de EVOA is, voor zover hier relevant, bepaald, dat het overbrengen van afvalstoffen, die alleen bestemd zijn voor nuttige toepassing en in bijlage II worden genoemd, niet onder de bepalingen van deze verordening vallen. De rechter overweegt dat de term "nuttige toepassing" in de EVOA in de bredere betekenis wordt gebezigd van "recycling". Bijlage II is de groene lijst van afvalstoffen (hierna; de groene lijst). De rechter overweegt dat de kleur groen aangeeft dat in principe de kleinste milieubelasting bestaat bij recycling van de in deze lijst opgenomen afvalstoffen. Artikel 10 van de EVOA bepaalt onder meer dat de overbrenging van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die, voor zover hier relevant, nog niet in bijlage II zijn opgenomen, onderworpen is aan dezelfde procedures als in de artikelen 6 tot en met 8 van de EVOA zijn vermeld. Artikel 11 van de EVOA tenslotte geeft aan welke informatie de houder van de afvalstoffen voorhanden dient te hebben bij de overbrenging van de in de groene lijst genoemde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen. Het materiaal dat op 14 maart 2005 Nederland werd ingevoerd bestond volgens het proces-verbaal van verbalisanten uit: - kunststof schalen (omhulsels) van schakelaars, zonder metalen (koperen) delen; - delen van schakelaars met metalen delen; - losse metalen delen; - complete schakelaars. In het proces-verbaal wordt voorts gerelateerd dat de kunststofonderdelen die in de vracht werden aangetroffen, vallen onder categorie GH 010 van de groene lijst van de EVOA en dat het overige afval van de elektrische schakelaars dat in de vracht werd aangetroffen, valt onder categorie GC 020 van de groene lijst. De rechter overweegt dat de vracht feitelijk bestond uit een mengsel van niet meer voor het eigenlijke doel geschikte schakelaars (afval), die deels uit kunststof en deels uit metalen onderdelen bestonden - en daarmee op zichzelf al als een samenstel van twee groene lijststoffen kunnen worden beschouwd -, alsmede uit afzonderlijke kunststof en metalen onderdelen van de bedoelde schakelaars. De rechter constateert dat de afzonderlijke onderdelen van het geheel zijn opgenomen als afvalstof in de groene lijst van de EVOA onder de hiervoor al vermelde codes. Ook constateert de rechter dat de combinatie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.