RECHTBANK ROERMOND Sector kanton Zaaknummer: 261956 \ CV EXPL 09-6570 Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 27 april 2010 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lindorff Purchase B.V., gevestigd te Zwolle, eiseres, gemachtigde: Vaessen & Kerckhoffs Gerechtsdeurw., tegen: [gedaagde], wonende te [woonplaats] aan de [adres], gedaagde, gemachtigde: A.J.G. Lemmen. 1. Het verloop van de procedure 1.1. Dit blijkt uit het navolgende: - de inleidende dagvaarding; - het tussenvonnis van 12 januari 2010 waarin opgenomen het antwoord van gedaagde; - de conclusie van repliek met producties; - de conclusie van dupliek met productie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De vaststaande feiten 2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan: Gedaagde heeft met T-Mobile Netherlands B.V., hierna T-Mobile te noemen een overeenkomst gesloten ten aanzien van een aansluiting op het mobiele telecommunicatienetwerk van T-Mobile. Het eerste abonnement dateert van 25 maart 2003. Na diverse abonnementen is als laatste op 31 oktober 2008 een zogenaamd Relax 300 Sim Only abonnement afgesloten voor de duur van 24 maanden. Op 13 februari 2009 heeft T-Mobile het abonnement beëindigd en op grond van haar algemene voorwaarden het abonnementsgeld over de resterende contractduur in rekening gebracht bij gedaagde. T-Mobile heeft haar vordering op gedaagde aan eiseres gecedeerd. 3. Het geschil 3.1. Eiseres heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiseres van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens. Gedaagde heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling van het geschil 4.1. Gedaagde stelt bereid te zijn tot betaling van de abonnementskosten tot de beëindiging van het abonnement. De vordering van eiseres ten aanzien van de facturen van 29 oktober 2008, 1 december 2008, 31 december 2008 en 29 januari 2009 staat daarmede als onweersproken vast en is toewijsbaar. De factuur van 19 februari 2009 van EUR 504,62 betreffende de uitfacturatie wegens de eenzijdige beëindiging van het abonnement door T-Mobile houdt partijen verdeeld. 4.2. Eiseres stelt dat op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden gedaagde aansprakelijk is voor alle schade, waaronder gederfde inkomsten die T-Mobile lijdt als gevolg van een handelen of nalaten in strijd met de bepalingen van de overeenkomst. Eiseres stelt dat bij het vaststellen van de maandelijkse termijnbedragen de kosten van de aansluiting op het mobiele telecommunicatienetwerk worden verdisconteerd over de periode van de overeengekomen contractsduur. Nu wegens wanbetaling van gedaagde de overeenkomst vroegtijdig is ontbonden heeft T-Mobile de kosten welke waren verdisconteerd in de resterende termijnbedragen bij gedaagde in rekening kunnen brengen. 4.3. De factuur van 19 februari 2009 heeft betrekking op de resterende abonnementskosten tot einde looptijd, welke betalingsverplichting voortvloeit uit de algemene voorwaarden. Nu eiseres een beroep doet op de algemene voorwaarden en dan in het bijzonder op de ontbinding van de overeenkomst en het hierbij in rekening brengen van de abonnementskosten over de resterende looptijd, is de kantonrechter het navolgende van oordeel. 4.4. Ingevolge de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, hierna HvJ, van 27 juni 2000 (NJ 27 juni 2000/730 [...]) en 26 oktober 2006 (NJ 2007/201 [...]) is de (kanton)rechter ambtshalve verplicht tot toetsing van onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden in consumentenovereenkomsten. In de EG Richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is bepaald in artikel 3: “Artikel 3 1. Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. 2. (…) 3. De bijlage bevat een indicatieve en niet uitputtende lijst van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt.” In de bijlage bij Richtlijn 93/13/EEG is opgenomen onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.