vonnis RECHTBANK ROERMOND Sector civielrecht zaaknummer / rolnummer: 96319 / HA ZA 09-716 Vonnis van 27 april 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROJECT PARTNERS HOLLAND B.V., gevestigd te Helden, eiseres, advocaat mr. S.J.P.H. Custers- Kuijpers, tegen 1. [gedaagde 1], H.O.D.N. [gedaagde 1] ADVIESGROEP, wonende te [woonplaats], 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats], gedaagden, advocaat mr. R.J.M. Hermans. Partijen zullen hierna PPH, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 maart 2010; - de akte van PPH van 21 juli 2010 met bijlagen; - het proces-verbaal van comparitie van 17 augustus 2010. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. PPH houdt zich bezig met het aankopen van projecten en objecten (registergoederen c.q. onroerende zaken) die gerestaureerd, nader ingericht en (uit-)ontwikkeld moeten worden en die vervolgens verkocht of geëxploiteerd worden. 2.2. [gedaagde 1] heeft een assurantiekantoor. [gedaagde 2] is bij [gedaagde 1] in dienst en fungeerde als zodanig als contactpersoon tussen PPH en [gedaagde 1]. 2.3. PPH heeft al haar opstalverzekeringen voor die registergoederen c.q. onroerende zaken ondergebracht bij [gedaagde 1]. 2.4. Omstreeks eind januari – begin februari 2007 heeft PPH een boerderij aan de Napoleonsbaan Noord 35 te Baarlo (verder aangeduid als de boerderij) in eigendom verworven. 2.5. Op 21 maart 2008 heeft er op het kantoor van PPH te Helden een gesprek plaatsgevonden tussen mevrouw [medewerker] van PPH en [gedaagde 2], waarbij alle op dat moment lopende verzekeringen van PPH, zoals vermeld op een getypte lijst die als productie 3 bij de dagvaarding in het geding is gebracht, doorgenomen zijn. 2.6. PPH heeft genoemde lijst, aangevuld met de handgeschreven aantekening: “21-03/08 [..], De verzekering v/h pand te Baarlo Napoleonsbaan-Noord (schuur) zie ik er niet bij staan! Schijnt op datum transport te zijn doorgegeven.” in de brievenbus van het kantoor van [gedaagde 1] gedeponeerd. 2.7. Het kantoor van [gedaagde 1] was op 21 maart 2008 in verband met goede vrijdag ’s middags gesloten; ook het kantoor van de verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden was op 21 maart 2008 dicht. 2.8. In de nacht van 23 op 24 maart 2008 is er in een pand dat grenst aan de boerderij brand ontstaan. Die brand is overgeslagen naar de boerderij, waardoor daaraan schade is ontstaan. 2.9. Maandag 24 maart 2008 was tweede paasdag. De lijst als hiervoor vermeld onder 2.6. heeft [gedaagde 2] op dinsdag 25 maart 2008 voor het eerst gezien. 2.10. Bij haar brief van 24 september 2008 deelt de verzekeringsmaatschappij Nationale-Nederlanden aan PPH mee dat pas na de brand een eerste verzoek werd gedaan om de boerderij te verzekeren, dat het niet mogelijk is om polisdekking te verkrijgen voor zaken die ten tijde van het aanvragen van de dekking al beschadigd/verloren gegaan zijn en dat zij voor de schade als gevolg van de brand geen vergoeding zal verlenen. 3. Het geschil 3.1. PPH vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met rente en kosten. PPH baseert haar vordering op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming dan wel onrechtmatig handelen van [gedaagde 1]. Die tekortkoming dan wel dat handelen bestaat volgens PPH hierin dat [gedaagde 1] er niet voor heeft gezorgd dat de boerderij tegen brand werd verzekerd. Onmiddellijk na de aankoop van de boerderij heeft PPH deze ter verzekering bij [gedaagde 1] aangemeld, maar de boerderij is toen ten onrechte niet in dekking genomen. PPH heeft op 21 maart 2008 omstreeks 13.30 uur de lijst als hiervoor vermeld onder 2.6. bij het kantoor van [gedaagde 1] in de brievenbus gedaan. Door niet te zorgen dat de boederij verzekerd werd, heeft [gedaagde 1] als assurantietussenpersoon in strijd gehandeld met haar zorgplicht jegens PPH, te meer nu PPH een vaste relatie van [gedaagde 1] was. [gedaagde 1] is jegens PPH schadeplichting geworden. 3.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. PPH stelt dat [gedaagde 1] op twee momenten heeft verzuimd om de boerderij te verzekeren en wel kort nadat PPH begin februari 2007 de boerderij had gekocht en op 21 maart 2008. De rechtbank zal beide momenten hierna afzonderlijk bespreken. 4.2. Het moment in februari 2007 4.2.1. PPH stelt dat zij op 2 februari 2007 een brief met bijlagen (productie 2 bij de dagvaarding) heeft verzonden aan [gedaagde 1] waarin zij de boerderij ter verzekering bij [gedaagde 1] heeft aangemeld. Naar het oordeel van de rechtbank staat in deze procedure niet vast dat [gedaagde 1] die brief heeft ontvangen, hetgeen een vereiste is om werking te hebben (zogenaamde ontvangsttheorie). 4.2.2. Als de rechtbank er echter veronderstellenderwijs vanuit gaat dat die brief wel zou zijn ontvangen door [gedaagde 1] dan geldt het volgende. De brief van PPH van 2 februari 2007 houdt in: “Bijgaand ontvangt u de gegevens voor de verzekering van het pand gelegen te Baarlo Napoleonsbaan-Noord. Zie bijgaande situatieschets.” Bij die brief is gevoegd een uittrekselkadastrale kaart met daarop een gearceerd perceel met de vermelding schuur” en de aantekening “Aankoop Project Partners Holland B.V.” Op de comparitie hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verklaard dat toezending van die brief met bijlagen niet voldoende is voor het sluiten van een verzekering. Voor het aanmelden van een verzekering en het ingaan van de voorlopige dekking is ook nog een standaardformulier vereist, dat door de toekomstige verzekeringnemer ingevuld dient te worden. Een en ander is door PPH tijdens de comparitie van partijen erkend. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben voorbeelden van zo’n standaardformulier op de comparitie overgelegd. Daaruit blijkt de rechtbank dat de (aanstaande) verzekeringnemer op dat standaardformulier gegevens dient te verstrekken, zoals de bouwaard, de dakbedekking, de bestemming en de waarde van het te verzekeren object. Gegevens die voor de verzekeraar van belang zijn om te (kunnen) beoordelen of hij het verzekeringsrisico van het object - al dan niet onder bepaalde voorwaarden - wenst te accepteren. Gesteld noch gebleken is dat PPH aan [gedaagde 1] een ingevuld standaardformulier heeft toegezonden. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat dat niet het geval is geweest. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, trekt de rechtbank dan ook de conclusie dat de boerderij in februari 2007 niet, althans niet op de juiste wijze ter verzekering bij [gedaagde 1] is aangemeld. 4.2.3. PPH heeft gesteld dat er gesproken kan worden van ernstig nalaten of handelen door [gedaagde 1] in strijd met de door haar te betrachten zorgplicht ten opzichte van PPH, zeker omdat PPH een vaste relatie van [gedaagde 1] was. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Uitgangspunt is dat de aan een assurantietussenpersoon als [gedaagde 1] te stellen eisen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid meebrengen dat hij rekening dient te houden met de (wijziging
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.